Tekst voor de leerlingen
V. Rasquin
-1-
, DISSIMILATIE - TEKST VOOR DE LEERLINGEN
CELADEMHALING & GISTING
Wij weten dat heel wat processen endergonisch zijn (ze vergen energie). Zo is energie
nodig voor:
• opbouwreacties
• beweging
• transportsystemen in membranen
• voortplanting
De universele energieleverancier is ATP (adenosinetrifosfaat). Cellen moet dus over
een systeem beschikken, waardoor zij in staat zijn om continu ATP te synthetiseren.
Fotoautotrofen kunnen dit o.m. door het fotosyntheseproces, maar - net zoals de
heterotrofen - zijn zij aangewezen op een ander proces voor hun energiebehoeften, nl. de
celademhaling en in mindere mate de gisting (of fermentatie).
De energie die nodig is om ATP te synthetiseren wordt gehaald uit energierijke organische
verbindingen zoals sachariden en vetten, en in mindere mate uit aminozuren.
Een veel gebruikt substraat voor de synthese van ATP is het monosacharide glucose. In
wat volgt zullen we dan ook nagaan op welke manieren de cel de energie van glucose
gebruikt voor de synthese van ATP.
Energetisch het meest rendabel is de reactiereeks waarbij glucose in aanwezigheid van
zuurstofgas volledig geoxideerd wordt tot CO2 en water. Men noemt dit proces de aerobe
ademhaling. Glucose draagt via een ganse reeks redoxreacties zijn energierijke elektronen
over op zuurstofgas. Dit bindt protonen uit het midden en er wordt water gevormd.
We hebben te doen met een anaerobe ademhaling wanneer de ultieme elektronenaccep-
tor niet O2 is, maar een andere anorganische verbinding (vb. SO42- of NO3-)
Fermentatie is een anaeroob proces (er is geen O2 voor nodig), waarbij de energierijke
elektronen van glucose uiteindelijk terechtkomen bij een andere organische verbinding
Samengevat:
Substraat Ultieme elektronenacceptor Proces
Anorganische verbinding (zuurstofgas) Aerobe ademhaling
GLUCOSE Anorganische verbinding (GEEN zuurstofgas) Anaerobe ademhaling
Organische verbinding Gisting
-2-