Recht, korte samenvatting
Definitie: Het recht is een geheel van overheidsregels dat de samenleving ordent.
4 bronnen van recht:
- Het verdrag (een tussen staten gesloten overeenkomst)
- De wet
o In formele zin (alle wetten komen uit Den Haag)
o In materiële zin (wetten die voor een ieder gelden)
o Een wet in formele zin is vaak/meestal ook een wet in materiële zin. Andersom niet.
- De jurisprudentie (de rechtspraak)
- De gewoonte
De staat is elke club die beschikt over:
- Een eigen grondgebied
- Een gemeenschap van mensen/een groep mensen die iets gemeenschappelijk hebben
(taal/geschiedenis/gewoonten enz.)
- En er wordt gezag over die mensen uitgevoerd.
Een rechtstaat is een staat, als:
- Er drie goed te onderscheiden en gescheiden machten zijn. (Trias Politica)
- De staat zich ook aan de regels houdt en de regels tot stand zijn gekomen met democratische
invloed. (legaliteitsbeginsel)
- Democratie: volksvertegenwoordiging
- Onafhankelijkheid van de rechter
- Waarborg van grondrechten
Publiekrecht: Recht tussen overheid en burgers of tussen overheden onderling. (vb: strafrecht enz.)
Privaatrecht: Recht tussen burgers. (vb: persoonsrecht, burgerlijk recht enz.)
Verschillende rechtsgebieden:
- Strafrecht: De overheid treedt met dwang op tegen het overtreden van bepaalde normen.
(publiekrecht) Twee belangrijke wetboeken: Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van
Strafvordering.
- Staatsrecht: De wijze waarop aan het Nederlandse staatsbestel vorm wordt gegeven en de
invloed die de burger daarop kan uitoefenen. (ook de Grondwet valt hieronder)
- Bestuursrecht: Bestuursrecht gaat over de overheid ‘in actie’. Het gaat over de
mogelijkheden die de overheid heeft om regelend op te treden in de maatschappij.
(publiekrecht) Vergunningen vallen bijna altijd onder het bestuursrecht.
- Burgerlijk recht: Regelt de rechtsverhoudingen tussen burgers onderling (privaatrecht).
Bestaat uit: Personen- en familierecht, vermogensrecht en het rechtspersoonsrecht.
Rangorde van regelgeving
- Verdrag
- (grondwet) (zeggen sommige schrijvers)
- Wet in formele zin
- Amvb (Algemene maatregel van bestuur)(de 1e en 2e kamer staat buiten spel. Dit is ‘bepaald’
door de regering.)
- Ministeriele regels
- Provinciale regels
- Gemeentelijke regels
- (Waterschappen )
, - Materieel recht:
o De norm zelf. Rechten en plichten van burgers. Staat in het Wetboek van Strafrecht
- Formeel recht:
o Alle regels om de norm te handhaven, dus ook het procesrecht.
o Geeft aan wat er gebeurt als er eenmaal een strafbaar feit is gepleegd: rechten van
de verdachte, de bevoegdheden van de politie en justitie om de waarheid te
achterhalen, de gang van zaken tijdens de rechtszaak enz.
o Staat in het Wetboek van Strafvordering. (Sv)
- Het formeel recht regelt de wijze waarop het materieel recht gehandhaafd wordt.
Procedure als het initiatief voor het wetsvoorstel komt van de regering:
Voorbereiding op ministerie beraadslaging in Ministerraad advies Raad van State
indienen Tweede Kamer eventueel indienen van amendementen (art 97 Gw) behandeling
Eerste Kamer de Koning voor seign en contra seign door de Minister: het voorstel is wet
publicatie in Staatsblad inwerkingtreding (vaak geregeld bij apart KB.)
o Alleen de 2e kamer heeft het recht van amendement.
De 2e kamer kan rechtsvoorstellen wijzigen.
o Motie: daar is een minister niet aan gebonden.
o Elke wet die dit proces is doorlopen, is een wet in formele zin.
- Als het rechtsproces in gang wordt
gezet door de 2e kamer gaat de
procedure anders. (dit heet het
recht van initiatief)
- Nederland is een decentrale
eenheidstaat.
Grondwet:
1814: de grondwet ontstaan.
De grondwet is ingrijpend gewijzigd in 1840 en in 1848.
De grondwet is geheel herzien in 1983.
- De grondwet bevat de fundamentele regels en uitgangspunten van de Nederlandse
rechtstaat.
Grondrechten:
- 23 artikelen zijn grondrechten. (briefgeheim, integriteit van het lichaam enz.)
- Grondrechten zijn niet absoluut. (vb: huiszoeking)
- Verschillende soorten (moet je kennen!):
o Klassieke grondrechten
Kun je opvatten als beschermingsrechten. (vanuit de overheid: passieve
verplichtingen)
o Sociale grondrechten
Een inspanningsverbintenis voor de overheid (dingen waar ze zich extra voor
moeten inspannen)
Verzekeringsstelsel, onderwijs enz.
Welke rechters heb je?
- Civiel en straf:
o Rechtbank (arrondissement) Eerste aanleg
Kantonrechter is onderdeel van de Rechtbank
, o Gerechtshof (ressort) Hoger beroep
o Hoge Raad Cassatie (alleen juridische vragen)
- Bestuursrechtspraak:
o (eerst moet je bezwaar aantekenen)
o Rechtbank (afdeling bestuursrecht)
o Raad van State (ben je er nog niet mee eens? Dan kun je hierheen)
Verschillende strafdoeleinden:
o Generale preventie
Je straft met als doel dat anderen (die dat zien gebeuren), zich laten
afschrikken. (vb: overval komt in de krant)
o Speciale preventie
De eventuele dader doet het niet nog een keer. (door de onaangename
ervaring van de straf)
o Normhandhaving
Je hebt bepaalde normen, die gehandhaafd moeten worden.
o Vergelding
Alleen door boetedoening en vergelding kun je je plaats terugvinden in de
orde. Of je zet iemand betaald wij hij/zij gedaan heeft. (= vb doodstraf)
Vervroegde vrijlating mag in Nederland vanaf 2/3 deel (= effectieve strafduur) van de straf.
Je onderscheidt in het strafrecht:
- Vooronderzoek (alles wat aan de mondelinge behandeling door de rechter voorafgaat.)
o Onderscheiden vooronderzoek in:
Opsporingsfase (er is nog geen rechter bij de zaak betrokken, er is dan geen
gerechtelijke controle) (begint als er een vermoedelijk strafbaar feit is
gepleegd)
Vervolgingsfase (er is wel een rechter bij het vooronderzoek betrokken, er is
wel gerechtelijke controle, er is dan ook veel meer mogelijk (bv: huiszoeking)
- Hoofdonderzoek (de mondelinge behandeling van de zaak door de rechter)
Van opsporingsfase naar vervolgingsfase door:
- Vorderen GVO (gerechtelijk vooronderzoek) (vb: telefoontap plaatsen)
- Vorderen bewaring (iemand langer op het politiebureau houden)
- Dagvaarden voor de hoofdzitting
Wij kennen geen speciaal wetboek voor strafrecht voor jeugdigen. Dit staat allemaal in het ‘gewone’
wetboek voor strafrecht. Maar er zijn wel afwijkingen in het procesrecht en het sanctierecht. (vooral
in het sanctierecht!)
Legaliteitsbeginsel
1. Het strafrecht moet altijd in de wet staan (zowel formeel als materiaal).
2. Er bestaat geen gewoonterecht.
3. Er bestaat geen strafrecht met terugwerkende kracht, de wet moet er zijn, voor de
gedraging(en)
Iemand vermoorden is een misdrijf (rechtsdelict) en door het rode licht rijden is een overtreding.
(wetsdelict)
Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de
rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of tegen personen die hem daarbij krachtens wettelijke
Definitie: Het recht is een geheel van overheidsregels dat de samenleving ordent.
4 bronnen van recht:
- Het verdrag (een tussen staten gesloten overeenkomst)
- De wet
o In formele zin (alle wetten komen uit Den Haag)
o In materiële zin (wetten die voor een ieder gelden)
o Een wet in formele zin is vaak/meestal ook een wet in materiële zin. Andersom niet.
- De jurisprudentie (de rechtspraak)
- De gewoonte
De staat is elke club die beschikt over:
- Een eigen grondgebied
- Een gemeenschap van mensen/een groep mensen die iets gemeenschappelijk hebben
(taal/geschiedenis/gewoonten enz.)
- En er wordt gezag over die mensen uitgevoerd.
Een rechtstaat is een staat, als:
- Er drie goed te onderscheiden en gescheiden machten zijn. (Trias Politica)
- De staat zich ook aan de regels houdt en de regels tot stand zijn gekomen met democratische
invloed. (legaliteitsbeginsel)
- Democratie: volksvertegenwoordiging
- Onafhankelijkheid van de rechter
- Waarborg van grondrechten
Publiekrecht: Recht tussen overheid en burgers of tussen overheden onderling. (vb: strafrecht enz.)
Privaatrecht: Recht tussen burgers. (vb: persoonsrecht, burgerlijk recht enz.)
Verschillende rechtsgebieden:
- Strafrecht: De overheid treedt met dwang op tegen het overtreden van bepaalde normen.
(publiekrecht) Twee belangrijke wetboeken: Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van
Strafvordering.
- Staatsrecht: De wijze waarop aan het Nederlandse staatsbestel vorm wordt gegeven en de
invloed die de burger daarop kan uitoefenen. (ook de Grondwet valt hieronder)
- Bestuursrecht: Bestuursrecht gaat over de overheid ‘in actie’. Het gaat over de
mogelijkheden die de overheid heeft om regelend op te treden in de maatschappij.
(publiekrecht) Vergunningen vallen bijna altijd onder het bestuursrecht.
- Burgerlijk recht: Regelt de rechtsverhoudingen tussen burgers onderling (privaatrecht).
Bestaat uit: Personen- en familierecht, vermogensrecht en het rechtspersoonsrecht.
Rangorde van regelgeving
- Verdrag
- (grondwet) (zeggen sommige schrijvers)
- Wet in formele zin
- Amvb (Algemene maatregel van bestuur)(de 1e en 2e kamer staat buiten spel. Dit is ‘bepaald’
door de regering.)
- Ministeriele regels
- Provinciale regels
- Gemeentelijke regels
- (Waterschappen )
, - Materieel recht:
o De norm zelf. Rechten en plichten van burgers. Staat in het Wetboek van Strafrecht
- Formeel recht:
o Alle regels om de norm te handhaven, dus ook het procesrecht.
o Geeft aan wat er gebeurt als er eenmaal een strafbaar feit is gepleegd: rechten van
de verdachte, de bevoegdheden van de politie en justitie om de waarheid te
achterhalen, de gang van zaken tijdens de rechtszaak enz.
o Staat in het Wetboek van Strafvordering. (Sv)
- Het formeel recht regelt de wijze waarop het materieel recht gehandhaafd wordt.
Procedure als het initiatief voor het wetsvoorstel komt van de regering:
Voorbereiding op ministerie beraadslaging in Ministerraad advies Raad van State
indienen Tweede Kamer eventueel indienen van amendementen (art 97 Gw) behandeling
Eerste Kamer de Koning voor seign en contra seign door de Minister: het voorstel is wet
publicatie in Staatsblad inwerkingtreding (vaak geregeld bij apart KB.)
o Alleen de 2e kamer heeft het recht van amendement.
De 2e kamer kan rechtsvoorstellen wijzigen.
o Motie: daar is een minister niet aan gebonden.
o Elke wet die dit proces is doorlopen, is een wet in formele zin.
- Als het rechtsproces in gang wordt
gezet door de 2e kamer gaat de
procedure anders. (dit heet het
recht van initiatief)
- Nederland is een decentrale
eenheidstaat.
Grondwet:
1814: de grondwet ontstaan.
De grondwet is ingrijpend gewijzigd in 1840 en in 1848.
De grondwet is geheel herzien in 1983.
- De grondwet bevat de fundamentele regels en uitgangspunten van de Nederlandse
rechtstaat.
Grondrechten:
- 23 artikelen zijn grondrechten. (briefgeheim, integriteit van het lichaam enz.)
- Grondrechten zijn niet absoluut. (vb: huiszoeking)
- Verschillende soorten (moet je kennen!):
o Klassieke grondrechten
Kun je opvatten als beschermingsrechten. (vanuit de overheid: passieve
verplichtingen)
o Sociale grondrechten
Een inspanningsverbintenis voor de overheid (dingen waar ze zich extra voor
moeten inspannen)
Verzekeringsstelsel, onderwijs enz.
Welke rechters heb je?
- Civiel en straf:
o Rechtbank (arrondissement) Eerste aanleg
Kantonrechter is onderdeel van de Rechtbank
, o Gerechtshof (ressort) Hoger beroep
o Hoge Raad Cassatie (alleen juridische vragen)
- Bestuursrechtspraak:
o (eerst moet je bezwaar aantekenen)
o Rechtbank (afdeling bestuursrecht)
o Raad van State (ben je er nog niet mee eens? Dan kun je hierheen)
Verschillende strafdoeleinden:
o Generale preventie
Je straft met als doel dat anderen (die dat zien gebeuren), zich laten
afschrikken. (vb: overval komt in de krant)
o Speciale preventie
De eventuele dader doet het niet nog een keer. (door de onaangename
ervaring van de straf)
o Normhandhaving
Je hebt bepaalde normen, die gehandhaafd moeten worden.
o Vergelding
Alleen door boetedoening en vergelding kun je je plaats terugvinden in de
orde. Of je zet iemand betaald wij hij/zij gedaan heeft. (= vb doodstraf)
Vervroegde vrijlating mag in Nederland vanaf 2/3 deel (= effectieve strafduur) van de straf.
Je onderscheidt in het strafrecht:
- Vooronderzoek (alles wat aan de mondelinge behandeling door de rechter voorafgaat.)
o Onderscheiden vooronderzoek in:
Opsporingsfase (er is nog geen rechter bij de zaak betrokken, er is dan geen
gerechtelijke controle) (begint als er een vermoedelijk strafbaar feit is
gepleegd)
Vervolgingsfase (er is wel een rechter bij het vooronderzoek betrokken, er is
wel gerechtelijke controle, er is dan ook veel meer mogelijk (bv: huiszoeking)
- Hoofdonderzoek (de mondelinge behandeling van de zaak door de rechter)
Van opsporingsfase naar vervolgingsfase door:
- Vorderen GVO (gerechtelijk vooronderzoek) (vb: telefoontap plaatsen)
- Vorderen bewaring (iemand langer op het politiebureau houden)
- Dagvaarden voor de hoofdzitting
Wij kennen geen speciaal wetboek voor strafrecht voor jeugdigen. Dit staat allemaal in het ‘gewone’
wetboek voor strafrecht. Maar er zijn wel afwijkingen in het procesrecht en het sanctierecht. (vooral
in het sanctierecht!)
Legaliteitsbeginsel
1. Het strafrecht moet altijd in de wet staan (zowel formeel als materiaal).
2. Er bestaat geen gewoonterecht.
3. Er bestaat geen strafrecht met terugwerkende kracht, de wet moet er zijn, voor de
gedraging(en)
Iemand vermoorden is een misdrijf (rechtsdelict) en door het rode licht rijden is een overtreding.
(wetsdelict)
Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de
rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of tegen personen die hem daarbij krachtens wettelijke