afweermechanismen
Pathogenen veroorzaken ziekte
Tot de ziekteverwekkers behoren bacteriën, virussen, schimmels, enkele protozoa en
mogelijk prionen
Omdat bacteriën en virussen verreweg de meest voorkomende en problematische
ziekteverwekkers in westerse landen zijn, richten we ons daarop wanneer we beschrijven
hoe we onszelf beschermen en verdedigen
Bacteriën: eencellige levende organismen
Bacteriën: Eencellige organismen zonder celkern en zonder membraan-gebonden
organellen. Hun DNA zit meestal in één cirkelvormig chromosoom. Ze hebben kleine
ribosomen die vrij in het cytoplasma zweven en een stevige celwand die hun vorm bepaalt
(bol, staaf of spiraal)
Bacteriën zijn heel succesvol omdat ze zeer talrijk en divers zijn. Ze hebben een kleine
grootte wat betekent dat ze een hoge oppervlak-volume-verhouding hebben, waardoor een
efficiënte opname van stoffen via diffusie mogelijk is
Net als menselijke cellen gebruiken bacteriën: ATP als energiebron, aminozuren om eiwitten
te maken en ze slaan energie op als koolhydraten en vetten
Bacteriën halen hun voedingsstoffen uit o.a. bodem, lucht of organisch materiaal. De rol van
bacteriën in de natuur is het afbreken van dode organismen en afval, wat belangrijk is voor
de recyclage van stoffen. Sommige leven ook in onze darmen en maken vitaminen en
beschermen de mens tegen andere schadelijke bacteriën
De mens heeft geleerd bacteriën te gebruiken voor de productie van commerciële
producten, waaronder antibiotica, hormonen, vaccins en voedingsmiddelen variërend van
zuurkool tot sojasaus
Naast de voordelige bacteriën, zijn er ook nadelige, ziekteverwekkende bacteriën die we
pathogenen noemen. Zij gebruiken de menselijke cellen als energiebron en kunnen ze
nadien beschadigen of doden, waardoor er o.a. longontsteking, tuberculose, syfilis en
lymeziekte veroorzaakt kan worden
Melisa Camci - 1
,Virussen: minuscule infectieuze deeltjes
Virussen: Extreem kleine infectieuze deeltjes (veel kleiner dan bacteriën en eukaryote
cellen) → bestaan enkel uit: genetisch materiaal (DNA of RNA) en een eiwitmantel
Virussen hebben geen organellen, waardoor ze zich niet zelfstandig voortplanten. Daarom
beschouwen veel biologen ze als niet-levend
Virussen dringen een levende cel binnen, nemen de cel daarna “over” en gebruiken ze als
volgt die cel om nieuwe virussen te maken → vrijgave van nieuwe virussen kan op twee
manieren gebeuren
- Budding → cel blijft leven
- Openbarsten van de cel → cel sterft
Aangezien virussen zich niet zelfstandig kunnen voortplanten, hebben ze bepaalde
manieren om binnen te dringen. Dat doen ze o.a. via endocytose (cel neemt virus op),
versmelting met celmembraan of via injectie van genetisch materiaal
Virussen zijn erg schadelijk voor de mens. Ze kunnen ernstige ziekten veroorzaken zoals
AIDS, hepatitis, rabiës en ze kunnen ook minder ernstige ziekten veroorzaken zoals
verkoudheid, wratten en waterpokken. Het effect verschilt van persoon tot persoon
→ virussen bestrijden door infecties te voorkomen of de virusvermeerdering in cellen
stoppen
Prionen: infectieuze eiwitten
Prionen: Infectieuze eiwitten (geen bacteriën of virussen) → verkeerd gevouwen vormen
van normale eiwitten in hersencellen
- Een prion kan andere normale eiwitten ook verkeerd laten vouwen. Dit proces is
zelfversterkend → kettingreactie
- Prionen zijn heel resistent tegen de hitte, vriezen en uitdroging en verspreiding zich
via consumptie van besmet vlees, vooral rundvlees van geïnfecteerde runderen
Prionen hopen zich op in zenuwcellen. De cellen sterven en barsten open. Nadien
verspreiden de nieuwe prionen zich verder wat leidt tot ernstige hersenschade
→ Gevolgen/ziekten:
● “Mad cow disease” (bij runderen)
● Variant Creutzfeldt-Jakob disease (vCJD) bij mensen
● Symptomen: neurologische stoornissen, gedragsveranderingen, uiteindelijk
overlijden
Er is geen genezing mogelijk, maar preventie is mogelijk door bijvoorbeeld internationale
maatregelen in te voeren
Melisa Camci - 2
, Overdraagbaarheid, wijze van overdracht en virulentie bepalen het
gezondheidsrisico
Het gezondheidsrisico van pathogenen wordt bepaald door drie factoren:
● Transmissibiliteit → hoe makkelijk het zich verspreidt
● Transmissiewijze → hoe het wordt overgedragen
● Virulentie → hoe ernstig de ziekte is
Hoe makkelijk een ziekte zich verspreidt én hoe ernstig ze is, bepaalt samen hoe gevaarlijk
een pathogeen is voor de mens
- Historische voorbeelden: Pest (1348–1350) en de Griep (1918)
- Modern voorbeeld: Ebola-virus
Het lymfestelsel beschermt het lichaam
Het lymfestelsel vervult drie belangrijke functies:
● Het helpt het bloedvolume in het hart- en vaatstelsel op peil te houden
● Het transporteert vetten en vetoplosbare vitaminen die vanuit het
spijsverteringsstelsel naar het hart- en vaatstelsel worden opgenomen
● Het beschermt het lichaam tegen infecties
De basiscomponenten van het lymfestelsel zijn een netwerk van lymfevaten door het hele
lichaam, de lymfeklieren, de milt, de thymusklier, de amandelen en de neusamandelen
In dit hoofdstuk behandelen we de derde functie: de rol van het lymfestelsel bij de
bescherming tegen ziekten
Lymfevaten transporteren lymfe
Het lymfatisch systeem begint met kleine, blind eindigende lymfecapillairen die zich tussen
cellen en bloedcapillairen bevinden. Door hun speciale structuur (met open ruimtes tussen
cellen) kunnen ze grote deeltjes opnemen, zoals bacteriën, die niet in bloedcapillairen
passen
- Lymfe: De vloeistof in deze capillairen → een melkachtige vloeistof die witte
bloedcellen, eiwitten, vetten en soms ziekteverwekkers bevat
Melisa Camci - 3