Bloedvaten transporteren bloed
Het lichaam beschikt over een uitgebreid netwerk van bloedvaten dat bloed naar alle delen
van het lichaam vervoert. Dit netwerk is enorm groot: als je alle bloedvaten achter elkaar zou
leggen, zouden ze ongeveer 96.000 km lang zijn
We onderscheiden drie hoofdtypes van bloedvaten, elk met een specifieke functie:
● Arteriën (slagaders) → transporteren bloed van het hart naar de weefsels
○ Hebben dikke wanden
○ Dit gebeurt onder hoge druk
● Capillairen (haarvaten) → zorgen voor de (eigenlijke) uitwisseling van stoffen (zoals
zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen) tussen bloed en cellen
○ Zijn microscopisch klein
● Venen (aders) → werken als een soort bloedreservoir (opslag)
○ Hebben dunne wanden
○ Brengen bloed terug naar het hart
Slagaders voeren bloed weg van het hart
Arteriën (slagaders) vervoeren bloed weg van het hart → wanneer bloed het hart verlaat,
komt het terecht in grote, gespierde en dikwandige slagaders die bestand zijn tegen de hoge
druk die door het hart wordt opgewekt
Naarmate arteriën zich verder vertakken, worden ze kleiner in diameter. Ze zijn stevig maar
elastisch, waardoor ze:
● licht kunnen uitrekken bij hoge druk
● bloed tijdelijk opslaan na elke hartslag
● dankzij elastische terugveer (recoil) de bloeddruk tussen hartslagen constant houden
De arteriewand bestaat uit drie lagen rond het lumen (de holte binnenin):
● Binnenlaag (endotheel)
○ Dunne laag platte cellen
○ Zorgt voor een glad oppervlak → minder wrijving, vlotte doorstroming
● Middenlaag (gladde spieren + elastisch weefsel)
○ Dikste laag
○ Zorgt voor stevigheid en elasticiteit
○ Helpt de arterie weerstand bieden aan hoge druk
● Buitenlaag (bindweefsel, vooral collageen)
○ Geeft bescherming en stevigheid
○ Verankert de arterie aan omliggende weefsels
Melisa Camci - 1
,Door de hoge druk kunnen slagaders beschadigd raken
→ Als de wand verzwakt kan er een aneurysma
ontstaan (= plaatselijke uitzetting van de vaatwand). Dit
kan bloedstroom verminderen (vernauwing) of naar
buiten uitpuilen
- Gevaar:
● Vaak geen symptomen
● Kan plots scheuren (ruptuur) → ernstige
inwendige bloeding en mogelijk overlijden
- Belangrijk:
● Ontwikkelt zich meestal traag over jaren
● Kan opgespoord worden via stethoscoop
(door het horen van afwijkende
bloedgeluiden) en/of CT-scan
● Mensen met familiale aanleg laten zich
best controleren omdat het genetisch kan zijn
Arteriolen en precapillaire sfincters reguleren de bloedstroom
Arteriolen: De kleinste vertakkingen van arteriën en vormen de overgang naar de capillairen
(haarvaten) → ze zijn zeer smal (ongeveer 0,3 mm) en de bloeddruk is hier al sterk gedaald.
Door die lagere druk hebben arteriolen een eenvoudigere structuur:
● dunnere spierlaag
● vaak geen buitenste bindweefsellaag
Naast transport en opslag hebben arteriolen nog een extra belangrijke rol → ze regelen
hoeveel bloed naar de capillairen stroomt door te vernauwen of verwijden van hun diameter
(via gladde spieren)
- De diameter van arteriolen kan veranderen door zenuwen, hormonen, lokale
omstandigheden zoals temperatuur, etc. → Vb.: wanneer het koud is, zal er
vasoconstrictie plaatsvinden. Dat zorgt ervoor dat er minder bloed naar de huid zal
gaan en je dus bleke/blauwe vingers zult krijgen
Op de overgang van arteriole naar capillair zitten precapillaire sfincters → dat zijn
ringvormige spierbandjes die werken als poortjes die bepalen of bloed in een capillair
binnenstroomt
● Vasodilatatie (verwijding)
○ spieren ontspannen
○ diameter wordt groter
○ meer bloed naar capillairen
● Vasoconstrictie (vernauwing)
○ spieren trekken samen
○ diameter wordt kleiner
○ minder bloed naar capillairen
Melisa Camci - 2
, Haarvaten: de plek waar bloed stoffen uitwisselt met weefsels
Capillairen (haarvaten): De kleinste bloedvaten en vormen de plaats waar uitwisseling van
stoffen met de weefsels gebeurt → ze zijn extreem smal (± 0,01 mm), waardoor rode
bloedcellen er vaak één voor één doorheen moeten
- Door hun grote aantal, vormen ze capillaire netwerken (capillary beds) die overal in
het lichaam voorkomen
De bouw van haarvaten is een wand die bestaat uit één enkele
laag platte cellen. Die wand bevat kleine poriën en spleten om
water, voedingsstoffen, gassen, afvalstoffen, … door te laten,
maar die poriën en spleten zijn veel té klein om RBC’s en
meeste plasma eiwitten door te laten. Sommige WBC’s kunnen
er wel doorheen (met beetje moeite), waardoor ze in sommige
weefselruimtes binnen kunnen dringen
⇒ Capillairen werken als een soort “biologische zeef”, een
soort filter
Capillairen zijn de enige bloedvaten waar echte uitwisseling
gebeurt:
● Aan het begin van de capillair:
○ bloeddruk duwt vloeistof naar buiten (filtratie)
○ zuurstof en voedingsstoffen gaan naar de cellen
● Aan het einde van de capillair:
○ afvalstoffen (zoals CO₂ en ureum) gaan terug het bloed in
○ meeste (niet alle) vloeistof wordt opnieuw opgenomen (reabsorptie) → een
kleine hoeveelheid blijft achter als interstitiële vloeistof (weefselvocht)
Het lymfestelsel helpt het bloedvolume op peil te houden
Bij de uitwisseling in capillairen wordt iets meer vloeistof uit het bloed gefilterd dan er terug
wordt opgenomen. Dit overschot kan oplopen tot 2 à 3 liter per dag
→ Oplossing?: Lymfatisch systeem
● Overtollige vloeistof wordt opgenomen door lymfecapillairen (blind eindigende
buisjes) → vormen samen het lymfatisch systeem ⇒ de opgenomen vloeistof heet
lymfe
Kenmerken van lymfe
● Bevat geen rode bloedcellen
● Bevat bijna geen plasma-eiwitten
● Lijkt op bloedplasma, maar is “lichter” van samenstelling
⇒ Het lymfatisch systeem helpt dus om het bloedvolume constant te houden door het
terugvoeren van overtollig vocht naar het bloed (via aders bij het hart) en door het opnemen
van grotere deeltjes die niet in capillairen passen zoals vetdruppels (uit de spijsvertering) en
micro-organismen. Het lymfatisch systeem speelt eveneens ook een grote rol in de afweer
(immuunsysteem)
Melisa Camci - 3