Het skelet bestaat uit bindweefsel
Het skeletstelsel bestaat uit drie soorten bindweefsel:
● Botten → harde delen van het skelet
● Ligamenten → verbinden botten met elkaar en zorgen voor stabiliteit in gewrichten
● Kraakbeen → flexibel bindweefsel dat wrijving in gewrichten vermindert en steun
geeft
Bot is levend weefsel dat naast mineralen (vooral calcium en fosfaat) ook cellen, bloedvaten
en zenuwen bevat. Botten hebben vijf belangrijke functies:
● Geven steun aan het lichaam
● Beschermen organen
● Maken beweging mogelijk samen met spieren
● Zorgen voor vorming van bloedcellen in het rode beenmerg
● Dienen als opslagplaats voor mineralen
Een lang bot bestaat uit een schacht (diafyse) en twee uiteinden (epifysen). Compact bot
vormt de buitenkant, terwijl spongieus bot zich vooral aan de uiteinden bevindt. In het bot zit
beenmerg: rood beenmerg produceert bloedcellen en geel beenmerg slaat vet op
Botcellen (osteocyten) liggen in kleine ruimtes en staan via kanaaltjes met elkaar in
verbinding om voedingsstoffen uit te wisselen
Ligamenten bestaan uit dicht bindweefsel met veel collageenvezels en verbinden bot met
bot, waardoor gewrichten stevig maar toch beweeglijk blijven
Kraakbeen bestaat uit collageen- en/of elastinevezels in een gelachtige substantie en is
gladder en flexibeler dan bot. Er zijn drie types:
● Fibrokraakbeen (sterk, vb. tussenwervelschijven)
● Hyalien kraakbeen (glad, bedekt gewrichten en vormt embryonale botstructuren)
● Elastisch kraakbeen (zeer flexibel, vb. in het oor en de epiglottis)
Melisa Camci - 1
, Botten ontwikkelen zich uit kraakbeen
Botten ontwikkelen zich eerst uit kraakbeen
In de vroege foetale ontwikkeling vormen
chondroblasten een model van het toekomstige bot
uit hyalien kraakbeen. Na ongeveer 2–3 maanden
sterven veel van deze cellen, het kraakbeen begint
af te breken en bloedvaten groeien binnen. Tegelijk
vormt zich het periost, waaruit osteoblasten
(botvormende cellen) naar het gebied worden
gebracht
Osteoblasten produceren osteoid (een eiwitmatrix
met o.a. collageen) en stimuleren de afzetting van
calciumfosfaat, waardoor het bot hard wordt. Wanneer deze cellen volledig in het bot worden
ingesloten, veranderen ze in osteocyten, die de botmatrix onderhouden
Lange botten groeien in lengte tijdens de kindertijd en adolescentie door activiteit in de
groeischijf (epifysaire plaat). Chondroblasten maken nieuw kraakbeen aan, terwijl
osteoblasten dit kraakbeen omzetten in bot, waardoor het bot langer wordt. Botten groeien
ook in dikte doordat osteoblasten nieuw bot vormen onder het periost
De botgroei wordt geregeld door hormonen. In de kindertijd stimuleert het groeihormoon de
groei van botten. Tijdens de puberteit stimuleren testosteron en oestrogeen eerst de groei,
maar later zorgen ze ervoor dat de groeischijven sluiten (ongeveer rond 18 jaar bij vrouwen
en 21 jaar bij mannen). Daarna kunnen botten niet meer langer worden, maar nog wel dikker
Volwassen bot ondergaat remodellering en herstel
Botten blijven ook op volwassen leeftijd veranderen
● Bot is dynamisch weefsel: voortdurend vernieuwd, geremodelleerd en hersteld
● Osteoclasten breken bot af (calciumfosfaat + osteoid) → calcium en fosfaat komen in
het bloed
● Osteoblasten vormen nieuwe osteoidmatrix en mineraliseren deze opnieuw
Door remodellering kunnen botten zelfs van vorm, grootte en sterkte veranderen
● Botten kunnen van vorm, grootte en sterkte veranderen
● Druk/stress (vb. joggen, krachttraining) stimuleert osteoblasten → bot wordt sterker
en dichter op plaatsen met hoge druk, afgebroken bij lage druk
● Verstoring van balans osteoblasten/osteoclasten → osteoporose
○ Osteoporose: Een chronische aandoening waarbij botten sneller hun sterkte
en kalk verliezen dan normaal, waardoor ze broos worden
Melisa Camci - 2