• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 70 pages
Summary

Samenvatting Kwantitatieve Data-Analyse | Colleges | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 70 pages

Dit document bevat uitgebreide theorie voor het vak Kwantitatieve Data Analyse aan de KU Leuven, gericht op communicatiewetenschappen. De inhoud behandelt statistische modellering, lineaire regressie, betrouwbaarheid van metingen (Cronbach's α), hypothesetoetsing en het General Linear Model met praktische voorbeelden. Ideaal voor het verfijnen van je vaardigheden in data-analyse en het voorbereiding op examens - alle kernconcepten zijn stap voor stap uitgelegd met concrete toepassingen.

Content preview

INFERENTIËLE STATISTIEK
= op basis van een steekproef conclusies trekken over een hele populatie.

1. WETENSCHAP EN DATA-ANALYSE

Elke wetenschappelijke studie start met een onderzoeksvraag of hypothese. Zo’n hypothese is gebaseerd op een
conceptueel model (= een vereenvoudigde voorstelling van hoe we denken dat de werkelijkheid in elkaar zit).

 Bijv. meer sociale mediagebruik (X) → slechtere mentale gezondheid (Y)


Daarna vertalen naar een statistisch model (= wiskundige formule die het conceptuele model meetbaar maakt).

 Werkt met variabelen (wat we meten).
 Bevat parameters (zoals effecten of gemiddelden).
 Laat ons toe om voorspellingen te maken.
 Test of onze hypothese klopt op basis van data.


Bijv. regressievergelijking: y=b0 +¿ b 1 x+ ¿ e

 b₀ (intercept) = waarde van Y als X = 0
 b₁ (regressiecoëfficiënt) = hoeveel Y verandert als X met 1 stijgt
 e (error) = verschil tussen voorspelde en werkelijke waarde (meetfout)

De voorspelde waarde zal nooit exact gelijk zijn aan de echte waarde, daarom is er altijd een error.



2. STAP 1: ANALYSE & MODELLERING VAN DE STEEKPROEFDATA

Om een hypothese te testen, heb je data nodig uit een steekproef (n) van een grotere populatie (N).

Operationalisering: abstracte concepten moet je eerst omzetten in meetbare variabelen.

 Mediagebruik: 10 enquêtevragen
 Attitudes t.o.v. migratie: reeks stellingen

Vervolgens vult de steekproef deze metingen in, dit levert steekproefgegevens op.


Met de verzamelde data kan je:

 Steekproefstatistieken berekenen.
 Nagaan hoe goed het statistisch model past bij de data. => model fit


Bijv. in een regressievergelijking zijn we vooral geïnteresseerd in de regressiecoëfficiënt (b 1).

 b₁ geeft aan hoeveel mentaal welzijn (Y) toeneemt of afneemt wanneer sociale mediagebruik (X) met 1
meeteenheid stijgt.
 “Wat gebeurt er met mentaal welzijn als iemand 1 uur meer sociale media gebruikt?”



Model fitten: op basis van het statistisch model een schatting maken van Y.

 Hier: we gebruiken de lineaire regressievergelijking om mentaal welzijn te voorspellen op basis van sociale
mediagebruik.
 Maar: de geschatte waarde van Y zal niet exact overeenkomen met de werkelijke geobserveerde waarde.
=> error (meetfout)

,Het doel is om o.b.v. het statistisch model een zo goed mogelijke schatting van de parameter (bijv. b₁) te maken.

 Kleine meetfout: het model is een goede schatter (= goede fit van de data).
 Grote meetfout: het model is een slechte schatter.



2.1.Lineaire modellen
We gebruiken lineaire modellen, meer bepaald vormen van het General Linear Model (GLM).

Algemene vorm van het lineair model: y i=b 0 +b1 x1 i +b 2 x 2 i+ …+bk x ki +e i

 yᵢ = score van persoon i op de afhankelijke variabele
 b₀ = intercept
 bⱼ = regressiecoëfficiënten (effecten van de onafhankelijke variabelen)
 xⱼᵢ = score van persoon i op onafhankelijke variabele j
 eᵢ = error (meetfout)



3 types lineaire modellen:

Basaal lineair model: y i=b 0 +¿ b 1 x 1i +¿ e i

 Er is één onafhankelijke variabele.
 Bijv. mentaal welzijn = b₀ + b₁ (sociale media) + error
- b₀ (intercept) = 2 => als iemand geen sociale media gebruikt (X = 0), is zijn score op mentaal welzijn 2.
- b₁ (regressiecoëfficiënt) = -2 => bij 1 uur extra sociale media daalt mentaal welzijn met 2 punten.


Complex lineair model: y i=b 0 +b1 x1 i +b 2 x 2 i+ …+¿ e i

 Hier voorspellen meerdere onafhankelijke variabelen samen de afhankelijke variabele.
 Bijv. mentaal welzijn voorspeld door sociale mediagebruik, aantal vrienden, aantal keer sporten, …
 Elke variabele heeft zijn eigen regressiecoëfficiënt.


Meest rudimentair model: y i=b 0 +¿ e i= y +¿ e i

 Er is geen onafhankelijke variabele.
 We gaan ervan uit dat iedereen gelijk is aan het groepsgemiddelde.
 In werkelijkheid klopt dat niet, dus veel meetfout (error)

= eenvoudigste model.



De vorm van het model is altijd hetzelfde: Y = intercept + effecten van X’en + error. Wat verandert:

 Het aantal onafhankelijke variabelen.
 Welke variabelen in het model zitten.



2.2.Informatie uit een model
Elk statistisch model geeft 2 soorten informatie:

 Parameterschattingen (statistieken): de geschatte waarden van het intercept en de regressiecoëfficiënten.
- Hoe groot is het effect van elke X-variabele? In welke richting gaat het effect (positief/negatief)?

=> de inhoudelijke interpretatie van de relaties. (gemiddelden, varianties, proporties, correlaties, …)

,  Fit van het model: hoe goed het model de afhankelijke variabele (Y) kan voorspellen.
- Hoe dicht liggen de voorspelde waarden bij de echte geobserveerde waarden?
- Hoe groot is de fout (error)?


Voorbeeld model fit

Regressielijn = statistisch model

 ^
y i=28.15+ 0.30 x i

Blauwe bolletjes = de echte steekproefdata
(werkelijke scores op X en Y).

 y i= ^
y i +e i=28.15+ 0.30 x i +e i

Verticale stippellijn = de error.


Bijv. het eerste blauwe bolletje: deze persoon scoort 60 op X en Y, maar het model voorspelt 44 voor Y. Het verschil
van 16 is de error, weergegeven als de verticale stippellijn. Hoe kleiner deze afstand, hoe beter de model fit.



2.3.Keuze van statistisch model en analyses
De manier waarop we ons statistisch model formuleren, welke statistieken we berekenen en hoe we analyseren,
hangt af van:

 Type data
- Gemiddelde: alleen zinvol voor continue variabelen, niet voor nominale variabelen.
- Relaties: regressiecoëfficiënt werkt voor 2 continue variabelen, maar niet voor 2 nominale variabelen.
 Assumpties van het model
- Lineaire regressiecoëfficiënt is alleen geldig bij een lineair verband.
- Vergelijking van gemiddelden tussen 2 groepen veronderstelt vaak gelijke populatievarianties; die
moeten ook werkelijk gelijk zijn.



3. STAP 2: STATISTISCHE INFERENTIE

De logica van statistische inferentie geldt voor alle statistische modellen en statistieken:

 We gebruiken een steekproef om iets te schatten.
 De steekproefstatistiek geeft een indicatie van de populatieparameter.
 Hoe betrouwbaar deze schatting is, hangt af van steekproefgrootte en spreiding.



Om te begrijpen waarom en hoe een steekproef iets zegt over de populatie, gebruiken we 3 concepten:

 Sampling distribution (steekproefverdeling): de verdeling van een statistiek als je herhaaldelijk
steekproeven uit de populatie zou trekken.
 Central Limit Theorem (centrale limietstelling, CLT): onafhankelijk van de verdeling van de populatie, zal het
gemiddelde van een grote steekproef normaal verdeeld zijn.
 Standard error (standaardfout): de mate van variatie van een steekproefstatistiek rond de populatie-
parameter. Hoe kleiner de standaardfout, hoe betrouwbaarder de schatting.

, 3.1.Sampling distribution (steekproefverdeling)
Basisidee:

 Je berekent een statistiek (bijv. gemiddelde, regressiecoëfficiënt, correlatie) uit één steekproef.
 Maar jouw steekproef is niet de enige mogelijke steekproef uit de populatie.
 Elke mogelijke steekproef van dezelfde grootte levert iets andere statistieken op.

Conclusie:

 Er bestaat een verdeling van mogelijke waarden van die statistiek afhankelijk van welke steekproef je trekt.
 Deze verdeling noemen we de sampling distribution (steekproefverdeling).



!!! het is een theoretisch concept, niet iets wat je direct observeert.

 Het beschrijft alle mogelijke waarden die een statistiek kan aannemen over alle mogelijke steekproeven uit
de populatie.
 Je kunt het wiskundig afleiden of simuleren, maar het is niet hetzelfde als de empirische verdeling van de
data in je steekproef (bijv. verdeling van leeftijd of inkomen binnen één steekproef).



Voorbeeld

 Stel: IQ-populatie heeft gemiddelde µ = 100 en σ = 15.
 We trekken n = 100 willekeurige mensen en berekenen het steekproefgemiddelde x́ .
 Herhalen we dit oneindig vaak, dan variëren de steekproefgemiddelden rond het populatiegemiddelde.
=> sampling variation.


Steekproef xk
1 102.71
≠ 100 (sampling error)
2 102.74
3 95.46 Steekproefgemiddelde ≠ populatiegemiddelde
4 101.16


De steekproefverdeling ontstaat alleen doordat er sampling error is. Als alle steekproefgemiddelden exact gelijk
zouden zijn aan het populatiegemiddelde, zou er geen verdeling zijn. Er is dus sampling variation nodig om een
steekproefverdeling te kunnen vormen.

 Hoe groter de steekproef, hoe kleiner de sampling error en hoe nauwkeuriger de schatting van µ.
 Bij voldoende grote steekproeven is de steekproefverdeling ongeveer normaal verdeeld, ongeacht de
verdeling van de populatie (CLT).



3.2.Centrale limietstelling (CLT)
De steekproefverdeling van een statistiek, bijvoorbeeld het gemiddelde IQ, lijkt vaak normaal verdeeld, ook als de
verdeling van de originele variabele niet normaal is.

 Bij een voldoende grote steekproef (n ≥ 40) is de steekproefverdeling van een statistiek bij benadering
normaal verdeeld rond de populatieparameter.
 Dit geldt onder zeer algemene omstandigheden, zelfs als de populatievariabele zelf niet normaal verdeeld is
(bijv. extreem scheve verdelingen).



Eigenschappen normaalverdeling:

Table of contents

  1. 01 3.2. Assumpties 52
  2. 02 1. WETENSCHAP EN DATA-ANALYSE 1
  3. 03 2. STAP 1: ANALYSE & MODELLERING VAN DE STEEKPROEFDATA 1
    1. 2.1. Lineaire modellen 2
    2. 2.2. Informatie uit een model 2
    3. 2.3. Keuze van statistisch model en analyses 3
  4. 04 3. STAP 2: STATISTISCHE INFERENTIE 3
    1. 3.1. Sampling distribution (steekproefverdeling) 4
    2. 3.2. Centrale limietstelling (CLT) 4
    3. 3.3. Standaardfout (standard error, SE) 5
    4. 3.4. Standaardisering 6
    5. 3.5. Voorbeeld statistische inferentie: Ronald Fisher’s tea tasting experiment 7
  5. 05 4. HYPOTHESETESTEN 8
    1. 4.1. Nulhypothese testen – stappenplan 9
    2. 4.2. Toepassing 10
  6. 06 5. ERROR & POWER 10
    1. 5.1. Type-I fout (α) / false positive 10
    2. 5.2. Type-II fout (β) / false negative 12
  7. 07 6. STATISTISCHE VS PRAKTISCHE SIGNIFICANTIE 14
  8. 08 7. BETROUWBAARHEIDSINTERVALLEN 14
  9. 09 1. LINEAIRE REGRESSIE 15
    1. 1.1. Ordinary Least Squares (OLS) Method 17
    2. 1.2. Model fit 18
    3. 1.3. Sums of squares / kwadratensommen 19
    4. 1.4. T-verdeling 20
    5. 1.5. F-verdeling 20
  10. 10 2. CORRELATIEANALYSE 21
  11. 11 3. MEERVOUDIGE LINEAIRE REGRESSIE 22
    1. 3.1. Controleren voor een variabele (confounding) 24
    2. 3.2. Inferentiële proces 24
    3. 3.3. Manieren om predictoren toe te voegen 24
  12. 12 4. ASSUMPTIES LINEAIRE REGRESSIE 25
    1. 4.1. Outliers & influential cases 25
    2. 4.2. Multicollineariteit 25
    3. 4.3. Zijn de variabelen van het juiste type? 26
    4. 4.4. Hebben de variabelen variantie? 27
    5. 4.5. Geen ongewenste derde variabelen (confounding) 27
    6. 4.6. Homoscedasticiteit (homogeniteit van variantie) 28
    7. 4.7. Zijn de errors onafhankelijk? 28
    8. 4.8. Zijn de errors normaal verdeeld? 28
    9. 4.9. Is de relatie lineair en additief? 29
  13. 13 5. MODERATIE & MEDIATIE 29
    1. 5.1. Moderatie 29
    2. 5.2. Mediatie 31
  14. 14 1. LOGISTISCHE REGRESSIE 31
  15. 15 2. EXP(B) / ODDS-RATIO 34
  16. 16 3. INFERENTIE 35
  17. 17 4. MODELKEUZE & MODEL FIT 35
    1. 4.1. Maximum Likelihood Estimation (MLE) 35
    2. 4.2. Model fit: log-likelihood 36
    3. 4.3. Model fit: deviance 37
    4. 4.4. Model fit: goodness-of-fit 37
    5. 4.5. Model fit: pseudo-R2 37
    6. 4.6. Meerdere onafhankelijke variabelen 38
    7. 4.7. Categorische onafhankelijke variabelen 38
    8. 4.8. Multicategorische afhankelijke variabelen 38
  18. 18 5. ASSUMPTIES LOGISTISCHE REGRESSIE 38
  19. 19 1. T-TEST 39
    1. 1.1. T-test als lineaire regressie 39
    2. 1.2. T-test 40
    3. 1.3. Effect size 41
    4. 1.4. Assumpties 41
  20. 20 2. ONE-WAY ANOVA 42
    1. 2.1. One-way ANOVA als lineaire regressie 42
    2. 2.2. One-way ANOVA 44
    3. 2.3. Effect size 44
    4. 2.4. Omnibus vs post-hoc/contrast 45
    5. 2.5. Assumpties 46
  21. 21 3. INDEPENDENT / MULTI-WAY FACTORIAL ANOVA 46
    1. 3.1. Effect size 52
  22. 22 4. ANCOVA 52
    1. 4.1. Assumpties 55
    2. 4.2. Effect size 57
  23. 23 5. REPEATED MEASURES 57
    1. 5.1. Paired samples t-test 57
    2. 5.2. Repeated measures ANOVA 59
  24. 24 1. WAT IS PCA / FACTORANALYSE? 61
  25. 25 2. R-MATRIX & FACTORLADINGEN 63
    1. 2.1. Mathematisch weergave PCA 64
    2. 2.2. Mathematisch weergave factoranalyse 64
    3. 2.3. Factormatrix (Λ) 65
  26. 26 3. COMMUNALITEIT EN EXTRACTIE 65
  27. 27 4. ROTATIE 67
  28. 28 5. FACTORSCORES BEREKENEN 68
  29. 29 6. ASSUMPTIECHECKS 69
  30. 30 7. BETROUWBAARHEIDSANALYSE 69

Document information

Study
Uploaded on
May 9, 2026
Number of pages
70
Written in
2025/2026
Type
Summary
$15.56

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
10
Followers
1
Items
15
Last sold
2 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions