• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 90 pages
Summary

Samenvatting Analyse van mediateksten | KU Leuven | 2025/2026

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 90 pages

Dit document bevat de kernstof voor het vak Analyse van mediateksten aan de KU Leuven, gericht op communicatiewetenschappen. Het behandelt fundamentele concepten zoals waarom mediateksten belangrijk zijn, het onderscheid tussen kwantitatieve en kwalitatieve analysemethoden, definities van tekst en tekstanalyse, en praktische voorbeelden van netwerkanalyse in mediadebat. Ideaal voor voorbereiding op toetsen en voor het begrijpen van de theoretische basis van mediatekstanalyse.

Content preview

INLEIDING


1. WAAROM MEDIATEKSTEN BESTUDEREN?

Sinds de opkomst van massamedia heeft de analyse van mediateksten een centrale plaats binnen de communicatie-
wetenschappen. Mediateksten en gemedieerde communicatie geven waardevolle informatie over de samenleving.

 Ze tonen socio-culturele veranderingen.
 Ze maken machtsverhoudingen en ongelijkheden zichtbaar.
 Ze vormen bronmateriaal voor maatschappelijke fenomenen.
 Ze laten zien hoe groepen en situaties worden gerepresenteerd.
 Ze tonen hoe mensen in gemedieerde omgevingen communiceren.



Volgens Norman Fairclough (1995) zijn er 4 belangrijke redenen om mediateksten te onderzoeken:

 Teksten als sociale actie: teksten weerspiegelen de werkelijkheid niet alleen, maar geven er ook actief vorm
aan.
 Empirische bron van kennis: ze bieden inzicht in de samenleving, als alternatief voor interviews of enquêtes.
 Barometer van sociale processen (historisch perspectief): door oude en nieuwe teksten te analyseren,
kunnen maatschappelijke veranderingen zichtbaar worden.
 Ideologisch speelveld (politiek perspectief): teksten bevatten ideeën over wat wenselijk, normaal of
verwerpelijk is en spelen een rol in macht en sociale controle.



2. KWANTITATIEVE EN KWALITATIEVE ANALYSE

Kwantitatieve analyse: wat wordt er gecommuniceerd?

 Vertrekt vanuit objectivisme en positivisme.
 Analyseert grote hoeveelheden data.
 Gericht op manifeste (zichtbare) kenmerken van boodschappen.
- Wie komt aan het woord? Wat wordt getoond? Hoe vaak komt iets voor?
 Maakt generaliseerbare uitspraken mogelijk.
 Wordt gezien als systematisch en betrouwbaar.


Kwalitatieve analyse: hoe en waarom wordt er gecommuniceerd?

 Vertrekt vanuit constructivisme en interpretativisme.
 Bestudeert betekenisgeving in context en detail.
 Gericht op latente (onderliggende) elementen.
 Analyseert hoe boodschappen betekenis krijgen.



Mediateksten zijn een middel om de maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen. Ze kunnen niet los gezien worden
van hun sociale en culturele context.

 Ze worden geproduceerd binnen machtsstructuren (bijv. mediabedrijven)
 Ze beïnvloeden maatschappelijke debatten.
 Ze zijn zelf onderdeel van sociale processen.




Kwantitatieve en kwalitatieve methoden zijn niet tegengesteld. Ze kunnen worden gecombineerd in mixed methods.

,  Eerst een grootschalige inhoudsanalyse.
 Daarna verdieping via kwalitatieve analyse, interviews of focusgroepen.

=> levert rijkere en diepere inzichten op.



3. WAT IS EEN TEKST(ANALYSE)?

Tekst

 Een georganiseerde verzameling woorden.
 Een literair product (bijv. een gedicht).
 Een georganiseerde verzameling tekens: woorden, klanken, beelden, …

De term ‘tekst’ is dus breder dan alleen geschreven taal. Ook een film, muziekvideo, afbeelding, graffiti of zelfs
kledingstijl kan als tekst worden gezien, omdat ze betekenissen, waarden en overtuigingen overdragen.


Tekstanalyse verwijst naar methoden om te onderzoeken.

 Hoe teksten betekenis creëren.
 Welke betekenissen ze produceren.

Sommige studies analyseren één specifieke tekst diepgaand, maar meestal is vergelijking van meerdere teksten nodig
om gefundeerde conclusies te trekken. Een tekst moet altijd in zijn sociale en culturele context worden geanalyseerd.


De gekozen analysemethode hangt af van:

 Het type tekst (artikel, film, sociale media, speech, ...)
 Het doel van het onderzoek.

Bij geschreven teksten kan men focussen op structuur en vertelperspectief. Bij films eerder op dialogen, geluid,
beeldgebruik en cameratechnieken.



4. OMGAAN MET TEKSTEN

Twee manieren om naar mediateksten te kijken: (deze benaderingen zijn niet noodzakelijk tegengesteld)

 Teksten als reflectie van de werkelijkheid: media tonen wat er gebeurt.
- Media functioneren als een spiegel van de werkelijkheid.
- Vooral bij informatieve en journalistieke media.
- Sluit aan bij een kwantitatieve benadering.

 Teksten als constructies van de werkelijkheid: media geven niet gewoon weer, ze creëren betekenis.
- Media geven de indruk de werkelijkheid te tonen, maar zijn in feite representaties.
- Ze zijn selectieve en cultuurspecifieke constructies.
- Sluit aan bij een kwalitatieve benadering.

Representaties worden beïnvloed door:

- Technische mogelijkheden van de zender.
- Opvattingen van mediamakers.
- Media-conventies en normen.
- Sociale en culturele context.

Encoding/Decoding – Stuart Hall (1980)

,  Encoding: de zender codeert een boodschap met een bedoelde betekenis (preferred meaning) en houdt
rekening met een verondersteld publiek (implied audience).
 Decoding: het publiek interpreteert de boodschap vanuit zijn eigen sociale, culturele en historisch context.
Betekenis ontstaat pas wanneer de ontvanger de tekst gebruikt.


Hall stelt dat mediateksten polysemisch zijn: ze kunnen verschillend geïnterpreteerd worden.

3 vormen van interpretatie/decodering:

 Dominante lezing (preferred reading): publiek aanvaardt de bedoelde betekenis.
 Onderhandelde lezing (negotiated reading): gedeeltelijke aanvaarding, aangepast aan eigen context en
ervarignen.
 Oppositionele lezing (aberrante decodering): het publiek geeft een tegengestelde betekenis.



Mediateksten zijn selectieve, cultureel gevormde representaties van de werkelijkheid. Betekenis ligt niet vast in de
tekst zelf, maar ontstaat in de wisselwerking tussen maker en publiek.



5. REPRESENTATIE

= het gebruik van taal om op een betekenisvolle manier iets te zeggen over de wereld, of om de wereld betekenisvol
voor te stellen aan anderen. (Hall, 1997)


Belangrijke kenmerken van representatie

 Ideologisch component
- Er zijn meerdere representaties mogelijk van dezelfde realiteit.
- Media maken keuzes (selectieproces).
- Wat getoond of weggelaten wordt, beïnvloedt hoe de werkelijkheid wordt voorgesteld.

=> representaties zijn nooit neutraal.

 Betekenis zit niet in woorden zelf
- Betekenis is niet eigen aan taal.
- Betekenis wordt gevormd door taalgebruikers.
- Daarom is een sociaal gedeelde code nodig (taal + referentiekader).

Dit referentiekader noemt Hall conceptual maps: gedeelde mentale kaders waarmee we de wereld begrijpen.



Drie benaderingen van taal en werkelijkheid

 Reflectieve (mimetische) benadering: taal weerspiegelt rechtstreeks de werkelijkheid.
- Bijv. een hond is een viervoeter, heeft een vacht, blaft, …
 Intentionele benadering: taal drukt uit wat de zender bedoelt.
- Bijv. een hond wordt voorgesteld als eng, knuffelbaar, de beste vriend van de mens, …
 Sociaal-constructivistische benadering: taal produceert en vormt betekenis via gedeelde conceptuele
kaders.
- Bijv. een hond kan cultureel begrepen worden als een huisdier, bescherming, een gezinslid, …
- In sommige culturen is een hond een gezinslid, in andere eerder een waakhond.

, Taal is ruimer dan woorden. Elk geluid, beeld of object dat als teken functioneert binnen een systeem van andere
tekens kan als taal worden gezien.

 Bijv. geschreven tekst, muziek, kledingstijl, gebaren, verkeerslichten, …
 Deze tekens representeren de concepten in onze mentale kaders.



Representatie is een proces, het verbindt 3 elementen.

 De dingen die we willen communiceren.
 Onze conceptuele kaders (mentale referentiekaders). Samen maken ze betekenis
 De tekens (taal) die we gebruiken. mogelijk.



6. IDEOLOGIE

= georganiseerde overtuigingssystemen of waardenstelsels die via communicatie worden verspreid en versterkt, vaak
via representaties in media (McQuail & Deuze, 2020).


Politics of representation (Chris Baker): media bepalen mee hoe groepen, ongelijkheden en machtsrelaties worden
voorgesteld.


Doel van ideologische analyse

 Dominante ideologieën ontmaskeren.
 Tegenhegemonische ideeën identificeren (= ideeën die dominante machtsstructuren uitdagen).

Ideologische analyse kan gaan over klassenongelijkheid, maar ook over gender, etniciteit, LGBTQ+, …



(Neo)marxistische visies op media en ideologie:

 Karl Marx & Friedrich Engels
- De dominante klasse controleert niet alleen productie, maar ook ideeën.
- Media helpen dominante ideologie verspreiden.
- Deze ideologie moet ontmaskerd worden.
 Frankfurter Schule (Adorno, Horkheimer, Marcuse, Benjamin, Habermas)
- Zeer kritisch en pessimistisch over massamedia.
- Publiek wordt als passief gezien.
- Media versterken dominante ideologie en massacultuur.
 Antonio Gramsci
- Introduceert hegemonie (= het stilzwijgend overnemen van de visie van de machtigen als de normale
manier van denken).
- Macht werkt via consensus (“common sense” = wat de meeste mensen als waar ervaren).
- Media presenteren dominante ideeën als vanzelfsprekend en natuurlijk.
 Louis Althusser
- Media zijn ideologische staatsapparaten. Ze beïnvloeden mensen via ideeën, normen en waarden, niet
door dwang.
- Ze reproduceren de dominante ideologie.
- Toch relatief autonoom: er is soms ruimte voor afwijkende stemmen.

Table of contents

  1. 01 1. WAAROM MEDIATEKSTEN BESTUDEREN? 1
  2. 02 2. KWANTITATIEVE EN KWALITATIEVE ANALYSE 1
  3. 03 3. WAT IS EEN TEKST(ANALYSE)? 2
  4. 04 4. OMGAAN MET TEKSTEN 2
  5. 05 5. REPRESENTATIE 3
  6. 06 6. IDEOLOGIE 4
  7. 07 7. SEMIOTIEK 6
    1. 7.1. Wat is semiotiek? 6
    2. 7.2. Drie betekenissystemen 7
    3. 7.3. Semiotische analyse 8
    4. 7.4. Grenzen van semiotiek 10
    5. 7.5. Kernbegrippen semiotiek 10
    6. 7.6. Betrouwbaarheid en transparantie 10
  8. 08 1. DEFINITIE EN CENTRALE BEGRIPPEN 11
    1. 1.1. Betekenisconstructie is sociaal 11
    2. 1.2. Betekenisconstructie is multimodaal 11
    3. 1.3. Tekensystemen zijn latent 12
  9. 09 2. WAARVOOR KAN DEZE ANALYSE GEBRUIKT WORDEN? 12
  10. 10 3. METHODISCHE UITWERKING 13
    1. 3.1. Strategische selectie van het materiaal 14
    2. 3.2. Modi en hulpbronnen identificeren 14
    3. 3.3. Analyse van modi 15
    4. 3.4. Contextuele analyse 17
    5. 3.5. Geïntegreerde analyse van de multimodale communicatieve handeling 17
  11. 11 4. DISCUSSIE 18
  12. 12 1. MEDIA ALS MANIPULATIE: MARXISME EN IDEOLOGIE 18
    1. 1.1. Marxisme: kritische media-analyse 18
    2. 1.2. Ideologie: Marx, Gramsci & Althusser 20
    3. 1.3. Evolutie in mediakritische perspectieven 21
  13. 13 2. STUART HALL: ENCODING/DECODING 22
    1. 2.1. Achtergrond 23
    2. 2.2. Tekstuele analyse in context 24
    3. 2.3. Halls encoding/decoding model 25
  14. 14 3. MIJLPALEN IN PUBLIEKSONDERZOEK 26
    1. 3.1. Drie generaties publieksonderzoek 26
  15. 15 4. DRIE BELANGRIJKE KLEMTONEN IN PUBLIEKSONDERZOEK 27
    1. 4.1. Focus op de alledaagse context van mediagebruik 28
    2. 4.2. Focus op decoding 28
    3. 4.3. Focus op media in “contexts of social actions” 29
    4. 4.4. Onderzoeksmethoden 29
  16. 16 5. TOEPASSING ENCODING/DECODING MODEL: MORMON ‘FAMILY VALUES’ VERSUS TELEVISION 29
    1. 5.1. Theoretisch kader 29
    2. 5.2. Onderzoeksvragen 30
    3. 5.3. Methode 30
    4. 5.4. Resultaten 30
  17. 17 6. TOEPASSING “PRODUCTION TEXT IN CONTEXT”: CNN VS BBC 30
    1. 6.1. Situering van CNN 31
    2. 6.2. Strategie en missie van CNN 31
    3. 6.3. Horizontale organisatie van CNN 31
    4. 6.4. CNN als outsider en underdog 32
    5. 6.5. BBC: publieke financiering maakt het verschil 32
    6. 6.6. “The best in business” (BBC) 32
  18. 18 1. WAAROM IS TEKSTANALYSE BELANGRIJK? 32
    1. 1.1. Representatie en ‘realiteit’ 32
    2. 1.2. Voorbeeld 1: representaties van sociale klasse in mediateksten 33
    3. 1.3. Voorbeeld 2: representaties van gender in mediateksten 34
  19. 19 2. WAT IS KWANTITATIEVE EN KWALITATIEVE TEKSTANALYSE? 34
    1. 2.1. Doel van tekstanalyse 35
    2. 2.2. Kwantitatieve versus kwalitatieve tekstanalyse 35
  20. 20 3. TYPOLOGIEËN VAN KWALITATIEF ONDERZOEK 36
    1. 3.1. Achtergrond 36
    2. 3.2. Retorische analyse 36
    3. 3.3. Narratieve analyse 36
    4. 3.4. Discoursanalyse 36
    5. 3.5. Interpretatieve analyse 37
  21. 21 4. EEN LOGIC VOOR INTERPRETATIEVE TEKSTANALYSE (PLEIJTER, 2006) 37
    1. 4.1. Waarom belangrijk? 37
    2. 4.2. Zes fasen van interpretatieve tekstanalyse 37
  22. 22 5. GROUNDED THEORY (GLASER & STRAUSS) 38
    1. 5.1. Wat is Grounded Theory? 38
    2. 5.2. Open coding 38
    3. 5.3. Axial coding 39
    4. 5.4. Selective coding 39
    5. 5.5. Kritiek op Grounded Theory 39
  23. 23 6. TEKSTANALYSE IN CONTEXT: TABLOIDISERING VAN NIEUWS (ESSER, 1999) 39
    1. 6.1. Wat is tabloidisering? 39
    2. 6.2. Historisch perspectief 40
    3. 6.3. Vergelijking VK – Duitsland 40
    4. 6.4. Gevolgen van tabloidisering 40
  24. 24 1. HISTORISCH EN TECHNISCH PERSPECTIEF 41
    1. 1.1. Inleiding 41
    2. 1.2. Argumentatietheorie 42
    3. 1.3. Case study: genetisch gemodificeerde sojabonen 45
    4. 1.4. Argumentatieanalyse als inhoudsanalyse 45
  25. 25 2. TOEPASSING: ANALYSE SPEECHES OBAMA 47
    1. 2.1. Context 47
    2. 2.2. Compositie van Obama’s speeches 48
    3. 2.3. Proverbs (spreekwoorden) in Obama’s speeches 49
    4. 2.4. Somatic phrases / somatische uitspraken 51
    5. 2.5. Voorbeelden van Obama’s speeches 51
  26. 26 3. TOEPASSING: RECLAMETEKSTEN 51
    1. 3.1. Analysemodel 51
    2. 3.2. Hard sell en soft sell als positioneringsstrategieën 53
  27. 27 1. OORSPRONG EN DEFINITIES 55
  28. 28 2. TOEPASSINGSGEBIED 56
  29. 29 3. TYPES VAN NARRATIEVE STRUCTUREN 57
    1. 3.1. Episodische vertelstructuur 57
    2. 3.2. Driedelige structuur (three-act structure) 58
    3. 3.3. Catalogeren van vertellingen: genres 59
    4. 3.4. Personages 59
    5. 3.5. Werkelijkheidsvoorstelling 60
    6. 3.6. Vertellers 60
  30. 30 4. AAN DE SLAG 62
  31. 31 5. CONVERSATIEANALYSE 62
    1. 5.1. Centrale principes en kernbegrippen 62
    2. 5.2. Toepassing: online interactie (COVID-19, Zoom) 63
  32. 32 1. WAT IS FRAMEANALYSE? 63
  33. 33 2. FRAMEANALYSE UITVOEREN 65
    1. 2.1. Inductieve analyse 65
    2. 2.2. Deductieve analyse 67
  34. 34 3. PRAKTIJKVOORBEELD 1: FRAMING VAN DE EUROPESE UNIE 68
  35. 35 4. PRAKTIJKVOORBEELD 2: FRAMING VAN PIM FORTUYN 69
  36. 36 5. PRAKTIJKVOORBEELD 3: FRAMING VAN DE EUROCRISIS 69
  37. 37 6. PRAKTIJKVOORBEELD 4: FRAMING VAN DISCRIMINATIE 70
  38. 38 1. WAT IS EEN DISCOURSANALYSE? 71
    1. 1.1. Analyseren van discours 73
  39. 39 2. CASE STUDY: DEATH OF THE DAD (MELANIE PHILIPS) 75
  40. 40 3. KRITISCHE DISCOURSANALYSE (CDA) 76
    1. 3.1. Theoretisch kader 76
    2. 3.2. Werkwijze CDA 77
  41. 41 4. CASE STUDY: AI GENERATED IMAGES OF DEMENTIA 78
  42. 42 5. DISCURSIEVE PSYCHOLOGIE (DP) 79
  43. 43 1. WAT ZIJN CORPORA? 81
  44. 44 2. COLLOCATIES IN CORPUSANALYSE 82
    1. 2.1. Thesaurusscore (0-1) 83
    2. 2.2. Gelijkenis met frameanalyse (Entman) 83
  45. 45 3. TOEPASSING: POLITIEKE POSTS OVER MIGRATIE 84
  46. 46 4. ICANDID-DATAHUB 86
  47. 47 1. TEKSTEN ALS NETWERKEN 86
  48. 48 2. SOCIALE NETWERKANALYSE 87
    1. 2.1. X-netwerkanalyse 87
    2. 2.2. Micro-, meso- en macroniveau 88
    3. 2.3. Gephi 89
  49. 49 3. CASE STUDY: FACHKRÄFTEMANGEL-DEBAT 89

Document information

Study
Uploaded on
May 9, 2026
Number of pages
90
Written in
2025/2026
Type
Summary
$15.56

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
10
Followers
1
Items
15
Last sold
2 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions