Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 1 out of 21 pages
Other

Begrippenlijst Psychologie Een Inleiding

Document preview thumbnail
Preview 1 out of 21 pages

Begrippenlijst Psychologie Een Inleiding 7e editie, ISBN: 167 Hoofdstukken: 1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14

Content preview

Aandacht  een proces waarbij het bewustzijn zich concentreert op één item of ‘chunk’ in het
werkgeheugen.
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)  een psychische stoornis die wordt
gekenmerkt door gebrekkige impulscontrole, problemen met het concentreren op een taak
gedurende een langere tijdsperiode, snel afgeleid zijn en overmatige activiteit.
Aangeleerde hulpeloosheid  een verschijnsel waarbij iemand geleerd heeft negatieve
gebeurtenissen toe te schrijven aan zijn eigen persoonlijke gebreken of aan externe omstandigheden
waarover hij zelf geen controle denkt te hebben. Van mensen met aangeleerde hulpeloosheid wordt
gedacht dat ze een extreme externe locus of control hebben.
Aangeleerde hulpeloosheid  een verschijnsel waarbij iemand geleerd heeft negatieve
gebeurtenissen toe te schrijven aan zijn eigen persoonlijke gebreken of aan externe omstandigheden
waarover hij zelf geen controle denkt te hebben. Van mensen met aangeleerde hulpeloosheid wordt
gedacht dat ze een extreem externe locus of control hebben.
Absolute drempel  hoeveelheid stimulatie die nodig is voordat de stimulus wordt opgemerkt. In de
praktijk houdt men aan dat de stimulus de helft van het aantal pogingen moet worden opgemerkt.
Actief herhalen door verbanden te leggen (elaboratie)  een proces van het werkgeheugen waarin
informatie actief wordt herzien en verbonden met kennis die al in het langetermijngeheugen is
opgeslagen.
Activatiehypothese  theorie die stelt dat dromen beginnen met willekeurige elektrische activatie
vanuit de hersenstam. Dromen zouden niet meer zijn dan een poging van e hersenen om deze
willekeurige activiteit betekenis te geven (synthetiseren).
Acute stress  een tijdelijk, kortdurend, patroon van arousal als reactie op een stressor, met een
duidelijk begin en een beperkte duur.
Affect  term die verwijst naar een emotie of stemming.
Affectieve stoornis met seizoensgebonden patroon (SAD)  vorm van depressie waarvan men
aanneemt dat ze wordt veroorzaakt door een gebrek aan zonlicht.
Afhankelijke variabele  de variabele die wordt gemeten of geobserveerd. Binnen een experiment
wordt de afhankelijke variabele door het manipuleren van de onafhankelijke variabele beïnvloed. De
eventuele variatie in de waarde van de afhankelijke variabele is het effect waarin de onderzoeker
Afweer  inspanningen verrichten om de symptomen van stress of het bewustzijn van stress te
verminderen.
Agorafobie  angst voor openbare plaatsen en open ruimten; komt vaak voor bij patiënten met een
paniekstoornis.
Akoestisch coderen  de omzetting van informatie in geluidspatronen in het werkgeheugen.
Alarmfase  het eerste stadium van het aanpassingssyndroom, waarin het lichaam zijn hulpbronnen
mobiliseert om de stressor het hoofd te bieden.
Algemeen aanpassingssyndroom  algemeen patroon van lichamelijke responsen waardoor het
lichaam in essentie op elke ernstige chronische stressor op dezelfde manier reageert.
Algemene of g-factor  een algemene vaardigheid, volgens Spearman de hoofdactor die de basis
vormt van alle psychische activiteiten, dus ook van intelligentie.
Algoritme  procedure of formule om een probleem op te lossen die, als hij goed wordt toegepast,
een correcte uitkomst garandeert.
Ambigu figuren  afbeelding die op meer dan één manier geïnterpreteerd kan worden.
Amplitude  de fysische sterkte of intensiteit van een geluidsgolf. Gewoonlijk meet men de afstand
tussen de piek en het dal van de grafiek van de golf.
Analyse van overdracht  Freudiaanse techniek waarbij de relatie tussen patiënt en therapeut
wordt geanalyseerd en geïnterpreteerd. Gebaseerd op het idee dat deze relatie een weerspiegeling
vormt van onopgeloste conflicten uit het verleden van de patiënt.
Anchoring bias  foutieve heuristiek waarbij je een schatting baseert (verankert) op informatie die
niets met het probleem te maken heeft.

Document information

Study
Uploaded on
May 17, 2021
Number of pages
21
Written in
2020/2021
Type
Other
Person
Unknown
$6.57

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
5
Followers
4
Items
5
Last sold
3 year ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions