Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 70 pages
Summary

Samenvatting Psychopathologie bij kinderen en adolescenten | Open Universiteit | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 70 pages

Dit is dé samenvatting van de negende editie van Abnormal Chidl and Adolescent Psychologie voor het vak Psychopathologie bij kinderen en adolescenten aan de Open Universiteit, gericht op de variant Klinische kind- en jeugdpsychologie. Deze samenvatting behandelt alle tentamenstof, d.w.z. hoofdstuk 6 t/m 13 uit het boek én de aanvullende artikelen die in de leeromgeving worden aangeboden. In tegenstelling tot veel andere samenvattingen, is deze overzichtelijk, veel met kleur gewerkt (wat je helpt om beter en sneller te onthouden!), bevat het schema's en afbeeldingen én geeft het een volledig beeld van de tentamenstof in 63 pagina's. Dat klinkt lang, maar dat is het zeker niet (gezien het aantal artikelen en de dikte van het boek). Ik heb zelf geleerd aan de hand van deze samenvatting en had een 8,6 :):). Succes met leren!

Content preview

Thema 1: Angst en obsessieve-compulsieve stoornissen

Internaliserende stoornissen: emotionele problemen die kinderen vaak zelf oplossen
(spelen van binnen). Denk aan angst, teruggetrokkenheid, depressiviteit en
psychosomatische klachten.

Diagnostische classificaties: fobieën, obsessies, dwanghandelingen, angststoornissen,
depressie, stemmingsstoornissen (DSM)

Veel discussie over relatie met of onderscheid in diagnostische criteria:
1. Risicofactoren dragen bij aan meerdere stoornissen
2. Comorbiditeit is frequent
3. Sommige stoornissen zijn mogelijk verschillende uitingen van dezelfde
aanleg, beïnvloed door omgeving/cultuur. Bv meer Latino kinderen die last
hebben van separatieangst en/of somatische/fysiologische symptomen

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
Angst (Anxiety): toekomstgerichte emotie → bezorgdheid, onvoorspelbaarheid, snelle
focusverschuiving naar mogelijk gevaarlijke gebeurtenis of eigen affectieve respons
naar die gebeurtenis.
Vrees (Fear): reactie op directe bedreiging → alarmreactie
Reacties op bedreiging (zowel bij angst als vrees):
1. Gedrag: vluchten, trillende stem, ogen dicht
2. Cognitie: gedachten om bang te zijn, zelfspot, beelden van letsel
3. Fysiologie: hartslag, adem, spierspanning, maagklachten
Zorgen (Worry): cognitieve component van anxiety, zijn opgedrongen gedachten over
mogelijk negatieve uitkomsten die moeilijk controleerbaar zijn

Grootste uitdaging is onderscheiden of angst normaal/veelvoorkomend is, of
persisterende stoornis met atypische kenmerken.

Normale zorgen, vrees en angsten
Kinderen ervaren veel zorgen en angsten, vaak onderschat door ouders.
Geslacht, leeftijd en cultuur:
o Meisjes ervaren meer angsten en met grotere intensiteit
o Verwachtingen over rol van geslacht kunnen gedeeltelijk zijn
verantwoordelijk voor deze verschillen
o Aantal/intensiteit van angst neemt af met leeftijd

Leeftijdspecifieke angsten (komt overeen in verschillende culturen):
o 6–9 maanden: vreemden
o 2 jaar: denkbeeldige wezens
o 4 jaar: donker
o Oudere kinderen: sociale angst, faalangst

Fear Survey Schedule for Children (FSSCR): onderzoeksinstrument naar angststimuli
en -situaties.

Classificatie volgens de DSM: opgenomen zijn separatieangst (Separation Anxiety
Disorder), specifieke fobie, sociale angststoornis (sociale fobie), selectief mutisme,




1

,paniekstoornis, agorafobie, gegeneraliseerde angststoornis. Bij kind of adolescent kan 1
of meer worden vastgesteld.

Empirische benadering: empirische systemen die subcategorieën van
internaliserende stoornissen bevatten. Bij internaliserende stoornissen wordt vaak het
angst/depressie syndroom gezien > mogelijk verschijnen symptomen van
angst/depressie vaak tegelijk.

Onbehandelde angststoornissen → chronisch verloop + extra moeilijkheden

Epidemiologie van angststoornissen
 Prevalentie: 2,5 – 12% of hoger (meest voorkomende stoornissen bij kk en
adolescenten)
 Meisjes iets hoger risico
 Vaak persisterend in puberteit, vaak comorbide met andere stoornissen




 Meestvoorkomende zijn specifieke fobie, sociale angststoornis en GAS.

Specifieke fobie: angst of vrees voor bepaald object of situatie.




Sociale angststoornis (sociale fobie): is gericht op sociale of evaluatiesituatie (dus
niet op object of andere situatie zoals bij andere fobie). Typisch kenmerk is de angst om
iets beschamends of vernederends te doen. Kan voor kinderen zowel in bijzijn van
volwassenen als in bijzijn van andere kinderen zijn.

Diagnostische criteria
1. Directe angstreactie ontstaat bijna altijd bij blootstelling aan fobische stimulus
2. Persoon moet vermijden of lijdt bij elke blootstelling aan angst of stress
3. Disproportioneel t.o.v. risico
4. Persisterend (6 maanden of meer)
5. Veroorzaakt significant probleem/lijden op gebied van routine,
schoolprestaties of sociale relaties

Beschrijving
 Vrezen sociale activiteiten en situaties
 Gedragscomponent: vermijding van sociale situaties




2

,  Cognitief component: bang voor negatieve beoordeling/vernedering. Evalueren
prestatie als negatief en interpreteren oordeel van anderen als kritisch en
afwijzend
 Lichamelijk component: onrust, blozen, zweten, buikpijn
 Effect: schooluitval, lage zelfwaardering, eenzaamheid

Selectief mutisme (SM): niet spreken in specifieke sociale situaties (bv in klaslokaal),
spreken in andere omgevingen wel (bv thuis of als er niemand bij is).

 Ontstaan: 2,5 – 4 jaar (kan onopgemerkt blijven tot 5 jaar)
 Worden vaak omschreven als verlegen, teruggetrokken, angstig, soms
taalproblemen. Kunnen koppig, ongehoorzaam en oppositioneel gedrag laten zien
 Ontstaat door omgevings- en genetische factoren. Vaak comorbide met
sociale angst (90–100%), wordt soms ook gezien als extreme vorm hiervan

Epidemiologie
 Kinderen: 1 – 2%, adolescenten: 3 – 4%
 14,9% klinische setting krijgt diagnose sociale angst
 Ontstaat in midden tot laat adolescentie (kan ook eerder ontstaan maar wordt
vaak over het hoofd gezien door laten zien van gewenst gedrag)
 Hoge comorbiditeit, drie hoogste zijn: GAS (73%), separatieangst stoornis (51%),
specifieke fobie (36%).

Ontwikkelingsbeloop
 6 maanden – 3 jaar: vreemdenangst of angst voor verlating (zelfbewustzijn
nodig voor sociale angststoornis, ontwikkelt zich later)
 4 – 5 jaar: beschaamd voelen
 Vanaf 8 jaar: perspectief van anderen kunnen visualiseren → zorgen over
beoordeling
 Late kindertijd/adolescentie: zelfbewustzijn + perspectief van anderen
kunnen zien + bewustzijn dat gedrag of verschijning basis vormt voor
andermans evaluatie = voorwaarde voor sociale angst

Sociale angst komt vaak voor onder jongeren (adolescenten). Moeilijk om normale en
abnormale angst van elkaar te scheiden. Voorwaarden:
1. Bijna constant aanwezig
2. Veroorzaakt duidelijk lijden
3. Het hebben van intense angst
4. Verstoort het dagelijks functioneren significant

Separatieangststoornis (SAD): angst om gescheiden te worden van bepaald
hechtingsfiguur of huis. Diagnose & classificatie:
 Angst gescheiden te zijn van hechtingsfiguur/huis
 Omvat 8 symptomen, waaronder angst voor het scheiden van/alleen zijn
zonder of zorgen over het overkomen van kwaad zonder deze hechtingsfiguur,
schoolweigering.
 Ook sprake van aanhoudend en overmatige zorgen/lijden, slaap- en fysieke
problemen
 DSM: minstens 3 van 4 criteria, tenminste afgelopen 4 weken + significante
lijdensdruk/beperkingen

Beschrijving



3

,  Kleine kinderen: volgen ouders, nachtmerries, somatische klachten
 Oudere kinderen: ziekte-angst, apathie, depressie, terughoudend in activiteiten,
automutilatie om separatie te voorkomen, in uitzonderlijke gevallen suïcide

Epidemiologie
 3 – 12% jongeren, één van meest voorkomende stoornissen bij kinderen jonger
dan 12 jaar
 Prevalentie hoger onder kinderen dan adolescenten
 Meest comorbide met GAS

Ontwikkelingsbeloop
 Vaak spontaan afnemend
 Persistente separatieangst → later risico depressie




Schoolweigering: geen diagnose maar (vaak) symptoom van separatie angststoornis.
Schoolweigering is multi-causaal en heterogeen. Classificeer aan de hand van
functieanalyse (zie afbeelding): kijken naar ontstaansfactoren/functie van gedrag
ipv symptomen. Bv; niet naar school willen om bv rit er naartoe te vermijden, angst voor
negatieve beoordeling vermijden, aandacht trekken van anderen (ouders), manier om
iets leuks te doen (tv kijken/gamen).

Adolescenten en schoolweigering: signalen van depressie, lopen achter met
schoolwerk, blijven zitten, problemen met leeftijdsgenoten. Ontstaan; door life events (bv
overlijden, ziekte, veranderen van school, verhuizen)

Verschil met spijbelen: spijbelaars zijn niet excessief angstig, wisselend afwezig en
ouders zijn niet op de hoogte. Schoolweigeraars zijn continu afwezig, ouders zijn op de
hoogte.

Epidemiologie & ontwikkelingsbeloop
 1 – 2% jongeren, in klinische setting 5%
 Bij jonge kinderen speelt separatieangst een rol, bij adolescenten
depressie/complexer beeld van angstige/depressieve klachten
 Behandeling: CGT met exposure, aanleren coping strategieën,
training/advies voor ouders en leraren

Gegeneraliseerde angststoornis (GAS): overmatige angst/zorgen over
gebeurtenissen of activiteiten. Niet gebonden aan bepaald type situatie. Deze
angst/zorgen moet volgens DSM worden geassocieerd met 1 van onderstaande 6
symptomen (voor volwassenen minimaal 3)



4

Connected book
 image
Publisher: januari 2014 ISBN: 9780133766981 Edition: 8

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 6 t/m 13
Uploaded on
May 3, 2026
Number of pages
70
Written in
2025/2026
Type
Summary
$14.94

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
17
Followers
4
Items
11
Last sold
2 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions