Inleiding P3
ECTS fiche voor leerdoelen bekijken
Deel 1 en 2 ook examen juni
Boek essential cell biology
Membraantransport
Inleiding
● Zonder membraantransport geen leven, spiercontractie, …
● Calcium-ionen getransporteerd zeer belangrijk
○ Maakt spiercontractie mogelijk bij transport
● Membraan is barriere en houd dingen tegen→hoe dan doorlaten?
● Andere ionen zoals na, k, o2/co2, metabolieten…
● Import en export moleculen 1
● Signaaloverdracht zenuwen en spieren 2
○ Hoe komen deze signalen de cel binnen?
● Herhaling membranen
○ Membraan opbouw:
○ 3 soorten, hydrofiele hoofden, hydrofobe staart
■ Fosfolipiden, sterolen, glycolipiden
○ Heel vloeibaar→Lipiden niet vastgeankerd
○ Flexibel, asymmetrisch, versteviging door cel
○ Semi-permeabel (selectief), laterale diffusie
○ Wat gaat er vlot door→Kleine niet polaire moleculen, H2O
○ Andere essentiële zaken geraken er niet zomaar door (AZ, ionen)
■ Afhankelijk van helpereiwitten
■ Wordt gefaciliteerd door membraaneiwit
■ Ionen niet energetisch gunstig om te verplaatsen
■ Als ionen verplaatst ook lading verplaatsing
■ Eiwitten die erdoor zitten, partieel erdoor, sommige zorgen voor kanalen
■ Eiwitten in de membraan die de functie hebben om stoffen te verdelen
, ○ Deze eiwitten verbonden met cruciale celprocessen
○ Verdeeld in 4 hoofdcategorieën
○ Transporteiwitten maken gecontroleerde uitwisseling mogelijk
■ Laten sommige dingen door
○ Kijk foto pagina 11
○ Gradiënten verschil concentratie binnen en buitenzijde
○ Transport kan in 1 richting of in 2 richtingen
● Ionenconcentratie verschilt sterk binnen en buiten de cel
○ Ongelijke verdeling binnen en buiten de cel natrium en kalium
○ Kijk foto ionenconcentratie binnen en buiten de cel
○ De cel is negatief geladen→-70 mV
○ Ook lading gradiënt in de cel en positief in de buitenkant
○ De ionenconcentraties zijn niet genoeg om uit te leggen waarom de cel negatief
geladen is
● De elektrochemische gradiënt
○ Veel glucose extracellulair
○ Wijst ALTIJD van hoge naar lage concentratie
○ Glucose heeft geen pos/neg lading→voelt niets van membraanpotentiaal→Elektrische
spanning over de membraan van een cel
○ Bv natrium→Hoog buiten en laag binnen
■ →Natrium wilt intracellulair→Bergaf
■ Positief geladen deeltje voelt membraanpotentiaal→Aantrekking om naar daar te
gaan door negatieve lading van de cel
■ Zowel concentratiegradiënt als ladingsgradiënt wijzen in dezelfde richting VOOR NA
■ Elektrochemische component heeft 2 componenten
● =concentratiegradiënt plus ladingsgradient
○ Bv Kalium
■ zit vooral intracellulair→Wil naar buiten
■ Ook membraanpotentiaal→Niet zomaar neiging te ontsnappen
■ Ladingsgradiënt is tegengesteld→Positief deeltje dat naar positief wilt
○ Elektrochemische component als geladen, ook membraan potentiaal
○ Niet geladen deeltjes volgen alleen concentratiegradiënt
○ Dit bepaald de richting van de deeltjes
○ Kijk voorbeeld natrium en kalium p 16 !!!
■ Grote pijl verschillend waarom
■ De richting van de pijl zegt in welke richting er passief transport zou mogelijk zijn
○ Je kan de cel meer of minder negatief maken door elektrochemische gradiënt
○ ECG voor ieder ion anders
○ Ladingsgradeint gaat altijd naar tegengestelde lading
○ ECG NIET omdat→concentratiegradiënt+ladingsgradiënt
○ Membraanpotentiaal = Spanningsverschil binnen en buiten de cel
○ Concentratiegradiënt = verschil in concentratie binnen en buiten de cel
, ● Passief en actief transport
○ Passief→In deze richting zou spontaan transport kunnen plaatsvinden→Downhill
■ Volgt de ECG
○ Actief→Energie afhankelijk transport→Uphill
■ Tegen de ECG
■ Gradient uitbouwen→bv weinig gaat naar veel ipv omgekeerd
○ Carriers→Passief (GD) of actief (Sec)
○ pompen→Actief
○ Kanalen→Passief
Actief transport
● Primair actief transport
○ ATP-afhankelijk (Na/K pomp)
○ Ook bv licht→Niet bij de mens
○ Gewoon E afhankelijk
● Secundair actief transport (gekoppeld transport)
○ Gebruiken ongelijke verdeling→Na wilt passief terug de cel binnen
○ Pot E komt vrij→Wordt gebruikt om andere stof tegen de ECG te verplaatsen
● Vind je overal terug in de cel→Ook in endomembranen
● Elk typen membraan bevat een eigen set membraantransportprotëinen
● →DIt zorgt voor unieke ongelijke chemische samenstelling
Types membraantransport→KIJK TABEL
● Simpele diffusie
○ Semipermeabele membraan→Volgt spontaan ECG
■ Kleine polaire en apolaire stoffen, ongeladen opgeloste moleculen
○ →Geen transporteiwit nodig
○ bv O2
■ Gaat van buiten naar binnen de cel→Concentratie is lager in cellen
■ Kan spontaan door de membraan
○ Belangrijk voor cellulaire ademhaling en waterhuishouding
○ Hoe meer van een stof hoe sneller de diffusie zal gaan→LINEAIR verband
, ● Gefaciliteerde diffusie
○ Bv glucose transporters (GLUT)→Belangrijkste voorbeeld
■ 4 verschillende soorten→GLUT1-4
● 1→Overal
● 2→Lever en pancreas
● 3→Neuronen
● 4→Spiercellen
■ 12 transmembraan helices
■ adhv helper eiwit
■ Omdat niet geladen alleen concentratiegradiënt
■ Enige reden dat glucose naar binnen gaat is afhankelijk van ECG
○ Glucose bindt waar er veel glucose is→Glucose 6 fosfaat via hexokinase
○ Enkel glucose volgt de ECG→Door omzetting blijft de concentratie glucose laag in de
cel→Na hexokinase een andere stof
○ Michaelis-Menten kinetiek
■ VMAX→Botst op limiet
■ Simpele diffusie sneller dan gefaciliteerde diffusie voor hogere concentraties
■ Gefaciliteerd handig voor lage concentraties
■ Km→Maat voor de affiniteit→Hoe gemakkelijk bindt iets aan zijn transporter
● Kijk foto GLUT verschil in Km maar geen verschil in Vmax
● Meer glucose nodig voor hetzelfde effect te krijgen bij hogere Km
● GLUT3 hoogste transportaffiniteit voor glucose→Doen het meeste transport
● Km en affiniteit omgekeerd
■ Hoe hoger affiniteit→Hoe sneller je de curve naar boven ziet gaan
■ Glucose verschil voor/na maaltijd→Andere glucose gradiënt
● Grote uitzondering→Levercellen
● Afbraak en maken glycogeen voor vrij/vastzetten glucose
● Glut 2 via passief transport terug in bloedbaan gezet→glucose te laag in bloed
en te hoog in de lever
● Omgekeerd ook na maaltijd→In levercellen laag en in bloed hoog→Passief
transport naar levercellen
● Link leggen met ECG
Primair actief transport
● Hebben energie nodig→ATP om tegen ECG te gaan
● Gedaan door P-type pompen
○ Noemen p omwille van kenmerk→Phosphilisatie
○ Pompen bouwen die GRADIËNTEN OP
○ Staan aan het begin van ongelijke verdeling ionen