• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 181 pages
Summary

Samenvatting Contractenrecht | VUB | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 181 pages

Dit document is een samenvatting van het vak contractenrecht met focus op algemene principes als praktische toepassingen en actuele wetgeving. Het bevat alles van de powerpoints, inclusief de nota's van professor De Wit.

Content preview

DEEL 1
HOOFDSTUK 1 KOOP: INLEIDING
1. BELANG VAN HET ALGEMEEN VERBINTENISSENRECHT
 Alle bijzondere overeenkomsten volgen het regime van het algemeen verbintenissenrecht. De
beginselen en de basisregels van de verbintenissen uit OVK moeten dus steeds voor ogen
worden gehouden (boek 5 BW).
 Zie:
○ Beginsel van wilsautonomie: contract = wet partijen (5.69 BW)
○ Beginsel van consensualisme: loutere wilsovereenstemming is vaak genoeg
○ Basisvereisten voor geldigheid contract (art. 5.27 BW):
▪ Geldige toestemming, zonder wilsgebreken
▪ Bekwaamheid contractspartijen
▪ Bepaald voorwerp
▪Geoorloofde oorzaak
○ Algemene regels contractuele aansprakelijkheid
○ Algemene regels tenietgaan van overeenkomst
○ Algemene regels betreffende wederkerige contracten
▪ De opschorting van uitvoering, de ontbinding, de risicotheorie
 = de kern van het VBR is te kennen om deze cursus tot een goed eind te brengen.



2. BENOEMDE EN ONBENOEMDE OVEREENKOMSTEN
 = contracten die courant zijn dat de wetgever een eigen regeling heeft voorzien.
 Benoemde of bijzondere overeenkomsten zijn onderworpen aan specifieke regeling (zie art
5.13 BW), onderscheidt ze van een doorsnee contract dat geregeld wordt in het algemeen
contractenrecht (algemene regels in art 5.4 – 5.124 BW).
○ Omdat deze contracten veel voorkomen geeft de wetgever alreeds een specifieke
regeling omdat dit soort contracten belangrijk zijn net omdat ze veel voorkomen
○ De wetgever reikt een soort modelcontract aan, een sjabloon
▪ Bevordert rechtszekerheid.
▫ Hier staan de basisbeginselen al in
▫ Een koop zonder dat er iets wordt afgesproken  dan geldt wat er in de wet
staat. Alles zal gedekt zijn want hetgene dat vergeten wordt, is
opgevangen door de basisregels in het sjabloon.
 Bv gebreken aan het gekochte goed
▪ Het bespaart ook tijd en moeite terwijl de contractanten als ze dit willen er
toch kunnen van afwijken van deze regeling in de wet
 De hier behandelde contracten komen uit het Oud BW: koop, huur van goederen (gedeeltelijk
geregionaliseerd), aanneming van werk, lastgeving, dading, en bewaarneming. De materie is
zeer omvangrijk en dus moet er worden gekozen (bv. niet: pacht).
○ Pacht is de huur van landbouwgoederen aan een professionele landbouwer, dit is zeer
complex en gespecialiseerd. Dit wordt niet behandeld in deze cursus.
 Bepaalde materies zo belangrijk  eigen rechtstak met eigen naam en eigen regeling
 Belangrijke wijzigingen op komst met boek 7 BW
 Modelcontracten die kunnen gewijzigd worden aan de wil van de partijen.
○ Nuance: bv. huurwetgeving is dwingend en niet aanvullend recht!


2.1. ANDERE ONBENOEMDE OVEREENKOMSTEN
1

,  Er zijn ook benoemde OVK die niet in het BW staan.
 Deze zijn uitgebreid geregeld in bijzondere wetten.
 Een aantal van deze wetten is in 2014 gebundeld in het Wetboek Economisch Recht.
 Bepaalde materies zo belangrijk  eigen rechtstak met eigen naam en eigen regeling.


2.2. ONBENOEMDE OVEREENKOMSTEN
 = Onbenoemde overeenkomst: past niet in het specifiek wettelijk omschreven kader.
 Geen specifiek wettelijk kader  dus boek 5? Neen, zie bv. leasingscontract (heeft vaste
basisregels).
○ Soms toch wel benoemd, “maar zonder eigen of weinig “ wettelijke regeling:
leasing, factoring, sponsoring…
▪ Maar iedereen weet wel wat er bedoeld wordt omdat ze uit de praktijk zijn gegroeid.
▪ Dit zijn dus eerder ook benoemde OVK maar die geen kader in de wet hebben
○ Echte onbenoemd zijn er twee soorten: sui generis en gemengd
▪ Sui generis of eigensoortige OVK : specifieke autonome inhoud, kan niet
worden herleid tot één benoemd contract of combinatie van benoemde
contracten, bv. franchising.
○ Gemengd: samenstelling van verscheidene benoemde overeenkomsten, bv.
verhuiscontract (vervoersovereenkomst + aanneming van werk), bv. verblijven in hotel
(huur + aanneming), kluis voor juwelen (bewaargeving)…



3. KWALIFICATIE VAN CONTRACTEN
 Je moet weten welk soort contract je voor je hebt om de juiste regels te kunnen toepassen. Zo
zijn er verschillende soorten koopovereenkomsten met verschillende regels.
○ Het kan ook zijn dat het niet duidelijk uit de OVK blijkt wat de kwalificatie is.
○ Bv de combinatie van koop en aanneming, deze twee verschillen op zowat elke belangrijk
punt. Er is niets hetzelfde in.
○ Hierop kan je dus geen combinatie toepassen want de regels zijn te verschillend.
▪ Je gaat dan de kwalificatie nemen van de OVK waarvan de regels het zwaarst
doorwegen


3.1. COMBINATIE, ABSORPTIE, EN ZELFSTANDIGHEID
 Vaak zin er hybride contracten, die kenmerken vertonen van verschillende courante
overeenkomsten, maar welke regels gelden dan?
 Bv. het hotelcontract, waarin zowel huur van goederen (hotelkamer) als huur van werk en
diensten (licht, verwarming), koop (voeding) en bewaargeving (bagage) (zie p46 cursus).
 Drie methodes om dit te bepalen: de combinatiemethode, de absorptiemethode, en de al
vermelde kwalificatie als eigensoortige (sui generis ) overeenkomst (art 5.67 BW).


1. COMBINATIEMETHODE
 Regels van de samenstellende benoemde overeenkomsten worden toegepast op de
corresponderende onderdelen van de gemengde overeenkomst (bv. hotelverblijf, koop, huur,
lastgeving).
○ Deze methode wordt dus toegepast bij contracten waar in 1 contract verschillende
verbintenissen zijn opgenomen die elk tot benoemde OVK kunnen worden herleid en die
naast elkaar bestaan zonder elkaar voor de voeten te lopen.
 Het resultaat is dat dat elk onderdeel van een gemengd contract wordt gekwalificeerd als ware
het aan een apart tussen de partijen gesloten contract.
○ Werkt niet wanneer de regels van de verschillende benoemde contracten
onverenigbaar zijn met elkaar zoals bij koop en aanneming van werk


2

, 2. ABSORPTIEMETHODE
 Deze methode wordt gebruikt bij contracten waar in 1 contract verschillende verbintenissen zijn
opgenomen die elk tot benoemde OVK kunnen worden herleid maar waar de regels indien het
een apart contract niet of moeilijk verenigbaar zijn.
 Reden: het ene component is niet even waardevol als het andere component.
 Enkel rekening houden met de regels van de benoemde overeenkomst, die het zwaarst
doorweegt in de verhouding tussen de contractanten (bv. koop + aanneming). De andere
onderdelen van het contract worden opgeslorpt.
○ Bv het plaatsen van ramen in een huis
▪ Dat is de aankoop van de ramen + de aanneming voor het plaatsen van de ramen
○ Bij problemen zou de rechtbank (beoordeelt streng) dit eerder zien als een
aanneming OVK ook al wegen de plaatsingswerken niet sterk door in het
geheel van de OVK.
▪ Als consument is er speciale bescherming voor de koop (Europese wetgeving).
Deze wetgeving zegt dat als men overgaat tot de koop van goederen die nog tot
stand moeten worden gebracht en geïnstalleerd dat dit een koop is, en dit is
dwingend recht
▪ Een aantal RB blijft dit echter zien als een aanneming
○ De kwalificatie is zeer belangrijk
▪ Er zijn namelijk andere regels van toepassing
 Probleem bij deze methode is dat het overwicht duidelijk aanwezig moet zijn wat niet altijd het
geval is.


3. SUI GENERIS OVEREENKOMST
 Indien geen van beide methodes werkt: dan kwalificatie als eigensoortige (sui generis )
overeenkomst.
 De regels van de benoemde OVK waarvan de gemengde OVK-karakteristieken heeft van
overgenomen kunnen dan naar analogie worden toegepast.


3.2. KUNNEN CONTRACTSPARTIJEN HUN OVK DE NAAM GEVEN DIE ZE WILLEN, ART
5.68 BW?
 Door de contractuele vrijheid kunnen partijen hun contract de naam geven die hun best uitkomt.
○ Rechter is niet noodzakelijk gebonden door die kwalificatie, maar moet wil van
partijen respecteren.
▪ Hij kan dus maar herkwalificeren als hij merkt dat dat elementen van de OVK
onverenigbaar zijn met de kwalificatie die de partijen eraan hebben gegeven
(denk arbeidsrecht schijnzelfstandigheid/ schijnwerknemerschap)
▪ Anders schendt hij de bindende kracht van de OVK (art 1134 lid 1 BW)
○ Schijnzelfstandigheid in het arbeidsrecht is een bekende vorm.
▪ Dit als een bedrijf u betaalt als zelfstandige maar waar de werkgever toch
vergaande eisen gaat stellen aan uw aanwezigheid of het te behalen quota.
▫ Dit moet dus gezien worden als een werknemer en geen zelfstandige.
○ Huur: geen huur maar “ontwijken dwingende regels handelshuur…
▪ Dit kan dan bv een dienstverlening OVK zijn, maar u kan hier geen dwingend
recht mee ontwijken. De rechter kan dus toch nog zeggen dit is een handelshuur
OVK.




3

, 4. DE CONSUMENT ALS ZWAKKE MEDECONTRACTANT
4.1. CONSUMENTENBESCHERMING: B2C
 Wanneer er een OVK-relatie is tussen een business en consument dan wordt deze consument
sterk beschermd omdat de wetgever dit ziet als een zwakkere partij en hij het contractueel
evenwicht wilt behouden. Deze regels zijn terug te vinden in het Wetboek Eco Recht.
 De wetgever heeft met de invoering van de Wet handelspraktijk van 1971 en het daarbij in 1991
ingevoerde luik van de consumentenbescherming geraakt aan 2 fundamentele beginselen van het
VBR, namelijk
○ Principe van de wilsvrijheid
○ De bindende kracht van de OVK
 Deze bescherming loop door alle OVK door.  !!!Je moet dus altijd goed bekijken of 1 van de
partijen in de OVK een consument is want dan treden er andere regels in werking.
 VELE beperkingen contractsvrijheid: handelshuur, pacht, woninghuur, landverzekering…
○ WER (wetboek eco recht), Boek VI, Marktpraktijken en consumentenbescherming
(artikelen VI.1 VI.128): contracten met consumenten en verboden “onrechtmatige
bedingen”. Consument en contractuele wederpartij, de onderneming, zeer ruim
gedefinieerd.
○ Vrijwaren van het contractueel evenwicht: consument is zwakkere partij die niet kan
onderhandelen (geen negotiating of bargaining power, take it or leave it, nadelige
toetredings- en adhesiecontracten, onbegrijpelijke bedingen, enz.).
▪ Bv. Het is verboden om af te wijken van de basis bevoegdheid regels van art
624 Ger.W.
▫ In een OVK staat “plaats van levering steeds geacht de zetel van de
verkoper te zijn”: waar zit de angel? Zie art. 624 Ger.W.
▫ Als er ooit een betwisting ontstaat, wel door het feit dat er contractueel
overeengekomen is dat de plaats van levering steeds geacht de zetel van
de verkoper te zijn kan de verkoper wanneer de koper niet betaald zich
beroepen op 624 Ger.W. Dit verwijst naar onder meer de uitvoering van de
koop, dit is de levering. Dus bij de verkoper, hij kan dagvaarden dicht bij
huis. Van deze regel kan men niet in de OVK afwijken.

 Stelling: regels moeilijk vindbaar voor burger. Met al deze regels moet rekening worden
gehouden bij het sluiten van een contract met een consument (koop, aanneming van werk…).
○ Dus in feite: altijd voorafgaande kwalificatie, niet alleen “dit is een koop”, maar ook
“is dit een consumentenkoop, een handelskoop, een koop tussen particulieren?” (bv.
aankoop en plaatsing ramen).
○ Stelling: vérgaande regulaties, bv. art. VI.37, § 1. WER
▪ Bv bedingen moeten in begrijpbare taal worden opgesteld
 “Grijze lijst”: bedingen die de rechter soeverein kan beoordelen op hun onrechtmatigheid, maar
die niet per se onrechtmatig zijn (art. VI.82 WER).
○ Bv. wanneer de OVK voor 1 partij te bezwarend is
Artikel VI.82 WER
○ Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een
overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst,
alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst
waarvan deze afhankelijk is, op het ogenblik waarop de overeenkomst is gesloten in
aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de
overeenkomst betrekking heeft.
○ Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden
met het in artikel VI.37, § 1 , bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid
van het beding.
○ De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking
4

Table of contents

  1. 01 Hoofdstuk 1 Koop: Inleiding 1
  2. 02 1. Belang van het algemeen verbintenissenrecht 1
  3. 03 2. Benoemde en onbenoemde overeenkomsten 1
    1. 2.1. Andere onbenoemde OVereenkomsten 1
    2. 2.2. Onbenoemde overeenkomsten 2
  4. 04 3. Kwalificatie van contracten 2
    1. 3.1. Combinatie, absorptie, en zelfstandigheid 2
    2. 3.2. Kunnen contractspartijen hun OVK de naam geven die ze willen, art 5.68 BW? 3
  5. 05 4. De consument als zwakke medecontractant 4
    1. 4.1. Consumentenbescherming: B2C 4
  6. 06 5. De ondernemer als zwakke medecontractant 5
    1. 5.1. De B2B-wet 5
  7. 07 6. Productaansprakelijkheid 7
    1. Het is een foutloze aansprakelijkheid!!! De fout moet dus niet bewezen worden. 7
    2. 6.1. wet productaansprakelijkheid 7
    3. 6.2. Relatief geringe impact 9
  8. 08 7. Overheidsopdrachten 10
  9. 09 8. Impact van buitencontractuele relaties: parallelle en co-existentie 10
    1. 8.1. Inleiding & Kern van de Hervorming 10
    2. 8.2. Casus: The Himalaya (Adler v. Dickson, UK Court of Appeal 1954) 10
    3. 8.3. Historische Ontwikkeling in België 11
    4. 8.4. Samenloop vs Co-existentie 12
    5. 8.5. Algemene Zorgvuldigheidsnorm 15
    6. 8.6. Artikel 6.3 BW 15
    7. 8.7. Structuur van artikel 6.3 BW 15
    8. 8.8. Verweermiddelen 15
    9. 8.9. Uitzonderingen 17
    10. 8.10. Hulppersoon — Basisregel (§2) 17
    11. 8.11. Hulppersoon 17
    12. 8.12. Gevolgen van ruime definitie 17
    13. 8.13. Fundamenteel evenwicht 17
    14. 8.14. Proceseconomie & complexe Netwerken 18
    15. 8.15. Bescherming van Werknemers (artikel 18 AOW) 18
    16. 8.16. Andere beschermde categorieën 19
    17. 8.17. Fundamentele principes 20
  10. 10 Hoofdstuk 2: Koop essentiële kenmerken 22
  11. 11 1. Definitie van koop 22
    1. 1.1. Definitie in de wet en de praktijk 22
    2. 1.2. Essentiele bestanddelen 22
    3. 1.3. Kenmerken van de koop 22
  12. 12 2. Toepasselijk recht 23
    1. 2.1. Belgische Drievuldigheid 23
    2. 2.2. Algemeen kooprecht in het Oud Burgerlijk Wetboek 23
    3. 2.3. Consumentenkooprecht 23
    4. 2.4. Internationale koop 23
    5. 2.5. Bijzondere regels betreffende koop 26
  13. 13 3. Eigendomsoverdracht 26
    1. 3.1. Consensuele overdracht van eigendom 26
    2. 3.2. Verband tussen consensualisme, bewijs en derdenwerking 26
    3. 3.3. tijdstip 29
    4. 3.4. BEDING VAN EIGENDOMSVOORBEHOUD 33
    5. 3.5. Belang van de eigendomsoverdracht bij faillissement 36
    6. 3.6. EIGENDOMSOVERDRACHT – BESLUIT 41
  14. 14 4. Betaling van een geldprijs 41
    1. 4.1. Essentieel bestanddeel 41
    2. 4.2. Prijs en voorwaarden 41
    3. 4.3. Aard van de prijs 41
    4. 4.4. Gemengde overeenkomsten 43
    5. 4.5. Verwijzing 43
  15. 15 5. Modaliteiten van de koop 43
    1. 5.1. BEGRIP EN SOORTEN (MODALITEITEN) 43
    2. 5.2. SPECIFIEKE MODALITEITEN VAN DE KOOP IN HET BW 44
    3. 5.3. KOOP MET TIJDSBEPALING 44
    4. 5.4. KOOP ONDER OPSCHORTENDE VOORWAARDE 45
    5. 5.5. KOOP ONDER ONTBINDENDE VOORWAARDE 46
    6. 5.6. ZUIVER POTESTATIEVE VOORWAARDE 46
    7. 5.7. ONDERSCHEID MET ANDERE OVEREENKOMSTEN 47
    8. 5.8. KOOP EN AANNEMING 47
  16. 16 Hoofdstuk 3 Koop: Geldigheidsvereisten 50
  17. 17 1. ALGEMEEN 50
  18. 18 2. WILSOVEREENSTEMMING 50
    1. 2.1. Totstandkoming van de koop: aanbod en aanvaarding 50
    2. 2.2. PRECONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID 51
    3. 2.3. VERKOOP- EN AANKOOPBELOFTE 51
    4. 2.4. GEKRUISTE VERKOOP- EN AANKOOPBELOFTE 53
    5. 2.5. VOORKOOPRECHT EN VOORKEURSRECHT 53
    6. 2.6. GEBREKEN IN DE TOESTEMMING 53
  19. 19 2. Bekwaamheid 55
    1. Specifiek voor koop 55
    2. 2.1. Bijzondere onbekwaamheden inzake de koop 55
  20. 20 3. Voorwerp 55
    1. zowel zaak als prijs omdat het een wederzijdse verbintenis is (Art. 5.46 – 5.50 BW) 55
    2. 3.1. Verkochte zaak moet bestaan of kunnen bestaan 56
    3. 3.2. Verkochte zaak moet bepaald of bepaalbaar zijn (5.49 BW) 56
    4. 3.3. Zaak moet in de handel zijn 58
    5. 3.4. Zaak moet eigendom zijn van verkoper 58
    6. 3.5. Prijs moet bepaald of bepaalbaar zijn 62
    7. 3.6. De prijs en de reële waarde van de verkochte zaak 63
  21. 21 Hoofdstuk 4 Koop: Verbintenissen van de verkoper 67
  22. 22 1. Algemeen 67
    1. 1.1. Verkoper heeft 2 hoofdverplichtingen (art. 1603 OBW) 67
  23. 23 2. LEVERING 67
    1. 2.1. BEGRIP 67
    2. 2.2. LEVEREN VAN EEN CONFORME ZAAK 69
    3. 2.3. LEVERING VAN TOEBEHOREN 69
    4. 2.4. LEVERING VAN OPBRENGSTEN 71
    5. 2.5. WIJZE VAN LEVERING 71
    6. 2.6. PLAATS VAN LEVERING 73
    7. 2.7. TIJDSTIP VAN LEVERING 73
    8. 2.8. KOSTEN VAN LEVERING 74
    9. 2.9. BEWARING EN BEWAKING VAN ZAAK TOT DE LEVERING 74
    10. 2.10. REMEDIES WANPRESTATIE 74
  24. 24 3. Vrijwaring/garantieverplichting voor uitwinning. 74
    1. 3.1. BEGRIP 74
    2. 3.2. VRIJWARING VOOR DE EIGEN DAAD VAN DE VERKOPER (FEITELIJK EN RECHTENS) 75
    3. 3.3. VRIJWARING VOOR DADEN VAN DERDEN 76
    4. 3.4. VOORWAARDEN VOOR VRIJWARINGSPLICHT 76
    5. 3.5. VERVULLING VAN DE VRIJWARINGSVERPLICHTING 76
    6. 3.6. BEDING VAN NIET-VRIJWARING (DADEN VAN DERDEN) 76
  25. 25 4. VRIJWARING VOOR VERBORGEN GEBREKEN 78
    1. 4.1. BEGRIP 78
    2. 4.2. TOEPASSELIJKE REGELS 78
    3. 4.3. TOEPASSINGSVOORWAARDEN 78
    4. 4.4. VORDERINGSMOGELIJKHEDEN VAN DE KOPER 80
    5. 4.5. TERMIJN INSTELLEN VORDERING 80
    6. 4.6. OMVANG VRIJWARING 81
    7. 4.7. OMVANG VRIJWARING BIJ PROFESSIONELE VERKOPER 81
    8. 4.8. TEGEN WIE KAN WORDEN GEVORDERD? 81
    9. 4.9. CONTRACTUELE REGELING VRIJWARINGSVERPLICHTING 81
  26. 26 Hoofdstuk 5 Koop: Verbintenissen van de verkoper: consumentenkoop 82
  27. 27 1. Levering en vrijwaring bij consumentenkoop 82
    1. 1.1. Overzicht 82
    2. 1.2. Centrale verplichting 82
  28. 28 2. TOEPASSINGSGEBIED: CONSUMPTIEGOEDEREN 82
    1. 2.1. Contract B2C waarbij: 82
    2. 2.2. Consumptiegoederen (art. 1649bis, §2, 3° OBW) 83
    3. 2.3. Toekomstige goederen 83
    4. 2.4. Partijen 83
  29. 29 3. DE VERPLICHTINGEN VAN DE VERKOPER BIJ CONSUMENTENKOOP 83
  30. 30 4. NUANCE 83
    1. 4.1. Centrale enkelvoudige verplichting 84
  31. 31 5. Aansprakelijkheid verkoper 85
    1. 5.1. Algemene regel 85
    2. 5.2. Voorwaarden 85
    3. 5.3. Conforme zaak of overeenstemming met de overeenkomst 85
    4. 5.4. Installatie door verkoper 85
    5. 5.5. Conformiteit op ogenblik levering 85
  32. 32 4. Remedies voor consument-koper 86
    1. 4.1. Hiërarchie van remedies 86
    2. 4.2. Prijsvermindering of ontbinding enkel indien 86
    3. 4.3. Omvang van de remedies 86
    4. 4.4. Regres 86
  33. 33 5. Termijnen 86
    1. 5.1. Meldingstermijn 86
    2. 5.2. Garantie en verjaring 87
    3. 5.3. Commerciële garantie 87
  34. 34 6. Digitale inhoud en diensten 87
    1. 6.1. Toepassingsgebied digitale inhoud/diensten 87
    2. 6.2. Levering en conformiteit digitale inhoud 87
    3. 6.3. Aansprakelijkheid handelaar digitale inhoud 88
    4. 6.4. Remedies digitale inhoud 88
  35. 35 7. Verplichtingen partijen bij ontbinding 88
    1. 7.1. Regres handelaar 88
    2. 7.2. Wijzigingen digitale inhoud/dienst 88
  36. 36 8. onderscheid tussen aanverwante vorderingen 88
    1. 8.1. algemeen onderscheid 88
    2. 8.2. termijnen 89
    3. 8.3. onderscheid tussen dwaling en niet-conforme levering 89
    4. 8.5. onderscheid tussen dwaling en verborgen gebrek 90
    5. 8.6. onderscheid tussen niet-conforme levering en verborgen gebrek 90
  37. 37 hoofdstuk 6 koop: verbintenissen van de koper 91
  38. 38 1. inontvangstneming 91
    1. 1.1. algemeen 91
    2. 1.2. bewijslast 91
    3. 1.3. sancties bij weigering tot inontvangstneming 91
  39. 39 2. betaling van de prijs 93
    1. 2.1. tijdstip en plaats van betaling 93
    2. 2.2. interesten op de prijs (art. 1652 obw) 93
    3. 2.3. contractkosten 93
    4. 2.4. schorsing en tenietgaan van betalingsverplichting 93
  40. 40 hoofdstuk 7 koop: remedies bij wanuitvoering en beëindiging 94
  41. 41 1. remedies bij wanuitvoering 94
    1. 1.1. algemene remedies (vbr) 94
    2. 1.2. gedwongen uitvoering en ontbinding 94
    3. 1.3. werking ontbinding tussen partijen 94
    4. 1.4. derdenwerking van ontbinding 94
  42. 42 2. het voorrecht van de onbetaalde verkoper 95
    1. 2.1. definitie 95
    2. 2.2. bestaansreden 95
    3. 2.3. voorrecht op onroerend goed 95
    4. 2.4. voorrecht op roerend goed 95
  43. 43 3. beëindiging koop 95
    1. koop wordt beëindigd volgens algemene regels 95
    2. specifieke beëindigingswijzen 95
  44. 44 Hoofdstuk 8 Koop: Weens koopverdrag (CISG) 96
  45. 45 1. geschiedenis en voordelen 96
    1. 1.1. ontstaan 96
    2. 1.2. voordelen 96
    3. 1.3. nadelen 96
  46. 46 2. internationale handelskoop in de praktijk 96
    1. 2.1. industriële producten 96
    2. 2.2. niet-industriële producten 96
  47. 47 3. opbouw cisg 97
  48. 48 4. toepassingsgebied 97
    1. 4.1. internationaal privaatrecht (ipr) 97
    2. 4.2. contractuele autonomie 97
    3. 4.3. voorbeelden 97
  49. 49 5. roerend goed: uitzonderingen (art. 2 cisg) 97
    1. 5.1. toekomstige goederen (art. 3) 98
  50. 50 6. totstandkoming van de koop 98
    1. 6.1. aanbod (art. 14–16) 98
    2. 6.2. aanvaarding (art. 18) 98
    3. 6.3. overeenstemming (art. 19) 98
  51. 51 7. uitvoering van de overeenkomst 98
  52. 52 8. wezenlijke tekortkoming (art. 25) 98
    1. 8.1. definitie 98
    2. 8.2. kenmerken 99
    3. 8.3. aanvullende termijn 99
    4. 8.4. sanctie 99
  53. 53 9. verbintenissen verkoper 99
  54. 54 10. verbintenissen koper 99
  55. 55 11. niet-nakoming door verkoper of koper 99
    1. 11.1. keuring (art. 38) 99
    2. 11.2. protest (art. 39) 99
    3. 11.3. geen verjaringstermijn in cisg 99
  56. 56 12. vordering tot schadevergoeding 100
  57. 57 13. begroting schade en risico 100
  58. 58 14. bevrijdende omstandigheden (art. 79) 100
  59. 59 15. opvolgende verkrijgers 100
  60. 60 16. verjaring 100
  61. 61 Hoofdstuk 9 Koop: Incoterms 2020 100
  62. 62 1. wat moet je kennen? (opmerking van de prof) 100
    1. 1.1. incoterms regelen o.a. 100
    2. 1.2. uitersten 101
    3. 1.3. kosten in 3 categorieën 101
  63. 63 2. waar vindt u ze? 101
  64. 64 3. belgisch kooprecht en ipr 101
  65. 65 4. internationale koop onder cisg of belgisch recht 101
    1. 4.1. indien cisg van toepassing 101
    2. 4.2. indien cisg uitgesloten + belgisch recht 101
    3. 4.3. rechtskeuze voor buitenlands recht 101
  66. 66 5. vier basiscategorieën: principe 101
    1. 5.1. schuifregelaar 102
  67. 67 6. fundamentele inhoud van de incoterms 102
  68. 68 7. indeling modellen 103
  69. 69 8. overzicht verschillende terms 103
    1. 8.1. exw – ex works (af fabriek) → alg 103
    2. 8.2. fca – free carrier → alg 104
    3. 8.3. fas – free alongside ship → mar 104
    4. 8.4. fob – free on board → mar 104
    5. 8.5. cif – cost insurance freight → mar 105
    6. 8.6. cfr – cost and freight → mar 105
    7. 8.7. cip – cost insurance paid to → alg 105
    8. 8.8. cpt – carriage paid to → alg 106
    9. 8.9. dap – delivered at place → alg 108
    10. 8.10. dpu/dat – delivered at place unloaded → alg 108
    11. 8.11. ddp – delivered duty paid → alg 108
  70. 70 9. eigendomsoverdracht 109
  71. 71 10. vervoersovereenkomst 109
  72. 72 11. geschillenregeling 109
  73. 73 12. wijzigingen versie 2020 109
  74. 74 13. boordcognossement (“on board”) 109
  75. 75 14. kosten: plaats van opsomming 109
  76. 76 15. verzekeringsdekking in cif en cip 109
  77. 77 16. eigen vervoermiddelen 109
  78. 78 17. wijziging dat → dpu 109
  79. 79 18. veiligheidsmachtigingen en verplichtingen 110
  80. 80 hoofdstuk 1 – aanneming van werk: algemene regels 111
  81. 81 1. definitie 111
    1. 1.1. terminologie 111
    2. 1.2. onderscheidende criteria 111
    3. 1.3. voorbeelden 111
  82. 82 2. terminologie in het obw 111
    1. 2.1. verouderde indeling (art. 1708–1710 obw) 111
    2. 2.2. drie soorten huur van werk en diensten (art. 1779 obw) 111
    3. 2.3. twee begrippen onder “aanneming van werk” 111
    4. 2.4. lacunes 112
  83. 83 3. toepasselijk recht 112
    1. 3.1. aanneming in het obw 112
    2. 3.2. belangrijke punten 112
    3. 3.3. varia 112
  84. 84 17. 4. algemeen contractenrecht 112
    1. 4.1. wederkerig contract 112
    2. 4.2. contract onder bezwarende titel (art. 1710 obw) 112
    3. 4.3. niet persoonsgebonden contract 112
  85. 85 5. onderscheid met aanverwante overeenkomsten 112
    1. 5.1. aanneming vs lastgeving 112
    2. 5.2. aanneming vs bewaargeving 112
    3. 5.3. aanneming vs arbeidsovereenkomst 113
  86. 86 6. uit te voeren werk 113
    1. 6.1. voorwerp 113
    2. 6.2. partijbeslissing 113
  87. 87 7. de prijs 113
    1. 7.1. kenmerken 113
    2. 7.2. vier wijzen van prijsbepaling 113
    3. 7.3. invloed op toepasselijk recht 113
  88. 88 8. aanneming tegen vaste prijs (forfait) 114
    1. 8.1. absoluut forfait 114
    2. 8.2. art. 1793 obw (bouwwerken) 114
    3. 8.3. relatief forfait 114
  89. 89 9. aanneming volgens bestek (eenheidsprijzen) 114
  90. 90 10. aanneming in regie (cost plus fee) 114
  91. 91 11. aanneming tegen onbepaalde prijs (vrije rekening) 114
  92. 92 12. advocaat als aannemer 115
  93. 93 hoofdstuk 2 – aanneming van werk: geldigheidsvereisten van de aanneming 115
  94. 94 1. algemene regels 115
  95. 95 2. onderhandeling, aanbod, voorstudie 115
  96. 96 3. keuze van de aannemer – beperkingen contractvrijheid 115
    1. 3.1. bouwwerken: verplichte tussenkomst architect 115
    2. 3.2. overheidsopdrachten 115
  97. 97 hoofdstuk 3 – aanneming van werk: verbintenissen van de opdrachtgever 116
  98. 98 1. samenwerkingsverplichting 116
  99. 99 2. aanvaarding van het werk 116
    1. 2.1. algemeen – oplevering en aanvaarding 116
    2. 2.2. stilzwijgende aanvaarding 116
    3. 2.3. opsplitsing in voorlopige en definitieve oplevering 116
    4. 2.4. gevolgen van aanvaarding 116
    5. 2.5. contractuele afwijking 117
  100. 100 3. risico- en eigendomsoverdracht 117
    1. 3.1. risico-overdracht 117
    2. 3.2. eigendomsoverdracht 117
  101. 101 4. inontvangstneming van het werk 117
  102. 102 5. betaling van de prijs 117
  103. 103 hoofdstuk 4 – aanneming van werk: verbintenissen van de aannemer 118
  104. 104 1. uitvoering van het werk 118
  105. 105 2. resultaats- of inspanningsverbintenis 118
  106. 106 3. oplevering en teruggave 118
  107. 107 4. specifieke verbintenissen architect 118
  108. 108 hoofdstuk 5 – aanneming van werk: remedies bij wanuitvoering 119
  109. 109 1. remedies van algemeen contractenrecht 119
  110. 110 2. buitengerechtelijke ontbinding – vervanging aannemer 119
  111. 111 3. aansprakelijkheid voor lichte “gewone” gebreken 119
  112. 112 4. bouwwerken: aansprakelijkheid voor structurele gebreken 119
  113. 113 5. aansprakelijkheid in solidum 120
  114. 114 6. tienjarige termijn 120
  115. 115 7. aansprakelijkheid/garantie voor andere gebreken 120
  116. 116 8. aansprakelijkheid tegenover derden 120
  117. 117 Hoofdstuk 6 Aanneming van werk: Onderaanneming 120
  118. 118 1. definitie / toelaatbaarheid 120
  119. 119 2. onderlinge verhouding tussen de partijen 121
    1. 2.1. algemeen 121
    2. 2.2. relatie A: opdrachtgever ↔ hoofdaannemer 121
    3. 2.3. relatie B: hoofdaannemer ↔ onderaannemer 121
    4. 2.4. relatie C: opdrachtgever ↔ onderaannemer 121
  120. 120 Hoofdstuk 7: Aanneming van werk – Einde van de aanneming 122
  121. 121 1. algemene regels 122
  122. 122 2. risicotheorie en aanneming 122
    1. 2.1. art. 1788–1790 obw → specifieke toepassing risicotheorie 122
    2. 2.2. voorbeelden 122
    3. 2.3. uitzonderingen 122
  123. 123 3. regels eigen aan de aannemingsovereenkomst 122
    1. 3.1. dood van de aannemer (art. 1795 obw) 122
    2. 3.3. eenzijdige verbreking door de opdrachtgever (art. 1794 obw) 122
  124. 124 Hoofdstuk 8: Aanneming van werk - De promotieovereenkomst- de wet Breyne 123
  125. 125 1. soort overeenkomst: koop, aanneming of gemengd 123
    1. 1.1. basisverschil 123
    2. 1.2. kwalificatieproblemen 123
    3. 1.3. promotieovereenkomst = koop wanneer 123
    4. 1.4. promotieovereenkomst = aanneming wanneer 123
    5. 1.5. belang van onderscheid 123
  126. 126 2. aard van de verbintenis van de bouwpromotor 123
  127. 127 3. soorten promotieovereenkomsten 123
    1. 3.1. verkoop van nieuwe afgewerkte bouwwerken 123
    2. 3.2. promotie bij appartementsgebouwen 124
    3. 3.4. promotie zonder uitvoering bouwwerken 124
    4. 3.5. ruil 124
  128. 128 4. problemen bij promotieovereenkomsten 124
  129. 129 5. de woningbouwwet (wet breyne) 124
    1. 5.1. bedoeling 124
    2. 5.2. beschermingsmechanismen (7) 124
  130. 130 6. toepassingsgebied 124
    1. 6.1. algemene omschrijving (art. 1) 124
    2. 6.2. vier toepassingsvoorwaarden 125
  131. 131 HOOFDSTUK 1 HUUR: ALGEMENE BEGRIPPEN 127
  132. 132 1. ESSENTIËLE BESTANDDELEN 127
    1. 1.1. DEFINITIE VAN HUUR 127
    2. 1.2. BELANGRIJK: VORDERINGSRECHT EN PRIJS 127
    3. 1.3. ALGEMENE KENMERKEN 127
    4. 1.4. TOEPASSELIJK RECHT 127
  133. 133 3. DUUR VAN DE HUUROVEREENKOMST 129
    1. 3.1. CREATIE VAN EEN VORDERINGSRECHT MET EEN ZEKERE DUUR 129
    2. 3.2. ALGEMEEN 129
    3. 3.3. HUUROVEREENKOMST VAN BEPAALDE DUUR 129
    4. 3.4. HUUROVEREENKOMST VAN ONBEPAALDE DUUR 131
    5. 3.6. HUURPRIJS 132
    6. 3.7. DERDENWERKING VAN DE HUUR 132
    7. 3.8. HUUR MET EEN DUUR TOT NEGEN JAAR 133
    8. 3.9. HUUR MET EEN DUUR VAN MEER DAN NEGEN JAAR OF KWIJTING VAN MEER DAN DRIE JAAR HUUR 134
  134. 134 4. ONDERSCHEID MET ANDERE OVEREENKOMSTEN 135
    1. 4.1. HUUR EN AANNEMING VAN WERK 135
    2. 4.2. HUUR EN ENKELE ZAKELIJKE RECHTEN 135
    3. 4.3. HUUR EN BEWAARGEVING 135
    4. 4.4. HUUR EN BRUIKLENING 135
  135. 135 HOOFDSTUK 3: GELDIGHEIDSVEREISTEN VAN DE HUUR 136
  136. 136 1. ALGEMEEN VERBINTENISSENRECHT 136
  137. 137 2. BEKWAAMHEID 136
  138. 138 3. VOORWERP 136
  139. 139 HOOFDSTUK 4 HUUR: VERBINTENISSEN VAN DE VERHUURDER 138
  140. 140 1. ALGEMEEN 138
  141. 141 2. LEVERING 138
    1. 2.1. BEGINSEL 138
    2. 2.2. PLAATSBESCHRIJVING 138
    3. 2.3. ONDERHOUD 139
  142. 142 3. DE VRIJWARING 139
    1. 3.1. ALGEMEEN 139
    2. 3.2. VRIJWARING VOOR EIGEN DAAD 139
    3. 3.3. VRIJWARING VOOR DADEN VAN DERDEN 140
    4. 3.4. VRIJWARING VOOR GEBREKEN IN DE ZAAK 140
  143. 143 HOOFDSTUK 5 HUUR: VERBINTENISSEN VAN DE HUURDER 142
  144. 144 1. ALGEMEEN 142
  145. 145 2. ZORGVULDIG GEBRUIK VOLGENS BESTEMMING 142
    1. 2.1. GEBRUIK ALS GOED HUISVADER 142
    2. 2.2. ONDERHOUD 142
    3. 2.3. BESTEMMING 143
  146. 146 3. BETALING VAN DE HUURPRIJS 143
    1. 3.1. BASISHUURPRIJS. PLAATS EN TIJDSTIP VAN BETALING (CONTRACTSVRIJHEID) 143
    2. 3.2. INDEXERING VAN DE HUURPRIJS 143
    3. 3.3. KOSTEN EN LASTEN 144
    4. 3.4. TERUGGAVE VAN HET TEVEEL BETAALDE 144
  147. 147 4. ALGEMEEN 144
  148. 148 5. ZORGVULDIG GEBRUIK VOLGENS BESTEMMING 144
    1. 5.1. GEBRUIK ALS GOED HUISVADER 144
    2. 5.2. ONDERHOUD 145
    3. 5.3. BESTEMMING 145
  149. 149 6. BETALING VAN DE HUURPRIJS 145
    1. 6.1. BASISHUURPRIJS. PLAATS EN TIJDSTIP VAN BETALING (CONTRACTSVRIJHEID) 145
    2. 6.2. INDEXERING VAN DE HUURPRIJS 145
    3. 6.3. KOSTEN EN LASTEN 146
    4. 6.4. TERUGGAVE VAN HET TEVEEL BETAALDE 146
  150. 150 7. TERUGGAVE VAN HET GOED BIJ HET EINDE VAN DE HUUR 146
    1. 7.1. ALGEMEEN 146
    2. 7.2. PLAATSBESCHRIJVING 147
    3. 7.3. BRAND IN HET GEHUURDE GOED 147
  151. 151 8. VERBOUWINGEN EN VERBETERINGSWERKEN DOOR DE HUURDER 147
  152. 152 HOOFDSTUK 6 HUUR: REMEDIES BIJ WANUITVOERING 148
  153. 153 1. ALGEMEEN 148
  154. 154 2. OPSCHORTINGSRECHT (NIET-UITVOERINGSEXCEPTIE) 148
  155. 155 3. VORDERING TOT UITVOERING IN NATURA 148
  156. 156 4. VORDERING TOT UITVOERING BIJ EQUIVALENT 148
  157. 157 5. VORDERING TOT ONTBINDING VAN DE HUUR 150
    1. 5.1. BEGINSEL: GERECHTELIJKE ONTBINDING 150
    2. 5.2. ANTICIPATIEVE ONTBINDING/ ONTBINDING ONDER VOORWAARDEN 150
  158. 158 6. DE WEDERVERHURINGSVERGOEDING 150
  159. 159 7. VORDERING TOT UITZETTING VAN DE HUURDER 151
  160. 160 8. ZEKERHEDEN VOOR DE ONBETAALDE VERHUURDER 151
    1. 8.1. HET VOORRECHT VAN DE VERHUURDER 151
    2. 8.2. HUURWAARBORG 151
  161. 161 HOOFDSTUK 7 HUUR: EINDE VAN DE HUUROVEREENKOMST 152
  162. 162 1. ALGEMEEN 152
  163. 163 2. BEËINDIGING DOOR OPZEGGING 152
    1. 2.1. AARD EN VORM 152
    2. 2.2. OPZEGGING VAN GEHUWDEN OF SAMENWONENDEN 152
  164. 164 3. ONTBINDING WEGENS WANPRESTATIE 152
    1. 3.1. BEGINSEL 152
    2. 3.2. VERBOD VAN UITDRUKKELIJK ONTBINDEND BEDING 152
  165. 165 4. BEËINDIGING WEGENS TENIETGAAN VAN HET GEHUURDE GOED 153
  166. 166 Hoofdstuk 8 Huur: Onderhuur en huuroverdracht 153
  167. 167 1. ALGEMEEN 153
    1. 1.1. BEGRIPPEN 153
    2. 1.2. BASISREGEL 154
  168. 168 2. VERSCHIL TUSSEN ONDERVERHURING EN HUUROVERDRACHT 154
  169. 169 3. GEVOLGEN 154
    1. 3.1. GEVOLGEN VAN ONDERVERHUR 154
    2. 3.2. GEVOLGEN VAN HUUROVERDRACHT 155
  170. 170 HOOFDSTUK 9 — HUUR: VERVREEMDING VAN HET GEHUURDE GOED 156
  171. 171 1. Begrip 156
    1. 1.1. Algemeen huurrecht 156
    2. 1.2. Tegenwerpelijkheid van de huur 156
  172. 172 ALGEMENE INLEIDING 157
  173. 173 1. Geregionaliseerd woninghuurrecht 157
  174. 174 VLAAMS WONINGHUURDECREET: HOOFDVERBLIJF EN STUDENTENVERBLIJF 157
  175. 175 HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE SITUERING. ESSENTIËLE BESTANDDELEN 157
  176. 176 1. Toepassingsgebied van het Vlaams Woninghuurdecreet 157
    1. 1.1 Hoofdverblijfplaats en studentenverblijf 157
    2. 1.2 Wat is geen huurovereenkomst? 157
    3. 1.3 Woningbegrip 157
    4. 1.4 Hoofdverblijfplaats 157
    5. 1.5 Onderhuur 158
    6. 1.6 Rechtspersoon 158
    7. 1.7 Per definitie uitgesloten 158
    8. 1.8 Uitzonderingen 158
  177. 177 2. Toestemming van de verhuurder 158
  178. 178 3. Dwingend recht (en openbare orde) 158
  179. 179 4. Contractuele uitsluiting 158
  180. 180 5. Bijzondere vereisten bij het sluiten van de overeenkomst 158
    1. 5.1 Precontractuele informatieplicht 158
    2. 5.2 Verplicht geschrift 158
    3. 5.3 Plaatsbeschrijving 158
    4. 5.4 Registratieverplichting 158
  181. 181 6. Partijen bij de overeenkomst: medehuur 159
    1. 6.1 Echtgenoten en wettelijk samenwonenden 159
    2. 6.2 Feitelijk samenwonenden 159
  182. 182 HOOFDSTUK 2 — DUUR EN BEËINDIGING VAN DE WONINGHUUR 159
  183. 183 1. Wettelijke mogelijkheden 159
  184. 184 2. Woninghuur voor negen jaar 159
    1. 2.1 Basisduur 159
    2. 2.2 Stilzwijgende verlenging 159
    3. 2.3 Tussentijdse beëindiging 159
  185. 185 3. Woninghuur voor ten hoogste drie jaar 160
  186. 186 4. Woninghuur voor meer dan negen jaar 160
  187. 187 5. Levenslange woninghuur 160
  188. 188 6. Verlenging wegens buitengewone omstandigheden 160
  189. 189 7. Berekening opzeggingstermijnen 160
  190. 190 HOOFDSTUK 3 — VERBINTENISSEN VAN DE VERHUURDER 160
  191. 191 1. Leveringsplicht en staat van de woning 160
    1. 1.1. Renovatiehuurovereenkomst 160
  192. 192 2. Rustig genot 160
  193. 193 3. Staat van de woning tijdens de huur 160
  194. 194 HOOFDSTUK 4 — VERBINTENISSEN VAN DE HUURDER 160
  195. 195 1. Algemeen 160
  196. 196 2. Verplichtingen t.a.v. gehuurde goed 161
  197. 197 3. Betaling huurprijs 161
  198. 198 4. Teruggave goed 161
  199. 199 HOOFDSTUK 5 — REMEDIES BIJ WANUITVOERING 161
  200. 200 1. Ontbinding 161
  201. 201 2. Zekerheden voor verhuurder 161
  202. 202 3. Procesrechtelijke regels 161
  203. 203 HOOFDSTUK 6 — EINDE VAN DE HUUR 162
  204. 204 1. Gebruikelijke beëindigingswijzen 162
  205. 205 2. Overlijden huurder 162
  206. 206 HOOFDSTUK 7 — ONDERHUUR EN HUUR­OVERDRACHT 162
  207. 207 1. Huuroverdracht 162
  208. 208 2. Onderhuur 162
    1. 2.1 Volledige onderhuur 162
    2. 2.2 Gedeeltelijke onderhuur 162
  209. 209 HOOFDSTUK 8 — VERVREEMDING VAN HET GEHUURDE GOED 163
  210. 210 1. Eigen regeling in Vlaams Woninghuurdecreet 163
  211. 211 2. Subrogatie van de verkrijger 163
  212. 212 3. Praktische gevolgen 163
  213. 213 4. Bijzondere informatieplicht 163
  214. 214 HOOFDSTUK 1 — HANDELSHUUR: ESSENTIËLE KENMERKEN 165
  215. 215 1. Toepassingsgebied 165
    1. 1.1 Stabiliteit voor de kleinhandel: Handelshuurwet 30 april 1951 165
    2. 1.2 Doel van de Handelshuurwet 165
    3. 1.3 Basisregeling 165
    4. 1.4 Aanpassingen en overdracht 165
  216. 216 2. Handelshuur van korte duur 165
    1. 2.1 Voortgaande regionalisering 165
  217. 217 3. Toepassingsvoorwaarden 166
    1. 3.1 Overzicht (vier cumulatieve voorwaarden) 166
  218. 218 4. Huurovereenkomst 166
    1. 4.1 Openbaar domein 166
    2. 4.2 Andere rechtsverhoudingen 166
    3. 4.3 Schriftelijk of mondeling 166
  219. 219 5. Onroerend goed 166
    1. 5.1 Toepassingsgebied 166
    2. 5.2 Feitelijke uitzonderingen 166
  220. 220 6. Kleinhandel of ambachtelijk bedrijf 166
    1. 6.1 Kenmerken 166
    2. 6.2 Prestaties 166
    3. 6.3 Cassatierechtspraak 166
    4. 6.4 Vrije beroepen 167
    5. 6.5 Ambachtsman 167
    6. 6.6 Niet van toepassing op 167
    7. 6.7 Doorslaggevend criterium 167
  221. 221 7. Eigen cliënteel 167
  222. 222 8. Hoofdzakelijke overeenkomst over bestemming 167
    1. 8.1 Hoofdzakelijkheid 167
    2. 8.2 Overeenkomst over bestemming 167
    3. 8.3 Wijziging zonder akkoord 167
  223. 223 9. Uitgesloten handelshuren (art 2 HHW) 168
  224. 224 10. Aard van de Handelshuurwet: dwingend recht 168
  225. 225 11. Doorgedreven formalisme 168
  226. 226 HOOFDSTUK 2 — DUUR VAN DE OVEREENKOMST 168
  227. 227 1. Handelshuur: basiscontract en hernieuwingen 168
    1. 1.1 Systeem van huurhernieuwing 168
  228. 228 2. Minimumduur van negen jaar (art 3 lid 1 HHW) 168
    1. 2.1 Duur 168
    2. 2.2 Aanvang 168
    3. 2.3 Langere duur 168
    4. 2.4 Einde overeenkomst 169
  229. 229 3. Onderverhuring aan kleinhandelaar 169
    1. 3.1 Voorbeelden 169
    2. 3.2 Hernieuwing onderhuur 169
  230. 230 4. Woonlokalen 169
  231. 231 5. Bijkomstige lokalen nodig voor handel 169
  232. 232 6. Voortijdige beëindiging handelshuur 169
    1. 6.1 Door de huurder 169
    2. 6.2 Door de verhuurder 169
    3. 6.3 Bij wederzijds akkoord 169
  233. 233 Hoofdstuk 3: Hernieuwing van de handelshuur 170
  234. 234 1. SYSTEEM VAN DE HUURHERNIEUWING 170
    1. 1.1 Opeenvolgende huurovereenkomsten van negen jaar 170
    2. 1.2 Formalistisch karakter en prejudiciële vraag 170
  235. 235 2. VOORWAARDEN VOOR HERNIEUWING 170
    1. 2.1 Bestaande handelshuurovereenkomst 170
    2. 2.2 Voortzetting van dezelfde handel 170
    3. 2.3 Recht op hernieuwing niet afhankelijk van recht op handelszaak 170
  236. 236 3. DUUR VAN HERNIEUWDE HUUR 171
    1. 3.1 Standaardduur 171
    2. 3.2 Kortere duur 171
    3. 3.3 Contractuele hernieuwing na drie wettelijke hernieuwingen 171
  237. 237 4. AARD VAN DE HUURHERNIEUWING 171
    1. 4.1 Nieuwe overeenkomst 171
    2. 4.2 Geen absoluut recht op hernieuwing 171
    3. 4.3 Wettelijk maximum 171
    4. 4.4 Afstand door huurder 171
    5. 4.5 Geen recht bij vroegtijdige beëindiging 171
    6. 4.6 Dwingend recht 172
  238. 238 5. GEVOLGEN VAN HUURHERNIEUWING 172
  239. 239 6. AANVRAAG TOT HUURHERNIEUWING DOOR DE HUURDER 172
    1. 6.1 Principe 172
    2. 6.2 Tijdstip van de aanvraag 172
    3. 6.3 Aanspraakgerechtigden 172
    4. 6.4 Vorm van de aanvraag 172
    5. 6.5 Inhoud van de aanvraag 174
    6. 6.6 Gevolgen van een ongeldige aanvraag 174
    7. 6.7 Handelshuur van onbepaalde duur 174
  240. 240 7. REACTIE VAN DE VERHUURDER OP HET VERZOEK TOT HUURHERNIEUWING 174
    1. 7.1 Principe: verhuurder moet klare wijn schenken 174
    2. 7.2 Consequentie in het antwoord 174
    3. 7.3 Akkoord van verhuurder 175
    4. 7.4 Tegenvoorstel van verhuurder 175
    5. 7.5 Weigering van verhuurder 175
  241. 241 8. GEEN HERNIEUWING 175
  242. 242 9. VERVREEMDING VAN HET GEHUURDE GOED EN HUURHERNIEUWING 175
    1. 9.1 Nieuwe huur moet vaste datum hebben 175
    2. 9.2 Vervreemding tijdens hernieuwingsprocedure 175
  243. 243 10. BIJZONDERE BESCHERMING VAN DE ONDERHUURDER BIJ HUURHERNIEUWING 176
    1. 10.1 Situatie handelsonderhuurder 176
  244. 244 HOOFDSTUK 4 — DE HUURPRIJS (ART. 6 HHW) 176
  245. 245 1. Huurprijs bij het sluiten van de overeenkomst 176
    1. 1.1 Basisregels 176
  246. 246 2. Driejaarlijkse aanpassing van de huurprijs 176
    1. 2.1 Beginsel 176
    2. 2.2 Toepassingsvoorwaarden 176
  247. 247 3. Prijsherziening enkel in handelshuur 177
  248. 248 HOOFDSTUK 5 — VERBOUWINGEN AAN HET GOED 177
  249. 249 1. Beginsel 177
  250. 250 2. Toepassingsvoorwaarden 177
  251. 251 3. Procedure 178
  252. 252 4. Uitvoering van de werken en lot bij einde huur 178
    1. 4.1 Uitvoering 178
    2. 4.2 Lot van de werken bij einde huur 178
  253. 253 HOOFDSTUK 6 — ONDERHUUR EN HUUROVERDRACHT 178
  254. 254 1. Mogelijkheid tot onderhuur en huuroverdracht 178
  255. 255 2. Wettelijke uitzondering op contractueel verbodsbepaling 178
    1. 2.1 Belangrijk beginsel 178
    2. 2.2 Procedure 178
  256. 256 3. Gevolgen van onderhuur en huuroverdracht voor handelshuur 178
    1. 3.1 Hypothese 1: Huuroverdracht + overdracht handelsfonds 179
    2. 3.2 Hypothese 2: Volledige onderhuur + overdracht handelsfonds 179
    3. 3.3 Hypothese 3: Onderhuur + verhuring of oprichting handelsfonds 179
  257. 257 HOOFDSTUK 7 — VERVREEMDING VAN HET GEHUURDE GOED 179
  258. 258 1. Huurovereenkomst met vaste datum 179
    1. 1.1 Zonder uitzettingsbeding 179
    2. 1.2 Met uitzettingsbeding 179
  259. 259 2. Huurovereenkomst zonder vaste datum 179
  260. 260 HOOFDSTUK 8 — DE UITZETTINGSVERGOEDING 180
  261. 261 1. Principe: vergoeding voor verlies handelszaak 180
    1. 1.1 Situering 180
    2. 1.2 Doel van de vergoeding 180
    3. 1.3 Voorwaarden aan de zijde van de huurder 180
    4. 1.4 Verbod van rechtsmisbruik 180
  262. 262 2. Toepassingsgevallen 180
    1. 2.1 Limitatieve opsomming (art. 16 IV, 25, 26 HHW) 180
    2. 2.2 Gevallen zonder vergoeding 180
  263. 263 3. Bedrag van de uitzettingsvergoeding 180
    1. 3.1 Uitzettingsvergoeding = 1 jaar huur 180
    2. 3.2 Uitzettingsvergoeding = 2 jaar huur 180
    3. 3.3 Uitzettingsvergoeding = 3 jaar huur 180
    4. 3.4 Bijzondere gevallen en berekening 181
  264. 264 4. Bijzondere regels: retentierecht van de huurder en termijn voor het instellen van de vordering 181
    1. 4.1 Retentierecht van de huurder 181
    2. 4.2 Termijn voor het instellen van de vordering 181

Document information

Study
Uploaded on
April 25, 2026
Number of pages
181
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.56

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
zerdaozbey004
3.0
(2)
Sold
41
Followers
0
Items
44
Last sold
23 hours ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions