DEEL 1: CHEMISCHE BASIS VAN BIOMOLECULEN
HOOFDSTUK 1: CHEMISCHE VERBINDINGEN IN LEVENDE
MATERIE
Inleiding
- Biochemie
o Studie vd moleculen vh leven = biomoleculen
▪ Vormen onze voeding (suikers, eiwitten, vetten)
▪ Erfelijke aandoeningen (DNA en wijzigingen hierin)
▪ Infecties (antilichamen = verdedigings-eiwitten)
- Deel 1 Biochemie
o Chemische structuur vd verschillende biomoleculen
o 3D- vorm
o Communicatie / interactie in levend organisme
- Nucleosoom
o Complex bestaande uit DNA-moleculen
▪ Negatief geladen (rood)
o Centraal complex van 8 eiwitten
▪ Positief geladen (blauw)
▪ Aantrekken pos. en neg. zorgt voor vorming en stabiliteit
- Transformaties van biomoleculen
o Effect op hun functie
▪ Vormverandering
▪ Chemische reacties
• Chemische structuur wijzigt
• Bv. eiwit wordt inactief na fosforylering
o Geregeld door enzymen
- Biomoleculen
o Basis van alle structuren die aanwezig zijn in cellen en weefsels van levende organismen
o vormen de basis van alle dynamische processen en chemische reacties die in deze
organismen optreden.
o Complexe chemische verbindingen die tot organische moleculen behoren
1
, o Lichaam
▪ Hoofdmolecule = water (70%)
• Polaire molecule (anorganisch)
• 3 atomen die covalent zijn gebonden
▪ Biomoleculen
▪ Anorganische moleculen
▪ Zouten / ionen waaruit zout is opgebouwd
Atomen en ionen, chemische verbindingen en chemische bindingen
- Atomen
o = basis van alle materie
o Subatomaire deeltje
▪ Protonen (+) en neutronen (0)
• Massadragende deeltjes
• Atoomkern of atoomnucleus
▪ Elektronen (-)
• Héél kleine massa
• In beweging rond de kern
• Grootte lading e- en p is identiek
o Atoom is dus ongeladen (nettolading = 0)
o op prent: relatieve atoommassa (A) = 12
o Atoomkern
▪ Positief geladen door protonen
▪ Elektronen trekken kern aan
o C-atoom
▪ 4 valentie-elektronen
o Atomen zoeken altijd nr gevulde valentieschaal → levert grote stabiliteit op
▪ Atomen werken samen: e- delen of uitwisselen
▪ Oktetconfiguratie = 8 valentie-elektronen
▪ Duetconfiguratie = 2 valentie-elektronen (enkel bij H)
- Atoomsoorten of elementen
o Periodieke Tabel der Elementen
▪ 118 atoomsoorten
• Symbool
• Atoomnummer Z: aantal p in de kern
▪ Isotopen
• 1 atoomsoort kan verschillend aantal neutronen bevatten
• Radisotopen: niet stabiel + omgezet nr ander isotoop of vrijkoming
ioniserend straling (radioactief verval)
▪ Metalen en niet-metalen
2
, o Levend organisme
▪ Slechts 60-tal atoomsoorten
▪ 7 soorten vormen 99% vd materie + essentieel voor de
overleving
• C, H, N, O, Ca, P en S
• O = hoofdelement: 70% van lichaam is H2O
▪ Metalen komen voor als ionen
- Ionen
o = deeltjes die lading dragen
o 2 soorten
▪ Kation: positief geladen
• Gevormd uit metaalatoom (Na → Na+)
▪ Anion: negatief geladen
• Gevormd uit niet-metaalatoom (Cl → Cl-)
o Soorten obv hoeveelheid atoomsoorten
▪ Eenvoudig ion: 1 atoomsoort (𝑀𝑔2+ )
• Gevormd uit ongeladen atoom door afstaan of opnemen valentie-
elektronen
• Metaalionen: belang voor functie biomoleculen
o Binden op eiwitten voor juiste 3D vorm voor hun functie
3