Inleiding
Bv. Zwart Vierkant – Malevich
Verkocht met traktaat wrm het speciaal is en wrm het gekocht moest worden
Economisch én conceptueel innovatief
Figuratie
Kleur
Diepte/3D
‘schoonheid’ => analyseerbaar adhv verschillende kenmerken
16e E beeldenstorm = discussie over wat kunst is en waarvoor het gebruikt mag worden
Katholieke beeldcultuur wint
Kunsttheorie
1. Conceptuele onderbouw van kunst: eerst beeld, dan theorie
2. Theoretische vernieuwing van kunst: eerst theorie, dan kunst
Ontstaan canon
= geheel van werken die beschouwd worden (communis opinio: algemene mening)
als het allerbeste van de kunst
o Theoretische onderbouw die selectie van kunstwerken rechtvaardigt
o Periodegebonden
=> esthetische belangen veranderen doorheen de tijd
Periodisering
Antiek Griekenland
Hellenistisch Griekenland
Filosofisch referentiekader
Communis opinio obv filosofische opvattingen over ‘schoonheid’
1. Plato: belang vh intellect
Mimesis (nabootsen; mimemata = nabootsingen)
Similitudo = het ‘ideale beeld’ van bv de mens
Simulacrum = manipulatie vd nabootsing (bv rimpels, puisten,… weglaten)
<-> Aisthesis = mentaal beeld op basis van intellect & zintuigen
2. Aristoteles: belang vd zintuigen
a. Logos: logica/tekst
b. Ethos: gedrag (vd redevoerder)
c. Pathos: inspelen op de emoties vh publiek
=> hellenistische kunst (klassieke kunst = rationeel)
, Taal en beeld
Belang van ‘theoria’ neemt toe => taal & beeld niet los te koppelen (bv beeldtaal in retorica)
Ekphrasis = kunstwerken beeldend beschrijven adhv retorica
Renaissance: adhv ekphrasis beelden reconstrueren (aangezien er ih begin weinig
klassieke kunst beschikbaar was, moesten ze het met taal/beschrijvingen doen)
Kunst creëren obv verhalen/literatuur/drama = beeld – taal verweven
Romeinse Oudheid
Dominantie neoplatonisme: combi van Plato en Christelijke idealen
+ Vitruvius: wiskundige verhoudingen (architectuur)
+ Plinius: historia naturalis (kunstgeschiedenis) => kunstenaar > kunst
Plinius
Kunstgeschiedenis als kunsttheorie
Begint vanuit natuur (stenen, pigmenten,…)
Zoomt in op gebruik van de mens
= teleologische voorstelling!!
Doel: perfectie/mnemesis
Kunstenaar > andere mens
Middeleeuwen
Historische context
“Gij zult geen gesneden beeld maken” (1 vd 10 geboden)
Spanning tss
o Aniconische geloofsovertuigingen (Islam, Jodendom,…)
=> weinig kunst, heel simplistisch
o Christendom
=> contrafactum mag wel in kunst
Christendom
Legitimeren beeldcultuur adhv legenden
Vrouw dept op Jezus zijn gezicht
=> woeps gezicht afgebeeld op doek
=> we mogen hem afbeelden
Kunsttheorie & beeldtheologie
Byzantium vs KdG (9e E)
Legitimatie:
1. KdG: Libri Carolini
= principes van kunst neergeschreven
o Zintuiglijke wereld: godsschepping = begin van alles
o Context waarin kunst gemaakt wordt > inhoud kunst
Bv Hitler boven je bed of Hitler in WOII tentoonstelling
o Materialiteit beseffen: door mensen gemaakt!!