Beco samenvatting H20 door Kjell Plantenga
§20.1 Vermogensstructuur
De financiële structuur van een onderneming bestaat uit de
kapitaalstructuur: de samenstelling van de activa, en de
vermogensstructuur: samenstelling van het vermogen dat
tegenover de kapitaalstructuur staat (welke vermogens
zijn beschikbaar)
De looptijd van het aan te trekken vermogen, moet zo goed
mogelijk aansluiten bij de levensduur van het in de activa te investeren vermogen.
Financieringsregels:
In permanente vermogensbehoeften moet worden voorzien met permanent
vermogen.
In langdurig tijdelijke behoeften moet worden voorzien met langdurig tijdelijk
vermogen.
In kortstondig tijdelijke behoeften moet worden voorzien met kortstondig tijdelijk
vermogen.
Andere oplossingen om betalingsproblemen te voorkomen:
Langdurig tijdelijk vermogensbehoefte te financieren met permanent vermogen
Kortstondig tijdelijke vermogensbehoeften te financieren met langdurig tijdelijk of
permanent vermogen.
Hefboomeffect door de verhouding vreemd vermogen en eigen vermogen
Als een onderneming met haar activiteiten een rendement behaalt dat hoger is dan het
rentepercentage dat ze voor vreemd vermogen moet betalen, verdient ze op het geleende
bedrag. De verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen is de hefboomfactor: hoe meer
een onderneming met vreemd vermogen financiert, hoe meer ze erop verdient.
Operationeel hefboomeffect
De kostenstructuur is de verhouding tussen de constante kosten (kosten die ze altijd heeft,
ongeacht de omvang van de activiteiten) en de totale kosten. Bij een kapitaalstructuur met
veel vaste activa bestaat een groot deel uit afschrijvings- en interestkosten. Als deze activa
zijn gefinancierd met vreemd vermogen, werkt een kleine verandering in de omvang van de
activiteiten dan meer dan evenredig door in de winst. Dat is het operationele hefboomeffect
(hoe meer vaste activa je hebt, hoe groter het is).
§20.2 Effect investeringsprojecten
Het effect van een investeringsproject op de waarde van een onderneming:
bij de intrinsieke waarde een toename als er een deel is gefinancierd met eigen
vermogen. Totale activa – vreemd vermogen = eigen vermogen
bij de liquidatiewaarde zal een investeringsproject niet spelen, omdat alles moet
worden verkocht
marktwaarde is de waarde die de markt bereid is te bepalen. Een veel belovend plan
heeft meestal een positief effect op de markt.
bij de rentabiliteitswaarde is er een toename als de netto contante waarde van een
investeringsproject op basis van de winst na belasting, volgens hetzelfde of een hoger
rentabiliteitspercentage is berekend als de waarde van de onderneming;
§20.1 Vermogensstructuur
De financiële structuur van een onderneming bestaat uit de
kapitaalstructuur: de samenstelling van de activa, en de
vermogensstructuur: samenstelling van het vermogen dat
tegenover de kapitaalstructuur staat (welke vermogens
zijn beschikbaar)
De looptijd van het aan te trekken vermogen, moet zo goed
mogelijk aansluiten bij de levensduur van het in de activa te investeren vermogen.
Financieringsregels:
In permanente vermogensbehoeften moet worden voorzien met permanent
vermogen.
In langdurig tijdelijke behoeften moet worden voorzien met langdurig tijdelijk
vermogen.
In kortstondig tijdelijke behoeften moet worden voorzien met kortstondig tijdelijk
vermogen.
Andere oplossingen om betalingsproblemen te voorkomen:
Langdurig tijdelijk vermogensbehoefte te financieren met permanent vermogen
Kortstondig tijdelijke vermogensbehoeften te financieren met langdurig tijdelijk of
permanent vermogen.
Hefboomeffect door de verhouding vreemd vermogen en eigen vermogen
Als een onderneming met haar activiteiten een rendement behaalt dat hoger is dan het
rentepercentage dat ze voor vreemd vermogen moet betalen, verdient ze op het geleende
bedrag. De verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen is de hefboomfactor: hoe meer
een onderneming met vreemd vermogen financiert, hoe meer ze erop verdient.
Operationeel hefboomeffect
De kostenstructuur is de verhouding tussen de constante kosten (kosten die ze altijd heeft,
ongeacht de omvang van de activiteiten) en de totale kosten. Bij een kapitaalstructuur met
veel vaste activa bestaat een groot deel uit afschrijvings- en interestkosten. Als deze activa
zijn gefinancierd met vreemd vermogen, werkt een kleine verandering in de omvang van de
activiteiten dan meer dan evenredig door in de winst. Dat is het operationele hefboomeffect
(hoe meer vaste activa je hebt, hoe groter het is).
§20.2 Effect investeringsprojecten
Het effect van een investeringsproject op de waarde van een onderneming:
bij de intrinsieke waarde een toename als er een deel is gefinancierd met eigen
vermogen. Totale activa – vreemd vermogen = eigen vermogen
bij de liquidatiewaarde zal een investeringsproject niet spelen, omdat alles moet
worden verkocht
marktwaarde is de waarde die de markt bereid is te bepalen. Een veel belovend plan
heeft meestal een positief effect op de markt.
bij de rentabiliteitswaarde is er een toename als de netto contante waarde van een
investeringsproject op basis van de winst na belasting, volgens hetzelfde of een hoger
rentabiliteitspercentage is berekend als de waarde van de onderneming;