- Wat is de link tussen onderzoeksvraag en probleemstelling?
- De onderzoeksvraag wordt geformuleerd BINNEN de probleemstelling
- De probleemstelling = context/situering/afbakening waar OZV tot stand
komt
- PS & OF samen = onderzoeksplan, plan van aanpak (eerst denken dan
doen)
- PS: 1e fase
Focus van probleemstelling: focus op wat je wil weten – vertaalt in
concrete OZV
Die je met onderzoek gaat beantwoorden
- OF: 2e fase
Focus ontwerpfase: empirie en waarnemen (link tussen die 2 =
bestaande kennis)
Bestaande kennis (de werkelijkheid of een deel daarvan die je wil
onderzoeken)
Het is empirie die je wil bevragen, onderzoeken, …
Hoe onderzoek aanpassen 3 vragen
- Wie eenheden
- Wat kenmerken (vervat in VOV), deels in conceptueel model (bij VOV)
Gerelateerd aan wat je in probleemstelling als onderzoeksvraag
geformuleerd
Centrale onderzoeksvraag, deelonderzoeksvraag, …
Het vervat instrument (manier waarop, enquête, vragenlijst, …)
- Hoe: methode
SITUERING IN HET ONDERZOEKSPROCES
- Onderzoeksvraag zeer belangrijk, geeft richting aan je waarnemen
(COV, DOV)
- Casus rond agressie & ontwerp uitwerken waarom OZ-vraag dan zo
belangrijk
Om te weten welk soort onderzoek je gaat doen (kwantitatief vs.
kwalitatief)
Ontwerp zal er nl. anders uitzien naargelang welk onderzoek je doet
,
,HET ONDERZOEKSONTWERP – WIE
“Eenheden” moeten afbakenen
- Probleemstelling = weten afbakening doelgroep
In de probleemstelling geef je de afbakening van doelgroep al mee
Afbakenen brede doelgroep (niet onderzoekbaar, niet afgebakend in
tijd & ruimte)
Casus agressie: hulpverleners die zijn overal en van alle tijden DUS
afbakenen
- Ontwerp = waarnemen wie?
In ontwerpfase maak je die afbakening concreet
BASISBEGRIPPEN
Populatie en steekproef
- Eenheden
Deze moeten we operationaliseren (waarnemen)
- Doelgroep afbakenen want anders is ze te breed
Doelgroep afbakenen o.b.v. objectief waarneembare criteria
Dan gaan we VAN doelgroep (= theoretische populatie)
NAAR operationele, empirische of onderzoekspopulatie (synoniemen)
o = Populatie bij wie je kan onderzoeken
- Je begint eigenlijk met een theoretische populatie = alle eenheden
- Uiteindelijk na afbakening van die theoretische populatie operationele
populatie
- Afbakenen
Doelgroep = theoretische populatie maar verengen want te breed
Van doelgroep/theoretische populatie naar operationele, empirische,
of onderzoekspopulatie (synoniemen)
- Je onderzoek start vanuit je doelgroep, je populatie (N)
- Die doelgroep ga je hebben afgebakend
Die afgebakende doelgroep = operationele, empirische of
onderzoekspopulatie
Dus die afgebakende doelgroep gaan we gaan operationaliseren
- We hebben een volledige populatie aan eenheden waar onderzoek op
richt (= N)
- Daar zal het onderzoek op richten + uitspraken willen over formuleren
Kleine cirkel = N (aanduiden met een N)
- Dan nog afvragen gaan we de volledige populatie onderzoeken of
slechts een selectie
Populatieonderzoek of steekproefonderzoek aanduiden met n
Steekproef: selectie van eenheden uit de operationele populatie (= n)
Volledige doelgroep
, N = populatie, allemaal
(operationele)
n = steekproef, want te grote
groep
VAN POPULATIE NAAR STEEKPROEF – VOORBEELD
- Eerstelijns: interventie & wijkwerking, geen andere
basisfunctionaliteiten
Dat is dus al een afbakening
- MAAR: moeten te weten komen hoeveel er zijn, dus die informatie
ergens gaan halen
In de PZ, ziekenhuizen, …
- Je kan afbakenen en dan kijken over hoeveel eenheden gaat het dan
- Dan pas kan je verder met onderzoek: dat is grote N (hoeveel eenheden
zijn er hier)
STEEKPROEVEN IN KWANTITATIEF ONDERZOEK
- Doel van een steekproeftrekking
- Externe validiteit, statistische generaliseerbaarheid veralgemenen
resultaten
- “Veralgemenen van steekproefresultaten”
In kwantitatief onderzoek steeds de bedoeling te veralgemenen van
resultaten
Externe validiteit = kunnen uitbreiden
MAAR: daarvoor heb je eerst interne validiteit nodig
- Interne validiteit = resultaten steekproef moeten antwoord geven op
onderzoeksvraag
- Anders kan je hoe dan ook NIET gaan veralgemenen
- Veralgemeenbaarheid = statistische generaliseerbaarheid (= meten met
statistiek)
Gebaseerd op belangrijke criteria
Als je wil veralgemenen waaraan moet steekproef dan voldoen?