Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 75 pages
Class notes

Lesnotities Het Strafproces (volledig)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 75 pages

Dit document bevat alles wat je moet kennen voor het examen strafproces, inclusief de leidraad, wat de prof zei in de les, en herhalingen uit de bachelor. Ik heb dit zelf gestudeerd en was erdoor op het examen. Het is volledig dus je hebt geen extra boeken of samenvattingen nodig. Het enige andere belangrijke element is de codex. Dit document verwijst naar de artikelen en arresten die te kennen zijn.

Content preview

les 25 februari 2025

Recap
- We waren bezig met de totstandkoming van de groei naar elkaar toe van
de twee types van onderzoek.
- Op ongeveer 7 jaar tijd zijn we van een conservatieve toestand naar een
dynamische toestand gegaan.
- Deze evolutie is tot stand gekomen adhv 4 arresten van het GwH, met
opvallende verschillen in visies.

Arrest 4 GwH, 18 januari 2024
- Art 235bis Sv: tussenkomst van de KI m.o.o. zuivering van nietigheden
o Dit systeem komt tot stand vanuit een dubbele gedachte:
 Een vonnisrechter in strafzaken moet zich bezighouden met
het beoordelen van de (on)schuld van de beklaagde en in
voorkomend geval met de bestraffing  Indien er nietigheden
plaatsvinden, moeten deze gezuiverd worden uit het dossier
vooraleer dit bij het vonnisgerecht komt; de procedurele
discussie (onrechtmatigheden, foute bewijsgaring) moet
plaatsvinden in de fase van het vooronderzoek
 Indien procedurefouten zijn begaan in de loop van het
vooronderzoek, laat dat dan zo snel mogelijk opgespoord
worden zodat men mogelijkerwijze nog kan remediëren.
o De optiek is om deze bepaling toe te passen in het GO, niet in het
OO  is dit onderscheid verantwoord?
- Stel, een aantal zaken worden in beslag genomen bij iemand. Deze
persoon wil dat niet en kan daarom art 28sexies / 61quater Sv inroepen.
Maar er bestaat wel degelijk een verschil.
o Indien in een GO beslag wordt genomen en men van oordeel is dat
dat beslag behept is met een onwettigheid, dan kan men dit ikv art
61quater Sv perfect aanvoeren. Men kan de opportuniteit van
beslag aanvechten (was het beslag nodig?), alsook de wettelijkheid
aanvechten (door juncto met art 235bis Sv).
o In een OO kan men een strafrechtelijk kortgeding voeren (art
28sexies Sv) en vragen aan de PdK om het beslag op te heffen. Dit
kortgeding gaat over de vraag of het beslag opportuun was (was het
nodig?). Wat men niet kan doen, is de combinatie maken met art
235bis Sv; het wettelijkheidsdebat kan dus niet gevoerd worden.
 Hier zit dus nog een fameuze ongelijkheid.
- In casu wilde iemand de wettelijkheid aanvechten in een OO. Dit ging
echter niet. Daarom stelde hij een prejudiciële vraag over de ongelijkheid.
- Het GwH beperkt zich tot de problematiek van de opheffing van het
beslag.
o Bedenking: dit is spijtig want hiermee wordt het debat ingeperkt; er
wordt geen standpunt ingenomen over de totale afwezigheid van art
235bis in een OO
- Men stelt vast dat in een GO all the way kan worden gegaan, terwijl dat
niet kan in een OO.
- Als er een ongelijkheid bestaat, dan moeten we kijken of die verantwoord
is en of er een evenredig verband bestaan tussen de aangewende
middelen en het beoogde doel.
1

, - Het GwH zoekt naar kapstokken (3) waaraan het zijn beslissing zal
ophangen:
o Art 6 EVRM (recht op eerlijk proces)
o Art 13 EVRM (recht op toegang tot de rechter)
o Art 1 Eerste Aanvullend Protocol bij EVRM (recht op eigendom)
- Als men voorwerp is van beslag, moet er daadwerkelijke controle zijn. De
KI moet de mogelijkheid hebben om uitspraak te doen, niet alleen over de
opportuniteit, maar ook over de wettelijkheid. Het GwH vindt het dus niet
kunnen dat de ongelijkheid blijft bestaan.
o Overweging: een beslagmaatregel is een dwangmaatregel die kan in
een OO en in een GO; dezelfde maatregel met dezelfde draagwijdte
kan in de twee types onderzoek; hoe leg je dan uit dat in het ene
geval daarover geen betwisting kan gevoerd worden?
- Wat moet er dan kunnen gecontroleerd worden?
o De voorwaarden om een beslag te leggen
o Onderliggende onderzoekshandelingen (datgene dat het beslag
heeft geleid)  in de praktijk is dat vaak de huiszoeking
- Het GwH gaat ook even op de rem staan
o Het wil dit niet opentrekken tot de hele 235bis Sv.
o Wat doet het wel?  Kijken naar de parlementaire voorbereiding
van art 28sexies Sv. Daarin staat nergens dat de wetgever de
controle van het beslag heeft willen beletten. Men kan dit dus
grondwetsconform en ruimer lezen dan men tot dan toe gedaan
heeft.
o Daardoor is het nu mogelijk om beslag te controleren op de
wettelijkheid in een OO ogv de grondwetsconforme lezing van art
28sexies Sv
- Dit zal het debat niet sluiten. Er kan nog iets gezegd worden over het
gebrek aan equivalent van art 235bis Sv voor het OO.


Nu terug naar arrest 3, over de voortgangscontrole.
- Dit heeft geleid tot een beslissing van het GwH die zei dat de wetgever
moest ingrijpen en intussen art 136 bij analogie geldt. De wetgever heeft
intussen een nieuwe bepaling ingevoerd: art 28decies Sv.
- We maken nu een vergelijking tussen art 28decies Sv en het oude artikel
136 SV. De prof zou op het examen kunnen vragen om deze twee
bepalingen naast elkaar te leggen en te zeggen of deze gelijkwaardig zijn.
- Uitgangspunt: OO dat langer dan een jaar duurt
- Aan wie ga je het recht toekennen om de voortgangscontrole te vragen?
o In art 136 Sv (GO) gaat het per definitie over de IVGS of de BuPa.
o In art 28decies Sv (OO) gaat het over de benadeelde persoon (de
formele registratie als benadeelde persoon creëert dus bijkomende
rechten) en de verdachte die als dusdanig werd verhoord (statuut
van verdachte conform Salduz)  maar wat met verdachten die nog
niet verhoord zijn? hier is sprake van een ongelijkheid


2

, - Wat kan een KI doen indien ze ikv een voortgangscontrole vaststelt dat
alles niet verloopt zoals het zou moeten verlopen?
o Even terug naar art 136 Sv (GO): als een IVGS of BuPa naar de KI
stapt, kan de KI bevelen geven aan de onderzoeksrechter. Een KI
kan ook de zaak evoceren (uit handen nemen van de OR).
o In welke mate is dit systeem transponeerbaar naar de relatie tussen
KI en PdK in een OO? Wat kan een KI doen in relatie tot een PdK?
o In art 28decies Sv staat “uitnodigen”: de KI kan het Om uitnodigen
om aanvullend onderzoek te doen en om een beslissing te nemen
binnen een bepaalde termijn over de vervolging  dit zijn geen
onschuldige woordkeuzes (“uitnodigen” ipv “bevelen”): een rechter
en parketmagistraat zijn onafhankelijk van elkaar; een bevel zou
ingaan tegen de onafhankelijkheid; dit verklaart het gebruik van
“uitnodigen”
o Wat is de draagwijdte van de onafhankelijkheid van de PdK (art 151
Gw)?  een parketmagistraat moet volledig onafhankelijk zijn in de
standpunten/vorderingen die hij neemt
o Maar wat met art 40 Gw?  een OM wordt geacht de beslissingen
van de rechterlijke instantie uit te voeren  dit is niet strijdig met
de onafhankelijkheid van het OM
o Een zeer sterk argument voor het weglaten van “uitnodigen”: denk
terug aan 28sexies Sv (strafrechtelijk kortgeding in OO)  indien KI
beslist dat beslag moet worden opgeheven, moet het parket deze
beslissing loyaal uitvoeren
o De prof zou kunnen vragen: geef de betekenis van “uitnodigen” en
leg uit of het gebruik van dit woord nodig is; is er een alternatief?


Bedenkingen
- Er is nog geen volledige openstelling van art 235bis Sv. Hier zal wellicht
nog een nieuwe prejudiciële vraag over komen.
o Overweging 1: Wat is de finaliteit geweest van de zuivering van
nietigheden?
 Vonnisgerecht doet alleen zijn kerntaak
 Onwettigheden moeten nog geremedieerd kunnen worden
 De wenselijkheid om een dossier uit te zuiveren is even pertinent
in een OO als in een GO. De ratio van art 235bis is even goed
aanwezig in een OO.
o Overweging 2: Deze ratio kwam in arrest 4 aan bod ikv een beslag.
Maar wat met andere situaties, zoals die van een mini-instructie?
 Bvb, art 88bis Sv (telefoonregistratie) kan principieel in een
GO, maar kan ook in een OO, via een MI  stel, er is een fout
gebeurd met art 88bis Sv en men zit in een GO: dan kan men
gebruik van zuivering van nietigheden; stel, er is een fout
gebeurd met deze bepaling in een OO: dan kan dit niet
 De ongelijkheidsproblematiek is dus nog niet volledig opgelost

- Er kwam een wettelijke ingreep over het aanvullend onderzoek
o Mbt inzage in de persoonsgegevens


3

,  Een OO vraagt men dit aan de PdK; in een GO vraagt men dit
aan een PdK of een OR
 Mensen kunnen in een dossier binnendringen om informatie te
controleren die op hen betrekking heeft
 Eens een derde de mogelijkheid krijgt om het dossier te
consulteren, is de volgende stap dat hij actie moet kunnen
ondernemen wanneer ze van oordeel zijn dat hun gegevens
niet kloppen. (opgelegd door Europa)
 Partijen moeten dan ook aanvullend onderzoek kunnen vragen
 Hiermee kwam de invoering van art 21quater Sv ! sindsdien is
er gelijkheid

Er is dus grote vooruitgang geboekt door het GwH; het OO en het GO zijn nu vrij
gelijk. 


Nieuw wetboek strafprocesrecht
- Uitgangspunt: eenmaking van het vooronderzoek,
o Dit zal geleid worden door de PdK
o De OR wordt vervangen door een ‘rechter van het onderzoek’  dit
betekent dat hij niet meer het zenuwcentrum is van het GO want er
bestaat alleen nog een onderzoek tout court
o Dit zou een grote hervorming zijn, die volgens de prof nodig is

- 1e bedenking: het hele debat mbt de arresten van het GwH wordt van de
kaart geveegd

- Rechters van het onderzoek worden geacht controle uit te oefenen waar
rechterlijke controle noodzakelijk is
o Deze rol is vergelijkbaar met de rol die momenteel gespeeld wordt
door de KI
o De toezichtsrol van de KI speelt zich voornamelijk af bij GO’n
o In de toekomst zou de rol veel ruimer worden en van toepassing zijn
op alle strafonderzoeken
o Werking:
 Inzage
 Kan gevraagd worden door verdachte en benadeelde
persoon aan de PdK  indien de PdK nee zegt, moet
men in beroep kunnen gaan bij de RO
 Indien het onderzoek 6m duurt, dan heeft men een
‘recht’ op inzage (bvb. RO doet geen uitspraak binnen
bepaalde termijn)  als een PdK vindt dat het
toekennen van een automatisch inzagerecht strijdig is
met de belangen van het onderzoek, dan kan hij aan de
RO een verlenging van het geheim van het onderzoek
vragen
 Aanvullend onderzoek
 Kan gevraagd worden door verdachte en benadeelde
persoon aan de PdK  indien de PdK nee zegt, moet
men in beroep kunnen gaan bij de RO

4

Document information

Study
Uploaded on
March 16, 2026
Number of pages
75
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
Raf vanderstraeten
Contains
All classes
$17.93

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
5
Last sold
3 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions