Samenvatting Testleer
Wat is een test?
Een systematisch onderzoek van een gedeelte van het gedrag
Met behulp van speciaal geselecteerde vragen of opgaven,
Doel: inzicht te krijgen in een bepaald kenmerk van de onderzochte in vergelijking met
anderen
- Signaleren: nagaan, d.m.v. gestructureerde observatie, of er een vermoeden is dat er
symptomen aanwezig zijn die duiden op mogelijke problematiek
- Screenen: eenvoudige manier van onderzoek doen van een gezonde populatie. Kans
bepalend onderzoek en risico-inschatting.
- Diagnostisch onderzoek: nodig om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van de
aanwezigheid van een probleem.
Eisen aan testen
• Efficiënt: efficiënte manier van oordeelsvorming.
• Objectief: het onderzoek is dusdanig samengesteld dat de resultaten onafhankelijk van de
persoon van de onderzoeker zijn.
• Standaardisering: in overeenstemming gebracht met een standaard.
• Genormeerd
• Betrouwbaar
• Valide
Standaardisering
- Gestandaardiseerde test(afname): regels voor afname van de test, bij alle testpersonen
zelfde testafname > resultaten ervan vergeleken kunnen worden met anderen.
(absolute voorwaarde om van een test te kunnen spreken).
- Gestandaardiseerde score = ruwe scores worden omgezet naar een standaardscore met
een gemiddelde en een standaarddeviatie of – afwijking > verdeling rond het gemiddelde
aangeven = makkelijker vergelijken met anderen
Standaardisatie
Dezelfde opgaven
Zelfde manier van aanbieding
Dezelfde instructies
Hetzelfde materiaal
Oefenvoorbeelden hetzelfde
Dezelfde tijdslimieten
Dezelfde afbreekregels
Dezelfde scoring
Normering: representativiteit
Normering bepalen meestal op basis van het afnemen van de test bij een selectie van
personen: de steekproef.
Normgroep: een steekproef uit de hele groep waar je een uitspraak over wilt doen.
Representativiteit: de mate waarin de geselecteerde afvaardiging overeenkomt met de hele
populatie.
, Normering: bij de steekproef is een nauwkeurige rangorde van prestaties vastgesteld,
waarmee de individuele score kan worden vergeleken en daardoor een waarde toegemeten
krijgt.
COTAN
= De Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) van het NIP (Nederlands Instituut voor
Psychologen) bevordert de kwaliteit van tests en testgebruik in Nederland.
• Beoordeelt of een test een goed meetinstrument is. Daarvoor hanteert de COTAN zeven
criteria, onder andere dat de test voldoende betrouwbaar en valide moet zijn.
Betrouwbaarheid:
- Nauwkeurigheid van een test
- Herhaling: zelfde uitkomst?
- de mate waarin uitkomsten vrij zijn van toevallige fouten
Betrouwbaarheid testen:
test-hertest betrouwbaarheid: door de test bij een groep vaker af te nemen > resultaten op
verschillende testafnamen stabiel zijn
Paralleltestbetrouwbaarheid: tweede gelijkaardige test ontwerpen en afnemen
(equivalentie)
Interne consistentie: kijken naar overeenkomst van de onderlinge scores (homogeniteit) op
de afzonderlijke items.
Betrouwbaarheid vaststellen
• 2 stappen:
• A) werkwijze: twee gelijkwaardige testen afnemen
• B) berekening: m.b.v. een statistische toets de mate van samenhang tussen de scores van
twee gelijkaardige toetsen bepalen (bv Pearsons correlatiecoëfficient).
Validiteit:
- meet de test wat hij moet meten? (stap 1, Beurskens)
- de mate waarin een test aan zijn doel beantwoordt (stap 2)
- de mate waarin uitkomsten vrij zijn van systematische fouten
Inhoudsvaliditeit: (zitten alle onderdelen van dat onderwerp er in) de mate waarin de items
van de test representatief zijn voor de vaardigheid of kennis die de test wil meten. Bv: zitten
alle onderdelen die behoren bij morfologie ook wel daadwerkelijk in de test, als de test
morfologische vaardigheden wil testen?
Begripsvaliditeit: (is de manier waarop je test een goede manier op te meten wat je wil
meten) de mate waarin een testscore beschouwd mag worden als een maat voor het begrip
waar de test zich op richt (bv leesvaardigheid). Is je test (bv scores op snellezen) een goede
indicator voor wat je wilt meten (leesvaardigheid)? > vergelijk jouw resultaten met de
resultaten van een test die hetzelfde beoogt te meten.
Gausscurve (de Normaalverdeling)
Standaardscores hebben een normale verdeling, d.w.z. een verdeling met
Wat is een test?
Een systematisch onderzoek van een gedeelte van het gedrag
Met behulp van speciaal geselecteerde vragen of opgaven,
Doel: inzicht te krijgen in een bepaald kenmerk van de onderzochte in vergelijking met
anderen
- Signaleren: nagaan, d.m.v. gestructureerde observatie, of er een vermoeden is dat er
symptomen aanwezig zijn die duiden op mogelijke problematiek
- Screenen: eenvoudige manier van onderzoek doen van een gezonde populatie. Kans
bepalend onderzoek en risico-inschatting.
- Diagnostisch onderzoek: nodig om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van de
aanwezigheid van een probleem.
Eisen aan testen
• Efficiënt: efficiënte manier van oordeelsvorming.
• Objectief: het onderzoek is dusdanig samengesteld dat de resultaten onafhankelijk van de
persoon van de onderzoeker zijn.
• Standaardisering: in overeenstemming gebracht met een standaard.
• Genormeerd
• Betrouwbaar
• Valide
Standaardisering
- Gestandaardiseerde test(afname): regels voor afname van de test, bij alle testpersonen
zelfde testafname > resultaten ervan vergeleken kunnen worden met anderen.
(absolute voorwaarde om van een test te kunnen spreken).
- Gestandaardiseerde score = ruwe scores worden omgezet naar een standaardscore met
een gemiddelde en een standaarddeviatie of – afwijking > verdeling rond het gemiddelde
aangeven = makkelijker vergelijken met anderen
Standaardisatie
Dezelfde opgaven
Zelfde manier van aanbieding
Dezelfde instructies
Hetzelfde materiaal
Oefenvoorbeelden hetzelfde
Dezelfde tijdslimieten
Dezelfde afbreekregels
Dezelfde scoring
Normering: representativiteit
Normering bepalen meestal op basis van het afnemen van de test bij een selectie van
personen: de steekproef.
Normgroep: een steekproef uit de hele groep waar je een uitspraak over wilt doen.
Representativiteit: de mate waarin de geselecteerde afvaardiging overeenkomt met de hele
populatie.
, Normering: bij de steekproef is een nauwkeurige rangorde van prestaties vastgesteld,
waarmee de individuele score kan worden vergeleken en daardoor een waarde toegemeten
krijgt.
COTAN
= De Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) van het NIP (Nederlands Instituut voor
Psychologen) bevordert de kwaliteit van tests en testgebruik in Nederland.
• Beoordeelt of een test een goed meetinstrument is. Daarvoor hanteert de COTAN zeven
criteria, onder andere dat de test voldoende betrouwbaar en valide moet zijn.
Betrouwbaarheid:
- Nauwkeurigheid van een test
- Herhaling: zelfde uitkomst?
- de mate waarin uitkomsten vrij zijn van toevallige fouten
Betrouwbaarheid testen:
test-hertest betrouwbaarheid: door de test bij een groep vaker af te nemen > resultaten op
verschillende testafnamen stabiel zijn
Paralleltestbetrouwbaarheid: tweede gelijkaardige test ontwerpen en afnemen
(equivalentie)
Interne consistentie: kijken naar overeenkomst van de onderlinge scores (homogeniteit) op
de afzonderlijke items.
Betrouwbaarheid vaststellen
• 2 stappen:
• A) werkwijze: twee gelijkwaardige testen afnemen
• B) berekening: m.b.v. een statistische toets de mate van samenhang tussen de scores van
twee gelijkaardige toetsen bepalen (bv Pearsons correlatiecoëfficient).
Validiteit:
- meet de test wat hij moet meten? (stap 1, Beurskens)
- de mate waarin een test aan zijn doel beantwoordt (stap 2)
- de mate waarin uitkomsten vrij zijn van systematische fouten
Inhoudsvaliditeit: (zitten alle onderdelen van dat onderwerp er in) de mate waarin de items
van de test representatief zijn voor de vaardigheid of kennis die de test wil meten. Bv: zitten
alle onderdelen die behoren bij morfologie ook wel daadwerkelijk in de test, als de test
morfologische vaardigheden wil testen?
Begripsvaliditeit: (is de manier waarop je test een goede manier op te meten wat je wil
meten) de mate waarin een testscore beschouwd mag worden als een maat voor het begrip
waar de test zich op richt (bv leesvaardigheid). Is je test (bv scores op snellezen) een goede
indicator voor wat je wilt meten (leesvaardigheid)? > vergelijk jouw resultaten met de
resultaten van een test die hetzelfde beoogt te meten.
Gausscurve (de Normaalverdeling)
Standaardscores hebben een normale verdeling, d.w.z. een verdeling met