Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Suicidaal Gedrag (A Kerkhof) voor Klinische 2

Rating
-
Sold
1
Pages
9
Uploaded on
04-03-2026
Written in
2025/2026

Op het tentamen werden hier veel vragen over gesteld, dus heb ik een aparte samenvatting gemaakt. Inclusief belangrijkste conclusies per hoofdstuk. Volledige samenvatting voor Klinische Psychologie 2 (Open Universiteit) Suïcidaal Gedrag van Ad Kerkhof. (Dus hoofdstukken 3, 4 en 5.)

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Behandeling van suïcidaal gedrag in de praktijk van de
GGZ
Ad Kerkhof & Bert van Luyn



1. Meervoudige verklaringen voor suïcidaal gedrag

De vraag waarom sommige mensen suïcide plegen terwijl anderen in vergelijkbare omstandigheden dat
niet doen, vormt het uitgangspunt van het denken over suïcidaliteit. De meeste mensen zijn in staat
tegenslagen te verwerken zonder depressief te worden. Hoewel depressieve personen vaker
geconfronteerd zijn met tegenslag, verklaart dit op zichzelf niet de weg richting suïcide. Zelfs binnen de
groep die suïcidale gedachten ontwikkelt, komt uiteindelijk slechts een klein deel daadwerkelijk door
suïcide om het leven. De centrale vraag is dan ook: wat beschermt de meerderheid van mensen met
ernstige risicofactoren tegen het daadwerkelijk ondernemen van suïcide?


Suïcidaliteit bij psychiatrische aandoeningen

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 87 procent van alle gevallen van suïcide in verband kan worden gebracht
met een psychiatrische stoornis. Depressieve stoornissen vormen daarbij de grootste categorie (43%),
gevolgd door verslavingsproblematiek (26%), persoonlijkheidsstoornissen (16%) en psychotische
stoornissen (9%). Dit gegeven suggereert dat suïcide begrepen kan worden als een symptoom van
onderliggende psychiatrische problematiek, hoewel lang niet iedereen met een psychiatrische aandoening
suïcidale neigingen ontwikkelt.

Bij depressie is het suïciderisico ongeveer twintig keer groter dan in de algemene bevolking. Bij bipolaire
stoornissen is dit vijftien keer verhoogd, bij dysthyme stoornissen twaalf keer en bij niet nader
gespecificeerde stemmingsstoornissen zestien keer. De belangrijkste voorspeller van suïcide bij
depressieve patiënten is een eerder ondernomen suïcidepoging. Het risico neemt toe naarmate de
stoornis ernstiger is, waarbij ernst wordt bepaald door de combinatie van duur, symptoomintensiteit en de
subjectieve beleving van hopeloosheid. Hopeloosheid is een kernelement: wanneer een patiënt de moed
opgeeft, geen toekomstverwachtingen meer heeft en ervan overtuigd raakt dat geen enkele behandeling
nog soelaas biedt, kan suïcide als een uitweg worden ervaren.

Suïcidaliteit overstijgt de grenzen van afzonderlijke ziektebeelden. Bij bipolaire stoornissen onderneemt
meer dan de helft van de patiënten een suïcidepoging en heeft tachtig procent suïcidegedachten. Bij
angststoornissen bestaat een duidelijke relatie met suïcidegedachten en -pogingen, al is de samenhang
met daadwerkelijke suïcide moeilijker vast te stellen vanwege hoge comorbiditeit met depressie. Bij
middelenverslavingen komt zeven procent door suïcide om het leven. Bij schizofrenie is dat vijf tot zeven
procent. Bij anorexia nervosa is het risico acht keer groter dan normaal, en bij borderline
persoonlijkheidsstoornis komt vijf tot tien procent door suïcide om het leven. De conclusie is dat
suïcidaliteit een transdiagnostisch verschijnsel is dat bij vrijwel alle psychiatrische stoornissen kan
optreden.

Depressieve stoornissen vormen weliswaar een belangrijke voedingsbodem, maar zijn op zichzelf geen
voldoende of noodzakelijke voorwaarde voor suïcide. Ze worden pas gevaarlijk wanneer zich ook andere
determinanten aandienen, zoals het verlies van werk of een dierbare. Onder depressieve patiënten gaat
suïcide bovendien vaak samen met comorbide stoornissen en lichamelijke aandoeningen. In de
voorbereiding op de DSM-5 zijn stemmen opgegaan om een afzonderlijke as voor suïcidaliteit te
reserveren, om te benadrukken dat het een onafhankelijke dimensie betreft die aandacht vereist in elke
behandeling, maar dit voorstel is niet in de definitieve versie opgenomen.

, Neuropsychologische kwetsbaarheid

Suïcidaal gedrag bij verschillende stoornissen kan ook worden begrepen als uiting van een verhoogde
gevoeligheid voor hopeloosheid, impulsiviteit en agressiviteit. Volgens van Heeringen houdt deze
voorbeschiktheid verband met een disfunctie van het serotonerge systeem, wat leidt tot een sterke
psychobiologische respons bij confrontatie met uitlokkende omstandigheden. Vermindering van
hopeloosheid betekent daarom niet automatisch dat de onderliggende neuropsychologische
kwetsbaarheid verdwenen is. Een nieuwe teleurstelling kan de wanhoop in volle omvang doen herleven,
vergelijkbaar met een herpesvirus dat na latentie weer geactiveerd kan worden. Mentale functies als
aandacht, perceptie, autobiografisch geheugen, toekomstgericht denken en probleemoplossend
vermogen lijken samen te hangen met deze neuropsychologische kwetsbaarheden.


2. Karakterkwetsbaarheid en persoonlijkheidskenmerken

Naast psychiatrische stoornissen spelen persoonlijkheidskenmerken een belangrijke rol bij suïcidaliteit.
Relationele problemen, niet alleen recente maar ook uit het verleden, vormen een voedingsbodem.
Aangeleerde hulpeloosheid, het idee geen invloed te kunnen uitoefenen op situaties, is een kenmerkend
patroon. Gebrekkige affectregulatie, oftewel het onvermogen om gedachten, gevoelens en ervaringen
adequaat te verdragen en bij te stellen, vergroot de kwetsbaarheid aanzienlijk.

Impulsiviteit speelt een bijzondere rol. Hoewel suïcidaal gedrag impulsief kan lijken, is er bijna nooit sprake
van suïcide zonder een voorafgaand suïcidaal proces. Soms zit er niet meer dan tien minuten tussen de
eerste gedachte aan een poging en de uitvoering ervan. Bij adolescenten is suïcidaal gedrag
buitengewoon vaak impulsief: in minder dan een kwart van de gevallen is er sprake van enige vorm van
planning. Impulsiviteit verklaart ook waarom de beschikbaarheid van middelen zoveel invloed heeft. De
toevallige aanwezigheid van medicijnen of een wapen kan voor hopeloze personen voldoende zijn om
suïcidaal gedrag uit te lokken.

Dichotoom denken, de neiging om ervaringen in alles-of-niets termen te verwoorden, komt vaker voor bij
suïcidepogers. Perfectionisme en faalangst kunnen een vorm van zwart-witdenken inhouden die
predisponeert voor extreem negatieve evaluaties. Dit extreem negatieve en rigide denken lijkt
doorslaggevend bij de ontwikkeling van een emotionele crisis naar een suïcidale crisis. Suïcidale
personen pakken problemen meer rigide aan, verwachten geen controle over de uitkomst en laten
problemen vaker over aan anderen of het lot. Ze overgeneraliseren in hun autobiografisch geheugen,
waardoor levensgebeurtenissen op een globale manier worden herinnerd en er geen genuanceerde
toekomstbeelden meer mogelijk zijn.

Krenkbaarheid van het zelfbeeld speelt eveneens een rol. Wanneer het zelfbeeld wordt bedreigd en de
beschermende narcistische mentale activiteiten tekortschieten, wordt het zelfbeeld aangetast. Suïcide kan
dan een manier zijn om het zelfbeeld blijvend te beschermen tegen verder verlies. Gekrenkte trots met
woede vormt een vruchtbare voedingsbodem. Plotselinge suïcides kunnen voortkomen uit gezichtsverlies
bij ontslag, faillissement of het openbaar worden van verborgen gehouden zaken.


3. Suïcidaliteit als reactie en als proces

Suïcidaliteit als gevolg van een psychiatrische stoornis

Suïcidaliteit kan niet alleen worden begrepen als een symptoom van een stoornis, maar ook als een
consequentie ervan. Door een psychiatrische aandoening vermindert het vermogen om zich aan te
passen aan de samenleving. Pogingen tot aanpassing kunnen leiden tot negatieve ervaringen zoals het
niet vinden van werk of relatieproblemen. Stigmatisering, discriminatie en onvrede over het beloop van de
aandoening of het toekomstperspectief dragen bij aan het ontwikkelen van suïcidaliteit. Zo komt suïcide
vaker voor bij jonge, intelligente schizofrene patiënten die een bijzonder negatief beeld hebben van wat


2

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 3 t/m 5
Uploaded on
March 4, 2026
Number of pages
9
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$5.15
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
mimounboulfich Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
14
Member since
7 year
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions