100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Lichamelijke Opvoeding 1

Rating
-
Sold
-
Pages
30
Uploaded on
02-03-2026
Written in
2024/2025

Samenvatting van 30 pagina's voor het vak Lichamelijke Opvoeding 1 aan de Odisee (Samenvatting LO 1)

Institution
Course

Content preview

Lichamelijke opvoeding 1
1. Wat is bewegen?

1.1 Wat verstaan we onder bewegen?

• Definitie van bewegen
= lichamelijk actief zijn, met het oog op conditie of gezondheid

• Categorieën van bewegen / fysieke activiteit:
➢ Sedentair gedrag: (lang stilzitten) alles wat je doet terwijl je ligt of zit, waarbij je weinig energie
verbruikt.
➢ Licht intensief bewegen: lichte fysieke bewegingen, zoals traag stappen, rechtstaand werken. Je
hartslag blijft normaal, ademhaling versnelt niet, je kan nog gewoon praten.
➢ Matig intensief bewegen: inspanningen die iets meer vragen van het lichaam; je ademt sneller
maar bent nog niet buiten adem (bvb: fietsen, vlot doorstappen, ramen wassen)
➢ Hoog intensief bewegen: activiteiten waarbij je sneller ademt, je hart sneller slaat, je zweet en
je moeilijk kan praten. Bvb: joggen, stevig doorfietsen, trappen oplopen, …

1.1.1 Waarom is bewegen belangrijk bij kleuters?

Bewegen zorgt bij jonge kinderen (0-5 jaar) voor:
- Een gezonder gewicht
- Een verbetering van de motoriek
- Sterkere ontwikkeling van de hersenen
- Een verbeteren van de sociale vaardigheden en interactie met anderen
- Versterkt het mentaal welbevinden

1.1.2 Hoeveel moeten kleuters bewegen?

- Peuters en kleuters moeten elke dag minstens 3 uur aan lichte, matige of hoge intensiteit
bewegen, verspreid over de hele dag (minstens 1 uur aan matige/hoge intensiteit)
- Ze moeten niet langer dan één uur aan een stuk stilzitten
- Ze moeten ook voldoende slapen (bewegen en slapen gaan hand in hand)

1.2 Wat is goed bewegingsonderwijs en waarom is het nodig?

1.2.1 Doelen van bewegingsopvoeding in het basisonderwijs

Kleuters die spelen en bewegen zijn met hun hele persoonlijkheid betrokken. Ze doen verschillende
dingen tegelijkertijd: handelen, denken, voelen en willen.
➔ Bewegingsonderwijs = een kind als totale persoon begrijpen en aanspreken via
bewegingsactiviteiten, met als doel ontwikkeling op gang te brengen.

Belang van bewegingsonderwijs gezien vanuit verschillende perspectieven: motorische, biologische,
neurologische en psychologische. Bewegen is tegelijkertijd een doel en een middel: kinderen leren
beter bewegen en kunnen via bewegen ook breed ontwikkelen binnen verschillende perspectieven.

1

,Kleuters hebben een grote bewegingsdrang, maar krijgen nu steeds minder bewegingskansen
(schermen, auto, kleine woningen en tuinen, ...). De taak van de leerkracht is om toch voldoende
bewegingskansen te bieden en tegemoet komen aan die grote bewegingsdrang.

• Decretale ontwikkelingsdoelen

Vijf leergebieden, die sterk samenhangen: lichamelijke opvoeding, taal, muzische vorming, wiskunde,
wereldoriëntatie. Het leergebied Lichamelijke Opvoeding is onderverdeeld in drie rubrieken:
1) Motorische competenties 2) Gezonde en veilige levensstijl 3) Zelfconcept en sociaal functioneren

➢ Motorische competenties
= vermogens om juist en handig te bewegen. Deze doelen zijn gericht op grootmotorische
vaardigheden zoals lopen, springen, huppelen, sluipen. Kleuters leren hun lichaam gebruiken en
kennen. Het oplossen van bewegingsproblemen en beweging afstemmen op een bepaalde ruimte en
tijd is hierbij van belang.
Bvb: evenwicht bewaren op het smalle deel van een bank
Bvb: bij het in en uit de hoepels springen kan een kleuter zijn romp rechtop houden

➢ Gezonde en veilige levensstijl
1) Fysieke fitheid: graag actief bewegen en werken aan uithouding, kracht, lenigheid en snelheid.
Bvb: een kleuter wordt in een tikspel uitgedaagd om te blijven lopen, om niet getikt te worden
2) Gezonde en veilige levensgewoontes: zweten, sneller ademen, moe zijn… horen bij actief bezig zijn.
Kleuters leren gezonde en veilige levensgewoontes (genoeg drinken, geen trui wanneer je zweet)

➢ Positief zelfconcept en sociaal functioneren
Kleuters bewegen van nature graag, zijn graag actief bezig, dat is de motor die het verwerven van
motorische competenties zal stimuleren.
Zelfconcept = het beeld dat iemand van zichzelf heeft. Positieve (bewegings)ervaringen zijn belangrijk
voor een evenwichtige ontwikkeling van het zelfconcept. Bewegen zorgt ook voor contact met andere
kinderen; ze ontdekken meer over het sociaal functioneren.
Bvb: een kleuter leert dat hij samen met een andere kleuter de parachute omhoog en omlaag moet
bewegen zodat de bal er niet af rolt.

• De basiselementen van bewegen: lichaam, ruimte en tijd

Kleuters bewegen met hun hele lichaam, binnen een bepaalde ruimte en een bepaalde tijd. Vanuit de
ontwikkelingsdoelen herkennen we deze verschillende elementen:
o LICHAAMS – en bewegingsbeheersing, bijvoorbeeld een kleuter kan een licht voorwerp in een
hoepel gooien en weet hoe ‘hard’ hij moet gooien
o complexe lichaams – en bewegingsorganisatie, bijvoorbeeld de kleuter kan bij springen met twee
benen samen de romp mooi rechtop houden
o voorkeurslichaamszijde, bijvoorbeeld bij het aanbieden van verschillende bewegingssituatie zal de
kleuter ontdekken dat hij met zijn ene voet de bal ‘makkelijker’ kan wegtrappen dan met de andere
o lichaamsbouw, bijvoorbeeld de kleuter zal ervaren dat hij zich heel klein moet maken als hij zich in
een doos wil verstoppen zodat hij niet getikt of gevonden wordt
o Rustervaringen, bijvoorbeeld de kleuter kan na een loopspel tot rust komen en rustig ademhalen
o Complexe RUIMTE – en TIJDsfactoren, bijvoorbeeld de kleuter slaagt erin bij een overloopspel de
bewegende tikker te ontwijken en de overkant te bereiken

2

, • Ontwikkelingskansen voor kleuters: “Speelkriebels”

Speelkriebels = het kernidee van een spel, namelijk datgene wat kinderen aantrekt en motiveert om
het spel te spelen. De speelkriebel lokt bij het kind bewegingsgedrag en interacties met andere
kinderen, materiaal, de ruimte, hun eigen lichaam, … uit. In de speelkriebel schuilt een ultieme
ontwikkelkans, met andere woorden je doel waarmee je aan de slag gaat.

In “Speelkriebels” worden verschillende ontwikkelingskansen geformuleerd:
- De bewegingsvorm: hoe wordt er bewogen? Springen, kruipen, lopen, …
- Het accent: waar wordt de focus op gelegd? Evenwicht bewaren bij het nabootsen van een houding
- Bijkomende ontwikkelingskansen

Ontwikkelingskansen worden gerubriceerd in 6 domeinen.




3

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 2, 2026
Number of pages
30
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$9.09
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
morganejanssens

Get to know the seller

Seller avatar
morganejanssens Odisee Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
2 weeks
Number of followers
0
Documents
9
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions