Lijst met alle stromingen Politicologie
Politieke wetenschappen door de bril van:
1. Behavioralisme
o Menselijk gedrag kan worden verklaard kan worden in termen
van geconditioneerde reacties of reflexen
o 8 punten:
1. Discoverable regularities (theorieën met voorspellende
waarde)
2. Testability (theorieën moeten getest kunnen worden)
3. Richten op observeerbaar gedrag
4. Gebaseerd op kwantificeerbare data
5. Onderzoek moet systematisch zijn (door theoriegericht te zijn)
6. Meer bewustzijn van eigen methodologie en kritisch erover
zijn
7. Streven naar toegepast onderzoek dat oplossingen zou
kunnen herleiden tot onmiddellijke sociale problemen. (Alleen
indien vatbaar voor empirisch onderzoek)
8. PW moet interdisciplinair zijn (steunen op andere sociale wet.)
2. Institutionalisme
o Bestuderen van instellingen en hoe ze functioneren
o Mensen die behoren tot een bepaalde instelling gaan gedrag
vertonen en dat is het gedrag dat zij moeten vertonen voor die
instelling.
o Verandering van oud naar nieuw institutionalisme
1. Van officiële instellingen naar politieke regels
2. Van formele naar informele regels
3. Van statische naar dynamische instellingen
4. Van ongeschreven naar duidelijke normen
5. Van holistisch (volledig overheidssysteem) naar
gedifferentieerd perspectief
6. Van onafhankelijke naar ingebedde instellingen
3. Rationele – keuzebenaderingen
o Mens als rationeel individu (gedreven door eigenbelang)
o Uitgangspunten:
1. Mens is als homo economicus (veel waarde aan nuttigheid
voor zichzelf)
2. Kiezen voor beste handelingsoptie (pay-offs vergelijken met
elkaar)
4. Systeembenaderingen
o Easton (H1)
o Politiek systeem staat centraal en Interactie met de omgeving
5. Constructivisme
o De wijze waarop mensen betekenis geven aan hun leven
(belang van ideeën)
o Het bestuderen van de manier waarop mensen een
werkelijkheid construeren
o 2 premissen
1. Gedrag afhankelijk van overtuiging of voorkeur
, 2. Gedrag afhankelijk van belangen
Politieke wetenschappen door de bril van:
1. Behavioralisme
o Menselijk gedrag kan worden verklaard kan worden in termen
van geconditioneerde reacties of reflexen
o 8 punten:
1. Discoverable regularities (theorieën met voorspellende
waarde)
2. Testability (theorieën moeten getest kunnen worden)
3. Richten op observeerbaar gedrag
4. Gebaseerd op kwantificeerbare data
5. Onderzoek moet systematisch zijn (door theoriegericht te zijn)
6. Meer bewustzijn van eigen methodologie en kritisch erover
zijn
7. Streven naar toegepast onderzoek dat oplossingen zou
kunnen herleiden tot onmiddellijke sociale problemen. (Alleen
indien vatbaar voor empirisch onderzoek)
8. PW moet interdisciplinair zijn (steunen op andere sociale wet.)
2. Institutionalisme
o Bestuderen van instellingen en hoe ze functioneren
o Mensen die behoren tot een bepaalde instelling gaan gedrag
vertonen en dat is het gedrag dat zij moeten vertonen voor die
instelling.
o Verandering van oud naar nieuw institutionalisme
1. Van officiële instellingen naar politieke regels
2. Van formele naar informele regels
3. Van statische naar dynamische instellingen
4. Van ongeschreven naar duidelijke normen
5. Van holistisch (volledig overheidssysteem) naar
gedifferentieerd perspectief
6. Van onafhankelijke naar ingebedde instellingen
3. Rationele – keuzebenaderingen
o Mens als rationeel individu (gedreven door eigenbelang)
o Uitgangspunten:
1. Mens is als homo economicus (veel waarde aan nuttigheid
voor zichzelf)
2. Kiezen voor beste handelingsoptie (pay-offs vergelijken met
elkaar)
4. Systeembenaderingen
o Easton (H1)
o Politiek systeem staat centraal en Interactie met de omgeving
5. Constructivisme
o De wijze waarop mensen betekenis geven aan hun leven
(belang van ideeën)
o Het bestuderen van de manier waarop mensen een
werkelijkheid construeren
o 2 premissen
1. Gedrag afhankelijk van overtuiging of voorkeur
, 2. Gedrag afhankelijk van belangen