• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 13 pages
Summary

Samenvatting Kernbegrippen gedragsverandering

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 13 pages

Begrippenlijst met alle kernbegrippen over gedragsverandering (alle leerpaden, thema 1-7)

Content preview

Gedragsverandering Thema 1- 7



KERNBEGRIPPEN
Thema 1
Algemene ontwikkelingsbegrippen
- Levensloopstadie of -fasen = De verschillende
ontwikkelingsstadia die een mens doorloopt, van baby tot
ouderdom. Bij kinderen gaat het vaak over: baby, peuter, kleuter,
lagere schoolkind.
- Juveniele periode = De ontwikkelingsfase tussen kindertijd en
adolescentie, waarin het kind sociaal-cognitief sterk groeit.
- Time-lag longitudinaal onderzoek = Een onderzoeksopzet
waarbij verschillende leeftijdsgroepen op verschillende momenten
worden onderzocht om leeftijds- en tijdseffecten van elkaar te
onderscheiden.
- Neonatale leeftijdsbepaling = De bepaling van de leeftijd van
een pasgeborene vanaf de geboorte (in dagen of weken).
- Gecorrigeerde kalenderleeftijd = Bij prematuur geboren baby’s
wordt de ontwikkelingsleeftijd aangepast aan de verwachte
geboortedatum i.p.v. de effectieve geboortedatum.

Motorische en zintuigelijke ontwikkeling
- Grijpgedrag en pincetgreep bij baby’s (ontwikkeling) =
Motorische ontwikkeling van de hand. Eerst grijpt de baby met de
hele hand (palmair grijpen), later ontwikkelt zich de fijne pincetgreep
(duim en wijsvinger).
- Orale exploratie = Baby’s ontdekken de wereld eerst via hun
mond: voorwerpen erin steken, sabbelen, likken  een vorm van
sensorische verkenning.
- Doelgericht motorisch handelen = Wanneer bewegingen niet
toevallig zijn, maar bewust gericht zijn op een doel, zoals iets
vastpakken of aanwijzen.
- Stagedrag bij baby’s = Een gedraging waarbij baby’s tijdelijk
lijken terug te vallen in hun ontwikkeling, bv. huileriger, slechter
slapen  vaak in combinatie met een sprong in mentale
ontwikkeling

Gedragsmodellen en theorieën
- Ethologisch-evolutionair gedragsmodel = Verklaart gedrag
vanuit de evolutie en overlevingswaarde (bv. hechtingsgedrag als
overlevingsstrategie).


Pagina | 1

, Gedragsverandering Thema 1- 7

- Dynamic systems visie = Motorische en mentale ontwikkeling
ontstaan door de interactie van verschillende systemen (biologisch,
motorisch, cognitief, omgeving), en niet in lineaire fases.




Cognitieve ontwikkeling (piaget en andere theorieën)
- Cognitieve structuren en schema’s = Mentale kaders waarmee
kinderen ervaringen verwerken en betekenis geven.
- equilibratie en adaptatie in cognitieve ontwikkeling = Het
evenwicht zoeken tussen bestaande kennis en nieuwe ervaringen via
assimilatie en accommodatie.
- assimilatie (soorten) = Nieuwe informatie inpassen in bestaande
schema’s.
- accommodatie = Aanpassen van schema’s aan nieuwe informatie.
- circulaire reacties (soorten en leeftijden) bij baby’s en
peuters = Herhaling van handelingen die een leuk effect geven:
o Primaire (1-4 m): handelingen op eigen lichaam.
o Secundaire (4-8 m): op voorwerpen.
o Tertiaire (12-18 m): experimenteren met variaties.
- cognitieve ontwikkelingsfasen (volgens Piaget) =
o Sensomotorisch (0–2 jaar)
o Pre-operationeel (2–7 jaar)
o Concreet-operationeel (7–11 jaar)
o Formeel-operationeel (vanaf 12 jaar)
- sensori-motorische ontwikkelingsfase = Eerste fase waarin
baby’s via zintuigen en bewegingen de wereld leren begrijpen.
- Egocentrisme = kind kan enkel vanuit eigen perspectief denken.
- adualisme = geen onderscheid tussen zelf en buitenwereld.
- allocentrisme = kunnen denken vanuit anderen.
- symbolisch voorstellingsvermogen en preverbaal symbolisch
denken = iets kunnen voorstellen zonder dat het er is (bv. doen
alsof spelen).
- objectpermanentienotie (stadiagewijze ontwikkeling bij
baby’s en peuters) = Begrip dat een object blijft bestaan, ook als
het uit zicht is.
- A-not-B error bij objectpermanentieproeven = Kind blijft
zoeken op oude plek (A), ook al heeft het gezien dat het voorwerp op
plek B verstopt werd.
- deductief redeneren = Logisch afleiden van conclusies vanuit
algemene regels.
- perseveratie = Hardnekkig vasthouden aan een bepaalde actie of
idee, ook als het niet meer gepast is.
- interiorisatie = Proces waarbij kinderen handelingen en kennis
internaliseren en mentaal kunnen uitvoeren.



Pagina | 2

Table of contents

  1. 01 Thema 1 7
  2. 02 Thema 1 7
  3. 03 Thema 1 7
  4. 04 Thema 1 7
  5. 05 Thema 1 7
  6. 06 Thema 1 7
  7. 07 Thema 1 7

Document information

Study
Uploaded on
February 9, 2026
Number of pages
13
Written in
2024/2025
Type
Summary
$6.91

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
11
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions