Inleiding
-het recht= een rationeel opgebouwd geheel van door de overheid uitgevaardigde en via
sancties afdwingbare normen die dienen tot organisatie, handhaving of herstel van de
orde in de samenleving.
* het creëert orde: sterkte van het recht i.p.v. het recht van de sterkste. * het vertoont
onderlinge samenhang.
* het kan worden afgedwongen door de overheid, desnoods met harde hand.
* recht en maatschappij zijn inherent met elkaar verweven. Het recht probeert de
maatschappij in een zekere zin te sturen. De maatschappij heeft ook een invloed op het
recht (denk aan betogingen).
-het recht kan worden onderverdeeld in publiek- en privaatrecht (summa divisio= hoogste
onderscheid).
-staatsrecht= publiekrecht.
Deel 1: krachtlijnen
België is een meergelaagde, democratische, rechtsstaat in Europa.
1: de Belgische staat
-in het dagelijks taalgebruik kun je het begrip ‘staat’ op verschillende manieren horen.
-ook juridisch heeft dit begrip meerdere betekenissen:
* in het privaatrecht wordt bv gesproken over de ‘staat van de persoon’. Sommige
elementen van de staat van een persoon hebben ook gevolgen voor het publiekrecht
(zoals nationaliteit).
* ‘de staat’ is juridisch gezien een publiekrechtelijke basisentiteit: binnen de staat krijgt het
nationale recht vorm. Naar buiten toe ontwikkelt zich het internationaal recht.
1.1: het ontstaan van België
-staten kunnen op verschillende wijzen tot stand komen.
-vroeger kon een staat uit het niets ontstaan, op een grondgebied waar er voordien geen
enkele staat bestond (terra nullius)= oorspronkelijk ontstaan.
-een staat kan ook op afgeleide manieren ontstaan:
* zelfbeschikking na dekolonisatie (bv Congo in 1960 onafhankelijk van België).
* secessie: een bepaalde bevolking met een bepaald grondgebied scheurt zich af van een
bestaande staat en richt er een onafhankelijke overheid in (bv wat Catalonië wilt doen
met Spanje).
* dismembratio (uit elkaar vallen): één staat valt uit elkaar in verschillende nieuwe staten
(bv Tsjechoslowakije).
* fusie: aparte staten richten samen één staat op (bv Oost- en West-Duitsland= Duitsland).
-deze processen zijn in de eerste plaats politiek-historische feiten.
-> België is ontstaan door secessie
-Congres van Wenen (1814): samenkomst door de landen die Napoleon versloegen (VK,
Pruisen, Oostenrijk en Rusland). Men wilde een toekomstplan voor Europa uitwerken.
Hiervoor moesten bepaalde landsgrenzen hertekend worden. Men wilde Frankrijk
omsingelen met een aantal bufferstaten.
,Nederland was niet sterk genoeg om als bufferstaat op te treden, dus sneed men een stuk
van Frankrijk af (ongeveer het huidige België). Hier kwamen ook een paar Duitse
provincies en Luxemburg bij. Dit alles samen vormde het VKN. Aan het hoofd stond
koning Willem I (zie afbeelding).
-in 1815 kreeg Nederland een eigen Grondwet. Die was weinig democratisch: de koning
had veel macht, de wetgever had alleen (toegewezen) bevoegdheden en
vertegenwoordigde meer dan het volk vooral de elite. Deze Grondwet kon in het zuiden
niet op veel steun rekenen.
-de Zuidelijke provincies hadden uiteenlopende redenen om ontevreden te zijn met de
nieuwe staatkundige realiteit. De fricties uitten zich in het Monsterverbond tussen de
zuidelijke elites (katholieken en liberalen). Ze sloten een verbond om Willem tegen te
werken. Ze sloten het oorspronkelijk niet om de onafhankelijk uit te roepen. Ze wilden
meer inspraak, meer vrijheid. Maar Willem ging net verder en ging steeds autoritairder
regeren.
-ten gevolge van een opera in Brussel (de Stomme van Portici) ontstond er een ‘revolutie’.
België versloeg uiteindelijk het leger van Willem. Het Voorlopig Bewind riep de
onafhankelijk uit op 04/10/1830.
1.2: België als staat
-in het internationaal publiekrecht is een ‘staat’ een rechtssubject dat aan enkele
specifieke kenmerken voldoet.
-> voorwaarden om van een staat te kunnen spreken (art. 1 Verdrag van Montevideo van
26 december 1933 inzake de Rechten en Plichten van Staten):
-permanente bevolking.
-afgebakend gebied.
-een overheid die effectief gezag uitoefent.
-het vermogen om onafhankelijk met andere staten relaties aan te gaan.
-eventueel internationale erkenning door andere staten: een declaratieve voorwaarde die
eerder in de praktijk vaststelt wat juridisch al bestond (art. 3 Verdrag van Montevideo).
,-> de voorwaarden toegepast op België
-België heeft een permanente bevolking: de meeste inwoners hebben de Belgische
nationaliteit, maar lang niet allemaal. Een staat kan ook gezag uitoefenen over personen
die zijn nationaliteit niet hebben, als ze zich op zijn grondgebied bevinden.
-België heeft een afgebakend grondgebied: het grondgebied van een staat omvat de land-
en wateroppervlakte binnen zijn grenzen, net als de ondergrond en het luchtruim
daarboven. In het geval van kuststaten (wat België is) komt daar ook de territoriale zee bij
(tot maximum 12 zeemijl).
De definitieve grenzen van België werden na de onafhankelijkheid vastgelegd in het
Verdrag van Maastricht (1843). De Grondwet maakt het mogelijk dat de landsgrenzen
wijzigen, maar dit moet bij wet gebeuren (art. 7 Gw.). Ook afstand, ruil of toevoeging van
grondgebied kan alleen krachtens een wet (art. 167, § 1, derde lid Gw.).
-België heeft een effectieve overheid: een effectieve overheid is een entiteit die in staat is
om op afdoende daadwerkelijke wijze wetten te maken, te besturen en recht te spreken.
Een staat vervult daarnaast natuurlijk nog andere deelfuncties. België heeft een overheid
die in staat is om de genoemde functies uit te oefenen over het hele grondgebied en al zijn
inwoners. In België zijn er nationale (federale) overheden, deelstatelijke overheden en
lokale overheden. Ze zorgen er samen voor dat er normen worden gemaakt, dat er wordt
bestuurd er dat er recht wordt gesproken.
-België is onafhankelijk: naar internationaal recht is vereist dat het gaat om een overheid
die in staat is om op eigen gezag betrekkingen met andere staten te onderhouden. België
beschikt over diplomatieke diensten die de Staat vertegenwoordigen in de hele wereld.
-België is internationaal erkend: om gevolgen te hebben, en om effectief als staat te
kunnen werken, is het nodig dat (voldoende) andere staten het bestaan van een nieuwe
staat erkennen.
-een erkenning is de rechtshandeling waarbij een staat het bestaan van een andere
(nieuwe) staat bevestigt. Daardoor verwerft de (nieuwe) staat in de ogen van de
bestaande staat internationale rechtspersoonlijkheid. Daardoor kunnen beiden met elkaar
rechtsbetrekkingen aanknopen.
-een erkenning is eenzijdig en niet verplicht. Het kan expliciet zijn, maar ook impliciet
afgeleid worden uit de praktijk.
-ze is niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend: ze heeft terugwerkende (retroactieve)
werking. Vanaf de erkenning wordt ervan uitgegaan dat de erkende staat heeft bestaan
vanaf zijn ontstaan. Een erkenning kan ook niet ongedaan gemaakt worden.
-in beginsel erkennen staten andere staten, niet de regeringen van die staten: een nieuwe
regering of regeringsvorm betekent dan ook niet dat er een nieuwe erkenning moet
gebeuren.
-toen België pas onafhankelijk was, moest de overheid wachten op erkenning: de grote
Europese mogendheden kwamen over de situatie bijeen op de Conferentie van Londen en
erkenden de Belgische onafhankelijkheid tamelijk snel. Maar de Nederlanden erkende de
Belgische onafhankelijkheid pas in 1839 met het Verdrag der XXIV artikelen (ook wel
verdrag van Londen). Vandaag wordt België in heel de wereld erkend.
, 1.3: gevolgen van de kwalificatie als staat
-België beschikt over rechtspersoonlijkheid: elke staat beschikt over
rechtspersoonlijkheid. Deze geldt zowel extern (optreden tegenover andere staten), als
intern (optreden binnen de staat). Externe rechtspersoonlijkheid houdt in dat een staat
naar internationaal recht drager kan worden van rechten en plichten. De interne
rechtspersoonlijkheid betekent dat de Belgische Staat ook naar nationaal recht als een
afzonderlijk optredende juridische entiteit wordt beschouwd.
-België geniet soevereiniteit: externe soevereiniteit betekent dat België het recht heeft om
ongestoord te functioneren. Interne soevereiniteit betekent dat de Belgische Staat het
recht heeft om zijn eigen rechtsordening te bepalen. De interne soevereiniteitsgedachte
moet in het hedendaagse Europa gerelativeerd worden.
Ze kwam op gespannen voet te staan met de toegenomen internationalisering, in het
bijzonder door de oprichting van internationale organisaties. Zeker de EU oefent een
sterke invloed uit op de inhoud en vorm van de nationale rechtsordes van lidstaten. Dat is
in België niet anders. Om de principes van de Grondwet op die realiteit af te stemmen
werd een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt de uitoefening van bepaalde
machten door een verdrag of door een wet op te dragen aan volkenrechtelijke instellingen
(art. 34 Gw.). Staten kunnen de uitoefening van soevereiniteit ook binnen de eigen
structuren toewijzen aan anderen dan de nationale overheid, bv door het opzetten van
federale structuren, zoals in België gebeurde.
-België oefent rechtsmacht uit: elke staat beschikt over rechtsmacht. Dat hoort bij de
soevereiniteit. Het is de juridische erkenning van de mogelijkheid om gezag uit te oefenen.
De rechtsmacht is in eerste instantie territoriaal bepaald en heeft betrekking op wie en wat
er zich op het grondgebied bevindt en de gebeurtenissen die er plaatsvinden. Op
normerend of rechtsprekend vlak is de territoriale gebondenheid minder strikt. Staten
oefenen soms bepaalde vormen van functionele rechtsmacht uit. In principe is dit
territoriaal, maar hierop bestaan een paar uitzonderingen (bv ambassades). Heel
uitzonderlijk kan het ook zijn dat België rechtsmacht heeft buiten het eigen grondgebied
(extraterritoriaal).
2: een democratische rechtstaat
-ten tijde van het Ancien Régime heersten er absolutistische vorsten die gemakkelijk hun
macht konden misbruiken (princeps legibus absolutus). Er was geen scherp onderscheid
tussen de staat zelf en zijn heerser. Hiervan werd afgestapt ten tijde van de Verlichting.
Het absolutisme verloor aan kracht. Verlichtingsdenkers wilden de macht van absolute
heersers aan banden leggen. Er werden 2 concepten geïntroduceerd om dit te
verwezenlijken.
2.1: scheiding der machten
-uitgangspunt: gezagsdragers hebben minder gelegenheid om hun autoriteit te misbruiken
wanneer de macht niet geconcentreerd zit in één hiërarchisch gestructureerd orgaan,
maar verspreid wordt over verschillende, van elkaar (in beginsel) onafhankelijke machten.
Ze oefenen wel een zekere mate van controle uit op mekaar (checks and balances).
Samen vervullen ze de soevereine functies van een staat.
-trias politica: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht (de drie staatsmachten). -ze
vervullen elk verschillende taken:
-het recht= een rationeel opgebouwd geheel van door de overheid uitgevaardigde en via
sancties afdwingbare normen die dienen tot organisatie, handhaving of herstel van de
orde in de samenleving.
* het creëert orde: sterkte van het recht i.p.v. het recht van de sterkste. * het vertoont
onderlinge samenhang.
* het kan worden afgedwongen door de overheid, desnoods met harde hand.
* recht en maatschappij zijn inherent met elkaar verweven. Het recht probeert de
maatschappij in een zekere zin te sturen. De maatschappij heeft ook een invloed op het
recht (denk aan betogingen).
-het recht kan worden onderverdeeld in publiek- en privaatrecht (summa divisio= hoogste
onderscheid).
-staatsrecht= publiekrecht.
Deel 1: krachtlijnen
België is een meergelaagde, democratische, rechtsstaat in Europa.
1: de Belgische staat
-in het dagelijks taalgebruik kun je het begrip ‘staat’ op verschillende manieren horen.
-ook juridisch heeft dit begrip meerdere betekenissen:
* in het privaatrecht wordt bv gesproken over de ‘staat van de persoon’. Sommige
elementen van de staat van een persoon hebben ook gevolgen voor het publiekrecht
(zoals nationaliteit).
* ‘de staat’ is juridisch gezien een publiekrechtelijke basisentiteit: binnen de staat krijgt het
nationale recht vorm. Naar buiten toe ontwikkelt zich het internationaal recht.
1.1: het ontstaan van België
-staten kunnen op verschillende wijzen tot stand komen.
-vroeger kon een staat uit het niets ontstaan, op een grondgebied waar er voordien geen
enkele staat bestond (terra nullius)= oorspronkelijk ontstaan.
-een staat kan ook op afgeleide manieren ontstaan:
* zelfbeschikking na dekolonisatie (bv Congo in 1960 onafhankelijk van België).
* secessie: een bepaalde bevolking met een bepaald grondgebied scheurt zich af van een
bestaande staat en richt er een onafhankelijke overheid in (bv wat Catalonië wilt doen
met Spanje).
* dismembratio (uit elkaar vallen): één staat valt uit elkaar in verschillende nieuwe staten
(bv Tsjechoslowakije).
* fusie: aparte staten richten samen één staat op (bv Oost- en West-Duitsland= Duitsland).
-deze processen zijn in de eerste plaats politiek-historische feiten.
-> België is ontstaan door secessie
-Congres van Wenen (1814): samenkomst door de landen die Napoleon versloegen (VK,
Pruisen, Oostenrijk en Rusland). Men wilde een toekomstplan voor Europa uitwerken.
Hiervoor moesten bepaalde landsgrenzen hertekend worden. Men wilde Frankrijk
omsingelen met een aantal bufferstaten.
,Nederland was niet sterk genoeg om als bufferstaat op te treden, dus sneed men een stuk
van Frankrijk af (ongeveer het huidige België). Hier kwamen ook een paar Duitse
provincies en Luxemburg bij. Dit alles samen vormde het VKN. Aan het hoofd stond
koning Willem I (zie afbeelding).
-in 1815 kreeg Nederland een eigen Grondwet. Die was weinig democratisch: de koning
had veel macht, de wetgever had alleen (toegewezen) bevoegdheden en
vertegenwoordigde meer dan het volk vooral de elite. Deze Grondwet kon in het zuiden
niet op veel steun rekenen.
-de Zuidelijke provincies hadden uiteenlopende redenen om ontevreden te zijn met de
nieuwe staatkundige realiteit. De fricties uitten zich in het Monsterverbond tussen de
zuidelijke elites (katholieken en liberalen). Ze sloten een verbond om Willem tegen te
werken. Ze sloten het oorspronkelijk niet om de onafhankelijk uit te roepen. Ze wilden
meer inspraak, meer vrijheid. Maar Willem ging net verder en ging steeds autoritairder
regeren.
-ten gevolge van een opera in Brussel (de Stomme van Portici) ontstond er een ‘revolutie’.
België versloeg uiteindelijk het leger van Willem. Het Voorlopig Bewind riep de
onafhankelijk uit op 04/10/1830.
1.2: België als staat
-in het internationaal publiekrecht is een ‘staat’ een rechtssubject dat aan enkele
specifieke kenmerken voldoet.
-> voorwaarden om van een staat te kunnen spreken (art. 1 Verdrag van Montevideo van
26 december 1933 inzake de Rechten en Plichten van Staten):
-permanente bevolking.
-afgebakend gebied.
-een overheid die effectief gezag uitoefent.
-het vermogen om onafhankelijk met andere staten relaties aan te gaan.
-eventueel internationale erkenning door andere staten: een declaratieve voorwaarde die
eerder in de praktijk vaststelt wat juridisch al bestond (art. 3 Verdrag van Montevideo).
,-> de voorwaarden toegepast op België
-België heeft een permanente bevolking: de meeste inwoners hebben de Belgische
nationaliteit, maar lang niet allemaal. Een staat kan ook gezag uitoefenen over personen
die zijn nationaliteit niet hebben, als ze zich op zijn grondgebied bevinden.
-België heeft een afgebakend grondgebied: het grondgebied van een staat omvat de land-
en wateroppervlakte binnen zijn grenzen, net als de ondergrond en het luchtruim
daarboven. In het geval van kuststaten (wat België is) komt daar ook de territoriale zee bij
(tot maximum 12 zeemijl).
De definitieve grenzen van België werden na de onafhankelijkheid vastgelegd in het
Verdrag van Maastricht (1843). De Grondwet maakt het mogelijk dat de landsgrenzen
wijzigen, maar dit moet bij wet gebeuren (art. 7 Gw.). Ook afstand, ruil of toevoeging van
grondgebied kan alleen krachtens een wet (art. 167, § 1, derde lid Gw.).
-België heeft een effectieve overheid: een effectieve overheid is een entiteit die in staat is
om op afdoende daadwerkelijke wijze wetten te maken, te besturen en recht te spreken.
Een staat vervult daarnaast natuurlijk nog andere deelfuncties. België heeft een overheid
die in staat is om de genoemde functies uit te oefenen over het hele grondgebied en al zijn
inwoners. In België zijn er nationale (federale) overheden, deelstatelijke overheden en
lokale overheden. Ze zorgen er samen voor dat er normen worden gemaakt, dat er wordt
bestuurd er dat er recht wordt gesproken.
-België is onafhankelijk: naar internationaal recht is vereist dat het gaat om een overheid
die in staat is om op eigen gezag betrekkingen met andere staten te onderhouden. België
beschikt over diplomatieke diensten die de Staat vertegenwoordigen in de hele wereld.
-België is internationaal erkend: om gevolgen te hebben, en om effectief als staat te
kunnen werken, is het nodig dat (voldoende) andere staten het bestaan van een nieuwe
staat erkennen.
-een erkenning is de rechtshandeling waarbij een staat het bestaan van een andere
(nieuwe) staat bevestigt. Daardoor verwerft de (nieuwe) staat in de ogen van de
bestaande staat internationale rechtspersoonlijkheid. Daardoor kunnen beiden met elkaar
rechtsbetrekkingen aanknopen.
-een erkenning is eenzijdig en niet verplicht. Het kan expliciet zijn, maar ook impliciet
afgeleid worden uit de praktijk.
-ze is niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend: ze heeft terugwerkende (retroactieve)
werking. Vanaf de erkenning wordt ervan uitgegaan dat de erkende staat heeft bestaan
vanaf zijn ontstaan. Een erkenning kan ook niet ongedaan gemaakt worden.
-in beginsel erkennen staten andere staten, niet de regeringen van die staten: een nieuwe
regering of regeringsvorm betekent dan ook niet dat er een nieuwe erkenning moet
gebeuren.
-toen België pas onafhankelijk was, moest de overheid wachten op erkenning: de grote
Europese mogendheden kwamen over de situatie bijeen op de Conferentie van Londen en
erkenden de Belgische onafhankelijkheid tamelijk snel. Maar de Nederlanden erkende de
Belgische onafhankelijkheid pas in 1839 met het Verdrag der XXIV artikelen (ook wel
verdrag van Londen). Vandaag wordt België in heel de wereld erkend.
, 1.3: gevolgen van de kwalificatie als staat
-België beschikt over rechtspersoonlijkheid: elke staat beschikt over
rechtspersoonlijkheid. Deze geldt zowel extern (optreden tegenover andere staten), als
intern (optreden binnen de staat). Externe rechtspersoonlijkheid houdt in dat een staat
naar internationaal recht drager kan worden van rechten en plichten. De interne
rechtspersoonlijkheid betekent dat de Belgische Staat ook naar nationaal recht als een
afzonderlijk optredende juridische entiteit wordt beschouwd.
-België geniet soevereiniteit: externe soevereiniteit betekent dat België het recht heeft om
ongestoord te functioneren. Interne soevereiniteit betekent dat de Belgische Staat het
recht heeft om zijn eigen rechtsordening te bepalen. De interne soevereiniteitsgedachte
moet in het hedendaagse Europa gerelativeerd worden.
Ze kwam op gespannen voet te staan met de toegenomen internationalisering, in het
bijzonder door de oprichting van internationale organisaties. Zeker de EU oefent een
sterke invloed uit op de inhoud en vorm van de nationale rechtsordes van lidstaten. Dat is
in België niet anders. Om de principes van de Grondwet op die realiteit af te stemmen
werd een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt de uitoefening van bepaalde
machten door een verdrag of door een wet op te dragen aan volkenrechtelijke instellingen
(art. 34 Gw.). Staten kunnen de uitoefening van soevereiniteit ook binnen de eigen
structuren toewijzen aan anderen dan de nationale overheid, bv door het opzetten van
federale structuren, zoals in België gebeurde.
-België oefent rechtsmacht uit: elke staat beschikt over rechtsmacht. Dat hoort bij de
soevereiniteit. Het is de juridische erkenning van de mogelijkheid om gezag uit te oefenen.
De rechtsmacht is in eerste instantie territoriaal bepaald en heeft betrekking op wie en wat
er zich op het grondgebied bevindt en de gebeurtenissen die er plaatsvinden. Op
normerend of rechtsprekend vlak is de territoriale gebondenheid minder strikt. Staten
oefenen soms bepaalde vormen van functionele rechtsmacht uit. In principe is dit
territoriaal, maar hierop bestaan een paar uitzonderingen (bv ambassades). Heel
uitzonderlijk kan het ook zijn dat België rechtsmacht heeft buiten het eigen grondgebied
(extraterritoriaal).
2: een democratische rechtstaat
-ten tijde van het Ancien Régime heersten er absolutistische vorsten die gemakkelijk hun
macht konden misbruiken (princeps legibus absolutus). Er was geen scherp onderscheid
tussen de staat zelf en zijn heerser. Hiervan werd afgestapt ten tijde van de Verlichting.
Het absolutisme verloor aan kracht. Verlichtingsdenkers wilden de macht van absolute
heersers aan banden leggen. Er werden 2 concepten geïntroduceerd om dit te
verwezenlijken.
2.1: scheiding der machten
-uitgangspunt: gezagsdragers hebben minder gelegenheid om hun autoriteit te misbruiken
wanneer de macht niet geconcentreerd zit in één hiërarchisch gestructureerd orgaan,
maar verspreid wordt over verschillende, van elkaar (in beginsel) onafhankelijke machten.
Ze oefenen wel een zekere mate van controle uit op mekaar (checks and balances).
Samen vervullen ze de soevereine functies van een staat.
-trias politica: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht (de drie staatsmachten). -ze
vervullen elk verschillende taken: