• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 150 pages
Summary

Samenvatting Staatsrecht 15'5/20 Eerste zittijd

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 150 pages

GESLAAGD EERSTE ZIT ! Heel goede en beknopte samenvatting voor het leren van het vak staatsrecht. Zowel lessen als boek zit erin verwerkt. Stuur maar een bericht als je meer info wilt !

Content preview

Inleiding
-het recht= een rationeel opgebouwd geheel van door de overheid uitgevaardigde en via
sancties afdwingbare normen die dienen tot organisatie, handhaving of herstel van de
orde in de samenleving.
* het creëert orde: sterkte van het recht i.p.v. het recht van de sterkste. * het vertoont
onderlinge samenhang.
* het kan worden afgedwongen door de overheid, desnoods met harde hand.
* recht en maatschappij zijn inherent met elkaar verweven. Het recht probeert de
maatschappij in een zekere zin te sturen. De maatschappij heeft ook een invloed op het
recht (denk aan betogingen).

-het recht kan worden onderverdeeld in publiek- en privaatrecht (summa divisio= hoogste
onderscheid).
-staatsrecht= publiekrecht.

Deel 1: krachtlijnen
België is een meergelaagde, democratische, rechtsstaat in Europa.

1: de Belgische staat
-in het dagelijks taalgebruik kun je het begrip ‘staat’ op verschillende manieren horen.
-ook juridisch heeft dit begrip meerdere betekenissen:
* in het privaatrecht wordt bv gesproken over de ‘staat van de persoon’. Sommige
elementen van de staat van een persoon hebben ook gevolgen voor het publiekrecht
(zoals nationaliteit).
* ‘de staat’ is juridisch gezien een publiekrechtelijke basisentiteit: binnen de staat krijgt het
nationale recht vorm. Naar buiten toe ontwikkelt zich het internationaal recht.

1.1: het ontstaan van België
-staten kunnen op verschillende wijzen tot stand komen.
-vroeger kon een staat uit het niets ontstaan, op een grondgebied waar er voordien geen
enkele staat bestond (terra nullius)= oorspronkelijk ontstaan.

-een staat kan ook op afgeleide manieren ontstaan:
* zelfbeschikking na dekolonisatie (bv Congo in 1960 onafhankelijk van België).
* secessie: een bepaalde bevolking met een bepaald grondgebied scheurt zich af van een
bestaande staat en richt er een onafhankelijke overheid in (bv wat Catalonië wilt doen
met Spanje).
* dismembratio (uit elkaar vallen): één staat valt uit elkaar in verschillende nieuwe staten
(bv Tsjechoslowakije).
* fusie: aparte staten richten samen één staat op (bv Oost- en West-Duitsland= Duitsland).

-deze processen zijn in de eerste plaats politiek-historische feiten.

-> België is ontstaan door secessie
-Congres van Wenen (1814): samenkomst door de landen die Napoleon versloegen (VK,
Pruisen, Oostenrijk en Rusland). Men wilde een toekomstplan voor Europa uitwerken.
Hiervoor moesten bepaalde landsgrenzen hertekend worden. Men wilde Frankrijk
omsingelen met een aantal bufferstaten.

,Nederland was niet sterk genoeg om als bufferstaat op te treden, dus sneed men een stuk
van Frankrijk af (ongeveer het huidige België). Hier kwamen ook een paar Duitse
provincies en Luxemburg bij. Dit alles samen vormde het VKN. Aan het hoofd stond
koning Willem I (zie afbeelding).

-in 1815 kreeg Nederland een eigen Grondwet. Die was weinig democratisch: de koning
had veel macht, de wetgever had alleen (toegewezen) bevoegdheden en
vertegenwoordigde meer dan het volk vooral de elite. Deze Grondwet kon in het zuiden
niet op veel steun rekenen.




-de Zuidelijke provincies hadden uiteenlopende redenen om ontevreden te zijn met de
nieuwe staatkundige realiteit. De fricties uitten zich in het Monsterverbond tussen de
zuidelijke elites (katholieken en liberalen). Ze sloten een verbond om Willem tegen te
werken. Ze sloten het oorspronkelijk niet om de onafhankelijk uit te roepen. Ze wilden
meer inspraak, meer vrijheid. Maar Willem ging net verder en ging steeds autoritairder
regeren.




-ten gevolge van een opera in Brussel (de Stomme van Portici) ontstond er een ‘revolutie’.
België versloeg uiteindelijk het leger van Willem. Het Voorlopig Bewind riep de
onafhankelijk uit op 04/10/1830.

1.2: België als staat
-in het internationaal publiekrecht is een ‘staat’ een rechtssubject dat aan enkele
specifieke kenmerken voldoet.

-> voorwaarden om van een staat te kunnen spreken (art. 1 Verdrag van Montevideo van
26 december 1933 inzake de Rechten en Plichten van Staten):
-permanente bevolking.
-afgebakend gebied.
-een overheid die effectief gezag uitoefent.
-het vermogen om onafhankelijk met andere staten relaties aan te gaan.
-eventueel internationale erkenning door andere staten: een declaratieve voorwaarde die
eerder in de praktijk vaststelt wat juridisch al bestond (art. 3 Verdrag van Montevideo).

,-> de voorwaarden toegepast op België
-België heeft een permanente bevolking: de meeste inwoners hebben de Belgische
nationaliteit, maar lang niet allemaal. Een staat kan ook gezag uitoefenen over personen
die zijn nationaliteit niet hebben, als ze zich op zijn grondgebied bevinden.

-België heeft een afgebakend grondgebied: het grondgebied van een staat omvat de land-
en wateroppervlakte binnen zijn grenzen, net als de ondergrond en het luchtruim
daarboven. In het geval van kuststaten (wat België is) komt daar ook de territoriale zee bij
(tot maximum 12 zeemijl).

De definitieve grenzen van België werden na de onafhankelijkheid vastgelegd in het
Verdrag van Maastricht (1843). De Grondwet maakt het mogelijk dat de landsgrenzen
wijzigen, maar dit moet bij wet gebeuren (art. 7 Gw.). Ook afstand, ruil of toevoeging van
grondgebied kan alleen krachtens een wet (art. 167, § 1, derde lid Gw.).

-België heeft een effectieve overheid: een effectieve overheid is een entiteit die in staat is
om op afdoende daadwerkelijke wijze wetten te maken, te besturen en recht te spreken.
Een staat vervult daarnaast natuurlijk nog andere deelfuncties. België heeft een overheid
die in staat is om de genoemde functies uit te oefenen over het hele grondgebied en al zijn
inwoners. In België zijn er nationale (federale) overheden, deelstatelijke overheden en
lokale overheden. Ze zorgen er samen voor dat er normen worden gemaakt, dat er wordt
bestuurd er dat er recht wordt gesproken.

-België is onafhankelijk: naar internationaal recht is vereist dat het gaat om een overheid
die in staat is om op eigen gezag betrekkingen met andere staten te onderhouden. België
beschikt over diplomatieke diensten die de Staat vertegenwoordigen in de hele wereld.

-België is internationaal erkend: om gevolgen te hebben, en om effectief als staat te
kunnen werken, is het nodig dat (voldoende) andere staten het bestaan van een nieuwe
staat erkennen.
-een erkenning is de rechtshandeling waarbij een staat het bestaan van een andere
(nieuwe) staat bevestigt. Daardoor verwerft de (nieuwe) staat in de ogen van de
bestaande staat internationale rechtspersoonlijkheid. Daardoor kunnen beiden met elkaar
rechtsbetrekkingen aanknopen.
-een erkenning is eenzijdig en niet verplicht. Het kan expliciet zijn, maar ook impliciet
afgeleid worden uit de praktijk.
-ze is niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend: ze heeft terugwerkende (retroactieve)
werking. Vanaf de erkenning wordt ervan uitgegaan dat de erkende staat heeft bestaan
vanaf zijn ontstaan. Een erkenning kan ook niet ongedaan gemaakt worden.

-in beginsel erkennen staten andere staten, niet de regeringen van die staten: een nieuwe
regering of regeringsvorm betekent dan ook niet dat er een nieuwe erkenning moet
gebeuren.

-toen België pas onafhankelijk was, moest de overheid wachten op erkenning: de grote
Europese mogendheden kwamen over de situatie bijeen op de Conferentie van Londen en
erkenden de Belgische onafhankelijkheid tamelijk snel. Maar de Nederlanden erkende de
Belgische onafhankelijkheid pas in 1839 met het Verdrag der XXIV artikelen (ook wel
verdrag van Londen). Vandaag wordt België in heel de wereld erkend.

, 1.3: gevolgen van de kwalificatie als staat
-België beschikt over rechtspersoonlijkheid: elke staat beschikt over
rechtspersoonlijkheid. Deze geldt zowel extern (optreden tegenover andere staten), als
intern (optreden binnen de staat). Externe rechtspersoonlijkheid houdt in dat een staat
naar internationaal recht drager kan worden van rechten en plichten. De interne
rechtspersoonlijkheid betekent dat de Belgische Staat ook naar nationaal recht als een
afzonderlijk optredende juridische entiteit wordt beschouwd.

-België geniet soevereiniteit: externe soevereiniteit betekent dat België het recht heeft om
ongestoord te functioneren. Interne soevereiniteit betekent dat de Belgische Staat het
recht heeft om zijn eigen rechtsordening te bepalen. De interne soevereiniteitsgedachte
moet in het hedendaagse Europa gerelativeerd worden.

Ze kwam op gespannen voet te staan met de toegenomen internationalisering, in het
bijzonder door de oprichting van internationale organisaties. Zeker de EU oefent een
sterke invloed uit op de inhoud en vorm van de nationale rechtsordes van lidstaten. Dat is
in België niet anders. Om de principes van de Grondwet op die realiteit af te stemmen
werd een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt de uitoefening van bepaalde
machten door een verdrag of door een wet op te dragen aan volkenrechtelijke instellingen
(art. 34 Gw.). Staten kunnen de uitoefening van soevereiniteit ook binnen de eigen
structuren toewijzen aan anderen dan de nationale overheid, bv door het opzetten van
federale structuren, zoals in België gebeurde.

-België oefent rechtsmacht uit: elke staat beschikt over rechtsmacht. Dat hoort bij de
soevereiniteit. Het is de juridische erkenning van de mogelijkheid om gezag uit te oefenen.
De rechtsmacht is in eerste instantie territoriaal bepaald en heeft betrekking op wie en wat
er zich op het grondgebied bevindt en de gebeurtenissen die er plaatsvinden. Op
normerend of rechtsprekend vlak is de territoriale gebondenheid minder strikt. Staten
oefenen soms bepaalde vormen van functionele rechtsmacht uit. In principe is dit
territoriaal, maar hierop bestaan een paar uitzonderingen (bv ambassades). Heel
uitzonderlijk kan het ook zijn dat België rechtsmacht heeft buiten het eigen grondgebied
(extraterritoriaal).

2: een democratische rechtstaat
-ten tijde van het Ancien Régime heersten er absolutistische vorsten die gemakkelijk hun
macht konden misbruiken (princeps legibus absolutus). Er was geen scherp onderscheid
tussen de staat zelf en zijn heerser. Hiervan werd afgestapt ten tijde van de Verlichting.
Het absolutisme verloor aan kracht. Verlichtingsdenkers wilden de macht van absolute
heersers aan banden leggen. Er werden 2 concepten geïntroduceerd om dit te
verwezenlijken.

2.1: scheiding der machten
-uitgangspunt: gezagsdragers hebben minder gelegenheid om hun autoriteit te misbruiken
wanneer de macht niet geconcentreerd zit in één hiërarchisch gestructureerd orgaan,
maar verspreid wordt over verschillende, van elkaar (in beginsel) onafhankelijke machten.
Ze oefenen wel een zekere mate van controle uit op mekaar (checks and balances).
Samen vervullen ze de soevereine functies van een staat.

-trias politica: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht (de drie staatsmachten). -ze
vervullen elk verschillende taken:

Table of contents

  1. 01 Inleiding 1
  2. 02 1: de Belgische staat 1
  3. 03 1.1: het ontstaan van België 1
    1. -> België is ontstaan door secessie 1
  4. 04 1.2: België als staat 2
    1. -> voorwaarden om van een staat te kunnen spreken (art. 1 Verdrag van Montevideo van 2
    2. -> de voorwaarden toegepast op België 3
  5. 05 1.3: gevolgen van de kwalificatie als staat 4
    1. -België beschikt over rechtspersoonlijkheid: elke staat beschikt over 4
  6. 06 2: een democratische rechtstaat 4
  7. 07 2.1: scheiding der machten 4
    1. -> nuances op de machtenscheiding 5
    2. -> formele voorwaarde 6
    3. -> materiële voorwaarden 6
    4. -> een ‘democratische rechtsstaat’ 7
  8. 08 3: een meergelaagde staat in Europa 7
    1. -> evolutie van het democratisch model binnen de nationale ruimte 7
    2. -> voorbeelden 8
  9. 09 1) 1970 10
  10. 10 2) 1980 11
  11. 11 3) 1988 11
  12. 12 4) 1993 12
  13. 13 5) 2001 12
  14. 14 6) 2011-2014 13
    1. -> opeenvolgende Europese verdragen 13
    2. -> gemeenten en provincies 14
  15. 15 -> totstandkoming 17
  16. 16 -> herziening van de materiële Grondwet 21
  17. 17 -> directe democratie 24
  18. 18 -> indirecte democratie 24
  19. 19 -> in de praktijk 24
  20. 20 -> indirecte democratie 25
  21. 21 -> verschillende soorten kiesstelsels 26
  22. 22 -> verkiezingen op federaal niveau 26
  23. 23 -> indeling 27
  24. 24 -> de zitting 27
  25. 25 -> ontbinding van de Kamer 27
  26. 26 -> onverenigbaarheden 28
  27. 27 -> immuniteiten 28
  28. 28 -> verkiezingen op deelstatelijk niveau 29
  29. 29 -> verkiezingen op Europees niveau a) Europees Parlement 30
  30. 30 -> verkiezingen op lokaal niveau 30
  31. 31 -> het begrip ‘wet’ 32
  32. 32 -> de wetgevingsprocedure 32
  33. 33 -> verloop van het wetgevingsproces 33
  34. 34 ! -> overdracht van wetgevende bevoegdheden aan de uitvoerende macht 37
  35. 35 -> inzake residuaire bevoegdheden 37
  36. 36 -> inzake toegewezen bevoegdheden 37
  37. 37 -> in crisistijd/ bijzondere omstandigheden (recent: coronacrisis - https:// etaamb.openjustice.be/nl/wet-van-27-maart-2020_n2020040938.html); 38
  38. 38 -> decreten en ordonnanties 38
  39. 39 -> de wetgevingsprocedure 38
  40. 40 -> verschillen met het federale niveau 39
  41. 41 -> overdracht van wetgevende bevoegdheden 39
  42. 42 -> de Europese wetgevingsprocedure 40
  43. 43 -> algemene principes 41
  44. 44 -> de toepassing van de wetgeving in de tijd 41
  45. 45 -> interpretatieve wetgeving 42
  46. 46 -> de Koning en de Regering a) de Koning -> zijn persoon 42
  47. 47 -> zijn rechtspositie 43
  48. 48 -> de samenstelling van de Regering 43
  49. 49 b.2) staatssecretarissen 44
    1. -> vorming van de Regering 44
    2. -> de rechtspositie 45
    3. -> het vertrouwen in de Regering 46
    4. -> de controle op (en het ontslag van) de Regering -> algemene controle 47
  50. 50 b.1) schriftelijke vragen 47
  51. 51 b.2) mondelinge vragen 47
    1. -> interpellaties en moties 48
    2. -> resoluties 49
    3. -> bijzondere controle 49
    4. -> uitzonderlijke controle: het parlementair onderzoek 49
    5. ! -> beperkte controle: de lopende zaken 50
    6. -> verschillende categorieën van lopende zaken a) handelingen van dagelijks bestuur 50
    7. -> de deelstaatregeringen 50
    8. -> vertrouwen in en controle op de deelstaatregeringen 51
    9. -> bijzondere kenmerken a) de Vlaamse Regering 52
  52. 52 b.1) Waalse regering 52
  53. 53 b.2) Regering van de Franse Gemeenschap 52
  54. 54 b.4) Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest 52
  55. 55 a.1) college van burgemeester en schepenen 53
    1. -> rechtspositie 54
    2. -> controle 54
  56. 56 b.1) de deputatie 54
  57. 57 b.2) de gouverneur 55
    1. -> rechtspositie 55
    2. -> controle 55
  58. 58 a.1) de uitvoering van wetten 55
  59. 59 a.2) de handhaving van wetten 56
  60. 60 a.3) de uitoefening van de door de wetgever gedelegeerde bevoegdheden 56
  61. 61 b.2) de staatsfinanciën 57
    1. -> de begroting 57
    2. -> de belastingen 58
    3. -> de buitenlandse betrekkingen 59
    4. -> het bevel over de gewapende macht 60
    5. -> de bevelvoering 60
    6. -> de organisatie 61
  62. 62 b.4) de politiediensten 61
    1. -> bestuurlijke politietaken 61
    2. -> gerechtelijke politietaken 61
    3. -> controletaak van de wetgever 61
  63. 63 1) reglementaire (verordenende) KB’s 62
    1. -> algemeen 62
    2. -> procedure 62
  64. 64 2) beschikkende KB’s 62
    1. -> procedure 62
  65. 65 3) organieke KB’s 63
    1. -> bevoegdheden 63
    2. -> procedure 64
    3. -> overdracht van bevoegdheden 64
    4. -> bevoegdheden 64
    5. -> procedure 65
    6. -> organisatievormen 66
  66. 66 1) via deconcentratie 67
  67. 67 2) via functionele decentralisatie 67
    1. -> bevoegdheden 67
    2. -> aansturing 68
  68. 68 1) interpretatieve omzendbrieven 68
  69. 69 2) indicatieve omzendbrieven 68
  70. 70 ! 3) verordenende omzendbrieven 68
    1. -> constitutieve bestanddelen a) rechtshandeling 69
    2. -> toepassing criteria 70
    3. -> voor de toekomst 70
    4. -> voor het verleden 71
    5. -> inleiding 72
  71. 71 b) discretionair 72
    1. -> onpartijdigheidsbeginsel 73
    2. -> hoorplicht 73
    3. -> zorgvuldigheidsplicht 73
    4. -> materiële motiveringsplicht 74
    5. -> gelijkheidsbeginsel 74
    6. -> redelijkheidsbeginsel 74
    7. -> vertrouwensbeginsel 74
    8. -> de diensten van de gemeentelijke besturen a) de Vlaamse gemeenten 77
    9. -> de diensten van de deelstatelijke besturen a) de Vlaamse deelstatelijke overheid 77
    10. -> de diensten van de federale besturen 77
  72. 72 1) toezichtfase 78
  73. 73 2) reactieve fase 79
  74. 74 -> de gemeenschapsbevoegdheden 84
  75. 75 -> de gewestbevoegdheden 87
  76. 76 -> asymmetrie: de overdracht van bevoegdheden 88
  77. 77 9: de inwoners 99
  78. 78 9.1: personen met de Belgische nationaliteit 99
    1. 9.1.1: toekenning 100
    2. 1: nationaliteitsverklaring 101
    3. 2: naturalisatie 101
    4. 1: afstand doen van de Belgische nationaliteit 101
    5. 2: vervallenverklaring 101
  79. 79 9.2: personen zonder de Belgische nationaliteit 102
  80. 80 9.3: de burgers van de Europese Unie 103
  81. 81 10: grondrechten 103
  82. 82 10.1: de ontwikkeling van grondrechten 104
    1. -> de Raad van Europa - EVRM (supranationaal) 104
    2. -> Verenigde Naties (mondiaal) 105
  83. 83 10.2: de voornaamste grondrechten 106
    1. 10.2.1: de bescherming van de fysieke integriteit (individuele grondrechten) 106
    2. 10.2.2: het recht op gelijke behandeling 107
    3. 10.2.3: intellectuele rechten en vrijheden 107
    4. 10.2.4: democratische rechten 108
    5. 10.2.5: rechten tijdens de rechtspleging 109
    6. 10.2.6: de bescherming van de private levenssfeer 110
    7. 10.2.7: het recht op eigendom 111
    8. 10.2.8: economische, sociale en culturele rechten 111
    9. 10.2.9: rechten voor specifieke groepen 111
  84. 84 !! 10.3: de beperking van grondrechten 111
    1. 10.3.1: in normale omstandigheden 112
    2. -> formeel wettigheidsbeginsel 112
    3. -> verbod op preventieve maatregelen 113
    4. 2: noodzakelijkheid 115
    5. 3: evenredigheid 115
    6. a) de ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen 117
    7. b) maatregelen van positieve actie 118
  85. 85 10.4: de horizontale werking van grondrechten 119
    1. 10.4.1: inleiding 119
    2. 10.4.2: de anti-discriminatiewetgeving 120
  86. 86 11.1: de Belgische rechtscolleges 121
    1. 11.1.1: op federaal niveau 121
    2. -> rechtspositie 122
    3. -> rechtspositie 122
    4. -> bevoegdheden 123
    5. a.3) bevoegdheden -> algemeen 123
    6. -> rechtscolleges in eerste aanleg a) materiële bevoegdheden 123
    7. b) territoriale bevoegdheden 123
    8. -> bevoegdheid in hoger beroep 124
    9. -> grondwettelijke principes 125
    10. -> de status van rechterlijke beslissingen 125
    11. -> taal van de rechtspleging 125
    12. -> tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen (vonnissen en arresten) 126
  87. 87 11.2: de rechtscolleges van de Europese Unie 127
  88. 88 12: rechtsbescherming tegen de overheid 127
  89. 89 12.1: de hiërarchie van de normen 127
    1. 12.1.1: algemene principes 127
    2. -> hiërarchie van de federale en Vlaamse rechtsnormen 128
    3. -> argumenten voor voorrang voor het internationaal recht 128
    4. -> argumenten voor voorrang van de Grondwet 129
  90. 90 12.2: rechtstreekse rechtsbescherming 130
    1. 12.2.1: op het federale niveau 130
    2. -> de wet grondwetsconform interpreteren 131
    3. -> de wet toetsen aan het internationaal recht met rechtstreekse werking 131
    4. -> samenstelling 131
    5. -> bevoegdheden a) toetsingsvoorwerp 132
    6. b) toetsingsmaatstaf 132
    7. c.1) het beroep tot vernietiging 133
    8. c.2) de prejudiciële procedure 134
    9. -> de plicht tot het stellen van een prejudiciële vraag 135
    10. -> samenloop van grondrechten 135
    11. a) het onderscheid tussen subjectieve en objectieve geschillen 136
    12. ! b) alle rechtscolleges: de exceptie van onwettigheid 136
    13. c) rechtscolleges bevoegd voor subjectieve geschillen c.1) de hoven en rechtbanken 137
    14. c.2) de Raad van State (RvS) en andere bestuursrechtscolleges 137
    15. d) rechtscolleges bevoegd voor objectieve geschillen d.1) de Raad van State 138
    16. -> samenstelling 138
    17. -> bevoegdheden (art. 14 RvS-Wet) a) toetsingsvoorwerp 138
    18. b.1) interne wettigheid 139
    19. b.2) externe wettigheid 139
    20. c) het beroep tot nietigverklaring -art. 14 e.v. RvS-wet 140
    21. e) enkele bijzondere gevolgen 142
    22. -> door de beoordeling van een klacht 143
    23. -> inbreukprocedure voor het Hof van Justitie 144
    24. -> prejudiciële vragen via de nationale rechter 144
  91. 91 12.3: overheidsaansprakelijkheid 146
    1. 12.3.1: inleiding 146
    2. 12.3.2: aansprakelijkheid voor een fout van het bestuur 146
    3. a) de aansprakelijkheidsvordering bij de hoven en rechtbanken -> burgerlijke aansprakelijkheidsvordering bij de burgerlijke rechter 147
    4. b) de schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State 147
    5. -> overzicht 149

Document information

Study
Uploaded on
February 3, 2026
File latest updated on
February 16, 2026
Number of pages
150
Written in
2024/2025
Type
Summary
$12.59

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
4
Followers
0
Items
3
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions