VCNW Functie
Hoofdstuk 7: Het sensorisch zenuwstelsel: basismechanismen
1. Algemene concepten
De receptorcellen transformeren een extern signaal in membraanpotentiaalverandering. Het
zenuwuiteinde kan naakt of bekleed zijn.
De receptorcellen zijn gespecialiseerde zenuwcellen of epitheelcellen. De receptoren zijn
ionenkanalen of GPCR’s.
Types receptorcellen:
1) Vrije zenuwuiteinden
2) Ingekapselde zenuwuiteinden
3) Receptorcel: gespecialiseerde epitheelcel
Er is receptoradaptatie mogelijk:
− Tonisch:
Langzame of geen adaptatie
Zolang de stimulus er is, is de receptor actief en worden er AP afgevuurd.
Vb. Proprioceptors, uitrekking van een spier, ...
− Fasisch:
Snelle adaptatie
Bij een constante stimulus wordt de receptor geïnactiveerd. Er worden verandering in
de stimulus gedetecteerd.
Vb. Geurreceptoren, drukverandering, ….
2. Smaak en geur: chemosensatie
2.1 Smaak
Smaakreceptorcellen zitten op de dorsale zijde van de tong. Ze liggen geconcentreerd in
smaakpapillen. Er zijn 3 verschillende types van papillen obv hun vorm.
Smaakcellen hebben microvilli die uit de smaakporie steken. Aan de basolaterale zijde
maken ze contact met de sensorische zenuw. Een smaakcel kan maar 1 smaak proeven,
enkel zoet/zout/umami/bitter.
Er zijn 2 types smaakreceptoren:
1) Ionenkanalen (zout, zuur):
− ENaC: Epitheliaal Na+–kanaal
− ASIC: pH-gevoelig niet-selectief kation kanaal
2) GPCR, Gq en PLC (umami, bitter, zoet):
− T1 en T2 familie
− T1R1 + T1R3: umami
− T1R2 + T1R3: zoet
− T2R...: bitter
Cellulaire mechanismen:
- Zout:
1) Verhoging extracellulaire Na+–concentratie, verhoogt de Na+–influx via ENaC.
2) Depolarisatie
3) Ca2+–influx
4) NT-vrijzetting
- Zuur:
1) Daling van pH activeert een Na+–kanaal door protoninflux: ASIC en ?
1
, VCNW Functie
2) Depolarisatie
3) Ca2+–influx
4) NT-vrijzetting
Otopretines zijn een nieuw ontdekte familie van protonenkanalen. Het is gesloten bij pH 7,4.
YFP is een merker voor zuursensitieve cellen.
Zoet, bitter en umami gaan via GPCR’s. Deze hebben allemaal dezelfde signaaltransductie-
cascade:
1) Ligand bindt op het TRPM5-kanaal op receptorcel
2) Gα activeert PLC
3) Knipping PIP2 in IP3
4) Opening IP3R in SR
5) Opening Na-kanalen en ontstaan AP
6) Openen CALHM1-kanaal
7) ATP-vrijzetting:
1) Binding ATP op afferent neuron
2) Binding ATP op presynaptische cel: Influx Na+ en Ca2+ en NT-vrijzetting naar
afferent neuron
De presynaptische cel versterkt de sensatie gegeven door de receptorcel.
De temperatuur kan smaaksensatie aanpassen doordat het TRPM5-kanaal meer actief is bij
warmte.
2.2 Geur
Anatomie:
1) Bulbus olfactorius: reukkolf
2) Mitral cells: mijtercellen
3) Zeefbeen
4) Slijmvlies
5) Glomeruli ~ ganglia
6) Reukreceptorcellen
In de reukkolf wordt de synaps tussen de reukreceptorcel en de mijtercel gevormd. De
mijtercel zal het signaal naar het CZS voeren.
De geurreceptorcellen vormen specifiek synapsen met de mijtercellen naargelang het type
GPCR-receptor. Er ontstaat een labeled line: 1 neuron, 1 receptor.
De zenuwuiteinden in het slijmvlies in de neusholte bevatten de specifieke
chemoreceptoren. De chemoperceptie gebeurt dus hier. Enkel hier bevindt zich een
receptorpotentiaal. In het axon wordt een AP afgevuurd.
Binding van de geurstof op de receptor activeert AC en doet de [cAMP] stijgen. Dit opent
Na+– en Ca2+–kanalen.
2
Hoofdstuk 7: Het sensorisch zenuwstelsel: basismechanismen
1. Algemene concepten
De receptorcellen transformeren een extern signaal in membraanpotentiaalverandering. Het
zenuwuiteinde kan naakt of bekleed zijn.
De receptorcellen zijn gespecialiseerde zenuwcellen of epitheelcellen. De receptoren zijn
ionenkanalen of GPCR’s.
Types receptorcellen:
1) Vrije zenuwuiteinden
2) Ingekapselde zenuwuiteinden
3) Receptorcel: gespecialiseerde epitheelcel
Er is receptoradaptatie mogelijk:
− Tonisch:
Langzame of geen adaptatie
Zolang de stimulus er is, is de receptor actief en worden er AP afgevuurd.
Vb. Proprioceptors, uitrekking van een spier, ...
− Fasisch:
Snelle adaptatie
Bij een constante stimulus wordt de receptor geïnactiveerd. Er worden verandering in
de stimulus gedetecteerd.
Vb. Geurreceptoren, drukverandering, ….
2. Smaak en geur: chemosensatie
2.1 Smaak
Smaakreceptorcellen zitten op de dorsale zijde van de tong. Ze liggen geconcentreerd in
smaakpapillen. Er zijn 3 verschillende types van papillen obv hun vorm.
Smaakcellen hebben microvilli die uit de smaakporie steken. Aan de basolaterale zijde
maken ze contact met de sensorische zenuw. Een smaakcel kan maar 1 smaak proeven,
enkel zoet/zout/umami/bitter.
Er zijn 2 types smaakreceptoren:
1) Ionenkanalen (zout, zuur):
− ENaC: Epitheliaal Na+–kanaal
− ASIC: pH-gevoelig niet-selectief kation kanaal
2) GPCR, Gq en PLC (umami, bitter, zoet):
− T1 en T2 familie
− T1R1 + T1R3: umami
− T1R2 + T1R3: zoet
− T2R...: bitter
Cellulaire mechanismen:
- Zout:
1) Verhoging extracellulaire Na+–concentratie, verhoogt de Na+–influx via ENaC.
2) Depolarisatie
3) Ca2+–influx
4) NT-vrijzetting
- Zuur:
1) Daling van pH activeert een Na+–kanaal door protoninflux: ASIC en ?
1
, VCNW Functie
2) Depolarisatie
3) Ca2+–influx
4) NT-vrijzetting
Otopretines zijn een nieuw ontdekte familie van protonenkanalen. Het is gesloten bij pH 7,4.
YFP is een merker voor zuursensitieve cellen.
Zoet, bitter en umami gaan via GPCR’s. Deze hebben allemaal dezelfde signaaltransductie-
cascade:
1) Ligand bindt op het TRPM5-kanaal op receptorcel
2) Gα activeert PLC
3) Knipping PIP2 in IP3
4) Opening IP3R in SR
5) Opening Na-kanalen en ontstaan AP
6) Openen CALHM1-kanaal
7) ATP-vrijzetting:
1) Binding ATP op afferent neuron
2) Binding ATP op presynaptische cel: Influx Na+ en Ca2+ en NT-vrijzetting naar
afferent neuron
De presynaptische cel versterkt de sensatie gegeven door de receptorcel.
De temperatuur kan smaaksensatie aanpassen doordat het TRPM5-kanaal meer actief is bij
warmte.
2.2 Geur
Anatomie:
1) Bulbus olfactorius: reukkolf
2) Mitral cells: mijtercellen
3) Zeefbeen
4) Slijmvlies
5) Glomeruli ~ ganglia
6) Reukreceptorcellen
In de reukkolf wordt de synaps tussen de reukreceptorcel en de mijtercel gevormd. De
mijtercel zal het signaal naar het CZS voeren.
De geurreceptorcellen vormen specifiek synapsen met de mijtercellen naargelang het type
GPCR-receptor. Er ontstaat een labeled line: 1 neuron, 1 receptor.
De zenuwuiteinden in het slijmvlies in de neusholte bevatten de specifieke
chemoreceptoren. De chemoperceptie gebeurt dus hier. Enkel hier bevindt zich een
receptorpotentiaal. In het axon wordt een AP afgevuurd.
Binding van de geurstof op de receptor activeert AC en doet de [cAMP] stijgen. Dit opent
Na+– en Ca2+–kanalen.
2