3.1 Indeling
Examen Rechtsbronnen
1. Het verdrag
2. Wetgeving (in ruime zin)
A. Grondwet
B. Wet/Decreet/Ordonnantie
C. Koninklijk Besluit (K.B.)/Besluit gewest- of gemeenschapsregering
D. Ministerieel Besluit (M.B.)/Besluit lid van gewest- of gemeenschapsregering
E. Provinciaal reglement
F. Gemeentelijk regelement
3. De gewoonte
4. De rechtspraak
5. De rechtsleer
6. De algemene rechtsbeginselen
Opmerkingen
Een lagere rechtsregel moet steeds in overeenstemming zijn met een regel die hoger op
de hiërarchische ladder staat
Een rechtsregel komt niet uitsluitend door de staat tot stand. Er is een evolutie
merkbaar van sterke nationale staten naar een situatie waarin de juridische macht van
deze staten in 2 richtingen wordt afgezwakt:
- Naar beneden: door grotere decentralisatie (gewesten en gemeenschappen)
- Naar boven: door het uitbouwen van supranationale politieke instellingen die
een deel van de bevoegdheid van de staten hebben overgenomen (EU)
- Bij de bespreking van de bronnen wordt beknopt het institutioneel kader
besproken waarin deze bronnen tot stand komen
3.2 Het verdrag
Sommige verdragen verbinden enkel de overheid van de staten die het verdrag
ondertekenen
Sommige verdragen verlenen ook rechten aan de onderdanen van een staat
Staan boven Hebt rechtsreeks werkende verdragen (mensenrechten behalve UVRM) die zo
nationaal recht nauwkeurig omschreven zijn dat ze direct uit te voeren zijn en niet-rechtstreeks
werkende verdagen die niet direct uitvoerbaar zijn
Bij strijdigheid van een rechtstreeks of direct werkende verdragsbepaling en een wet of
een lagere rechtsnorm, krijgt het verdragsrecht voorrang
18
, 3.3 Wetgeving
3.3.1 De grondwet
Wat?
De basis van ons nationale rechtstelsel
Eerste uiting van onze soevereine volkswil
geschiedenis
1831: oorspronkelijke tekst van de Grondwet (na onafhankelijkheid België)
belangrijkste wijzigingen sindsdien :
- Democratisering van het kiesstelsel
- Federalisering van de Staat
De grondwet
Heel goed beschermd
Kan slechts gewijzigd worden na een aantal zware stappen
Een grondswetwijziging doorvoeren :
1. Het zittende parlement (preconstituante) duidt in principe de artikels van de grondwet
aan die vatbaar zijn voor herziening
Verklaring van het zittende parlement met de regering tot het hervormen van de
grondwet en op welke plaats
2. Het parlement wordt ontbonden en er komen verkiezingen
Direct na goedkeuren verklaring : parlement ontbonden en nieuwe verkiezingen
Kiezer beloont of bestraft nieuwe voorstel
3. Het nieuwe samengestelde parlement (constituante) heeft de bevoegdheid om de
aangeduide grondwetsartikels te wijzigen met 2/3de meerderheid
Nieuwe parlement kan grondwet wijzigen na dubbele 2/3e meerderheid : 2/3
van de leden moet er zijn + 2/3e meerderheid voor wijziging
4. De gewijzigde artikels worden dan door de Koning bekrachtigd en afgekondigd en
vervolgens gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad
1983: oprichting Arbitragehof nu: Grondwettelijk Hof heeft de bevoegdheid
wetgevende normen te schorsen of te vernietigen
Als het wetgevende orgaan haar bevoegdheid te buiten gaat kan de wet, het
decreet of de ordonnantie vernietigd worden aan het grondwettelijk hof
19