Inleiding
1. Situering van de discipline pathologische fysiologie
De ziekteleer beschrijft systematisch, dus systeem/orgaan per systeem/orgaan alle gekende
aandoeningen met hun etiologie, pathogenese, symptomen, diagnose, differentieel-
diagnose, evolutie, behandeling en prognose.
De pathologische fysiologie probeert een wetenschappelijke verklaring te vinden voor de
empirische gegevens van de ziekteleer via exact wetenschappelijk onderzoek. Beide
disciplines vullen elkaar aan.
De pathofysiologie heeft enkele uitdagingen:
− Ze wil theorieën en hypothesen opbouwen, niet alleen feiten constateren. Dit
betekent ook dat deze theorieën telkens moeten herdacht worden.
− Alle disciplines die potentieel relevant kunnen zijn, moeten betrokken worden.
− Een ziekte slaat altijd op het hele organisme. We kunnen zelden een orgaan
geïsoleerd bekijken zoals in de fysiologie.
− In menselijke pathologie is het ethisch en praktisch moeilijk om experimenten uit te
voeren. We moeten dus gebruik maken van ‘spontane’ experimenten of dierlijke
modellen.
− Hij is sterk geïndividualiseerd. Hij gaat zich telkens op een bepaald terrein
manifesteren.
2. Definities
We proberen het verschijnsel ziekte te verklaren. Dit kan worden omschreven als een
abnormale of pathologische activiteit van en in het organisme. Maar wat betekent dat nu?
2.1 Het begrip: activiteit
Een stoornis van een activiteit wil zeggen dat er een evolutie moet zijn. Deze kan acuut of
chronisch zijn. Zij kan leiden tot genezing of dood. Genezing houdt niet noodzakelijk
terugkeer naar het oorspronkelijke in. Er kunnen restverschijnselen (sequellen) zijn die de
reserves van 1 of meer organen/systemen kunnen verminderen. Organen kunnen in het
algemeen tegen een stootje. Ze hebben dan zeker tijdens de jeugd een grote reserve. Als
deze reserve slinkt, zal dat niet onmiddellijk tot problemen leiden, maar het maakt de
persoon gevoeliger.
De evolutie van een ziekte wordt bepaald door 2 zaken:
1) Schadelijke agentia:
− Chemisch:
− Caustisch: Een zuur of base zorgt vb voor proteïne denaturatie
− Toxines, milieu: vb choleratoxine, asbest,…
− Genotsmiddelen, drugs, voeding,…: vb roken,...
− Fysisch:
− Mechanisch trauma
− Overbelasting
− UV (zon) en ioniserende straling
− Infectie, inflammatie
− Hypoxie, ischemie: Zie verder
Deze kunnen schade veroorzaken via vb interferentie met metabole pathways,
schade aan membranen en DNA-schade.
1
, Ziektemechanismen
2) Terrein:
− Genetische factoren:
− Mendeliaans: 1 gen, vb CFTR-gen mucoviscidose
− Multifactoriaal-polygenetisch
− Ras
− Epigenetica:
− Ontwikkeling
− Omgevingsfactoren
− Veroudering
− Voeding: Via inname van methyl en acetyl
− Omgevingsfactoren:
− Voeding
− Hygiëne
− Stress
− Hoogte en temperatuur
Behandeling of therapie ondersteunt het terrein of dijkt de schadelijke factoren in om de
ziekte onder controle te krijgen.
Hypoxie kan verschillende oorzaken hebben. Hij kan ademhalingsgebonden, vasculair of
traumatisch zijn. Het lichaam reageert met hyperventilatie en tachycardie nadat de hypoxie
wordt gedetecteerd in het glomus lichaampje. Dit is de systemische respons. Als er enkel
een lokale ischemie is, zal de systemische respons veel kleiner zijn.
Lokale effecten van hypoxie:
− Acute vasodilatatie
− Angiogenese:
Dit gebeurt op lange termijn. Door de hypoxie ontstaat er hypoxia-inducible factor
(HIF) die zal zorgen voor de transcriptie van genen die coderen voor groeifactoren
van de bloedvaten. Er worden collateralen gevormd.
− Glycolyse
− Systemische respons:
Op termijn zal het lichaam ook EPO beginnen aanmaken in de nier. Dit stimuleert de
aanmaak van nieuwe RBC.
In een hypoxisch gebied zal HIF-stabilisatie optreden. De cellen zullen minder O2 gebruiken
en zo zullen meer cellen kunnen overleven.
2.2 Wat is pathologisch?
Soms is de grens tussen het normale en het pathologische zeer duidelijk, vb IQ bij kinderen
met onbehandelde PKU,… De curves van de gezonde en pathologische populatie
2