OG 7 Prenatale raadpleging in het tweede trimester
1. De student kent de inhoud van een consultatie bij een laag risico zwangere in
het 2de trimester volgens DM en KCE
inhoud anamnese
Beleving en klachten
foetale bewegingen
signalen vroegtijdige ontsluiting
klachten pre-eclampsie
klinische onderzoeken
• BMI: zie vorig OG
• Bloeddruk: zie vorig OG
• Proteïnurie
Bepaal bij elke prenatale controle proteïnurie om tijdig pre-eclampsie op te sporen,
met specifieke aandacht voor de zwangeren uit de risicogroepen. (Grade 2C)
Overweeg om bij zwangere vrouwen te controleren op de aanwezigheid van proteïnurie
tijdens de eerste consultatie om nierziekten en aandoeningen van de urinewegen te
identificeren. Na 20 weken zwangerschap kunt u tijdens elke consultatie, in combinatie met
het meten van de bloeddruk, controleren op de aanwezigheid van proteïnurie om een
eventuele diagnose van preeclampsie uitgebreider te documenteren.
Men spreekt van ‘pre-eclampsie’ wanneer er naast hypertensie ook proteïnurie (>0,3 g/24
uur) is en van ‘eclampsie’ wanneer er daarenboven convulsies en/of coma zijn.
• Fundushoogte
Zie volgende vraag
• Foetale bewegingen
Zie volgende vraag
Doppler-auscultatie van foetaal hartritme
Spoor zo gewenst bij elk abdominaal onderzoek (vanaf 12 weken) de aanwezigheid
van harttonen op via een dopplertoestel. (GPP)
Auscultatie van het foetale hart is onderdeel van elke prenatale controle. De aanwezigheid
van de harttonen via een doppler foetale monitor bevestigt dat de foetus in leven is, doch
heeft geen predictieve waarde op het verder verloop van de zwangerschap en dient bijgevolg
niet routinematig aangeboden te worden. Gedetailleerde informatie over variabiliteit en
deceleraties van het foetale hartritme kunnen niet worden bekomen.
Labo onderzoeken
, Screening zs diabetes
zie andere vraag
Hb, ferritine, MCV, MCH, MCHC, + indirecte coombs test
Bepaal bij de eerste bloedafname de bloedgroep en de resusfactor indien die bij aanvang van de
zwangerschap niet gekend zijn. Bepaal altijd de irreguliere antistoffen (indirecte coombs). (Grade 1B)
Wanneer een negatief resultaat werd bekomen, bepaal rond 28 weken opnieuw de irreguliere antistoffen
(onafhankelijk van hun resusstatus). (Grade 2C)
Verwijs in geval van aanwezigheid van irreguliere antistoffen naar een gespecialiseerd centrum voor
verder onderzoek en advies betreffende verdere opvolging van de zwangerschap. (GPP)
Glucose belasting 50 gram
Screen iedere zwangere (zonder vooraf bekende diabetes mellitus) door een
glucosechallengetest met 50 g glucose op 24 weken bij elke zwangere die een normale
glucosewaarde had bij aanvang van de zwangerschap.
Zwangerschapsdiabetes Screening wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 24 en 28 weken via
een veneuze bloedafname één uur na belasting met 50 g glucose (= glucose challengetest).
Deze test kan op elk ogenblik van de dag gebeuren. De vrouw hoeft niet nuchter te zijn.
Is het resultaat van de CTG groter of gelijk aan 140 mg/dl (7,75 mmol/l) dan volgt een
diagnostische test.
Urinestaal voor asymptomatische bacteriurie
Screen naar asymptomatische bacteriurie en gebruik hiervoor cultuur op
midstroomurine. (Grade 1B)
Behandel asymptomatische bacteriurie volgens de resultaten van de cultuur. (Grade
1B)
Asymptomatische bacteriurie wordt gedefinieerd als een persisterende kolonisatie van
urethra en blaas door bacteriën zonder dat er klachten zijn. Een groei van één soort bacterie
van 100 000 koloniën/ml urine wordt als significant beschouwd. De behandeling van
asymptomatische bacteriurie vermindert het risico op pyelonefritis later in de zwangerschap
en mogelijk ook het risico op laag geboortegewicht.
2. De student kan de low risk zwangere definiëren: welke risicofactoren vergt
mogelijks bijkomende maatregelen in het 2de trimester
Pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging)
Bloeddruk ≥140/90 mmHg en proteïnurie en/of klachten: hoofdpijn, wazig zicht, buikpijn,
braken, oedeem van handen, gelaat en enkels en abnormale gewichtstoename.
Bloeddruk ≥140/90 mmHg en proteïnurie (stick 1+ of meer): dringende verwijzing naar de
gynaecoloog wegens vermoeden van pre-eclampsie.
Bloeddruk >140 en/of >90 mmHg zonder proteïnurie: herhalen meting bloeddruk na minstens
vier uur.
1. De student kent de inhoud van een consultatie bij een laag risico zwangere in
het 2de trimester volgens DM en KCE
inhoud anamnese
Beleving en klachten
foetale bewegingen
signalen vroegtijdige ontsluiting
klachten pre-eclampsie
klinische onderzoeken
• BMI: zie vorig OG
• Bloeddruk: zie vorig OG
• Proteïnurie
Bepaal bij elke prenatale controle proteïnurie om tijdig pre-eclampsie op te sporen,
met specifieke aandacht voor de zwangeren uit de risicogroepen. (Grade 2C)
Overweeg om bij zwangere vrouwen te controleren op de aanwezigheid van proteïnurie
tijdens de eerste consultatie om nierziekten en aandoeningen van de urinewegen te
identificeren. Na 20 weken zwangerschap kunt u tijdens elke consultatie, in combinatie met
het meten van de bloeddruk, controleren op de aanwezigheid van proteïnurie om een
eventuele diagnose van preeclampsie uitgebreider te documenteren.
Men spreekt van ‘pre-eclampsie’ wanneer er naast hypertensie ook proteïnurie (>0,3 g/24
uur) is en van ‘eclampsie’ wanneer er daarenboven convulsies en/of coma zijn.
• Fundushoogte
Zie volgende vraag
• Foetale bewegingen
Zie volgende vraag
Doppler-auscultatie van foetaal hartritme
Spoor zo gewenst bij elk abdominaal onderzoek (vanaf 12 weken) de aanwezigheid
van harttonen op via een dopplertoestel. (GPP)
Auscultatie van het foetale hart is onderdeel van elke prenatale controle. De aanwezigheid
van de harttonen via een doppler foetale monitor bevestigt dat de foetus in leven is, doch
heeft geen predictieve waarde op het verder verloop van de zwangerschap en dient bijgevolg
niet routinematig aangeboden te worden. Gedetailleerde informatie over variabiliteit en
deceleraties van het foetale hartritme kunnen niet worden bekomen.
Labo onderzoeken
, Screening zs diabetes
zie andere vraag
Hb, ferritine, MCV, MCH, MCHC, + indirecte coombs test
Bepaal bij de eerste bloedafname de bloedgroep en de resusfactor indien die bij aanvang van de
zwangerschap niet gekend zijn. Bepaal altijd de irreguliere antistoffen (indirecte coombs). (Grade 1B)
Wanneer een negatief resultaat werd bekomen, bepaal rond 28 weken opnieuw de irreguliere antistoffen
(onafhankelijk van hun resusstatus). (Grade 2C)
Verwijs in geval van aanwezigheid van irreguliere antistoffen naar een gespecialiseerd centrum voor
verder onderzoek en advies betreffende verdere opvolging van de zwangerschap. (GPP)
Glucose belasting 50 gram
Screen iedere zwangere (zonder vooraf bekende diabetes mellitus) door een
glucosechallengetest met 50 g glucose op 24 weken bij elke zwangere die een normale
glucosewaarde had bij aanvang van de zwangerschap.
Zwangerschapsdiabetes Screening wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 24 en 28 weken via
een veneuze bloedafname één uur na belasting met 50 g glucose (= glucose challengetest).
Deze test kan op elk ogenblik van de dag gebeuren. De vrouw hoeft niet nuchter te zijn.
Is het resultaat van de CTG groter of gelijk aan 140 mg/dl (7,75 mmol/l) dan volgt een
diagnostische test.
Urinestaal voor asymptomatische bacteriurie
Screen naar asymptomatische bacteriurie en gebruik hiervoor cultuur op
midstroomurine. (Grade 1B)
Behandel asymptomatische bacteriurie volgens de resultaten van de cultuur. (Grade
1B)
Asymptomatische bacteriurie wordt gedefinieerd als een persisterende kolonisatie van
urethra en blaas door bacteriën zonder dat er klachten zijn. Een groei van één soort bacterie
van 100 000 koloniën/ml urine wordt als significant beschouwd. De behandeling van
asymptomatische bacteriurie vermindert het risico op pyelonefritis later in de zwangerschap
en mogelijk ook het risico op laag geboortegewicht.
2. De student kan de low risk zwangere definiëren: welke risicofactoren vergt
mogelijks bijkomende maatregelen in het 2de trimester
Pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging)
Bloeddruk ≥140/90 mmHg en proteïnurie en/of klachten: hoofdpijn, wazig zicht, buikpijn,
braken, oedeem van handen, gelaat en enkels en abnormale gewichtstoename.
Bloeddruk ≥140/90 mmHg en proteïnurie (stick 1+ of meer): dringende verwijzing naar de
gynaecoloog wegens vermoeden van pre-eclampsie.
Bloeddruk >140 en/of >90 mmHg zonder proteïnurie: herhalen meting bloeddruk na minstens
vier uur.