(Respiratie), gebaseerd op de belangrijkste concepten uit samenvattingen en
standaard leerboeken (zoals Saladin, Tortora & Nielsen). Perfect om te studeren
voor 2026/2027.
🫁 Flashcards – H2 Ademhaling (Respiratie)
1) Algemene Begrippen
Q: Wat betekent respiratie?
A: Respiratie is het proces van gasuitwisseling tussen het lichaam en de omgeving —
inclusief ventilatie, externe en interne ademhaling.
Q: Wat is ventilatie?
A: Het mechanisch verplaatsen van lucht in en uit de longen (inademing en uitademing).
Q: Wat is externe ademhaling?
A: Gasuitwisseling tussen de alveolaire lucht en het bloed in de longcapillairen.
Q: Wat is interne ademhaling?
A: Gasuitwisseling tussen het bloed en de cellen van het lichaam.
Q: Wat is cellulaire ademhaling?
A: Metabolisch proces waarbij cellen zuurstof gebruiken om ATP te produceren en CO₂ te
vormen.
2) Anatomie van de Ademhalingswegen
Q: Welke onderdelen vormen de bovenste luchtwegen?
A: Neusholte, mondholte, farynx (keelholte).
Q: Wat omvatten de onderste luchtwegen?
A: Larynx (strottenhoofd), trachea (luchtpijp), bronchiën en longen.
Q: Wat is de functie van neusharen en slijm in de neusholte?
A: Filteren, verwarmen en bevochtigen van ingeademde lucht.
Q: Welke kraakbeenstructuur voorkomt dat voedsel de luchtwegen binnengaat?
A: De epiglottis.
Q: Wat zijn bronchiolen?
A: Kleine luchtwegen in de longen zonder kraakbeen, eindigend in alveolair kanaal.
, 3) Longstructuur & Pleura
Q: Hoeveel longkwabben heeft de rechterlong?
A: Drie (bovenste, middelste, onderste).
Q: Hoeveel longkwabben heeft de linkerlong?
A: Twee (bovenste en onderste).
Q: Wat zijn alveoli?
A: Microniveau luchtzakjes waarin gasuitwisseling plaatsvindt.
Q: Wat is de pleura?
A: Een dubbelvlies rond de longen en borstholte; de pleuraholte bevat pleuravocht.
Q: Wat is de functie van pleuravocht?
A: Vermindert wrijving en zorgt voor cohesie tussen borstwand en longen.
4) Mechanica van Ventilatie
Q: Wat gebeurt er bij inademing?
A: De borstholte vergroot, het diafragma daalt, longdruk daalt → lucht stroomt naar binnen.
Q: Wat gebeurt er bij uitademing?
A: De borstholte verkleint, diafragma ontspant → lucht stroomt naar buiten.
Q: Welke spieren zijn primair bij inademing betrokken?
A: Diafragma en externe intercostale spieren.
Q: Wat is ‘luchtstroom’?
A: Beweging van lucht door drukverschillen.
Q: Hoe beïnvloedt weerstand de luchtstroom?
A: Meer weerstand → lagere luchtstroom; bronchodilatatie verlaagt weerstand.
5) Gaswetten & Druk
Q: Wat beschrijft de wet van Boyle?
A: Bij een constante temperatuur is druk omgekeerd evenredig met volume.
Q: Hoe verandert druk bij volumetoename?
A: Druk daalt.