Chapter 1 Crime, the criminal and criminology
Wat is criminaliteit en wie is de crimineel? Criminaliteit zijn acties die verboden worden door het
strafrecht, en de crimineel is degene die deze acties uitvoert. Maar hoe worden deze criminelen
geïdentificeerd door de criminologen? Michael en Adler hadden hier een algemene definitie van:
Degene die veroordeeld waren, waren criminelen en alle anderen niet. Veroordeelden zijn dus het
onderwerp van de studie criminologie, maar dit is altijd een steekproef omdat er nog veel personen
rondlopen die wel de wet hebben overtreden, maar niet veroordeeld zijn.
Niet iedereen was blij met de studie criminologie. Sellin wees op het feit dat het strafrecht, meestal
de waarden van de machtigste groep reflecteert. In plaats van de morele standaard van de algehele
populatie. Hij vond het beter om de normen en waarden van verschillende maatschappijen te
onderzoeken in plaats van het strafrecht. Ook Sutherland had zijn twijfels bij criminologie, door de
beperkte focus. Hij wilde ook de nadruk leggen op het zogenaamde ‘white-collar crime’. Hij verlegde
de definitie van criminaliteit dan ook op twee punten: hij wilde een juridische beschrijving van een
actie als sociaal schadelijk en hij wilde wettelijke bepaling van de straf voor zo’n actie.
Hij zag drie redenen waarom de witteboordencriminaliteit niet goed gestraft werd: 1. De hoge status
van de overtreders, 2. Weinig bestraffende reacties, en 3. De onontwikkelde publieke vijandigheid
voor dit soort overtreders.
Ook Tappan had een andere definitie van criminaliteit: ‘Criminaliteit is een opzettelijke handeling die
het strafrecht schendt, gepleegd zonder verdediging of excuus, en bestraft door de staat als zware
misdaad of misdrijf.’ Hij is ertegen om personen die niet veroordeeld zijn te behandelen als
criminelen. In het geval van Tappan kunnen er dus geen generalisaties gemaakt worden over de
criminelen, omdat er nog wel degelijk personen rondlopen die aan criminaliteit doen maar niet
veroordeeld zijn/worden.
Schwendinger gaat nog een stapje verder en vond dat het schenden van de menselijke rechten al
crimineel was. Deze rechten moeten beschermd worden, omdat het een menselijke standaard van
leven is.
Omdat onder criminaliteit zoveel verschillende acties werden gezien (door tijd en plaats heen),
noemen sommige wetenschappers het afwijkend gedrag, anti-sociaal gedrag of schending van de
gedragsnormen.
Uiteindelijk werd het strafrecht en de bijbehorende wetten gezien als sociale constructie, omdat het
door en voor mensen is gemaakt. Dus kan criminaliteit en de crimineel ook als sociale constructie
worden gezien. Na deze conclusie, volgde er het begrip criminalisatie: Hoe wordt een crimineel een
crimineel? Ligt het aan het ras, de klasse, de sekse? Maar deze benadering lette weer teveel op wie
de crimineel was en hoe deze crimineel was geworden, het strafrecht kwam er niet meer bij kijken.
Wat is criminologie nu precies? Het meest algemene antwoord hierop is, de studie naar criminaliteit
en criminelen. Zoals je hiervoor hebt gezien is het niet zo makkelijk als het lijkt, want voor deze
woorden zijn ook allerlei andere definities te bedenken. Daarnaast heeft criminologie nog een aantal
andere aspecten (p. 13/14). Toch hoeft de persoon die deze handelingen uitvoert niet per se een
criminoloog worden genoemd, maar het kan net zo goed een socioloog of een psycholoog zijn.
Criminologie wordt vaak gezien als een multi-discipline, omdat er veel gebruikt wordt van andere
,disciplines. Dit kan het zowel zeer interessant als moeilijk maken, want elke discipline heeft zijn eigen
assumpties, ideeën en onderzoeken waar men zich aan moet houden. Dan is er natuurlijk de vraag,
kan criminologie op zichzelf wel een discipline worden genoemd? Hier wordt nog steeds veel over
gediscussieerd, dus deze vraag kan (nog) niet beantwoord worden.
Garland beweerde dat criminologie gegroeid is uit twee projecten. Namelijk die van de regering
(patronen binnen criminaliteit en registratie van toepassing van politie en gevangenissen) en die van
Lombroso (criminelen kunnen wetenschappelijk onderscheiden worden van niet-criminelen).
De eerste discipline waar criminologie enigszins in voor kwam was ‘The Classical School’. Zij zeiden
dat menselijke problemen opgelost moesten worden door het toepassen van verstand, in plaats van
traditie, religie of bijgeloof. In die tijd was er geen goede preventie tegen criminaliteit. Zij wilden een
systeem waarin het recht voorspelbaar was, niet discriminerend, effectief en menselijk.
Wat was nu de precieze benadering van de klassieke school? Dat gaat ongeveer zo: Mensen worden
gezien als rationele, zelfzuchtige wezens die hun eigen ‘vrije wil’ hebben. Ze accepteren het sociale
contract, waarbij ze wel een stukje vrijheid inleveren, maar hiervoor terug bescherming krijgen van
de staat. Nu moeten zij kijken wat ze willen, weegt het plegen van crimineel gedrag op tegen de straf
die ze ervoor terug krijgen?
Zij behandelden elk persoon voor de rechter hetzelfde; ieder mens maakt dezelfde rationele
beslissingen. De reactie van het positivisme was als volgt: hoe zit het dan met kinderen of mentaal
zieken? Hier werd later wat op aangepast en dit wordt het ‘neopositivisme’ genoemd. Maar hier
waren ook enkele problemen. 1 Komt criminaliteit niet door de verschillen in de samenleving? 2 Is het
zo dat mensen die meer middelen hebben (educatie), meer profiteren van het rechtssysteem? 3 Als
een arme hetzelfde wordt gestraft als een rijke, bijvoorbeeld een boete, is er dan nog wel sprake van
gelijkheid?
Daarna kwam er nog een groep welke de ‘moral statisticans’ (sociaal-positivisme) werden genoemd.
Zij verzamelden statistieken en cijfers van de criminaliteit. Op deze manier werd de grootte van het
probleem berekend en kon men hierop reageren.
Dan was er nog ‘The Italian Positivist School’. Hier was Lombroso de voorman van. Hij beweerde dat
criminelen lager op de evolutieschaal stonden en dat zij dus ook bepaalde criminele, lichamelijke
kenmerken hebben. Zij vonden zichzelf wetenschappelijke, maar de klassieke school
prewetenschappelijk. Verder wilden zij zich meer richten op de preventie en de behandeling van
criminaliteit, in plaats van (wat de klassieke school deed) de straf.
Al deze benaderingen en groepen zorgden voor de discipline criminologie, die ook veel kenmerken
van de verschillende benaderingen heeft overgenomen.
De bewegingen hadden weinig impact in Groot-Brittannië. Na een tijdje waren ze zelfs tegen het idee
dat criminelen verschillend waren van niet criminelen. Zij waren meer geïnteresseerd in het
classificeren van criminelen en de gevangenisdiscipline onder controle houden. Zij hebben het beeld
wat Lombroso had van criminelen iets geminderd, door te zeggen dat de meeste criminelen over het
algemeen een lage fysieke en mentale capaciteit hadden. Verder komt criminaliteit meestal door
factoren van buitenaf.
, Chapter 2 Offenders and non-offenders: spot the difference?
Er zijn verschillende benaderingen in hoe je criminelen kan onderscheiden van niet-criminelen.
De eerste is de biologische benadering. Hierin is eerst gekeken naar de lichamelijke karakteristieken.
Hierin is, net zoals bij Lombroso, gebleken dat het bij criminelen gaat om inferieure types. Daarnaast
is ook gekeken naar lichaamstypes, de magere en gespierde types hebben een assertief
temperament. Of dit een correlatie is of een causaal verband is nooit vastgesteld.
Ook is er hierbij gekeken naar de genetische contributie. Vooral bij geadopteerde personen, want zij
zijn op jonge leeftijd al gescheiden van hun broers/zussen. Ze hebben bijna dezelfde genen, maar zijn
opgegroeid in een ander milieu.
Nieuw instrument op dit gebied is de EEG of de MRI, waarmee men als het ware in de hersenen van
de delinquenten kunnen kijken.
Toch is er nog veel tegenstand wat betreft de sociale wetenschappen om biologie en de sociale
wetenschappen te herenigen om de preventie van criminaliteit te helpen.
Daarnaast is er ook de psychologische benadering. Zij beweerden dat niet alle criminelen mentaal
ziek of gestoord waren, maar ze hadden wel allemaal last van morele aandoeningen. Verder
onderzochten ze 400 schoolkinderen en dit resulteerde in het feit, dat slechte relaties in de familie,
slechte discipline en bepaalde types temperament belangrijke factoren waren in de criminaliteit.
Atkinson gaf aan dat er vijf grote perspectieven waren binnen de moderne psychologie. Het
biologisch perspectief (gericht op de binnenkant van het lichaam; brein en zenuwstelsel), de
psychoanalytische benadering (gericht op het onbewuste; dromen en emotionele problemen, de
behavioristische benadering (gericht op gedrag), de cognitieve benadering (gericht op mentale
processen) en de fenomenologische benadering (gericht op subjectieve ervaringen).
Op psychoanalytisch gebied waren er ook een aantal ontdekkingen gedaan. Als eerste dacht men dat
criminelen onsuccesvol waren geweest in de voortgang van het ‘pleasure principle’ naar het ‘reality
principle’. Of delinquent gedrag werd gezien als sublimaat voor de aandacht van de ouders van
jongeren; op deze manier kregen ze de aandacht die ze graag wilden. Een psychopaat werd gezien als
iemand, waarvan de identificatie met de “vijandige” ouders grote invloed heeft gehad op de
superego. Het meest grote onderzoek ging over de invloed van moeders. Jongeren die zes maanden
of meer van hun moeder gescheiden waren, hadden veel meer kans om in een gevangenis terecht te
komen dan van kinderen die dit niet hadden.
Eén van de eerste pogingen om crimineel gedrag te zien als een product van leren kwam van Edwin
Sutherland. Hij bedacht de theorie van differentiële associatie. Hij beweert dat crimineel gedrag
geleerd wordt in een proces van communicatie met andere personen. Tijdens deze communicatie
leert hij bepaalde attitudes en motieven. Een bepaald persoon wordt crimineel als de definities ten
gunste van het overtreden van de wet, groter zijn dan de definities ten nadele van het overtreden
van de wet.
Ivan Pavlov is ook een bekende naam. Hij heeft laten zien hoe honden leren, met behulp van een
buzzer, voedsel en het kwijlen van de hond; als een hond te eten krijgt begint hij te kwijlen, als men
voordat het eten komt steeds een buzzer laat afgaan zal de hond na een tijd al gaan kwijlen als de
buzzer gaat ,maar nog geen eten te zien is. Dit wordt ook wel ‘classical conditioning’ genoemd. Dit
kan men ook toepassen op kinderen, als kinderen iets fouts doen krijgen ze straf. Op een gegeven
moment gaan ze de straf associëren met het fout doen.