Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages
Exam (elaborations)

AFPF Blok 2, Jaar 1, HBO-V

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages

Dit document is voorzien van alle lesdoelen en aantekeningen tijdens de lessen van Blok 2 (Samenleving) van AFPF.

Content preview

AFPF blok 3
Lesdoelen casus 1

 De fysiologie van de reuk samenvatten.
- De neus is het reukorgaan (olfactie).
Gespecialiseerde recptoren die geur
opvangen zitten in het dak van de neus in het
gebeid van de lamina cribrosa en de bovenste
conchae. Deze receptoren worden
gestimuleerd via door de lucht vervoerde
geuren. De hieruit voortvloeiende
zenuwsignalen worden door de twee nervi
olfactorii (de 1e hersenzenuw) naar de
hersenen gestuurd. Zodra de zenuwimpulsen
daar zijn aangekomen, worden ze als geur ervaren.
- De lucht die de neus inkomt, wordt verwarmd, en convectiestromen
voeren de ingeademde lucht in wervelingen naar de bovenkant van de
neusholte. ‘’Snuffelen’’ concentreert vluchtige moleculen bovenin de
neus. Dit verhoogt het aantal geprikkelde olfactorische receptoren en
dus de geurwaarneming.
- Geuren kunnen langdurige en indringende herinneringen opwekken,
vooral duidelijke geuren als ziekenhuisgeur, lievelingseten etc.
- Ontsteking van het neusslijmvlies verhindert dat geurige stoffen het
reukgebied van de neus bereiken, waardoor de reuk verloren gaat
(anosmie). De gebruikelijke oorzaak is een verkoudheid.


 De structuur van de trachea beschrijven en koppelen aan de functies van de
trachea.
- De trachea bestaat uit 3 weefsellagen en wordt opgehouden door 16-
20 c-vormige, op elkaar liggende hyaliene kraakbeenringen. Aan de
achterzijde zijn deze open. Deze kraakbeenringen zorgen ervoor dat de
luchtpijp en de bronchiën niet dichtklappen bij een sterke inademing
 Buitenste laag: bevat fibreus en elastisch weefsel en omhult de
kraakbeenderen
 Middelste laag: bestaat uit kraakbeen en gladde spieren. Er is
wat losmazig bindweefsel wat bloedvaten en lymfevaten van het
autonome zenuwstelsel bevat
 Binnenste laag: de bekleding bestaat uit cilinderepitheel met
trilharen wat slijm afscheidende bekercellen bevat

, De structuur en veranderende functies van de diverse niveaus van de luchtweg
uitleggen.
- De luchtwegen van de mens zijn onder te verdelen in de bovenste en
onderste luchtwegen. De bovenste luchtwegen zorgen voor het
transport, verwarmen, bevochtigen en filteren van de ingeademde lucht
voordat het in de onderste luchtwegen komt. Terwijl de onderste
luchtwegen zorgen voor de gaswisseling.
 De neus: verzorgen ademhaling, reuk, invloed op klanken,
afvoer van slijm
 De neusbijholten: vocht afvoeren naar de neus- en keelholte
 De mondholte: mond is het begin van spijsvertering, kan gebruikt
worden voor ademhaling
 De keelholte: betrokken bij ademhaling omdat de lucht via de
keelholte in de luchtpijp komt en bij het maagdarmstelsel omdat
eten en drinken in de keelholte wordt doorgeslikt
 Het strottenhoofd: hierin liggen de stembanden die invloed
hebben op de toon, daarnaast beschermt het de luchtpijp
- Kraakbeen: is voor ondersteuning in grotere luchtwegen (anders zou
het de uitzetting van het longweefsel en de gaswisseling verstoren),
bronchiën bevat kraakbeen maar naarmate de luchtwegen zich
splitsen, worden deze ringen kleiner en op bronchilair niveau is er geen
kraakbeen meer.
- Gladde spier: kraakbeen wordt vervangen door glad spierweefsel.
Hierdoor kan de diameter van de luchtwegen worden vergroot of
verkleind door de invloed van het autonome zenuwstelsel, waarmee de
luchtstroming in elke long wordt geregeld.
- Epitheelbekleding: het trilhaarepitheel wordt geleidelijk vervangen door
niet-trillend epitheel en de bekercellen verdwijnen


 De locatie en globale anatomie van de longen beschrijven.
- Er zijn twee longen, één aan elke kant van de middenlijn in de
thoraxholte. Ze zijn kegelvormig en hebben een top/apex, een basis,
een costaal oppervlak en een mediaal oppervlak
 Top/Apex: dit is rond en loopt omhoog tot de nekbasis, ongeveer
25 mm hoger dan het middelste derde deel van het sleutelbeen.
Hij ligt bij de 1e rib en bij de bloedvaten en zenuwen in de
nekbasis
 Basis: dit is hol en halvemaanvormig en ligt op het thoracale
oppervlak van het diafragma
 Costale oppervlaak: dit is een breed buitenoppervlak van de
longen dat direct tegen de costale krakbeenderen, de ribben en
de tussenribspieren aanligt
 Mediale oppervlak: het mediale oppervlak van elke long ligt
direct tegenover de andere, aan de overkant van de ruimte
tussen de longen, de mediastinum. Ze zijn allebei hol en nemen
een ruwweg driehoekig gebied in dat de longpoort (hilus) heet,
ter hoogte van de 5e, 6e en 7e borstwervel. Het mediastinum
bevat het hart, de grote bloedvaten, de trachea, de rechter en

, linker stambronchus, oesophagus (slokdarm), lymfeklieren,
lymfevaten en zenuwen
- Bloedtoevoer naar de longen verzorgt de arteria pulmonalis
- Bloedafvoer van de longen verzorgen de twee venae bronchiales


 De functies van de pleura beschrijven.
- Het bekleed de long en bedekt elke kwab, inclusief de fissuren tussen
de kwabben. Het werkt als twee glasplaatjes met een laagje water
ertussen, glijd makkelijk over elkaar heen maar kan moeilijk van elkaar
worden gescheden vanwege de oppervlaktespanning tussen
membraan en vloeistof (dit is van belang om de long uitgezet te houden
tegen de binnenkant van de borstkaswand).


 De pulmonale bloedtoevoer beschrijven.
- De truncus pulmonalis splitst zich in een rechter en een linker arteria
pulmonalis, die gedeoxygeneerd bloed naar elke long vervoert.
Eenmaal in de longen splitst iedere longslagader zich in vele takjes, die
uiteindelijk eindigen in een dicht netwerk van capilairen rond de alveoli.
Deze wanden en haarvaten bestaan elk uit slechts één laag afgeplatte
epitheelcellen. De uitwisseling van gassen tussen lucht in de alveoli en
bloed in de capilairen vindt plaats via deze twee cellen, die allebei een
zeer dunne basale membraan hebben (samen de alveolaire capillaire
membraan genoemd). De longcapillairen komen samen in een netwerk
van pulmonaire venulen, die op hun beurt twee longvenen vormen en
geoxygeneerd bloed van iedere long naar de linkerboezem van het hart
terugvoeren.


 De mechanische gebeurtenissen beschrijven en vergelijken die plaatsvinden
tijdens inspiratie en expiratie.
- De gemiddelde ademfrequentie is 12-15 ademhalingen per minuut.
Elke ademhaling bestaat uit drie fasen: inspiratie, expiratie en pauze.
- Inspiratie: door gelijktijdige aanspanning van de externe
tussenribspieren en het diafragma wordt de borstkast vergroot.
Aangezien de pariëtale pleura stevig aan het diafragma en de
binnenkant van de ribbenkast vastzit, wordt hij dus ook naar buiten
getrokken. Dit trekt ook de pleura visceralis naar buiten, aangezien de
twee pleura samengehouden worden door het dunne laagje pleurale
vloeistof. Aangezien de pleura visceralis stevig aan de long vastzit,
wordt het longweefsel daarom ook naar boven en naar buiten
getrokken samen met de ribben, en naar beneden samen met het
diafragma. Dit verwijdt de longen en de druk binnenin de alveoli en de
luchtwegen daalt, waardoor er lucht in de longen stroomt in een poging
de luchtdruk en de alveolaire luchtdruk te stabiliseren. Dit is een actief
proces die in rust ongeveer 2 seconde duurt.

, - Expiratie: ontspanning van de
externe tussenribspieren en het
diafragma resulteert in een
neerwaartse en inwaartse
beweging van de ribbenkast en
het elastisch terugveren van de
longen. Terwijl dit gebeurt, stijgt
de druk in de longen en wordt de
lucht uit de luchtwegen geduwd.
Na de expiratie bevatten de
longen nog wat lucht en worden
door de intacte pleura beschermd
tegen inklappen. Dit is een passief
proces die in rust ongeveer 3
seconde duurt.



 Een definitie geven van de termen compliantie, elasticiteit en luchtwegweerstand.
- Compliantie: dit is de uitzetbaarheid van de longen, dat wil zeggen de
inspanning die nodig is om de alveoli op te blazen. De gezonde long is
erg rekbaar (compliant) en zet makkelijk uit.
- Elasticiteit: dit is het vermogen van de long om na elke ademhaling
weer zijn oorspronkelijke vorm aan te nemen.
- Luchtwegweerstand: als deze toeneemt, bijvoorbeeld tijdens
bronchoconstrictie, is er meer ademinspanning nodig om de longen te
vullen



 De voornaamste longvolumes en longcapaciteiten beschrijven.
- Teugvolume (TV): de hoeveelheid lucht die in en uit de longen stroomt
tijdens iedere ademhalingscyclus (ongeveer 500mL)
- Inspiratoir reservevolume (IRV): dit is de extra hoeveelheid lucht die
tijdens maximale inspiratie door de longen geïnhaleerd kan worden
bovenop de normale TV
- Inspiratoire longcapaciteit (IC): dit is de hoeveelheid lucht die met
maximale inspanning ingeademd kan worden. Het bestaat uit TV
(500mL) + het inspiratoire reservolume (IRV + TV)
- Functionele residuale capaciteit (FRC): dit is de hoeveelheid lucht die
aan het einde van rustige expiratie achterblijft in de luchtwegen en de
alveoli
- Expiratoir reservevolume (ERV): dit is de grootste hoeveelheid lucht die
uit de longen gedreven kan worden tijdens maximale expiratie
- Residuaal volume (RV): dit kan niet direct gemeten worden, maar dit is
de hoeveelheid lucht die in de longen achterblijft na gedwongen
expiratie
- Vitale loncapaciteit (VC): dit is de maximale hoeveelheid lucht die in de
longen kan stromen
 VC = ademvolume + IRV + ERV

Connected book
 image
Publisher: september 2017 ISBN: 9780702069413 Edition: 12

Document information

Study
Uploaded on
December 23, 2020
Number of pages
76
Written in
2020/2021
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$8.37

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nielsa162
4.3
(3)
Sold
21
Followers
17
Items
14
Last sold
9 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions