1. Religieus, gelovig of godsdiens1g?
1.1 De transcendente werkelijkheid en de mens als religieus wezen.
Mens = filosofisch wezen à kunnen abstract nadenken en filosoferen
Mens = religieus wezen à verbonden voelen met grotere gehelen en de verbondenheid beseffen.
Objec1eve werkelijkheid = het zintuiglijke waarneembare heelal.
Subjec1eve werkelijkheid = innerlijke, geestelijke bestaan van de mens. à Sociale wetenschappen
Transcendente werkelijkheid = derde werkelijkheid = dat wat we niet kunnen vaGen, omschrijven, wel kunnen ervaren.
1.2 Religieuze zingeving
Godsdiens1g ≠ Religieus
Religieus = levensvisie die gelooK dat de zichtbare, materiële wereld verbonden is met een andere,
niet-waarneembare dimensie.
Vb. Boeddhisme = religie, een levensfilosofie zonder god maar verbondenheid met transcendente sterk
aanwezig. Karma bepaalt het leven. Boeddha is geen God, maar een heilige.
Godsdiens1g = gaat echt over een geloof, een god
1.2.1 Religie
= zoeken van de mens naar betekenis in het dagelijkse leven vanuit de ervaring dat er een
bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat. Centraal = de verbondenheid met die transcendente werkelijkheid.
1.2.2 Verschillende religies
Mensen zochten beelden en symbolen om onbegrijpelijke fenomenen en gebeurtenissen uit te drukken. Vanuit
contrastervaringen zochten ze antwoord op hun zinvragen. Zo ontstonden beelden van goden, geesten en demonen.
Mythen en sagen = verhalen die ze vertellen over goden.
Natuurlijke religie = verbondenheid tussen de transcendente werkelijkheid en het aardse bestaan.
Religie kom van het la1jnse woord religare, betekent verbinden.
De verbondenheid met de godenwereld wordt de kernwaarde van hen levensbeschouwing
Hierdoor spreken we over religieuze zingeving.
Er ontstond een mythisch wereldbeeld: wereld van goden, wereld van de mensen en de wereld van de doden.
Er bestaat ook ongodsdiens1ge religie, vooral in kunst. (surrealisme)
Sommige beweren net dat kunst ontstaan is uit religie: oudste muziek bedoeld om geesten op te roepen, de oudste
dansen zijn rituele dansen, de oudste beeldhouwwerken waren godenbeelden.
In een lange zoektocht naar het transcendente hebben volkeren verschillende invullingen gevonden:
, 1.3 Godsdiens1ge of gelovige zingeving?
1.3.1 Wat is geloven?
3 factoren:
• Iets geloven: zonder bewijzen neem je aan dat iets is. Dit geloof komt dagelijks voor vb. Vriendschap
Als Christen geloof je dat goed bestaat.
• Iemand geloven: je gelooK iets omdat je iemand geloofwaardig vindt
Als Christen geloof je in de getuigenis van de apostelen.
• Geloof is een vertrouwensrela1e met iemand aangaan.
In God geloven is een daad die je hele persoon aangaat: je verstand, gemoed en wil.
1.3.2 Wat maakt het verschil tussen geloof en bijgeloof?
Als je jezelf gelovig noemt, vraagt dit een zeker engagement. Geloven gaat om het totaalpakket. Dit wil zeggen dat de
levensbeschouwelijke visie ook deel uitmaakt van je leven. Toch heeK elke gelovige de vrijheid om het geloof op een
eigen manier te beleven.
Bijgeloof vertrekt eerder vanuit een fundamenteel wantrouwen in het leven en onzekerheid.
Vb. Wanneer ik de grond niet 1k bij 11:11, gebeurt er iets.
Door bepaalde handelingen te doen wordt controle uitgeoefend over de werkelijkheid.
Bijgeloof gaat ervanuit dat een object, ritueel of handeling de werkelijkheid kan beïnvloeden.
1.3.3 De openbaringsgodsdiensten
De grote wereldgodsdiensten zijn: jodendom, christendom, islam en hindoeïsme. De eerste drie behoren tot eenzelfde
tradi1e. Daarom richten we ons vooral hierop.
Enkele individuen stelden dat de transcendente werkelijkheid zicht heeK laten kennen als een God. Zij verkondigden
de openbaring van God. Mensen en volkeren die geloofden in deze openbaringsverhalen behoorden tot een
(openbarings)godsdienst.
Het is niet enkel meer een religie omdat de kernwaarde verder gaat dan de verbondenheid met de transcendente
werkelijkheid.
De kernwaarde van een Godsdienst is de verbondenheid met een persoonlijke God.
Zo ontstonden monotheïs1sche godsdiensten = abrahami1sche godsdiensten
Zowel het christendom als de islam leggen de link met Abraham als aartsvader.
, 1.4 De ideale geloofsvorm of levensbeschouwing is een utopie.
Doorheen de geschiedenis van jodendom, christendom en islam hebben gelovigen een poging gedaan om de
transcendente werkelijkheid te omschrijven en te vaGen. We proberen in onze beperkte taal weer te geven wat we
precies geloven en hoe een God eruit ziet. Het zijn pogingen om het onbeschrijfelijke te beschrijven.
Over God valt slechts te fantaseren. Hoe we hem zien zijn allemaal beelden uit onze werkelijkheid: vader, schepper, …
Wie garandeert ons dat onze projec1es op iets slaan? Misschien is er een leegte aan de andere kant van het doek, of
misschien ook niet.
De meeste gelovigen stellen dat het vinden van de ideale geloofsvorm een utopie is. Net daarom zullen zij blijven
zoeken om het geloof vorm te geven op een manier die nu zinvol is. Vb. aanpassen van tradi1es.
1.5 Diversiteit binnen de godsdiensten
Er bestaat niet iets zoals ‘de christen’, ‘ de moslim’, … Elke geloofsgemeenschap kent een grote diversiteit.
Op het moment dat je tot een geloofsgemeenschap behoort, is de volgende vraag wat het geloof zal betekenen in
jouw leven.
Christen: katholiek, orthodox, anglicaans, … à verschillen in christendom.
1.6 Verschillende stromingen binnen het atheïsme
Men kan verschillende argumenten geven om te stellen dat God, of het hogere niet bestaat.
Er bestaan dan ook verschillende soorten atheïsme:
• Humanisme
Het universum en het leven draait rond de mens. God is enkel een projec1e van de mens omdat die niet kan
omgaan met de grote verantwoordelijkheid die hij draagt. Ze geloven ook niet in een geest of ziel. De mens is
intrinsiek goed maar het kwaad in de wereld is te verklaren dat de mens nega1ef wordt beïnvloed door
anderen.
• Posi1visme
Er kan enkel betrouwbare kennis verkregen worden via empirische wetenschappen. Dit is een filosofie die elke
vorm van metafysica en theologie verwerpt. Het gaat ook gepaard met sciën1sme: de overtuiging dat
wetenschap alle problemen zal oplossen.
• Religieus atheïst
GelooK niet in een bovennatuurlijke God die een impact heeK op ons bestaan. Ze geloven wel in ‘meer’. Ze
geloven dat alles posi1ef is en zin heeK. Ze stellen dat alles en iedereen deel uit maakt van een groter geheel.
• Nihilisme
Men trekt alles in twijfel. Men is ervan overtuigd dat er geen absolute waarheid bestaat en dat elke waarheid
subjec1ef is. Er bestaat geen God. De mens staat alleen en heeK geen doel op aarde. We zijn hier als mens
toevallig. Het is een pessimis1sche levenshouding.
1.7 Agnos1cisme
Je kan niet weten of bewijzen dat er bovennatuurlijke krachten bestaan, en dus ook dat ze niet bestaan. Er zijn zowel
gelovige als ongelovige visies mogelijk.
1.1 De transcendente werkelijkheid en de mens als religieus wezen.
Mens = filosofisch wezen à kunnen abstract nadenken en filosoferen
Mens = religieus wezen à verbonden voelen met grotere gehelen en de verbondenheid beseffen.
Objec1eve werkelijkheid = het zintuiglijke waarneembare heelal.
Subjec1eve werkelijkheid = innerlijke, geestelijke bestaan van de mens. à Sociale wetenschappen
Transcendente werkelijkheid = derde werkelijkheid = dat wat we niet kunnen vaGen, omschrijven, wel kunnen ervaren.
1.2 Religieuze zingeving
Godsdiens1g ≠ Religieus
Religieus = levensvisie die gelooK dat de zichtbare, materiële wereld verbonden is met een andere,
niet-waarneembare dimensie.
Vb. Boeddhisme = religie, een levensfilosofie zonder god maar verbondenheid met transcendente sterk
aanwezig. Karma bepaalt het leven. Boeddha is geen God, maar een heilige.
Godsdiens1g = gaat echt over een geloof, een god
1.2.1 Religie
= zoeken van de mens naar betekenis in het dagelijkse leven vanuit de ervaring dat er een
bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat. Centraal = de verbondenheid met die transcendente werkelijkheid.
1.2.2 Verschillende religies
Mensen zochten beelden en symbolen om onbegrijpelijke fenomenen en gebeurtenissen uit te drukken. Vanuit
contrastervaringen zochten ze antwoord op hun zinvragen. Zo ontstonden beelden van goden, geesten en demonen.
Mythen en sagen = verhalen die ze vertellen over goden.
Natuurlijke religie = verbondenheid tussen de transcendente werkelijkheid en het aardse bestaan.
Religie kom van het la1jnse woord religare, betekent verbinden.
De verbondenheid met de godenwereld wordt de kernwaarde van hen levensbeschouwing
Hierdoor spreken we over religieuze zingeving.
Er ontstond een mythisch wereldbeeld: wereld van goden, wereld van de mensen en de wereld van de doden.
Er bestaat ook ongodsdiens1ge religie, vooral in kunst. (surrealisme)
Sommige beweren net dat kunst ontstaan is uit religie: oudste muziek bedoeld om geesten op te roepen, de oudste
dansen zijn rituele dansen, de oudste beeldhouwwerken waren godenbeelden.
In een lange zoektocht naar het transcendente hebben volkeren verschillende invullingen gevonden:
, 1.3 Godsdiens1ge of gelovige zingeving?
1.3.1 Wat is geloven?
3 factoren:
• Iets geloven: zonder bewijzen neem je aan dat iets is. Dit geloof komt dagelijks voor vb. Vriendschap
Als Christen geloof je dat goed bestaat.
• Iemand geloven: je gelooK iets omdat je iemand geloofwaardig vindt
Als Christen geloof je in de getuigenis van de apostelen.
• Geloof is een vertrouwensrela1e met iemand aangaan.
In God geloven is een daad die je hele persoon aangaat: je verstand, gemoed en wil.
1.3.2 Wat maakt het verschil tussen geloof en bijgeloof?
Als je jezelf gelovig noemt, vraagt dit een zeker engagement. Geloven gaat om het totaalpakket. Dit wil zeggen dat de
levensbeschouwelijke visie ook deel uitmaakt van je leven. Toch heeK elke gelovige de vrijheid om het geloof op een
eigen manier te beleven.
Bijgeloof vertrekt eerder vanuit een fundamenteel wantrouwen in het leven en onzekerheid.
Vb. Wanneer ik de grond niet 1k bij 11:11, gebeurt er iets.
Door bepaalde handelingen te doen wordt controle uitgeoefend over de werkelijkheid.
Bijgeloof gaat ervanuit dat een object, ritueel of handeling de werkelijkheid kan beïnvloeden.
1.3.3 De openbaringsgodsdiensten
De grote wereldgodsdiensten zijn: jodendom, christendom, islam en hindoeïsme. De eerste drie behoren tot eenzelfde
tradi1e. Daarom richten we ons vooral hierop.
Enkele individuen stelden dat de transcendente werkelijkheid zicht heeK laten kennen als een God. Zij verkondigden
de openbaring van God. Mensen en volkeren die geloofden in deze openbaringsverhalen behoorden tot een
(openbarings)godsdienst.
Het is niet enkel meer een religie omdat de kernwaarde verder gaat dan de verbondenheid met de transcendente
werkelijkheid.
De kernwaarde van een Godsdienst is de verbondenheid met een persoonlijke God.
Zo ontstonden monotheïs1sche godsdiensten = abrahami1sche godsdiensten
Zowel het christendom als de islam leggen de link met Abraham als aartsvader.
, 1.4 De ideale geloofsvorm of levensbeschouwing is een utopie.
Doorheen de geschiedenis van jodendom, christendom en islam hebben gelovigen een poging gedaan om de
transcendente werkelijkheid te omschrijven en te vaGen. We proberen in onze beperkte taal weer te geven wat we
precies geloven en hoe een God eruit ziet. Het zijn pogingen om het onbeschrijfelijke te beschrijven.
Over God valt slechts te fantaseren. Hoe we hem zien zijn allemaal beelden uit onze werkelijkheid: vader, schepper, …
Wie garandeert ons dat onze projec1es op iets slaan? Misschien is er een leegte aan de andere kant van het doek, of
misschien ook niet.
De meeste gelovigen stellen dat het vinden van de ideale geloofsvorm een utopie is. Net daarom zullen zij blijven
zoeken om het geloof vorm te geven op een manier die nu zinvol is. Vb. aanpassen van tradi1es.
1.5 Diversiteit binnen de godsdiensten
Er bestaat niet iets zoals ‘de christen’, ‘ de moslim’, … Elke geloofsgemeenschap kent een grote diversiteit.
Op het moment dat je tot een geloofsgemeenschap behoort, is de volgende vraag wat het geloof zal betekenen in
jouw leven.
Christen: katholiek, orthodox, anglicaans, … à verschillen in christendom.
1.6 Verschillende stromingen binnen het atheïsme
Men kan verschillende argumenten geven om te stellen dat God, of het hogere niet bestaat.
Er bestaan dan ook verschillende soorten atheïsme:
• Humanisme
Het universum en het leven draait rond de mens. God is enkel een projec1e van de mens omdat die niet kan
omgaan met de grote verantwoordelijkheid die hij draagt. Ze geloven ook niet in een geest of ziel. De mens is
intrinsiek goed maar het kwaad in de wereld is te verklaren dat de mens nega1ef wordt beïnvloed door
anderen.
• Posi1visme
Er kan enkel betrouwbare kennis verkregen worden via empirische wetenschappen. Dit is een filosofie die elke
vorm van metafysica en theologie verwerpt. Het gaat ook gepaard met sciën1sme: de overtuiging dat
wetenschap alle problemen zal oplossen.
• Religieus atheïst
GelooK niet in een bovennatuurlijke God die een impact heeK op ons bestaan. Ze geloven wel in ‘meer’. Ze
geloven dat alles posi1ef is en zin heeK. Ze stellen dat alles en iedereen deel uit maakt van een groter geheel.
• Nihilisme
Men trekt alles in twijfel. Men is ervan overtuigd dat er geen absolute waarheid bestaat en dat elke waarheid
subjec1ef is. Er bestaat geen God. De mens staat alleen en heeK geen doel op aarde. We zijn hier als mens
toevallig. Het is een pessimis1sche levenshouding.
1.7 Agnos1cisme
Je kan niet weten of bewijzen dat er bovennatuurlijke krachten bestaan, en dus ook dat ze niet bestaan. Er zijn zowel
gelovige als ongelovige visies mogelijk.