Hoofdstuk 3: de vroegtalige fase
Vroeg-linguale periode: 1 – 2;6 jaar
Inhoudsopgave
3.2 De vorm van de taaluiting......................................................................................... 2
3.2.1 Klank- en woordvormen.......................................................................................2
3.2.2 zinsvormen.......................................................................................................... 6
3.3 De inhoud en het gebruik van de taaluiting...............................................................9
3.3.1 Betekenis en woordenschat.................................................................................9
3.3.2 Taalgebruik in context.......................................................................................11
3.4 Tips voor taalaanbod en interactie..........................................................................12
3.4.1 Het begrijpen en benoemen stimuleren.............................................................12
3.4.2 Met taal spelen.................................................................................................. 12
3.4.3 Volwaardig taalaanbod......................................................................................12
Schema eerste powerpoint:
Semantiek loopt door
Fonologie loopt door
Semantiek actief, productief start (kind begint zelf te praten)
Syntaxis start (kind begint korte zinnen te maken, woorden samen te
voegen)
Pragmatiek loopt door (en leert andere zaken bij)
Morfologie actief is er nog niet
Metalinguïstiek is er nog niet
Vroegtalige fase
= overgang van expressief jargon naar eerste woordgebruik -> eerste woordje
Expressief jargon = gevarieerd brabbelen
Psychologie: van pre
-symbolische naar symbolische fase
= kind gaat nu pas echte woorden gebruiken
Pedagogiek: van voorbereiding-op-opvoeding naar opvoeding.
Pragmatiek: van illocutionaire fase naar locutionaire fase
o Illocutionair: averbaal, door middel van klanken.
o Locutionair: verbaal, door middel van woorden.
Toename van de verbale component in de globale communicatie.
Opvallende evolutie er komen 2 aspecten bij -> semantiek actief en syntaxis
actief.
1
, 3.2 DE VORM VAN DE TAALUITING
- kind leert hoe het de afzonderlijke klanken moet articuleren + klanken
samenvoegen tot lettergrepen en woorden.
Boodschap overbrengen door woorden samen te voegen tot twee-of
meerwoordzinnetjes
3.2.1 KLANK- EN WOORDVORMEN
De articulatie van woorden speelt zich op drie niveaus tegelijk af.
1. Uitspraak van klanken
2. Uitspraak van lettergrepen
3. Uitspraak van woorden
-> leerproces
DE UITSPRAAK VAN KLANKEN
Wanneer een kind aan het begin van de vroegtalige fase zijn eerste woordjes
probeert uit te spreken, is het overduidelijk dat het een aantal individuele
klanken ofwel nog niet verworven heeft, ofwel nog niet helemaal accuraat kan
uitspreken.
De fijne motoriek van de spraakorganen is m.a.w. nog niet ver genoeg ontwikkeld
voor de articulatie van de betrokken klanken.
=> niet alle klanken op hetzelfde ogenblik verworven
Voor de articulatie een onderscheid maken tussen:
1. gemakkelijkere
2.moeilijkere klanken.
Hoe beter de fijne motoriek, hoe beter de klanken.
Niet alle klanken worden op hetzelfde ogenblik verworven.
Makkelijke klanken eerst, moeilijkere later.
KLINKERS:
/ie/, /oe/, /aa/ het gemakkelijskt.
Het is dus niet toevallig dat de eerste woordjes, zoals papa, mama, pipi en
koekoe(k) net die klinkers bevatten.
Daarna verwerft het kind:
Korte klinkers: /i/, /e/, /o/, /a/
Zit, bed, pot of bad
Lange klinkers: /ee/, /oo/
2