Maton
SAMENVATTING GROEI EN ONTWIKKELING, M.I.V. BIO-CULTURELE DETERMINANTEN
LES 1
HS1: METHODOLOGIE VH GROEIONDERZOEK
SITUERING
• Waarom binnen curriculum LO&BW ?
o Omgaan met kinderen tijdens hun ontwikkeling (school, manager, fitness, jeugdtrainer, scouting)
§ Hoe verschillen kinderen v volwassenen (kind ≠ minivolwassene)
o Uniekheid v ieder kind/jongere tov algemene groei
§ Kennis v bv. biologische maturiteit mee opnemen in aanpassen trainingsbelasting
o Behandeling v pediatrische patiënten
§ Wat is normale ontwikkeling vs. pathologische
o Veroudering
§ Wat zijn normale biologische effecten v veroudering – hoe pas ik
beweegprogramma’s aan bij (gezonde) ouderen
• Waarom groei en ontwikkeling bestuderen?
o Belangrijke bevolkingsgroep (afh v levensverwachting)
o Groei duurt absoluut + relatief gezien het langst bij mens
o Iedereen heeft individueel groeiproces
§ Groei= factor in ontstaan v variabiliteit
§ Resultaat v genetisch potentieel, omgevingsinvloeden en interactie, waaronder
tevens bio-culturele aspecten
• Waar geplaatst binnen wetenschaps-domeinen?
o Focus op variabiliteit, niet enkel op wetmatigheden (vb. Fysiologie). Niet- experimenteel.
o Verklaring trachten te zoeken voor variabiliteit naast wetmatigheden
• ONTWIKKELINGS – KINESIOLOGIE è Groei & ontwikkeling
o Vroegere term:
§ Kinantropologie = studie v menselijke soort (fysische - culturele antropol.)
§ Kinantropologie= fysische antropologie = studie vd mens als biologisch verschijnsel
vlgs fysische wetten
§ Bestudeert verklaring v verschillen tss mensen:
• Genetische verschillen (genetica, etnische versch.)
• Omgevingsverschillen (adaptatie)
o Andere termen:
§ Humane biologie, Auxology (groei)
• + Veroudering
o Belangrijke bevolkingsgroep! Vergrijzing vd westerse bevolking oa
door verbeterde gezondheidszorg
o Gezonde levensjaren (oa zelfredzaam zijn) zijn kostenbesparend
o Rol v fysieke activiteit en gezonde levensstijl hierin
• + Bio-culturele aspecten
o Wanneer je in 2020 geboren bent is je
levensverwachting 83,1 jaar voor vrouwen en 78,5
jaar voor mannen (! Covid-effect)
o Maar vrouwen gaan minder gezond door het leven
in hun laatste levensjaren
o => Studie v bewegende mens en mens in beweging
,TERMINOLOGIE: GROEI-MATURATIE-ONTWIKKELING
GROEI
• Proces dat tot stand komt o.i.v. 3 elementen
o Celvermenigvuldiging (mitosis)
o (Cel)volumetoename (hypertrofie)
o Toename v interstitieel weefsel/vocht volume
• Weefselafhankelijk: vb. spierweefsel, zenuwcellen ≠ huid
• Goed kwantitatief meetbaar, afgeleide parameters zoals groeisnelheid, piek groeisnelheid, versnelling
MATURATIE
• Prenataal
o Celdifferentiatie
o 1 bevruchte eicel differentiëert naar cellenverzameling in 3 kiembladen, waarna specifiekere
celdifferentiatie alle weefsels, organen en functies afmaakt
• Postnataal
o Hoeveel weg er is afgelegd op weg naar volwassenheid
o Tempo & Timing
§ Timing: tijdstip v mijlpaal (leeftijd menarche = leeftijd 1e menstruatie)
§ Tempo: tijd tss mijlpalen vb. tss leeftijd menarche + leeftijd volwassen gestalte
• Moeilijker te kwantificeren (kwalitatieve gegevens)
• Maturiteit = status (vb. pre-menarche)
• Maturatie = proces
• Groeicurve
o Leeftijdsgroepen
§ Infancy = geboorte tot 1e levensjaar
§ Early childhood = 1j – 4,99j
§ Middle childhood = 5j – 10/11j
§ Adolescentie meisjes/jongens
• RX-fotos
o Skeletale leeftijd
o Hand vanaf 14j volgroeid (mature botleeftijd)
• Samenhang tussen GROEI & MATURATIE
o Vb. tijdstip v maximale groei = timing aspect v maturatie
o Vb. groeischijf v bot verdwijnt = einde skeletale maturatie zorgt voor einde vd lengtegroei
o Specifieke pathologieën kunnen invloed hebben op groei, maar niet op maturatie of
omgekeerd (vb. Achondroplasie)
§ => 2 aspecten onafh? --> Nee, ze zijn verbonden met elkaar
ONTWIKKELING
• Meer omvattend begrip omvat:
o Groeiproces
o Maturatieproces
o Leerprocessen/training/evolutie initiatie -> perfectie
o Ervaringen
§ Vb. Motorische ontwikkeling: Leren stappen
§ V b. Emotionele ontwikkeling, perceptuele
ontwikkeling, morele ontwikkeling
• Belang onderste deel figuur
o Zelf ontwikkeling/maturatie ervaren + hoe heeft dit je
zelfbeeld bepaald
2
,BRONNEN V VARIATIE
OMGEVINGSFACTOREN
• Micro-macro
• Prenataal: intra-uterine omgeving, medicatie, rookgedrag,…
• Postnataal: gezin (SES), school, peers, indicatoren v welvaart
o => Bio-culturele aspecten: rol v SES, etniciteit
(biol/genet & culturele aspecten), religie…op
aspecten v groei, ontwikkeling, maturatie & veroudering, fysieke fitheid,…
GENETISCHE KENMERKEN
• Werking (zie later)
• Hoe bestuderen?
o Vroeger - recent: Studies v families, studies
v tweelingen, studies v adoptiegezinnen
INTERACTIE/CORRELATIE
• Gen-omgevingsinteractie/cov
o Sensitiviteit op omgevingsinvloeden afh vh genotype
o Hoe bestuderen?
§ Interventiestudies bij MZ tweelingen
SOORTEN ONDERZOEK
• Vb. Gestalte op tijdstip t = 138 cm OMVAT
o Groei-effect (= som van groeieffecten in gestalte die je meet)
o Cohort-effect (= groepseffecten met bepaalde geschiedenis)
o Meettijdstip effecten (=procedure en onderzoeker afh)
o Test-effecten (= proefpersoon afh, motivatie,...)
• EXAMEN ↓ 4 uit mekaar kennen, wat is specifiek voor bepaald model, voor/nadelen, welk soort info
kun je eruit halen, meer/minder specifieke…
TRANSVERSAAL/CROSS-SECTIONEEL
• Eénmalige meting ve representatieve steekproef
• Doel: uitspraak doen over een populatie
• Eisen naar grootte steekproef, ‘variatie’ nastreven
• Info: Normeringen, percentielschalen opstellen (N >> 100)
o Per design figuur!
o X-as: geboorte (cohort)
o 2 y-assen: leeftijd + meettijdstip
• Voordeel: korte periode (vb. 1 jaar) veel gegevens verzamelen
o Vb. IOS - BLOSO barometer
• Nadelen:
o Vermenging v cohorteffecten en groeieffecten
o GESt = GROEI + COHORT + MEETTIJDSTIP + TEST + fouten
o Test in 2001 20j & 80j: naast veroudering ook andere cohorten, levensgeschiedenis (WOII,
recessie,…)
• Beperkte mogelijkheden om PROCES te beschrijven
o Onderschatting v groeispurtsnelheden obv gemiddelde incrementen
3
, LONGITUDINAAL
• Representatieve steekproef uit 1 geboortecohort
• Meermaals meten (n>2) op regelmatige tijdstippen (= interval) (--> min 2x meten)
• Interval: 1/2 jr - 1 jr - 5 jr?
o Afh v snelheid v veranderingen:
§ In periodes v snelle groei frequenter meten.
• Vb gestalte volwassen tov 0-5 jaar ((3-)maandelijks - 1/2 jr)
o Afh vd meetfout:
§ Klein --> kortere intervals, hogere meetfreq: meten v werkelijke biologische ≠
§ Groot --> indien jaarlijks te verwachten ≠
kleiner zijn dan meetfout dient interval te
vergroten, anders meet je fluctuaties in
meetfouten
• Info:
o Individuele groeiproces informatie = PROCESinformatie
o Opstellen v individuele groeisnelheidscurves leidt tot
formuleren v groeisnelheidsreferentiewaarden
o TRACKING en KANALISATIE
§ Antwoorden op vragen: w grote baby ook grote volwassene (tov leeftijdsgenoten)
§ Methode = interleeftijdscorrelaties: indicator v tracking = behoud v relatieve positie
in groep gedurende de tijd
§ Kanalisatie: blijft iemand groeien in eenzelfde ‘kanaal’ bv P10 op 5j - P10 op 10j - P10
op 20j (voorwaarde = hoge tracking)
§ Indien tracking en kanalisatie hoog is --> hoge voorspellingswaarde (vb. predictie v
volwassen gestalte)
• Voordeel: uitgebreide informatie (proces, tracking, predictie)
• Nadelen:
o Methodologisch nadeel: vermenging groei, meettijdstip en testeffecten
§ GESt = GROEI + COHORT + MEETTIJDSTIP + TEST + fouten
§ !Kunnen gecontroleerd w: standaardisatie --> meettijdstipeffecten ↓,
habituatiesessie --> testeffecten↓
o Drop out: te verwachten, mag niet te groot, mag niet selectief zijn (vb. minder fitte)
o Meettechnieken bij aanvang v studie kunnen achterhaald zijn bij follow-up metingen
o Practische problemen: niet dezelfde testleiders (meettijdstipeffecten ↑), moeilijk
financierbaar, wetenschappelijk ‘beperkte opbrengst’ --> ??? Puur long. onderzoek
GEMENGD LONGITUDINAAL
• Schaie/Van ‘t Hof: verschillende geboortecohorten op
meerdere tijdstippen onderzoeken (met overlap)
o Info over groot leeftijdsbereik
o 3 groepen die je over tijd onderzoekt + overlap
leeftijd moet je dan hebben
• Tanner: longitudinaal onderzoek waarin drop outs w
vervangen door nieuwe individuen (w niet meer
toegepast)
• Voordeel: efficiënter (tijdswinst) --> data v 6-18j in 5 meettijdstippen ipv 13 meettijdstippen
• Nadelen:
o Groeieffecten (proces) gelden enkel voor longitudinaal gemeten leeftijdsstukken (6-10j, 10-
14j, 14-18j)
o Cohorteffecten kunnen enkel voor ‘overlap’ leeftijden achterhaald w
§ (Je hoopt geen cohorteffecten te vinden)
4