Hoofdstuk 1 Inleiding: kennismaking met de
psychologie
Psychologie: “de leer van de geest”
Functieleer: de studie van de menselijke functies (denken, waarnemen, geheugen, motivatie,
emoties, fantaseren, ect.)
Algemenen psychologie: bestuderen van algemene processen en niet van het afwijkende.
1.1. Definitie van de psychologie
De wetenschappelijke studie van het gedrag en de mentale activiteiten van een individu.
1.3. Geschiedenis van de psychologie
Hoe de geschiedenis doorwerkt in het heden
Een belangrijk toepassingsdomein van de hedendaagse psychologie: klinische psychologie.
Verdeeld in drie grote psychotherapeutische scholen:
o Psychoanalytische therapie
o Cliëntgerichte therapie
o Gedragstherapie
Die gaan in rechte lijn terug op respectievelijk de Freudiaanse
dieptepsychologie, de humanistische psychologie en het (neo)behaviorisme.
a. Psychoanalytische therapie
o Nadruk op onbewust behoeften in de mens
o Psychische problemen worden daarbij als een uitvergroting of als een aberratie
beschouwd van innerlijke conflicten die op zich bij iedere mens voorkomen.
o Vrije associatie
patiënt uitgenodigd om, liggend op een sofa en met de therapeut achter zich,
bij het horen van een bepaalde naam of een bepaald begrip spontaan en
zonder enige remming te vertellen wat er zoal bij hem opkomt
b. cliëntgerichte therapie
o verzet zich net tegen dat psychoanalytische beeld waarbij de mens gezien wordt als
een product van innerlijk verdrongen drijfveren en conflicten
o Centraal daarin staan de waardigheid en de innerlijke kracht van ieder mens
Dat wordt onder andere uitgedrukt door de hulpvrager niet meer als ‘patiënt’
(letterlijk: de lijdende), maar als ‘cliënt’ (de klant is koning…) voor te stellen
- Onvoorwaardelijke aanvaarding
- Empathie
- Transparantie
c. Gedragstherapie
o de klemtoon hier niet op innerlijke psychische conflicten of verborgen wensen, maar
op het uiterlijk waarneembare ‘onaangepaste’ gedrag, zoals dat bijvoorbeeld tot
uiting kan komen in fobieën en dwangstoornissen
o Conditionering, belonen en eventueel bestraffen worden beschouwd als de
sleutelelementen
Cognitieve gedragstherapie
o Neobehavioristische S-O-R- opvatting + cognitieve psychologie
, o Het problematische gedrag waarvoor de cliënt een oplossing zoekt, wordt daarbij
opgevat als een reactie die via disfunctionele cognities (dat zijn onterechte of ronduit
verkeerde gedachten en verwachtingspatronen) tot stand is gekomen en dus kan dat
gedrag het best aangepakt worden door meer realistische cognities in de plaats te
stellen.
Mindfulness
o niet uitsluitend op het veranderen van cognities, maar geven ook de daarmee
gepaard gaande gevoelens
1.3.1. Verre voorgeschiedenis
Psychologie is net zo oud als de mens zelf
Oudheid: filosofie hield zich bezig met allerlei psychologische kwesties
Middeleeuwen: weinig filosofie (en dus ook weinig psychologische thema’s)
1.3.2. Meer directe voorgeschiedenis
Verdere ontwikkelingen in de filosofie
- Rationalisme: René Descartes
De rede (het denken) is de enige manier om tot kennis te komen. De waarde
van het logisch denken wordt beklemtoond.
Res cognitans (het denkende vermogen/ de geest) – Res extensa (de
materie)
Methodische twijfel: hij plaatste alle bestaande zekerheden tussen haakjes
en probeerde via een strikt logisch denkproces tot een nieuwe en universeel
geldig kennissysteem te komen.
“Ik denk dus ik ben”
- Empirisme: John Locke, Francis Bacon, John Stuart Mill
Kennis is macht
Denken vertroebelt de waarneming
Tabula Rasa: een onbeschreven blad
Het enige waar je zeker van kan zijn is wat je kan waarnemen
Impulsen vanuit de natuurwetenschappen
- Nieuwe ontdekkingen nieuwe vragen
- Ontstaan van psychofysica: fysiologen en fysici gebruiken hun wetenschappelijk
instrumentarium om die nieuwe psychologische problemen aan te pakken. (o.a. Wet
van Weber)
1.3.3. Psychologie als zelfstandige wetenschap
Wilhelm Wundt
- 1879
- Eerste laboratorium voor wetenschappelijke psychologie (in Leipzig)
- Vooral studie van de waarneming
, Structuralisme: Edward Titchener (leerling van Wundt)
- = experimentele bewustzijnspsychologie
- Structuur van het bewustzijn onderzoeken
- Scheikunde van de geest
- Introspectie en experimenten
Functionalisme: VS
- Functie (niet de structuur) van het bewustzijn (mental activities)
- Dierproeven
Het gemeenschappelijk kenmerk van beide stromingen: het bewustzijn
1.3.4. Behaviorisme (VS)
John Broadus Watson
Komt vanuit het empirisme (= je kan alleen zeker zijn van datgene wat je kan zien)
Het enige wat je kan zien van de menselijke psychè is het gedrag
Het enige waar je zeker van kan zijn is het gedrag (is dus GEEN
bewustzijnspsychologie)
= louter beschrijven van S-R connecties
We mogen niets zeggen over interne processen.
Vb: baasje neemt riem hond wordt wild (je kan niet zeggen dat hij daarom graag gaat
wandelen, want hij kan ook bang zijn of graag de hond in de straat zien)
Blijheid is een menselijk gevoel, je weet niet of een hond ook kan blij zijn.
Het enige wat we doen is het beschrijven van simulant en de reactie die iets heeft niets over
de interne processen. Verband tussen 2 prikkels klassieke conditioneren.
1.3.5. Nieuwe klemtonen in Europa
Gestaltpsychologie: Wolfgang Köhler, Kurt Lewin
- Waarnemen is geen apart registreren van afzonderlijke indrukken, maar wel een
onmiddellijk vatten van de ‘Gestalt’
- “het geheel is meer dan de som van de delen”
Zegt dat structuralisme niet klopt. Voorbeeld een blije smiley en een boze smiley
hebben exact dezelfde elementen, maar toch krijg je een ander gevoel van beide.
Structuur is hetzelfde, dezelfde elementen. Het geheel heeft een andere eigenschap/
een andere kwaliteit, maar onderdelen hetzelfde. Het geheel is meer dan de som van
de delen. = Levensmoto van het gestaltpsychologie.
Bij horloge merken reclame staan altijd op 10 over 10 een lachend gezichtje, het
geheel krijgt een positief gevoel/ het geheel krijgt een nieuwe dimensie.
Gestaltpsychologie geeft het structuralisme geen gelijk omdat we alles in een geheel
zien en we kijken niet naar de structuur. Daarom dat we een zielig gezichtje zien en
geen : ) 0. We zien het geheel, de indruk in 1 keer met die kwaliteit/ nieuwe dimensie
aanwezig. Voorbeeld: een kom soep heeft een heel andere structuur, smaak, geur, …
i.t.t. alle ingrediënten apart. Voorbeeld: een neuro kan niet denken, een gevoel
hebben, emoties,… ze kunnen enkel een hersensignaal doorgeven, maar alle
neuronen samen in de hersenen kunnen welke denken, wel gedachten hebben, wel
emoties hebben,… het geheel is meer dan de som van de delen.
, Dieptepsychologie: Sigmund Freud
- Ontstaan uit de psychoanalyse (= therapie)
- 3 lagen in de menselijke geest:
Freud ging eerst therapieën uitvoeren/ praten met mensen en hing hieruit
conclusies trekken <-> collega’s hadden eerst een theorie/ een visie en gaan
a.d.h.v. die theorie mensen helpen (therapie: met je theorie mensen helpen)
Het bewuste: het gene wat er nu op dit moment in uw geest afspeelt. Het is
duidelijk aanwezig.
Het onderbewuste: je kennis, dingen die opgeslagen liggen in het geheugen.
Het onbewuste: zaken die ongeveer al jouw gedrag bepalen. Je kan er niet
aan, hoe hard je ook nadenkt of gaat piekeren zal je nooit je onbewuste
bereiken negatief (hiervoor heb je psychotherapeut nodig)
Je kan niet aan je onbewust omdat je dat allemaal hebt weggeduwd, het zit
verdrongen. Voorbeeld: omdat iets te pijnlijk is (= trauma) positief
Bepaalde gevoelens en verlangens worden ook verdrongen omdat ze in onze
maatschappij niet aanvaard worden (= taboe)
Het is niet omdat het verdrongen is dat het daarom weg is. Het zit in ons
brein te borrelen. Deze verdrongen zaken hebben een uitlaatklep nodig.
(dromen, versprekingen, grapjes, beroep, …)