De vier dimensies
1. Inhoudsniveau
o Vier kenniscategorieën : soort kennis
Feitelijke kennis
Procedurele kennis
Conceptuele kennis
Metacognitieve kennis
2. Gedragsniveau
o 6 cognitieve processen
Herinneren
Begrijpen
Toepassen
Analyseren
Evalueren
Creëren
3. Transferniveau
o 3 niveaus van gelding
Vaktypisch
Vrij algemeen ( over meerdere vakken)
Algemeen ( over alle vakken / over geen vak )
Doelstellingen formuleren
- Start met : “de leerlingen kunnen” + inhoud + werkwoord
- de leerlingen kunnen + inhoudsniveau + gedragsniveau
Vb : De leerlingen kunnen het verband tussen klimaat en plantengroei uitleggen
Formuleringsregels lesdoelen (5)
1. formuleer steeds in termen van leerlingengedrag
nooit : bijbrengen, aanleren, demonstreren
2. zorg ervoor dat je doelstellingen uitvoerbaar zijn
= formuleer het leerlingengedrag operationeel, en kies voor een observeerbaar werkwoord
maak , vertel dat, schrijf op,…
nooit : weten , kennen , begrijpen, herkennen, inzien
, 3. specificeer de leerinhoud
= geef een concrete omschrijving
= ik weet goed wat ik moet doen
nooit : een of andere , een paar essentiële , enige,…
4. formuleer ze zo beknopt mogelijk
(5) vermeld, indien van toepassing onder welke voorwaarden of condities de leerlingen het gedrag
moeten manifesteren
- de gegeven informatie (= een gegeven omtrek )
- welk materiaal of hulpmiddel ( = rekenmachine)
- welke beperking wordt opgelegd (= blinde kaart)
valkuilen bij het formuleren van doelen (7)
1. je verwart doel en middel
niet: de lln kunnen opiniestukken uit verschillende kranten en tijdschriften lezen
wel: de lln kunnen de helderheid van argumenten in opiniestukken evalueren
2. zorg dat de doelstelling op zichzelf kan bestaan
niet: de lln kunnen de oefeningen uitwerken
wel : de lln kunnen de berekening van de oppervlakte van een parallellogram in oefeningen toepassen
3. geef de activiteit van de leerling aan, niet die van de leerkracht
niet: de lln kennis bijbrengen van windtreken
wel: de lln kunnen de vier windstreken benoemen
4. je hanteert geen actief werkwoord voor het leerlingengedrag dat je beoogt
niet: de lln kunnen in gegeven muziekwerken stemsoorten en koorvormen herkennen
wel: de lln kunnen in gegeven muziekwerken stemsoorten en koorvormen onderscheiden
5. vermijd vage onduidelijke, dubbelzinnige termen en onvolledigheden
niet: de lln kunnen de belangrijkste wereldsteden op de kaart aanduiden
wel : de lln kunnen New York, Moskou, London en Tokio op de wereldkaart aanduiden
6. Hou de inhouden in de formulering van de doelstellingen beknopt
Niet: de lln kunnen aangeven dat democratie volksregering via volksvertegenwoordiging inhoudt
Wel: de lln kunnen het begrip democratie omschrijven
7. Geef slechts één gedragsniveau per doelstelling
Niet: de formule voor de oppervlakteberekening van het parallellogram kunnen geven en gebruiken
Wel: de formule voor de oppervlakteberekening van het parallellogram kunnen geven
de formule voor de oppervlakteberekening van het parallellogram kunnen gebruiken