Boek: Warmerdam
Historisch
Homoseksuele gezinsvormen ontstonden in de jaren ‘60/70 (vooral vrouwen)
- In de jaren ‘80/90 groeide de groep lesbische vrouwen die kozen voor
ouderschap openlijk → gevolgd door een kleine groep homo’s. Lesbiennes
waren sterk in de meerderheid; 85%, homo’s; 2%
Relatievormen
1. Kinderen binnen een veranderde (hetero naar homo) relatie
→ Een van de ouders beseft dat hij/zij homoseksueel is → vaak scheiding tot
gevolg
2. Kinderen binnen een homoseksuele relatie (2 mannen/ 2 vrouwen)
→ Merendeel in een lesbisch gezin
→ Kids vinden het soms lastig wie dan de “echte” moeder is
→ Afwezigheid vader heeft nauwelijks invloed op ontwikkeling kind
● Niet vaker homoseksueel, experimenteren in hun puberteit iets meer
met vriendjes/vriendinnetjes van eigen geslacht en hebben minder
traditionele opvattingen over man-vrouwverhoudingen
● Vooral meisjes wil graag niet-identificeerbare informatie hebben en
vooral jongens wil de donor wel ontmoeten om meer over zichzelf te
ontdekken
3. Kinderen binnen co-ouderrelaties, waar in ieder geval een van de
verzorgenden homoseksueel is
→ Vaak door 3 of 4 ouders opgevoed
● Voordelen: veel liefde en warmte, voor ouders extra steun (minder druk
en stress)
● Nadelen: pesten, verwarring, verschillende regels, te druk voor kind
→ Lijkt op co-ouderschap wat zich vaak na echtscheidingen voordoet
Samenstellingen v/d gezinnen met homoseksuele ouders
Gezinnen met 1 homoseksuele ouder
1. Alleen een moeder: kan kiezen voor gezin zonder vader (spermabank) of voor
een vader op afstand (vb. zaad van een bekende heteroseksuele/homoseksuele
donor). Bij het laatste heeft de donor ook geen rol als opvoeder, maar is hij voor het
kind wel bekend
● Alleenstaande lesbische moeder kan ook gevormd zijn door een opgesplitst
gezin, waarin de ouders oorspronkelijk een heteroseksuele relatie hadden,
maar de vrouw lesbisch bleek te zijn en de kids bij haar bleven
, 2. Alleen een vader: lijkt nauwelijks voor te komen. Kan komen doordat de kids na
een echtscheiding bij een heteroseksuele relatie, bij de homoseksuele vader blijven
wonen
Gezinnen met 2 (of meer) homoseksuele ouders
1. Twee moeders: geldt vaak hetzelfde als beschreven bij gezinnen met 1 moeder
2. Twee vaders: kan door niet-commercieel draagmoederschap van een bekende
heteroseksuele/lesbische vrouw. De draagmoeder heeft geen rol als opvoeder, maar
is voor het kind bekend
● Commercieel draagmoederschap (illegaal in NL) & adoptie kunnen ook
Gezin met een homoseksuele ouder gebaseerd op co-ouderschap
De vader(s) neemt de helft van de opvoeding voor zijn rekening
● Kan op verschillende manieren ontstaan
Wettelijk ouderschap
- Bij verwekking kan een vader met juridische gevolgen (van het ouderschap)
geconfronteerd worden, bij donorschap niet
- 2001: homoseksuelen mogen trouwen
- 2002: gehuwde of geregistreerde vrouwenparen krijgen automatisch
gezamenlijk gezag over kinderen die tijdens het huwelijk of geregistreerd
partnerschap geboren zijn → kind is ontstaan door donor
→ Eindigt als het kind volwassen is geworden
→ Gezamenlijk gezag beschermt de positie van de sociale ouder (de
niet-biologische ouder)
- 2010: de niet-biologische moeder kan het kind van haar partner erkennen,
waardoor er geen gerechtelijke procedure meer vereist is
Adoptie
- 2001: adoptie is mogelijk voor homoseksuelen, mits het kind afkomstig is uit
NL
- 2009: de adoptie van een kind (bij sociale moeder) geboren in een lesbische
relatie kan bij de geboorte al geregeld zijn → rechtspositie van kinderen in een
lesbische relatie is nu gelijk aan kids geboren in een man-vrouw relatie
- 2009: homoseksuelen kunnen een kind uit het buitenland adopteren, mits
het land van afkomst dat toestaat
- Paul de Leeuw-constructie: als een buitenlands land homo-adoptie niet
toestaat, kan een van de partners een buitenlands kind adopteren
(eenouderadoptie) en de andere partner dit kind adopteren na een jaar voor
het kind gezorgd te hebben