Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages
Summary

ADP-20306 Immunologie Samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages

Wageningen University ADP-20306 Immunology & Thermoregulation: Immunologie Samenvatting

Content preview

Immunologie 2016-2017 (ADP-20306) Sharelle Verheij Wageningen University



Immunologie
College 1 Leerdoelen
 Immunologische termen
 Innate en adaptieve immuniteit
 Antigenen
 Verschillende type immuniteiten en de gevolgen

Epigenetica = celdifferentiatie
Betere immuniteit ≠ Hogere immuniteit
Immuniteit ≠ Gezondheid

Immunologie= Studie van cellen, weefsels, organen en moleculen die bijdragen aan
herkenning, inactivatie en verwijdering van lichaamsvreemde en gevaarlijke cellen.
Antigen= (Antibody generator) Component die een immuunrespons veroorzaakt
Pathogeen= ziekteverwekker van biologische oorsprong/lichaamsvreemd
Transgenerationele epigenese = De overdracht van moeder op nakomelingen

Innate/Natuurlijke immuniteit
- Alles waar geen T-/B-cellen bij betrokken zijn
- Invariabel = altijd hetzelfde
- Snel/acuut
- Niet-specifiek en brede activiteit
- Lijdt tot specifieke immuniteit (innate altijd eerst!)
- Training (geen specifiek geheugen); beter worden
Functies:
-Voorkomen van infecties
-Degradatie/kapotmaken van microben
-Eerste afweer, voor extra tijd
-Activatie en effector van specifieke immuniteit
-Altijd aanwezig
Cellen: Fagocyten, Granulocyten (basofielen,
eosinofielen, neutrofielen), Killer cellen,
Antigen presenterende cellen
Eiwitten: Lytische enzymen, acute fase-eiwitten,
complement en defensines prebiotics zijn voedingstoffen van probiotics
Radicalen: O2, OH-, H2O, HClO3, NOx in een cel, worden gebruikt om bacteriën te doden
Adaptieve/Specifieke immuniteit
- Leren en bewaren van geheugen
- Langzaam, kost tijd (kan 7-10 dagen duren)
T-cellen: interleukines (cytokines) B-cellen: (immunoglobulins)
Th: T-helper regulatie Plasma cellen Antilichamen (Y)
Treg: T-regulator regulatie Antigen presentatie
Ts : T-suppressor regulatie Geheugen
Tcyt: T-cytotoxisch effector Antilichaam-bemiddeld/humorale
Tmem: T-memory geheugen immuniteit (= m.b.v. lichaamsvloeistoffen)
T-cel afhankelijke/cellulaire immuniteit

Centrale dogma in immuniteit: “Clonale selectie theorie” 1 cel herkent 1 antigen
Pathogen  1 T-cel activatie  klonen  allemaal hetzelfde antigen herkennen

,Immunologie 2016-2017 (ADP-20306) Sharelle Verheij Wageningen University


Infectie: Microbe (product)  innate immuun reactie  ( specifieke immuunreactie  )
1. Geen (klinische) symptomen
2. Ziekte  herstel
3. Ziekte  dood
4. Bescherming  geen klinische symptomen

Actieve immuniteit: zelf verworven, actieve vaccinatie, infectie, experimentele sensitisatie (in vivo)
Passieve immuniteit: maternaal, niet zelf antistoffen aanmaken
passieve vaccinatie (=ook maternale antistoffen) (donor serum bv. bij toxische beet)

IMMUNITEIT Zelf Niet zelf
Gevaarlijk Tumoren Pathogenen (virussen, bacteriën)
Onschuldig Anergie (=afwezigheid van reactie) Tolerantie: Voeding / Maternaal

Gevolgen:
______Beschermend
Concomitant levende pathogeen blijft aanwezig, maar wel beschermd (bv. koortslip)
Steriliserend pathogeen is volledig weg
Modulerend pathogeen is aanwezig, maar inactief (bv. parasiet eieren)
______Counter-protective Bescherming of verbetering van pathogeen (bv. HIV)
______Irrelevant Th1 (cellulair) - Th2 (humoraal = antistof) dogma (dus verkeerde immuunreactie)
______Schadelijk Pathologie/Ontsteking
Overgevoeligheid
Auto-immuniteit = immuun reactie tegen jezelf




1. PAMP: LPS LTA 5. TCR a. cytotoxische T cel
2. Ag peptide 6. Interferon gamma b. B cel
3. TLR 7. IL4
4. MHC-II (antigenpresentatie) 8. CD4

, Immunologie 2016-2017 (ADP-20306) Sharelle Verheij Wageningen University


College 2 Leerdoelen
 Verschillende immuunsysteem celtypes & belangrijke karakteristieken & functie

Innate systeem myeloïd Specifiek systeem lymfoïd
- Fagocyten - T cellen thymus (in beenmerg)
- Granulocyten - B cellen bursa (bij vogels) / beenmerg
- Megakaryocyten  Bloedplaatjes = platelets
- Antigen presenterende (=accessory) cellen = Dendrietcellen
- Natural Killer cellen / Null cellen

Specifiek Lymfocyten - Regulation: T-helper cellen, T-regulatie cellen
- Effector: T-cytotoxisch, B-, plasmacellen (maken antistoffen)
Thymus: 90% van lymfoïde cellen sterft, 10% gaat naar circulatie (periferie)
Beenmerg/Bursa: 90% van lymfoïde cellen sterft, 10% gaat naar lymfeknopen
90% zijn de forbidden clones die dood worden gemaakt = auto-immuniteit

CD = Cluster of Designation = molecuul aanwezig op een cel T-helper/-cytotoxisch
- CD2 oude namen: LFA2, SRBC-receptor - CD3 T-cel receptor complex
- CD4 T-helper cel, MHC-II ligand - CD8 T-cytotoxisch, MHC-I ligand

 T-cellen = ‘Managers’ immuunsysteem, bepalen wat gebeurt m.b.v. boodschappermoleculen
Producten: - Interleukines: welke cel actief gemaakt wordt & hoe afweersysteem zich ontwikkelt
Additief / Synergistisch vs. Antagonistisch
- MAF = Macrophage Arming Factors; - MIF = Macrophage Migration Inhibiting Factors
- CSF = Colony Stimulating Factors; - MG-CSF = Macrophage Granulocyte CSF
- TGF = Transforming Growth Factor; - ɣ-interferon
 T-cytotoxisch  geheugen cellen
 T-helper
 B-cellen differentiëren in plasmacellen, maar kunnen ook antigenen presenteren
5-10% in bloed lymfocyten, 70-80% in lymfeklieren

Innate Bij geboorte al aanwezig
 Null cellen/Natural Killer cellen: geen TCR, Killer cell Immunoglobulin-like Receptor (KIR)
 Fagocyten: Macrofagen eten grote deeltjes & hebben antigenpresentatie (andere namen:)
 Monocyten = bloed gerelateerde celtypes
 Kupfercellen (in lever, belangrijk voedsel filterweefsel)
 Osteoclast (beenformatie)
- Veel RER, dus produceert veel eiwit
- Plakken aan glas/plastic
- Fc-receptoren voor immunoglobulines
- ɣ-interferon, MAF receptoren
- receptoren (TLR’s) voor homotopes, PAMP’s:
- MHC-II moleculen, CD14
Fagocytose 1. Chemotaxis “ruiken” dat er iets is
Met fagocyt 2. Hechting aan microbe via Toll-Like Receptoren (TLR) of via hydrofobe fusie
3. Activatie van spierachtige verbindingen, vorming van pseudopodia (mond)
4. Engulfment “omgeven/opslokken” in fagosoom
5. Fusie van fagosoom met lysozome (=phagolysozome)
6. Fagolyse afbreken van het deeltje en uitscheiden
Opsonisatie = Antigen ‘coating’ met complement receptoren of specifieke/natuurlijke antilichamen
 fagocytose mogelijk (binden met Fc receptor van macrofagen)

Document information

Study
Uploaded on
August 7, 2017
Number of pages
16
Written in
2016/2017
Type
Summary
$7.14

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sharellev
3.3
(12)
Sold
67
Followers
58
Items
13
Last sold
10 months ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions