• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages
Summary

Biologie voor jou, biologie volledige samenvatting VWO 6

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages

Dit is een samenvatting van alle stof uit VWO 6 wat uiteindelijk ook examenstof is. Hier heb je dus wat aan in klas 6 maar ook bij de voorbereiding van het examen. Door deze samenvattingen te leren heb ik jaar 6 en het eindexamen Biologie afgerond met een 7 of hoger. !!: Ik mis bij hoofdstuk 3 paragraaf 1 & 2, voor de rest is alles volledig. Hierdoor is deze samenvatting ook ietsje goedkoper dan mijn andere samenvatting van biologie

Content preview

Biologie H1 Vertering. VWO 6
Paragraaf 1: Voedingsstoffen.
Voedingsmiddelen: alles wat je eet of drinkt (= bevatten weer voedingsstoffen).
Je hebt 6 groepen voedingsstoffen;

1. Eiwitten (= proteïnen)
bestaan uit enkele tientallen tot meer dan duizend aminozuren.
-> moeten worden gesplitst tot afzonderlijke aminozuren.
Essentiële aminozuren: 8 (van 20) aminozuren die de lever niet zelf kan maken
(=transaminering): via voeding binnekrijgen.
Dient als: bouwstof (cellen&weefsels), reguleren bijna alle processen en helpen bij
bloedstolling en immuniteit.
2. Koolhydraten (= sachariden)
je hebt polysachariden, disachariden en monosachariden.
Dient als: energiebehoefte, bouwstoffen, spelen rol bij herkenning cel door andere cel.
Voedingsvezels: kunnen niet worden verteerd door enzymen van de mens.
-> wel door sommige enzymen bacteriën in de darmen.
= bevorderen de darmwerking en stoelgang.
3. Vetten (= lipiden)
bestaan uit glycerol met drie vetzuurmoleculen (vetzuurstaartjes) = triglyceriden.
-> verzadigd: enkele bindingen.
-> onverzadigd: dubbele binding(en).
Lichaam kan bijna alle vetzuren vormen uit andere organische stoffen, maar een paar
onverzadigde vetzuren moeten via voeding (essentiële vetzuren).
Dient als: brandstof en bouwstof.
4. Water
Belangrijkste bouwstof en oplosmiddel voor andere stoffen.
-> Transportmiddel en regeling van de lichaamstemperatuur.
5. Mineralen (= zouten)
-> Anorganisch, worden gebruikt als bouwstoffen.
-> Sommige helpen bij het stollen van bloed of het geleiden van impulsen.
Spoorelementen: heb je zeer kleine hoeveelheden van nodig (vaak bestandsdelen van
enzymen en hormonen).
6. Vitaminen
-> Organisch, nodig om processen in het lichaam goed te laten verlopen.
Uit provitaminen kan lichaam zelf vitaminen maken.
Gebreksziekten: ontstaan bij tekort aan vitaminen.

Paragraaf 2: Het verteringsstelsel.
Darmperistaltiek: door om en om samentrekken van kringspieren en lengtespieren wordt
voedselbrij door darm heen geduwd, gemengd en gekneed met verteringssappen.
Verteringsklieren: geven deze enzym bevattende sappen af.

Mechanische vertering: bijv. kauwen van voedsel (moleculen zelf niet kapot).
Chemische vertering: door enzymen.

1

,Verteringsorganen.



Waar Onderdelen Functie

Mondholte Gebit Tot. opp. vergroten
Speekselklieren Enzym amylase en slijm als glijmiddel

Keelholte Huig - Neusholte afsluiten bij slikken
Strottenklepje - Luchtpijp afsluiten bij slikken

Slokdarm Verplaatsen voedsel naar maag met peristaltische bewegingen

Maag Maagsapklieren - Produceren maagsap (water, zoutzuur, enzym)
Tijdelijke opslag Pepsinogeen (inactief pro-enzym) + zoutzuur -> pepsine
voedsel Zoutzuur: doodt bacteriën in voedsel




Slijmwand - beschermt maagwand
Pylorus - Maagportier sluit maag af

12-vingerige Afgifte plaats van:
darm
Lever - Gal en alvleessap vermengen met voedselbrij
Produceert gal (tijdelijk opgeslagen in galblaas)
-> breekt rode bloedcellen af
-> Vetten emulgeren door galzouten= meer opp.

Alvleesklier - Produceert alvleessap
(=pancreas)


Vertering bij dieren.
- Eencellige organismen nemen voedsel op door fagocytose: instulpen van membraan en afsnoeren
van blaasjes.
Bij pantoffeldiertjes en amoeben versmelten deze voedingsvacuolen met lysosomen (bevatten
enzymen).
-> vertering dus in de cel: intracellulaire vertering.
- Eenvoudige meercellige organismen hebben meestal speciale ruimte in lichaam: maagdarmholte.
1 opening: mond en anus.
-> extracellulaire vertering.
- Complexer gebouwde organismen hebben darmkanaal met mond en anus.




2

, Paragraaf 3: Chemische vertering.
Afbraak van voedingsstoffen tot losse bouwstenen gebeurt met behulp van verteringsenzymen.
-> temp. optimum hetzelfde (37 graden), pH-optimum verschilt.

 Amylase = zetmeel -> maltose
-> in de maag na een tijd onwerkzaam Gastrine: hormoon wat zorgt voor
doordat pH daalt. afgifte maagsap.
 Pepsinogeen (pro-enzym) -> pepsine - Voedsel in twaalfvingerige darm ->
(pos. terugkoppeling) = zuurder -> maagportier sluit.
eiwitmolecules splitsen. Secretine: hormoon, stimuleert lever
 Trypsinogeen (co-enzym) wordt door tot produceren gal en alvleesklier tot
enterokinase geactiveerd in trypsine secretie van NaHCO3 -> basisch,
(lange polypeptide in korte). neutraliseert HCL -> pH weer hoger en
 Peptidasen: breken polypeptiden af maagportier weer open.
tot di- en tripeptiden. Cholecystokinine: hormoon,
 Lipase: triglyceriden -> glycerolmol., stimuleert galblaas voor afgifte gal en
vetzuurmol. en monoglyceriden. alvleesklier voor secretie enzymen.
 DNA-ase en RNA-ase: DNA + RNA -> -> gal zorgt ervoor dat lipase goed kan
nucleotiden. inwerken op enzymen.
 Maltase: maltosemol. -> 2 glucosemol.
 Sacharase: verteert sacharose Vertering zetmeel voltooid.
(riet/bietsuiker). Peptidasen breken uiteindelijk di- en
 Lactase: verteert lactose (melksuiker) tripeptiden af tot aminozuren:
vertering eiwitten voltooid.

-> TB 82E

Paragraaf 4: Resorptie.
= de opname van stoffen via de darmwand in het bloed en de lymfe (energie nodig).

Dunne darm.
Darmwand heeft darmplooien.
-> hebben weer uitstulpingen: darmvlokken.
-> buitenste laag darmvlokken (darmepitheel) bevat weer uitstulpingen: microvilli.
= zeer groot opp.

In cellen van darmepitheel: intensieve dissimilatie.
-> veel actief transport via transporteiwitten (energie uit ATP).
Zorgt voor verschil in osmotische waarde: water dus via osmose in darmepitheel.
-> Doordat er veel langs deze cellen komt slijten ze veel, dus veel celdeling (kost ook veel energie).

- Meeste stoffen via haarvaten naar één afvoerend bloedvat: de poortader. -> door naar lever.
- Sommige via lymfe, zoals triglyceriden (zijn weer opgebouwd in cellen uit monoglyceriden, vetzuren
en glycerol).
-> deze vetten omgeven door manteltje van eiwitten en fosfolipiden = lipoproteïnen.




3

Document information

Level
School year
6
Uploaded on
December 13, 2021
Number of pages
16
Written in
2021/2022
Type
Summary
$9.24

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
3
Items
6
Last sold
3 year ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions