,Systematiek + Monocotylen
Morfologie
Inleidende begrippen
= bestudeert en beschrijft de uitwendige bouw van planten
Vegetatieve organen: wortel stengel, blad
Generatieve organen: bloem, vrucht zaad
Kenmerken van levende wezens
- Celvormige structuur
- Voortplanting (geslachtelijk ongeslachtelijk)
- Groeien
- Ontwikkeling
- Afsterven => beperkte levensduur
Systematiek
Definitie: de studie van de evolutieve relaties, hiërarchische ordening (classificatie, taonomie)
Doel:
- Indelen, ordenen, groeperen in klassen (classificatie)
- Inzicht krijgen in de evolutie van de natuur
- Inschatting van de biodiversiteit
Scala Naturae van Aristoteles = ladder van het leven = ordening van de natuur in een duidelijk hiërarchisch
systeem van oplopende perfectie, ontstaan vanuit een religieus oogpunt
Carolus Linnaeus (Carl von Linné – 18e eeuw)
Systematisch indeling in 2 rijken:
1. Botanie: Species Plantarum = rijk der planten
2. Zoölogie: Systema Naturae = rijk der dieren
Binominale nomenclatuur: Genus (geslacht) + species (soort), vb: Homo sapiens
Classificatie op basis van evolutionair verwantschap
Orde => familie => genus => soort
Gebruikte criteria:
- Gelijkende structuren: primitieve of afgeleide structuren
- Anatomische, morfologische of fysiologische kenmerken
- Aminozuursequenties in eiwitten
- DNA/RNA (mitochondriaal DNA)
Robert Whittaker (1969)
Systematische indeling in 5 rijken
Criteria:
- Één-/meercellig
- Pro-/eukaryoot
- Producent / reducent /
consument
,Vasculaire en niet-vasculaire planten
Niet vasculaire planten:
- Afdeling Hauwmossen = Anthocerotae
- Afdeling Levermossen = Hepaticae
- Afdeling Bladmossen = Musci
Vasculaire planten of vaatplanten (=lycophytes):
- Wolfsklauw, Biesvarens, Varens
a) Echte varens
b) Paardenstaarten
- Zaadplanten
a) Bedektzadigen
1. Echte tweezaadlobbigen: met vrije kroonbladeren (vb boterbloem, pinksterbloem), met
vergroeide kroonbladeren (vb witte dovenetel, smeerwortel)
2. Eenzaadlobbigen
b) Naaktzadigen
Plantkundige basiskenmerken van monocotylen (eenzaadlobbigen)
Kenmerken:
Monocotylen Dicotylen
Kiem in het zaad heeft 1 zaadlob Kiem in het zaad heeft 2 zaadlobben
Bloembekleedsels staan in kransen van drie Bloembekleedsels verspreid in kransen van 2, 4 of 5
Bladeren zijn parallel of kromnervig Bladeren zijn meestal veer- of handnervig
Bezitten geen houtachtige stengel en geen Meestal hout- of kruidachtige stengels en bevatten
hoofdwortel of zijwortels → ze zijn haarachtig hoofd- en zijwortelsysteem
→ bijwortelsysteem
Monocotylen
Grasland:
- 1 of enkele kiemwortels
- Halmheffer met knopenstapel, stengel met knopen
- Wortels tot 70% in de bovenste 5 cm
- Meerjarige grasplant: verzameling van parallelle scheuten (vernieuwing scheuten = ‘eeuwig jong’)
Bloeiwijze:
- Bloemen zijn zeer klein
- Tweeslachtig, zelden eenslachtig
, - 1-3 meeldraden en meestal 2 stijlen
- Omgeven door 2 schutachtige kroonkafjes
- In tot aar of pluimvormige bloeiwijzen verenigde aartjes
- Elk aartje omgeven door 2 kelkkafjes
Aangepast plantje om grazers te overleven:
➔ elke plant gaat groeien als een kop (boven grond) en benen (wortels) – gras houd kop zo laag mogelijk tegen
grond – dier eet een paar cm van de grond en maaien ook → groeipunt/kop blijft dus onaangetast
➔ Kop plant dient voor voortplanting → bij gras is dat moeilijk als die kop zo laag hangt → gaat even groeipunt
omhoog laten schieten om zaad klaar te maken → dan is ze kwetsbaar → als je dan maait wordt het dor
Tweehuizige, eenslachtige bloemen:
PLANT A: er staat enkel stamper – vrouwelijke plant
!
PLANT D: er staan enkel meeldraden – mannelijke
plant
→Zij moeten samenwerken om voort te planten
Eenhuizige, tweeslachtige bloemen: (meeste
grasachtigen)
PLANT B: bloemen zijn apart vrouwelijk en apart
mannelijk → bovenaan meeldraden om stuifmeel
naar beneden op stamper te laten vallen voor zaden
te bevruchten
PLANT C: bloem is zowel vrouwelijk als mannelijk
Kroonbladeren en kelkbladeren zijn gekleurde
bladeren
Bij grasachtigen is dat niet nodig want dat kost
teveel energie en heeft geen insecten enzo
nodig want bestuift zichzelf
→ hier zijn het koornkafjes en kelkkafjes
Pluim = mannelijk
Aar = vrouwelijk