DEEL 1 - ALGEMENE PATHOLOGIE
1. INLEIDING
Pathologie = Wetenschappelijke studie van ziekte
1.1ZIEKTEOORZAKEN - ENDOGENE VS EXOGENE ZIEKTEOORZAKEN
Endogeen: oorzaken van binnenuit het lichaam, in het individu gelegen, chromosomaal
Exogeen: door afwijkingen van buitenaf, door bepaalde stoffen
Multifactorieel: combinatie van verschillende factoren, genetische aanleg + bepaalde levenstijl/
omgevingsfactoren
ENDOGENE ZIEKTEOORZAKEN
ERFELIJKE AANDOENINGEN:
23 paar chromosomen: (totaal 46)
22 paar autosomen
1 paar geslachtschromosomen
Karyogram met karyotype
Vrouw = [46, XX]
Man = [46, XY]
Chromosoomafwijkingen
Numerieke afwijkingen:
22 chromosoomparen +
geslachtschromosomen Trisomie 21: Down syndroom [47, XX,
Monosomie: 1 uit een paar +21]
ontbreekt Trisomie 13: Patau syndroom [47,XY,
– bij de geslachtschromosomen +13]
[45, X0] Trisomie 18: Edwards syndroom
Trisomie: 1 chromosoom in Monosomie X0: Turner syndroom
drievoud 47, XXY: Klinefelter syndroom
[47, XX, …]
Structurele afwijkingen
Deletie
Duplicatie
Inversie
Insertie – bij ander chromosoom
Translocatie
Genmutaties
Kleine veranderingen in DNA-code van 1 gen
Elk gen invloed op aanmaak eiwit, niet voldoende ontw.
Hier kan een afwijking op ontstaan, want kan zijn taak onvoldoende uitvoeren
Niet zichtbaar op het karyogram
Voorbeelden:
Treachter Collins syndroom (TCOF1)
Fragiele X syndroom (FMR1)
1
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD pathologie en comorbiditeit – pathologie
Achondroplasie (FGFR3)
Haakjes = eiwit dat betrokken is, meestal meerdere eiwitten betrokken
Info
Bij een erfelijke aandoening zit er een foutje in een chromosoom of een gen en kan de
aandoening van ouders op kind worden doorgegeven.
Soms ontstaat het foutje spontaan bij het kind zelf. Ouders zijn geen drager. Dat is een nieuwe
afwijking: een de novo mutatie. Iemand is dan de eerste in de familie met de aandoening, maar kan
op zijn beurt dan het foutje doorgeven aan zijn of haar kinderen.
EXOGENE ZIEKTEOORZAKEN
Fysische (natuurkundige) ziekteoorzaken
Mechanische geweldinwerking: trauma (auto-ongeluk - hersenletsel)
Temperatuur: vries- en brandwonden (inademen van warme lucht bij brand – problemen bij
larynx)
Luchtdruk: caissonziekte
Geluid: tinnitus – luide geluiden
Elektriciteit: elektrocutie
Straling
Chemische (scheikundige) ziekteoorzaken
Caustisch: lokale inwerking (bv. bijtende stoffen – poetsproducten – bijtend zuur op slokdarm)
Intoxicatie: algemene inwerking (bv. alcoholvergiftiging, drugs, …)
Biologische ziekteoorzaken
Binnendringen en zich vermenigvuldigen van organismen in het lichaam = infectie
Ziekteverwekkend vermogen – niet iedereen wordt ziek
Weerstand van de gastheer + virus
Voorbeeld: Ramsay Hunt Syndroom – gevolge van virus (cf. Justin Bieber)
Voedingsgebonden ziekteoorzaken
Te veel vetten op lange termijn arteriosclerose
Vetophopingen in de aders
Afsluitingen in de aders
Infarct = in de hersenen, weefsel dat geen zuurstof krijgt zal uitvallen
Bloedklonter kan loskomen en wordt meegenomen in bloedbaan
Mineralengebrek
bv. ijzertekort bloedarmoede, pijn in mond en keel, slikprobl.
Vitaminetekort
Bv. Vitamine B3: pellagra (4D’s) – dermatitis, diaree,… sterven
Foliumzuur:
Vermoeidheid
Tijdens zwangerschap schisis en spina bifida
NIET-ERFELIJKE, AANGEBOREN AANDOENINGEN – EXOGENE ZIEKTEOORZAKEN
SCHADELIJKE INWERKING OP FOETUS
Infecties (bv. rubella, toxoplasmose, CMV, …)
Stralen (cf. röntgenfoto’s)
Chemisch (bv. medicatie, alcohol, drugs, …)
Foetaal alcoholsyndroom (FAS)
Laag geboortegewicht Smalle oogspleet
Plat neusgootje (filtrum Vertraagde ontwikkeling
Dunne bovenlip Leer-, eet- en gedragsproblemen
Zuurstoftekort
2
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1