WIJSBEGEERTE
De Oudheid:
Hoofdstuk 1: Oudheid deel 1
1.1 Reductie: Thales
Thales 600 V. Ch, Milete (Turkije)
1.1.1 Reducti
Herleiding van veelheid naar eenheid
Op zoek naar arché (oorsprong)(water onderliggende aan leven)
Blijft steeds onveranderlijk, over & altijd aanwezig in de
natuur
Radicalereductie: fysicalisme (gevaar)
Alles herleiden tot fysica
Gevaar: demystificatie
Etymologie toepassing van reductie:
Archeologie, archaisme
Arché
Biedt inzicht
Mnemotechniek
Thales:
Geen originele teksten meer
Anekdotes: zonsverduistering, olijfpers
Eerste natuurfilosoof
Op samenhangende wijze zonder te verwijzen naar
goden of magische krachten van natuur te verklaren
Stelling van Thales: herleiden van wereld tot
wiskunde
Pythagoras:
6de eeuw V.Ch, Samos
Stelling: a 2+ b2=c 2
Relatie tussen intervallen van toonladders & wiskundige
verhoudingen
Indien rechthoeken gelijk zijn, kan schuine zijde niet worden
uitgedrukt
Natuur kan door beoefenen van wiskunde worden
begrepen
1.1.2 Reductie
Argumentatief Suggereert diepere waarheid
Onderzoekend Zet aan tot verder verkennen door op te delen & dieper
te graven
Criminologen Wat is misdadig gedrag? Is het sociologisch fenomeen? …
1.2 Principe van voldoende reden: Anaximander
Anaximander, 600 V. Ch., Milete
1.2.1 Anaximanders
, Aarde is onbeweeglijk omdat beweging in welke richting ook geen
verschil zou maken
Alle richtingen zijn gelijk, geen rede om te bewegen in bepaalde
richting
Geen voldoende rede om te bewegen
De Arché:
Apeiron: datgene wat onderliggend is aan alle dingen heeft zelf geen
kenmerken
Het is alles & tegelijkertijd niets
Er moet iets zijn dat alle dingen gemeen hebben, de ultieme
oorzaak
Daarom is het onbepaald & dus onvatbaar
Principe van voldoende reden
Alles heeft oorsprong, maar oorsprong is
onkenbaar
Redenen, maar geen oorzaken:
Er moet niet noodzakelijk een oorzaak zijn
Arthur Schopenhauer (1788-1860):
Voor alles wat je weet, feit dat het bestaat, … zal een voldoende reden
zijn, niet noodzakelijk een oorzaak
1.2.2 Kritiek van Hume (18 d e eeuw)
Hoe sterk principe ook is, valt niet te bewijzen (wet noodzakelijk)
Je kan niet aantonen dat er een verband is tussen een reden &
oorzakelijkheid
Je kan nietbewijzen dat er een reden is voor samenhang in de
wereld
1.2.3 Toepassingen
Argumentatief gebruik:
Elk onderzoek gelegitimeerd
Je leert niks bij door te stellen dat er geen reden is voor iets te zijn
zoals het is
Onderzoekend gebruik:
Alles wat is, heeft een reden
Alles moet een verklaring hebben
Principe van voldoende reden stimuleert zoektocht naar kennis
Voor criminologen:
Voor alles is een reden of oorzaak, maar maak het onderscheid
Ander fyscaliseer je & kom je misschien op niks
1.3 Analogie: Anaximenes
Anaximenes, 500 V. Ch., Milete
1.3.1 Luch
Zoals onze ziel, die lucht is, ons in stand houdt, zo omringen adem &
lucht de gehele wereld
Sterrren draaien om de aarde zoals een tulband ons hoofd omringt
Het universum draait als een molensteen
De sterren zitten vast aan kristallijne sferen zoals spijkers
, De zon is zo plat als een blad
1.3.2 Empedokles (5 de eeuw V. Ch.)
Wisselwerking tussen dingen houdt nooit op, ze komen samen door
liefde, dan uit elkaar gedreven door haat of strijd
4 elementen (aarde, water, lucht, vuur)
Je hebt ze alle 4 nodig
Analogie ontstaats (aantrekking & afstoten)
1.3.3 Xenophanes (500 V. Ch.)
Er is geen mens, en er zal er nooit één zijn, die volledige waarheid kent
over de goden
Als iemand de volledige waarheid vindt, zou hij het zelf niet weten
We kunnen alleen maar gissen
Je kan geen absolute waarde bereiken
1.3.4 Toepassingen
Argumentatief gebruik:
Om complexe dingen plaatsen in bestaand kader van kennis
Het atoom beschouwen als zonnenstelsel
Bewijskracht zit in mate van gelijkenis
Onderzoekend gebruik:
Analogie leidt tot inzicht omdat ze nieuwe waarnemingen duidt aan de
hand van bestaande kennis door vergelijking
Of leidt tot plausibele hypothesen
Voor criminologen:
Vergelijk situatie met bekende situatie
Kan inzicht brengen, maar ook zaak bevattelijker maken voor
anderen
Allegorie betreft vergelijking met iets uit een ander domein
Let op: vergelijken met gelijkaardige situaties
Door gelijkenissen niet oorzakelijkheid dezelfde
1.4 Wet van de niet-contradictie: Parmenides
Parmenides, 500 V.Ch., Elea
1.4.1 Alles wat is, is & kan nooit niet
Basis rationeel denken
Uitgesloten dat iets is & tegelijkertijd niet is
Wet zelf is noodzakelijk waar (tautologie)
Aantonen dat ze niet het geval is:
Uitspraak is waar of vals
Uitspraken die waar zijn & uitspraken die vals zijn,
zoals wet in kwestie
Dat is wat wet verondersteld
Als je wet wil afdoen neem je aan dat ze waar is om ze
te weerleggen, je spreekt jezelf tegen
Wet is het geval
, Wet rationeel weerleggen lukt niet omdat ze zelf de basis vormt van
rationaliteit
Wording is uitgesloten:
Als alles is danis het en is er geen wording, dus ook geen
verandering
Verandering is een illusie
Onstandige argumentatie om onmogelijkheid van verandering aan te
tonen
o Verandering veronderstelt vernietiging & creatie
Iets gaat van bestaan naar niet-bestaand of omgekeerd
o Verandering impliceert dus dat iets is & tegelijkertijd niet is,
dat is uitgesloten
o Is toch mogelijk: iets kan in heden niet bestaan maar in
verleden wet & omgekeerd
o Bestaan is niets anders dan existerien in heden
Dan vallen heden & verleden & toekomst samen, leidt
tot contradictie
o Om tegenstellingen te vermijden ontkende Parmenides het
bestaan van tijd als van verandering
Waarneming betreft verandering, dus is onze waarneming
misleidend
1.4.2 Herakleitos (500 V.Ch., Efeze)
Verandering is reeel: alles is voortdurend in beweging
Eenheid ontstaat op hoger niveau
De ultieme eenheid is de kosmos (door logos gestuctureerde
chaos)
1.4.3 Toepassingen
Argumentatief gebruik:
Het is het één of het ander
Je kan niet iets & het tegendeel tegelijkertijd veronderstellen
Zoek & vermijd contradicties
Onderzoekend gebruik:
Wet van niet-contradictie dwingt tot vermijden van contradicties
Let op voor verdoken contradicties
Voor criminologen:
Wet eenheid vertoont op hoger vlak kan op lagere niveaus diversiteit
geven
1.5 Tegen feitelijke paradoxen: Zeno van Elea
De Oudheid:
Hoofdstuk 1: Oudheid deel 1
1.1 Reductie: Thales
Thales 600 V. Ch, Milete (Turkije)
1.1.1 Reducti
Herleiding van veelheid naar eenheid
Op zoek naar arché (oorsprong)(water onderliggende aan leven)
Blijft steeds onveranderlijk, over & altijd aanwezig in de
natuur
Radicalereductie: fysicalisme (gevaar)
Alles herleiden tot fysica
Gevaar: demystificatie
Etymologie toepassing van reductie:
Archeologie, archaisme
Arché
Biedt inzicht
Mnemotechniek
Thales:
Geen originele teksten meer
Anekdotes: zonsverduistering, olijfpers
Eerste natuurfilosoof
Op samenhangende wijze zonder te verwijzen naar
goden of magische krachten van natuur te verklaren
Stelling van Thales: herleiden van wereld tot
wiskunde
Pythagoras:
6de eeuw V.Ch, Samos
Stelling: a 2+ b2=c 2
Relatie tussen intervallen van toonladders & wiskundige
verhoudingen
Indien rechthoeken gelijk zijn, kan schuine zijde niet worden
uitgedrukt
Natuur kan door beoefenen van wiskunde worden
begrepen
1.1.2 Reductie
Argumentatief Suggereert diepere waarheid
Onderzoekend Zet aan tot verder verkennen door op te delen & dieper
te graven
Criminologen Wat is misdadig gedrag? Is het sociologisch fenomeen? …
1.2 Principe van voldoende reden: Anaximander
Anaximander, 600 V. Ch., Milete
1.2.1 Anaximanders
, Aarde is onbeweeglijk omdat beweging in welke richting ook geen
verschil zou maken
Alle richtingen zijn gelijk, geen rede om te bewegen in bepaalde
richting
Geen voldoende rede om te bewegen
De Arché:
Apeiron: datgene wat onderliggend is aan alle dingen heeft zelf geen
kenmerken
Het is alles & tegelijkertijd niets
Er moet iets zijn dat alle dingen gemeen hebben, de ultieme
oorzaak
Daarom is het onbepaald & dus onvatbaar
Principe van voldoende reden
Alles heeft oorsprong, maar oorsprong is
onkenbaar
Redenen, maar geen oorzaken:
Er moet niet noodzakelijk een oorzaak zijn
Arthur Schopenhauer (1788-1860):
Voor alles wat je weet, feit dat het bestaat, … zal een voldoende reden
zijn, niet noodzakelijk een oorzaak
1.2.2 Kritiek van Hume (18 d e eeuw)
Hoe sterk principe ook is, valt niet te bewijzen (wet noodzakelijk)
Je kan niet aantonen dat er een verband is tussen een reden &
oorzakelijkheid
Je kan nietbewijzen dat er een reden is voor samenhang in de
wereld
1.2.3 Toepassingen
Argumentatief gebruik:
Elk onderzoek gelegitimeerd
Je leert niks bij door te stellen dat er geen reden is voor iets te zijn
zoals het is
Onderzoekend gebruik:
Alles wat is, heeft een reden
Alles moet een verklaring hebben
Principe van voldoende reden stimuleert zoektocht naar kennis
Voor criminologen:
Voor alles is een reden of oorzaak, maar maak het onderscheid
Ander fyscaliseer je & kom je misschien op niks
1.3 Analogie: Anaximenes
Anaximenes, 500 V. Ch., Milete
1.3.1 Luch
Zoals onze ziel, die lucht is, ons in stand houdt, zo omringen adem &
lucht de gehele wereld
Sterrren draaien om de aarde zoals een tulband ons hoofd omringt
Het universum draait als een molensteen
De sterren zitten vast aan kristallijne sferen zoals spijkers
, De zon is zo plat als een blad
1.3.2 Empedokles (5 de eeuw V. Ch.)
Wisselwerking tussen dingen houdt nooit op, ze komen samen door
liefde, dan uit elkaar gedreven door haat of strijd
4 elementen (aarde, water, lucht, vuur)
Je hebt ze alle 4 nodig
Analogie ontstaats (aantrekking & afstoten)
1.3.3 Xenophanes (500 V. Ch.)
Er is geen mens, en er zal er nooit één zijn, die volledige waarheid kent
over de goden
Als iemand de volledige waarheid vindt, zou hij het zelf niet weten
We kunnen alleen maar gissen
Je kan geen absolute waarde bereiken
1.3.4 Toepassingen
Argumentatief gebruik:
Om complexe dingen plaatsen in bestaand kader van kennis
Het atoom beschouwen als zonnenstelsel
Bewijskracht zit in mate van gelijkenis
Onderzoekend gebruik:
Analogie leidt tot inzicht omdat ze nieuwe waarnemingen duidt aan de
hand van bestaande kennis door vergelijking
Of leidt tot plausibele hypothesen
Voor criminologen:
Vergelijk situatie met bekende situatie
Kan inzicht brengen, maar ook zaak bevattelijker maken voor
anderen
Allegorie betreft vergelijking met iets uit een ander domein
Let op: vergelijken met gelijkaardige situaties
Door gelijkenissen niet oorzakelijkheid dezelfde
1.4 Wet van de niet-contradictie: Parmenides
Parmenides, 500 V.Ch., Elea
1.4.1 Alles wat is, is & kan nooit niet
Basis rationeel denken
Uitgesloten dat iets is & tegelijkertijd niet is
Wet zelf is noodzakelijk waar (tautologie)
Aantonen dat ze niet het geval is:
Uitspraak is waar of vals
Uitspraken die waar zijn & uitspraken die vals zijn,
zoals wet in kwestie
Dat is wat wet verondersteld
Als je wet wil afdoen neem je aan dat ze waar is om ze
te weerleggen, je spreekt jezelf tegen
Wet is het geval
, Wet rationeel weerleggen lukt niet omdat ze zelf de basis vormt van
rationaliteit
Wording is uitgesloten:
Als alles is danis het en is er geen wording, dus ook geen
verandering
Verandering is een illusie
Onstandige argumentatie om onmogelijkheid van verandering aan te
tonen
o Verandering veronderstelt vernietiging & creatie
Iets gaat van bestaan naar niet-bestaand of omgekeerd
o Verandering impliceert dus dat iets is & tegelijkertijd niet is,
dat is uitgesloten
o Is toch mogelijk: iets kan in heden niet bestaan maar in
verleden wet & omgekeerd
o Bestaan is niets anders dan existerien in heden
Dan vallen heden & verleden & toekomst samen, leidt
tot contradictie
o Om tegenstellingen te vermijden ontkende Parmenides het
bestaan van tijd als van verandering
Waarneming betreft verandering, dus is onze waarneming
misleidend
1.4.2 Herakleitos (500 V.Ch., Efeze)
Verandering is reeel: alles is voortdurend in beweging
Eenheid ontstaat op hoger niveau
De ultieme eenheid is de kosmos (door logos gestuctureerde
chaos)
1.4.3 Toepassingen
Argumentatief gebruik:
Het is het één of het ander
Je kan niet iets & het tegendeel tegelijkertijd veronderstellen
Zoek & vermijd contradicties
Onderzoekend gebruik:
Wet van niet-contradictie dwingt tot vermijden van contradicties
Let op voor verdoken contradicties
Voor criminologen:
Wet eenheid vertoont op hoger vlak kan op lagere niveaus diversiteit
geven
1.5 Tegen feitelijke paradoxen: Zeno van Elea