Les 6: Consistentie en stabiliteit van
persoonlijkheid
Algemene definitie persoonlijkheid:
- Deze individuele verschillen zijn vrij stabiel.” (Barelds & Dijkstra, 2021)
- “Persoonlijkheidstrekken zijn relatief consistent over situaties en relatief
stabiel doorheen de tijd.” (Larsen et al., 2021)
6.1 Cross-situationele consistentie
Situationisme = gedrag wordt bepaald door de situatie, niet door onderliggende
trekken (cf. Mischel, 1968)
B = f(S)
Interactionisme = gedrag wordt bepaald door de interactie tussen persoonlijkheid
en situatie
B = f(P x S)
Situationele specificiteit = zeer specifieke situaties kunnen gedrag uitlokken dat
normaal gezien niet past binnen de persoonlijkheid van een individu
Situationele sterkte
Sterke situaties: situaties waarin bijna iedereen op dezelfde manier reageert
B = f(P x S)
Zwakke/ambigue situaties: situaties die vatbaarder zijn voor subjectieve
interpretatie
B = f(P x S)
3 vormen van P-S interactie
Situationele selectie = de neiging om situaties te kiezen die het best bij je
persoonlijkheid passen
Uitlokking = specifieke reacties uitlokken van de omgeving
Manipulatie = het gedrag van anderen intentioneel beïnvloeden
Aanpassen aan onze persoonlijkheid
1
, Persoonlijkheidspsychologie
6.2 Temporele stabiliteit
Basisbegrippen
Persoonlijkheidsontwikkeling: consistentie, stabiliteit én verandering van een persoon
over de tijd
2 soorten stabiliteit:
1) Rangordestabiliteit: behoud van relatieve positie in een groep – correlaties
Bv. lengte van 1ste naar 6de leerjaar relatieve positie tegenover de
groep blijft ongeveer dezelfde
2) Absolute stabiliteit (‘mean level stability’): constantheid van niveau –
vergelijking van de gemiddelde score van een groep/populatie over de tijd
= gemiddelde score op eigenschap blijft dezelfde
Moet niet binnen zelfde groep: je kan kijken naar verschillen of
gelijkenissen tussen groepen van andere leeftijd
Staan los van elkaar (vb lengte over bepaalde jaren: ongeveer zelfde positie
tegenover klasgenoten, maar gem lengte stijgt)
Persoonlijkheidscoherentie = stabiliteit in latente trek, MAAR verandering in
gedragsmanifestatie
= ander gedrag wordt uiting van zelfde eigenschap
Vb. pesten op school wordt roepen op personeel
Persoonlijkheidsontwikkeling = persoonlijkheid verandert
Inwendig
Van blijvende duur: niet in een bepaalde situatie, maar voor altijd
2