MATE
Kennistest:
RIEEL Voorwaarden voor strafbaarheid:
menselijke gedraging
STRA
delictsomschrijving
verwijtbaarheid
wederrechtelijkheid
FREC Doodslag is een materieel delict.
Wat kan worden aangemerkt als schuld in de
HT
zin van culpa?
Grove onoplettendheid
Rechtvaardigingsgrond:
- Noodweer
- Overmacht in de zin van noodtoestand
- Wettelijk voorschrift
Hoe wordt het leerstuk poging door de HR toegepast?
In een (gematigd) objectieve zin, waarbij de daad centraal staat.
Voor strafbaarheid op grond van art. 310 Sr is een vorm van opzet
vereist.
Noodweerexces?
Wanneer in een noodweersituatie disproportioneel wordt gehandeld.
Medepleger van poging tot diefstal met braak?
Nauw en bewust samenwerken vereist
Porsche-arrest:
- Het arrest heeft betrekking op voorwaardelijk opzet.
- Het arrest leidde tot invoering van het juridische concept roekeloosheid.
- Het arrest maakte duidelijk dat de verdachte in die casus zich niet schuldig
had gemaakt aan doodslag.
Strafbare deelneming:
Voor medeplegen is een nauwe en bewuste samenwerking vereist.
Welke leer geldt als de heersende causaliteitsleer van de Hoge Raad?
leer van de redelijke toerekening
Strafbare voorbereidingshandeling?
- Pablo koopt een pistool om zijn huisbaas van het leven te beroven.
- Bernardo koopt rattengif om zijn vrouw te vergiftigen.
- Guus koopt een slot voor de deur van zijn garage om een rijke man in vast
te houden met het doel losgeld te innen.
Strafbare voorbereiding:
, 2
Betreft de fase vóór de poging
Vrijwillige terugtred:
Vereist is dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van de autonome wil van de
dader.
Geen ontslag van alle rechtsvervolging:
Als er een vervolgingsbeletsel van toepassing is.
Aan een verdachte die wordt veroordeeld ter zake van doodslag kan een
tbs-maatregel worden opgelegd.
wanneer de verdachte tijdens het plegen van het misdrijf verminderd of geheel
ontoerekeningsvatbaar was.
Wanneer culpa eenmaal is vastgesteld, is er geen ruimte meer voor een
beroep op afwezigheid van alle schuld.
, 3
Leereenheid 1:
De objectieve zijde van het
strafbare feit
1. Daderschap
Daderschap
= Een rechtssubject dat feitelijk verantwoordelijk is voor de delictsgedraging.
Gedraging =
- Handelen
- Nalaten
- Combinatie daarvan
‘Geen straf zonder gedraging’ OF daadstrafrechtbeginsel
Gewoon daderschap:
Een natuurlijk persoon begaat zelf de delictsgedraging
Functioneel daderschap:
Een persoon is vanwege eigen handelen of nalaten functioneel
verantwoordelijk voor een niet zelf begaan strafbaar feit
Daderschap van de rechtspersoon:
Een rechtspersoon is vanwege handelen of nalaten verantwoordelijk voor een
strafbare gedraging of gebeurtenis
Valt daderschap bij de meeste strafbare feiten tamelijk eenvoudig vast te
stellen.
1.1 De delictsgedraging
Bepaalde gedraging
Er moet door een rechtssubject iets gedaan zijn
Gedachte op zich is niet voldoende
Eis van ‘uiterlijke waarneembaarheid’
Daadstrafrecht
= Strafrecht reageert tegen uiterlijke handelingen (strafrecht is ultimum
remedium)
‘Geen straf zonder gedraging’
‘Geen straf zonder schuld’
Nadruk ligt op delictsgedraging (vb: bij diefstal is die gedraging wegnemen)
Handelen
Nalaten
, 4
Dat ‘geen straf zonder gedraging’ als uitgangspunt van het strafrecht valt aan te
merken, wil niet zeggen dat alle delictsomschrijvingen handelen of nalaten als
een bestanddeel moeten bevatten.
1.2 Op welke manier en door wie kan de
delictsgedraging worden gepleegd?
In de gevallen waarin de delictsomschrijvingen niet eenduidig een gedraging
aanwijst, moeten gedragingen worden bepaald aan de hand van factoren als:
- het type delict,
- de strekking ervan
- de omstandigheden van het geval.
Wie verantwoordelijk is voor het aanwezig hebben
1.3 Geen puur fysiek gedragingsbegrip
In het strafrecht kijkt men niet alleen naar wat iemand lichamelijk doet,
maar ook naar wat er in zijn hoofd omging. Een gedraging is dus méér dan
alleen een beweging.
1) Gedrag moet een verband hebben met wil en bewustzijn:
Een gedraging is alleen strafrechtelijk relevant als er een zekere link is
tussen de handeling en de wil of het bewustzijn van de persoon.
👉 Met andere woorden:
De persoon moet zich bewust zijn van wat hij doet of de handeling gewild
hebben.
Dit betekent niet dat de persoon ook opzet moet hebben.
Wil tot de gedraging = je hebt de beweging bewust gemaakt.
Opzet op het strafbare feit = je wilde ook het strafbare gevolg.
Finale handelingsleer
= Hier gaat het dus om de intentie om de handeling uit te voeren,
niet per se om de intentie om een strafbaar feit te plegen.
2) Het fysieke aspect is niet altijd het belangrijkst
Een handeling bestaat uit drie kanten:
Psychologische kant → wat dacht of wilde de persoon?
Fysiologische kant → de lichamelijke beweging.
Causale kant → welk gevolg heeft de handeling veroorzaakt?
2. Strafrechtelijke causaliteit
Causaliteit
= het oorzakelijk verband tussen de gedraging en het strafbare gevolg
Heeft de handeling van de verdachte het gevolg veroorzaakt?
Criterium van de redelijke toerekening:
Betekent dat de rechter beoordeelt of een strafbaar gevolg redelijkerwijs
aan de gedraging van de verdachte kan worden toegerekend.