Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 47 pages
Summary

Samenvatting Notities Urban Education | Superdiversiteit | HoWest | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 47 pages

Deze notities behandelen het vak Urban Education uit de lerarenopleiding lager onderwijs aan Hogeschool West-Vlaanderen. De aantekeningen dekken kernthema's als superdiversiteit in grootstedelijke contexten, gelijke kansen, religie, armoede, gender, differentiatie in gemengde klassen, omgang met meertaligheid, en pedagogische aanpakken voor diverse leerlingenpopulaties. Met concrete voorbeelden en reflectievragen helpt dit materiaal je om gereed te zijn voor toetsen en praktijkopdrachten rond inclusief onderwijs in steden.

Content preview

Lynn De Ceulaerde
2BaLo


URBAN EDUCATION – NOTITIES
DIVERSITEIT EN GELIJKE KANSEN IN
GROOTSTEDELIJKE CONTEXT OF EIGEN
SAMENLEVING
1 BEGRIPSBEPALING EN DILEMMA'S ROND SUPERDIVERSITEIT

1.1 GROOTSTEDELIJKHEID

‘extensive urban’ bij steden met meer dan 1.000.000 inwoners. In België is dit enkel
Brussel, maar het toepassen doen we ook bij meerdere steden.

o Opgroeien in grote stad = opgroeien in een leven vol verschillen
o Vaak veel nationaliteiten (100 nationaliteiten)
 Nationaal en internationaal
o Leerlingen presteren beter in de stad dan niet-stedelijke gebieden
 Prestatie minder goed in grote steden.  vraagt diverse aanpak


1.1.1 INZICHTEN DIE LEERKRACHT MOETEN HEBBEN IN GROOT STEDEN
o inzicht verwerven en leren omgaan met superdiversiteit in de klas, kunnen
inspelen op grote verschillen in voorkennis, taalvaardigheid,… en het leren
inzetten van een rijke waaier aan differentiërende maatregelen;

o verbinding kunnen maken met kinderen en jongeren met heel verschillende
achtergronden, ervaringen, verwachtingen en interesses;

o opbouwen van educatieve partnerschappen met een superdiverse
ouderpopulatie in functie van opvoeden en het versterken van het leren;

o samenwerking kunnen aangaan met professionals uit het uitgebreid en
complex buurtnetwerk waarbinnen de leerlingen zich bewegen;

o kennis en vaardigheden ontwikkelen op het vlak van taalverwerving en
omgaan met meertaligheid;

o inzicht verwerven over de impact van armoede op onderwijs en de
onderwijskundige en didactische maatregelen die genomen kunnen worden.



1.2 SUPERDIVERSITEIT

o Superdiversiteit = geen meerderheidsgroep meer is, maar veel verschillende
minderheden
o Binnen elke minderheid bestaat een grote variatie (sociaal, cultureel, economisch,
interesses, opleiding,…)
o In grootstedelijke contexten (Brussel)  superdiversiteit de NORM
o Elke klas bestaat uit lln. met diverse migratieachtergronden en meerdere
thuistalen
o Geen uniforme groepen meer (wit of zwarte klassen)

, Lynn De Ceulaerde
2BaLo

o De leerkracht moet deze realiteit begrijpen en eraan tegemoetkomen in zijn
professioneel handelen.

2 ONDERWIJS IN EEN GROTE OMGEVING
De drie dimensies die bepalend zijn voor onderwijzen in een stedelijke context:

o Superdiversiteit van jeugd
o Superdiversiteit van ouders
o Superdiversiteit van de profeesionals in de grote stad (omgeving)

De stad als omgeving die andere, aanvullende eisen stelt aan leraren; • Specifieke kennis
en vaardigheden voor het werken in de grote stad.

2.1 ONDERWIJS EN OPVOEDING IN DE STAD

o Extensive urban: metropolen die meer dan een miljoen inwoners tellen
o Emergent urban: grote steden met minder dan een miljoen inwoners
o Characteristic: verstedelijking op kleine schaal.

Diversiteit jeugd Diversiteit ouders Diversiteit omgeving
• Vereist een • Vereist een nieuw  Vereist
professioneel perspectief op interprofessionele
perspectief op ouders samenwerking
identiteit
 Vraagt om bredere
• Vraagt om meer • Vraagt inspanning blik op rijke
differentiatie bij vormgeven gemeenschap
educatieve binnen de
samenwerking samenleving



2.1.1 SUPERDIVERSITEITEN VAN JEUGD
o Kinderen in de stad hebben verschillen in etnische, culturele, religieuze en talige
identiteit.
 ‘voorspellers’ door  leerprestaties, probleemgedrag en schooluitval.
 Afstand van thuissituatie tot school: andere taal, eigen cultuur, andere
regels, etc.
o “acting white” = wit doen
o Jezelf buiten de eigen groep plaatsen




2.2 OPLEIDEN VOOR DE STAD: STADSBEKWAAM

Kijk cursus!!!

, Lynn De Ceulaerde
2BaLo


2.3 SUPERDIVERSE SCHOOLKLASSEN: EEN NIEUWE UITDAGING
De term ‘superdiversiteit' is de laatste jaren sterk in opkomst als gevolg van verschillende, deels verweven
ontwikkelingen.
Kritiek op het begrip ‘superdiversiteit’ door de vage definitie van het concept.

 De vier belangrijkste:
1. de crisis in het integratiedebat;
2. de omslag naar meerderheids-minderhedensteden;
3. de nieuwkomers die gevestigden werden;
4. de toenemende diversiteit binnen etnische groepen.
 Nieuw concept “superdiversiteit”.
o 2/3 kinderen heeft een migratie achtergrond.
 We gaan daar op dit moment allemaal naartoe… (superdiverse
samenleving)


2.3.1 WAT IS EEN SUPERDIVERSE KLAS? EXAMEN (P.10)
1. Meerderheidsgroep verdwijnt
a. Startte 70 jaar geleden
b. Geen enkel groep heeft meerderheid
2. Meer dan 3 etnische groepen
a. Diversiteit binnen diversiteit
3. Meer dan alleen etnische ≠ , er zijn op alle vlakken ≠ (diversiteit)

Is deze superdivers? Geef een voorbeeld van een superdiverse klas? Geef een
voorbeeld van een niet superdiverse klas?

Diversiteit is niet enkel het resultaat van etnische verschillen. Veel personen willen niet
geïdentificeerd worden met hun afkomst.

Diversiteit in een klas wordt veroorzaakt door allerlei verschillen:

Nationaliteit, etniciteit, socio-economische status, religie/evensbeschouwing, taal,
woonplaats, aanleg, fysieke factoren, begaafdheid, sekse, seksuele voorkeur, leeftijd,
persoonlijke geschiedenis,..

Alleen objectief kijken is soms niet voldoende! Ook vanuit verschillende
perspectieven, grote plaatje.

Multiperspectiviteit houdt in dat men zich los kan maken van het eigen perspectief, via
verschillende invalshoeken naar zaken kan kijken én zich kan inleven in het perspectief
van degenen met wie men in interactie treedt.

Besluit:
3 dimensies van onderwijs en opvoeding in groot steden:
1) (super)diversiteit van leerlingen
2) diversiteit van ouders
3) rijke grootstedelijke omgeving

De gegeven definitie van onderwijs en opvoeden in de grootstedelijke omgeving is
verbonden met 1e , 2e en 3e leefmilieu en met de verbindingen daartussen.

‘super’  geeft aan dat de combinatie van verschillen meer is dan de afzonderlijke
delen.

, Lynn De Ceulaerde
2BaLo


Combi van kenmerken die van ons een nieuwe kijk vragen.

2.3.1.1 VRAGEN
1. Welke drie dimensies van de definitie van onderwijs en opvoeding in een
grootstedelijke

context werden in dit hoofdstuk besproken?

2. Welke onderdelen van de gegeven definitie zijn herkenbaar in jouw eigen studie,
stage en/of beroepspraktijk (diversiteit van jeugdigen, diversiteit van ouders en
diversiteit van de stedelijke infrastructuur)?

3. Welke stelling spreekt jou het meest aan?

a. Als professional in opleiding moet je stage lopen in een omgeving die uitdagend
is, maar niet te uitdagend is.

b. Als professional in opleiding moet je stage lopen in een zo uitdagend mogelijke
omgeving, die veel van je vraagt zodat je veel leert.

4. Wat zijn volgens jou de grote uitdagingen in een grootstedelijke klas ? Hoe biedt
het begrip superdiversiteit daarvoor handvatten?

5. Wat is het belangrijkste verschil tussen benaderingen vanuit het
superdiversiteitsperspectief en andere benaderingen, zoals het multiculturalisme ?

6. Kun je een voorbeeld van een klaspopulatie geven waarin het begrip
superdiversiteit van toepassing is?

7. Is jouw stageklas superdivers volgens alle criteria? Leg telkens uitgebreid uit.



2.4 BEGINNENDE BASISSCHOOLLERAREN IN EEN GROOTSTEDLIJKE OMGEVING

THEMA’S DIE EEN IMPACT HEBBEN OP ONDERWIJS
3 ARMOEDE
ARMOEDE ALS FEIT EN SOCIALE CONSTRUCTIE

Een feit…

 Kinderarmoede in strijd met Belgische grondwet
o Recht op menswaardig bestaan
 Recht op voedsel
 Behoorlijke huisvesting
 Bescherming van gezondheid
 Recht op onderwijs
 Recht op culturele & maatschappelijke ontplooiing

 2018: 15% van de kinderen 0-17 jaar in materiële deprivatie
 Gedepriveerd kind:
o Als min. 3 essentiële zaken ontbreken in hun ontwikkelingen.
o Voorbeelden:
 dagelijks eten van groeten en fruit

Document information

Study
Uploaded on
June 1, 2026
Number of pages
47
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.67

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
deceulaerdelynn
2.0
(1)
Sold
8
Followers
0
Items
12
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions