6.1 Inleiding
In dagelijks leven: voortdurende geconfronteerd met allerlei
bedreigingen:
o Fysiek gevaar
o Contact met schadelijke stoffen
o Micro-organismen waaronder virussen, bacteriën, schimmels
en parasieten
Soorten afweer:
Niet-specifieke afweer of aangeboren afweer:
o Beschermd lichaam tegen allerlei verschillende gevaren en
treden snel op
Specifieke afweer of verworven afweer:
o ‘immuniteit’
o Gericht tegen één speciale aanvaller immunologisch
geheugen gevormd: langdurige immuniteit tegen bepaalde
infecties ontstaan
o Deze reacties komen trager op gang
Beide nodig voor voldoende weerstand tegen infecties en ziektes
Antigeen: iets wat een immunologische respons (verdedigingsreactie)
oproept
6.2 Lymfestelsel en lymfoïde organen
Lymfestelsel:
Rol in strijd tegen allerlei pathogenen
Uitgebreid netwerk van lymfevaten beginnen blind ter hoogte van
perifere weefsel, eindigen bij verbindingen van veneuze systeem
Uitgebreid netwerk: voorzien van lymfoïd weefsel, lymfeknopen en
lymfoïde organen
6.2.1 Bouw van het lymfestelsel:
Lymfevaten
blind eindigende vaten
laag endotheel met bindweefsel
kleppen
monden uit via borstbuis en rechterlymfestam in bovenste holle ader
Lymfeknopen: orgaan met holtes gevuld met witte bloedcellen
(macrofagen en witte bloedcellen)
1
, Dienen als filter voor ziekteverwekkers
Zwellen op bij infectie
Milt, thymus, amandelen en structuren bv in dunne darm
Milt:
o Onderdeel van het lymfestelsel en opgenomen in de
bloedcirculatie (“lymfeklier van het bloed”).
o Functies van de milt: opruimen van dode/beschadigde cellen,
afbraak van rode bloedcellen, vorming van bilirubine en
beperkte opslag van bloed.
Deze organen komen niet in contact met lymfe
Lymfe: vocht in lymfevaten en lymfeklieren, bestaande uit water,
hormonen, enzymen, witte bloedcellen, vetten, antistoffen, aangetaste of
dode cellen en voedingsstoffen; bevat geen rode bloedcellen of
bloedplaatjes.
6.2.2 Functies van het lymfevatenstelsel:
Functies lymfestelsel:
Productie, onderhoud en transport lymfocyten
Regulatie van de vochtbalans
Absorptie van vetten
6.2.2.1 Productie, onderhoud en transport lymfocyten:
Lymfestelsel: belangrijk onderdeel van immuniteitsstelsel
beschermt tegen infecties en kanker
o Lymfocyten: belangrijke rol in immuunreactie
o Worden in lymfoïde organen (milt, thymus en beenmerg)
gevormd en opgeslagen
Ter hoogte van lymfeknopen:
o Filter en reinigingsstations gevormd veranderen reactief als
ze worden gestimuleerd door microbiële agentia, celdebris of
2
, niet-lichaamseigen materiaal dat binnendringt in wonden of
circulatie
6.2.2.2 Regulatie vochtbalans:
Bloed circuleert ter hoogte van weefsel doorheen capillairen
continue uitwisseling van water en opgeloste stoffen
Er gaat altijd een beetje meer vocht naar buiten dan terug naar
binnen klein overschot aan vocht in weefselsDat extra vocht blijft
niet in het weefsel hangen, want dan zou je continu opzwellen.
o Het wordt:
opgevangen door lymfevaten,
verzameld in lymfeknopen en uiteindelijk teruggebracht
naar de bloedbaan
o Zo blijft je bloedvolume stabiel en je interstitiële vloeistof
helder en schoon.
o Plasma-eiwitten: ontsnappen uit bloedcapillairen komen in
lymfevocht en zullen via lymfestroom opnieuw terecht komen
in bloedsomloop
6.2.2.3 Absorptie vetten:
Na mechanische en chemische afbraak voedingsstoffen meeste
voedingsstoffen geabsorbeerd ter hoogte van darmcapillairen
Meeste verteerde vetten: te groot om rechtstreeks in bloedbaan te
komen worden opgenomen in lymfecapillairen ter hoogte van
darmvilli van dunne darm
o Lymfecapillairen fusioneren ter vorming van chylvat sluit via
ductus thoracicus aan bij bloedbaan
Een chylvat is een gespecialiseerd lymfvat in de
darmvlokken van de dunne darm, essentieel voor de
opname en het transport van vetten (chylus) uit de
voeding.
6.3 Aspecifieke immuniteit
Aangeboren
Bescherming tegen vreemde indringen in het lichaam
o Uiterlijke barrières
o Interne cellulaire of metabole processen
Treedt snel op
Op relatief aspecifieke manier is wel in staat om infecties af te
remmen of voorkomen
6.3.1 Fysieke barrière:
Antigeen van pathogeen moet eerst door fysieke barrières vooraleer
het schade kan aanrichten
3