LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE: VAN EERGISTEREN TOT
OVERMORGEN
HOOFDSTUK 1: IDEEËN UIT DE LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
1.1 WAT IS LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
- De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie van de evolutie van
het normale functioneren en gedrag van het individu in de loop van het leven.
- Meer bepaald het beschrijven en verklaren van:
Lichamelijke ontw
Motorische ontw
Neurologische ontw
Cognitieve ontw
Morele ontw
Affectieve ontw
Sociale ontw
1.2 KERNCONCEPTEN UIT DE LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
1.2.3 VERFIJNING, SAMENWERKING EN ORGANISATIE
3 progressieve processen die het functioneren verbeteren:
Verfijning Motoriek ( van grove naar fijne) , emoties, .. worden preciezer
( bv handschrift) en genuanceerder (bv: emotieregulatie)
functies gaan bv: oog-hand-coördinatie
samenwerken -> Kind kan meer tussen de lijntjes schrijven of tekenen, want
ziet waar hij moet schrijven of tekenen
Complexere Complexere gedragingen
organisatie Kind leert realistische tekeningen maken , met perspectief en
verhoudingen , waarvoor complexere cognitieve denkniveaus
nodig zijn
Combinatorisch denken van de adolescent
Maar: ook omgekeerde processen (achteruitgang dus) -> Bij ouderdom kan verfijning bv
wegvallen
1.2.4 NATURE VS NURTURE
- Zijn we wie we zijn op basis van onze genen of als gevolg van milieufactoren? ->
aangeboren of aangeleerd?
- Beide, met heel wat interactie-effecten ( erfelijkheid beïnvloedt milieufactoren en
milieufactoren beïnvloeden erfelijkheid)
- Aandeel erfelijkheid en milieu is wellicht min of meer gelijk, met een marge tussen
40 en 60% voor een van beide.
Wat persoonlijkheid betreft 40 procent toe te schrijven aan erfelijke
factoren
Milieu-invloeden 60 procent verantwoordelijk voor interindividuele
verschillen
- Ontwikkelingsdeterminanten: factoren die invloed hebben op de ontwikkeling
Normatieve ontwikkelingsdeterminanten: bij iedereen binnen een groep
1
, Leeftijdsgebonden ontwikkelingsdeterminanten: bv.
Hormoonveranderingen of verouderingsprocessen, voortschrijdende
hersenrijpheid
Socioculturele ontwikkelingsdeterminanten: bv. Invloed van drukke
en actieve tekenfilms op de hersenontwikkeling van kinderen of de
introductie van artificiële intelligentie in de maatschappij
Historische ontwikkelingsdeterminanten: bv. De invloed van de
coronacrisis op de ontwikkeling en schoolse vaardigheden van
kinderen en jongeren en op hun sociaal-emotionele ontwikkeling
Niet-normatieve ontwikkelingsdeterminanten: individueel verschillend
Bv. Roken of alcoholgebruik tijdens de zwangerschap of de
secundaire veroudering, echtscheiding binnen gezin,..
Maar ook zelfbepaling is hierin belangrijk -> men gaat er meer en
meer van uit dat mensen een groot stuk zelf levenspad bepalen
1.2.5 DE KRITISCHE PERIODE
- Tijdvenster waarin bepaalde vaardigheden verworven (en dus gestimuleerd)
moeten worden.
Bv. Leren spreken: zie wolfskinderen als Genie Wiley
Wolfskinderen = kinderen die op jonge leeftijd extreem weinig of
geen menselijk contact hebben gehad.
Genie Wiley = meisje dat jarenlang sociaal geïsoleerd werd
opgevoed.
Bv. Hechting (attachment): zie Roemeense weeshuizen
Er was een groot tekort aan verzorgers.
Baby’s kregen weinig persoonlijke aandacht, aanraking en
emotionele zorg.
Basisverzorging (eten, verschonen) gebeurde vaak zonder
interactie.
Bv. Leren lezen en schrijven ( 6 à 7 jaar) : op volwassen leeftijd veel
moeilijker
- Maar ook niet te vroeg
(bv. Kleuter te vroeg leren lezen en schrijven)
Kan contraproductief werken, bijvoorbeeld wanneer neurologische
structuren nog niet voldoende zijn ontwikkeld (veel frustraties en daardoor
weerstand tegen lezen en schrijven)
- Leren van een tweede taal is moeilijker
- Beter spreken van een gevoelige periode
1.2.6 PLASTICITEIT VAN DE HERSENEN
- Of neuroplasticiteit
- Vermogen van de hersenen om zich aan te passen
- Herstel van zenuwen en zenuwverbindingen
- Hierdoor kan uitval op een bepaald gebied gecompenseerd worden door een
sterkere ontwikkeling op een ander gebied
2
, bv. blinden die geur- en tastzin verfijnen of die echolocatie toepassen om
hun weg te vinden
iemand die zijn linkerhand kwijt is , zal snel kunnen schrijven met
rechterhand
- Soms ook hersengebieden die de taak van andere, beschadigde, hersengebieden
overnemen
bv. spraakcentra die in de rechter hemisfeer ontwikkeld worden na
beschadiging van het centrum van Broca of centrum van Wernicke in de
linker hemisfeer
1.2.7 CONTINU VS DISCONTINU ONTWIKKELINGSVERLOOP
Continu ontwikkelingsverloop
- Ontwikkeling verloopt gestaag, volgens een vloeiend
patroon, dag na dag veranderend
Plotse overgangen zijn er niet
Verschillende ontwikkelingstaken in
verschillend tempo ( kan zijn dat kind cognitief
snel vooruitgaan, maar motoriek niet)
Interindividuele (en geslachtelijke) verschillen
Maar: onbegonnen werk om dit allemaal in
kaart te brengen ( dus niet elke verandering
meten)
De benadering die de levenslooppsychologie meestal hanteert is :
Discontinu ontwikkelingsverloop
- we beschrijven de ontwikkeling in sprongen, stadia
Makkelijker, overzichtelijker
Maar we nemen de verschillende levensfasen
wel samen en beschrijven het als een soort
gemiddelde. Daardoor lijkt het alsof kid van dag
op dag nieuwe vaardigheden verwerft.
Sommige ontwikkelingspsychologische theorieën
pleiten toch voor een soort discontinu patroon
(bv. Wanneer de ontwikkeling het gevolg is van
crisissen die moeten doorgemaakt worden, zoals
bij Freud en Erikson)
De ontwikkelingsfasen
3
, Leeftijden moet
je hier niet
kennen
Leeftijden moet
je hier niet
kennen
Verschil baby en kleuter:
- Stappen
- Eerste woordjes leren
- Zelfbewustzijn
Waarom 11 à 12 jaar?
- Er is al verschil tussen jongens en meisjes
- Puberteit begint vroeger
Adolescentie eindigt steeds later, waarom?
- We studeren langer
- Volwassen zijn = eigen inkomen instaan, werken, huishouden, gezin opbouwen…
- Neurologisch zijn we nog niet volwassen op 18 jaar
Oudere leeftijd gaat ook meer naar achteren
- We moeten langer werken
- We leven langer
Maar:
- Grenzen zijn arbitrair en individueel verschillend
- Grenzen verschuiven:
Puberteit steeds vroeger
Volwassenheid steeds later
(→ adolescentie duurt langer)
Ouderdom steeds later
Overlijden steeds later
- Niet overal onderscheid tussen peuter en kleuter
- Erg westerse indeling (schoolse en professionele fasen)
1.3 ONDERZOEKSMETHODEN IN DE LEVENSLOOPPSCHOLOGIE
1.3.1 LONGITUDINAAL ONDERZOEK
- = Eenzelfde groep subjecten gedurende verschillende levensfasen onderzoeken
4
OVERMORGEN
HOOFDSTUK 1: IDEEËN UIT DE LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
1.1 WAT IS LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
- De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie van de evolutie van
het normale functioneren en gedrag van het individu in de loop van het leven.
- Meer bepaald het beschrijven en verklaren van:
Lichamelijke ontw
Motorische ontw
Neurologische ontw
Cognitieve ontw
Morele ontw
Affectieve ontw
Sociale ontw
1.2 KERNCONCEPTEN UIT DE LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
1.2.3 VERFIJNING, SAMENWERKING EN ORGANISATIE
3 progressieve processen die het functioneren verbeteren:
Verfijning Motoriek ( van grove naar fijne) , emoties, .. worden preciezer
( bv handschrift) en genuanceerder (bv: emotieregulatie)
functies gaan bv: oog-hand-coördinatie
samenwerken -> Kind kan meer tussen de lijntjes schrijven of tekenen, want
ziet waar hij moet schrijven of tekenen
Complexere Complexere gedragingen
organisatie Kind leert realistische tekeningen maken , met perspectief en
verhoudingen , waarvoor complexere cognitieve denkniveaus
nodig zijn
Combinatorisch denken van de adolescent
Maar: ook omgekeerde processen (achteruitgang dus) -> Bij ouderdom kan verfijning bv
wegvallen
1.2.4 NATURE VS NURTURE
- Zijn we wie we zijn op basis van onze genen of als gevolg van milieufactoren? ->
aangeboren of aangeleerd?
- Beide, met heel wat interactie-effecten ( erfelijkheid beïnvloedt milieufactoren en
milieufactoren beïnvloeden erfelijkheid)
- Aandeel erfelijkheid en milieu is wellicht min of meer gelijk, met een marge tussen
40 en 60% voor een van beide.
Wat persoonlijkheid betreft 40 procent toe te schrijven aan erfelijke
factoren
Milieu-invloeden 60 procent verantwoordelijk voor interindividuele
verschillen
- Ontwikkelingsdeterminanten: factoren die invloed hebben op de ontwikkeling
Normatieve ontwikkelingsdeterminanten: bij iedereen binnen een groep
1
, Leeftijdsgebonden ontwikkelingsdeterminanten: bv.
Hormoonveranderingen of verouderingsprocessen, voortschrijdende
hersenrijpheid
Socioculturele ontwikkelingsdeterminanten: bv. Invloed van drukke
en actieve tekenfilms op de hersenontwikkeling van kinderen of de
introductie van artificiële intelligentie in de maatschappij
Historische ontwikkelingsdeterminanten: bv. De invloed van de
coronacrisis op de ontwikkeling en schoolse vaardigheden van
kinderen en jongeren en op hun sociaal-emotionele ontwikkeling
Niet-normatieve ontwikkelingsdeterminanten: individueel verschillend
Bv. Roken of alcoholgebruik tijdens de zwangerschap of de
secundaire veroudering, echtscheiding binnen gezin,..
Maar ook zelfbepaling is hierin belangrijk -> men gaat er meer en
meer van uit dat mensen een groot stuk zelf levenspad bepalen
1.2.5 DE KRITISCHE PERIODE
- Tijdvenster waarin bepaalde vaardigheden verworven (en dus gestimuleerd)
moeten worden.
Bv. Leren spreken: zie wolfskinderen als Genie Wiley
Wolfskinderen = kinderen die op jonge leeftijd extreem weinig of
geen menselijk contact hebben gehad.
Genie Wiley = meisje dat jarenlang sociaal geïsoleerd werd
opgevoed.
Bv. Hechting (attachment): zie Roemeense weeshuizen
Er was een groot tekort aan verzorgers.
Baby’s kregen weinig persoonlijke aandacht, aanraking en
emotionele zorg.
Basisverzorging (eten, verschonen) gebeurde vaak zonder
interactie.
Bv. Leren lezen en schrijven ( 6 à 7 jaar) : op volwassen leeftijd veel
moeilijker
- Maar ook niet te vroeg
(bv. Kleuter te vroeg leren lezen en schrijven)
Kan contraproductief werken, bijvoorbeeld wanneer neurologische
structuren nog niet voldoende zijn ontwikkeld (veel frustraties en daardoor
weerstand tegen lezen en schrijven)
- Leren van een tweede taal is moeilijker
- Beter spreken van een gevoelige periode
1.2.6 PLASTICITEIT VAN DE HERSENEN
- Of neuroplasticiteit
- Vermogen van de hersenen om zich aan te passen
- Herstel van zenuwen en zenuwverbindingen
- Hierdoor kan uitval op een bepaald gebied gecompenseerd worden door een
sterkere ontwikkeling op een ander gebied
2
, bv. blinden die geur- en tastzin verfijnen of die echolocatie toepassen om
hun weg te vinden
iemand die zijn linkerhand kwijt is , zal snel kunnen schrijven met
rechterhand
- Soms ook hersengebieden die de taak van andere, beschadigde, hersengebieden
overnemen
bv. spraakcentra die in de rechter hemisfeer ontwikkeld worden na
beschadiging van het centrum van Broca of centrum van Wernicke in de
linker hemisfeer
1.2.7 CONTINU VS DISCONTINU ONTWIKKELINGSVERLOOP
Continu ontwikkelingsverloop
- Ontwikkeling verloopt gestaag, volgens een vloeiend
patroon, dag na dag veranderend
Plotse overgangen zijn er niet
Verschillende ontwikkelingstaken in
verschillend tempo ( kan zijn dat kind cognitief
snel vooruitgaan, maar motoriek niet)
Interindividuele (en geslachtelijke) verschillen
Maar: onbegonnen werk om dit allemaal in
kaart te brengen ( dus niet elke verandering
meten)
De benadering die de levenslooppsychologie meestal hanteert is :
Discontinu ontwikkelingsverloop
- we beschrijven de ontwikkeling in sprongen, stadia
Makkelijker, overzichtelijker
Maar we nemen de verschillende levensfasen
wel samen en beschrijven het als een soort
gemiddelde. Daardoor lijkt het alsof kid van dag
op dag nieuwe vaardigheden verwerft.
Sommige ontwikkelingspsychologische theorieën
pleiten toch voor een soort discontinu patroon
(bv. Wanneer de ontwikkeling het gevolg is van
crisissen die moeten doorgemaakt worden, zoals
bij Freud en Erikson)
De ontwikkelingsfasen
3
, Leeftijden moet
je hier niet
kennen
Leeftijden moet
je hier niet
kennen
Verschil baby en kleuter:
- Stappen
- Eerste woordjes leren
- Zelfbewustzijn
Waarom 11 à 12 jaar?
- Er is al verschil tussen jongens en meisjes
- Puberteit begint vroeger
Adolescentie eindigt steeds later, waarom?
- We studeren langer
- Volwassen zijn = eigen inkomen instaan, werken, huishouden, gezin opbouwen…
- Neurologisch zijn we nog niet volwassen op 18 jaar
Oudere leeftijd gaat ook meer naar achteren
- We moeten langer werken
- We leven langer
Maar:
- Grenzen zijn arbitrair en individueel verschillend
- Grenzen verschuiven:
Puberteit steeds vroeger
Volwassenheid steeds later
(→ adolescentie duurt langer)
Ouderdom steeds later
Overlijden steeds later
- Niet overal onderscheid tussen peuter en kleuter
- Erg westerse indeling (schoolse en professionele fasen)
1.3 ONDERZOEKSMETHODEN IN DE LEVENSLOOPPSCHOLOGIE
1.3.1 LONGITUDINAAL ONDERZOEK
- = Eenzelfde groep subjecten gedurende verschillende levensfasen onderzoeken
4