H1: enkele algemene begrippen
1.1 bevoegdheid:
de vraag welk rechtscollege bevoegd is
- materiële bevoegdheid: welk rechtscollege is bevoegd (vrederechter, arbeidsrechtbank,..)
van openbare orde: je kan er niet van afwijken
- territoriale bevoegdheid: de vraag naar welk rechtscollege gaan we territoriaal gezien (bv.
Hasselt, Antwerpen,...)
regels zijn van aanvullend of suppletief recht (je kan ervan afwijken)
1.2 recht op hoger beroep:
1e aanleg
hoger beroep: je gaat bij een hogere rechtsinstantie → ze zullen de zaak opnieuw
behandelen van 0
ze kunnen akkoord gaan met 1e vonnis of vervangen worden
niet altijd recht op hoger beroep:
→ uitzonderingen:
1. geschillen die draaien om zeer kleine waarde (geschillen onder 2000 eur)
maar: cassatie
2. Hof van Assisen
3. geschil waar het eerst bevoegde college hof van beroep is:
bv. omkoop van politici
1.3 beroeps- en lekenrechters
beroepsrechters: voor het leven benoemd
→ om onafhankelijkheid vd rechterlijke macht te garanderen
lekenrechters: aangeduid door koning die voor bepaalde tijd zullen oordelen
bv.
→ bij ondernemingsrechtbank
→ bij arbeidshoven: lekenrechters komen uit vakbond of werkgevers → ze brengen kennis
mee, weten hoe het er aan toegaat
→ Hof van Assisen
→ Strafuitvoeringsrechtbank
1.4 eenheid van rechtsspraak
1. cassatie (beroep van rechte)
- toezicht op dat hoven en rechtbanken wet respecteren
- geen uitspraak over feiten
- men ‘verbreekt’ eventuele afspraken
- oordeelt over kwaliteit van uitspraken
- indien niet degelijk → gecasseerd
zelfde rechtscollege: zelfde niveau, ander rechtsgebied
rechtscollege van waar het vandaan kwam: zullen moeten oordelen in andere samenstelling
2. Hof van Justitite
uitspraak over prejudidiële vragen
Grondwettelijk hof: toetsen van wetten of decreten
EHRVM: vooraleer je hier naar kan stappen moet je eerst alle rechtsmiddelen uitgeput hebben
Raad van State: administratieve geschillen
, 1.5 Taak vd rechter:
1. passiviteit vd rechter: een rechter vervult passieve rol, ze gaan niet op zoek naar
geschillen. Zaken moeten bij hun worden aangebracht anders wordt het niet
beoordeelt
2. onpartijdigheid → wraking
bv. Dutroux: onderzoeksrechter: komt naar feest van ouders meisje →
partijdig
1.7 OM = parket
brengen strafzaken voor strafrechter en geven adviezen over burgerlijke zaken
magistratuur: geheel van rechters die we hebben:
1. zittenden magistraten
2. staande magistratuur: treden op in naam van maatschappij
OM stelt vordering in
ambtshalve vordering: een vordering die door een bevoegde instantie uit eigen
beweging wordt ingesteld, zonder dat er een verzoek of klacht van een partij aan
voorafgaat.
→ verschil: rechter die oordeelt blijft zitten tijdens heel de zitting (zittend), rechter
oordeelt rechtstaand (vroeger) (staande)
geografische indeling:
- vrederechters: kantons
- rechtbank 1e aanleg: gerechtelijk arrondissementen: 12
per gerechtelijk arrondissement: een procureur des konings = hoofd van OM binnen het
rechtsgebied
medewerkers: substituten: staande magistraten
- op niveau van Hof Van Beroep: 5 rechtsgebieden
per rechtsgebied: Procureur-Generaal
bijgestaan door substituten
H2: de rechtscolleges
1.1 de burgerlijke rechtscolleges
pyramide hoven en rechtbanken → hiërarchie
1. Vrederechter
per kanton
alleenzetelende rechter, beslist alleen, zijn eigen baas → onafhankelijk
bevoegdheden:
- alle kleine burgerlijke geschillen < 500 eur
- familiale problemen
- huurgeschillen
- burenruzies
- …
2. De politierechtbank
per gerechtelijk arrondissement
meerdere rechters, maar alleenzetelende rechter
bevoegdheden:
- verkeersovertredingen
- auto-accidenten
3. Rechtbank van 1e aanleg
per GA