organisaties”
HBO BACHELOR MANAGEMENT
Moduleopdracht “Professioneel en oplossingsgericht werken”
Barry van den Heuvel
Student nummer: 1246815
april 2023
NCOI Opleidingen
,Voorwoord
Voor u ligt de moduleopdracht Professioneel en oplossingsgericht werken. Mijn naam is Barry van
den Heuvel, ik ben getrouwd met Linda. Wij hebben samen een zoon van veertien en een dochter
van elf jaar. Sinds 2007 ben ik werkzaam bij de KLM Catering Services bv, momenteel op de afdeling
Operationele leiding in de functie van Process Improvement Developer.
Ik ben in maart 2021 gestart in deze functie, na ruim zes jaar leiding te hebben gegeven aan een
grote groep productiemedewerkers van verschillende niveaus. Ik kijk terug op een leerzame en vooral
ook plezierige periode, maar was toe aan een nieuwe uitdaging. De wisseldiensten gingen mij
tegenstaan, verder zag ik ook geen uitdagingen meer in het werk en werd het erg routinematig.
Mijn nieuwe functie is dan ook compleet anders, niet operationeel en geen wisseldiensten meer. Ik
werk momenteel op een projectmatige manier aan veranderingen en vernieuwingen en implementeer
dit binnen de organisatie. Iets waar ik mijn leidinggevende competenties goed kan gebruiken. Verder
word ik nu uitgedaagd en heb ik zeker nog een aantal verbeterpunten om te groeien in de functie.
Nadat ik in 2012 de opleiding Middle Management en in 2013 HBO logistiek management heb
behaald, ben ik de zorg voor mijn kinderen even op de eerste plaats gaan zetten. Vervolgens heb ik
in 2020 weer een studie opgepakt en heb ik in 2021 HBO Projectmanagement behaald. In oktober
2022 ben ik gestart met de intakes voor de opleiding HBO Bachelor Management. De reden dat ik
heb gekozen voor deze opleiding is omdat ik naast mijn ervaring nu ook mijn kennis wil gaan
onderbouwen op bachelor niveau. Na het behalen van de opleiding wil ik dan ook doorgroeien naar
afdelingsmanager.
Deze moduleopdracht is een onderdeel van de opleiding HBO Bachelor Management en tevens de
eerste module waarvoor ik een moduleopdracht inlever. Deze module is, volgens de docent Remco
van Rooijen, van groot belang voor mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling. Verder zijn de
vaardigheden die tijdens de lessen zijn behandeld van groot belang voor je verdere modules.
Opmerkzaam,- nieuwsgierig,- bedachtzaam,- en kritisch zijn; oftewel volgens Van der Velde et al.
(2020) een onderzoekende houding. Deze kritische houding heeft mij een professionelere en ander
blikveld gegeven op zowel mijn studie als werk.
Mijn dank gaat uit naar de docent Remco van Rooijen, de lessen heb ik als zeer waardevol en
leerzaam ervaren.
Ik wens u veel leesplezier.
*****************
April 2023
, Samenvatting
Deze moduleopdracht is de afsluiting van de module professioneel en oplossingsgericht werken van
de opleiding HBO Bachelor Management. In de inleiding (onderdeel A) wordt het doel van deze
opdracht toegelicht. In dit verslag wordt aangetoond hoe je aan de hand van een systematisch
bronnenonderzoek tot een onderbouwd standpunt over de stelling uit de door jouw gekozen casus
bent gekomen. De gekozen stelling is "Presenteïsme is slecht voor organisaties". Algemeen verwijst
de term presenteïsme zowel naar “ de aanwezigheid op het werk tijdens ziekte” als naar “ het
productiviteitsverlies dat hiermee gepaard kan gaan” (Janssen, 2012).
Het doel van het verslag is om te onderzoeken wat de voor- en tegenargumenten zijn over de invloed
van presenteïsme op organisaties. In onderdeel B worden vijf bronnen beoordeeld op
betrouwbaarheid en bruikbaarheid aan de hand van de CRAAP-toetsing (bijlage 1) en een onderzoek
naar de auteur(s). Verder wordt toegelicht hoe en waar het artikel is gevonden en of het artikel feiten,
meningen en aannames bevat. De essentie van het artikel wordt toegelicht en de voor- en
tegenargumenten worden benoemd.
Bron 1 gaat over de bronkeuze en betrouwbaarheid van het internationale wetenschappelijke artikel
"Presenteeism during the COVID-19 pandemic: risks and solutions" van Kinman en Grant (2020).
Gepubliceerd door Oxford University Press namens de Society of Occupational Medicine. Het artikel
beschrijft de oorzaken, gevolgen en risicofactoren van presenteïsme en hoe organisaties de schade
die hierdoor ontstaat kunnen verminderen.
Bron 2 gaat over de bronkeuze en betrouwbaarheid van het internationale wetenschappelijke artikel
“Sickness Presenteeism: Measurement and Management Challenges” van Whysall et al. (2018). Dit
artikel gaat dieper in op het begrip "presenteïsme" en de invloed van de COVID-19 pandemie. Het
artikel beschrijft dat presenteïsme duurder kan zijn dan absenteïsme en dat het werken tijdens ziekte
het herstel kan vertragen en de kans op toekomstige gezondheidsproblemen kan vergroten.
Bron 3 gaat over de bronkeuze en betrouwbaarheid van het internationale wetenschappelijke artikel
"Who gains the most from improving working conditions?" van Brunner et al. (2019) gepubliceerd in
The European Journal of Health Economics. Het artikel onderzoekt de impact van stressoren die
verband hebben met presenteïsme en de productiviteit van werknemers in Zwitserland.
Bron 4 gaat over de bronkeuze en betrouwbaarheid van het internationale wetenschappelijke artikel
"Home-based telework and presenteeism across Europe" gepubliceerd in het Journal of Occupational
and Environmental Medicine en geschreven door Steidelmüller et al. (2020) Het onderzoek
onderzocht de relatie tussen thuiswerken en presenteïsme in Europa. Het artikel bevat analyse van
gegevens over thuiswerken en presenteïsme in Europa, verkregen uit verschillende bronnen.
Bron 5 gaat over de bronkeuze en betrouwbaarheid van het internationale wetenschappelijke artikel
"To work, or not to work, that is the question" van Ruhle et al. (2020). Gepubliceerd in het tijdschrift
"European Journal of Work and Organizational Psychology". Het artikel richt zich op onderzoek naar
werk en organisatiepsychologie wereldwijd.
In hoofdstuk 6 (onderdeel C) worden de argumenten gewogen en een standpunt ingenomen.
Er wordt beschreven dat de vijf bronnen verschillende perspectieven bieden op presenteïsme en dat
het belangrijk is om al deze perspectieven in overweging te nemen. In dit hoofdstuk wordt het
redenatieschema van Toulmin toegelicht, deze is vijf keer uitgewerkt in bijlage 2.
Beschreven wordt dat er sterke argumenten zijn om de stelling "presenteïsme is slecht voor
organisaties" te ondersteunen. In alle bronnen wordt benadrukt dat presentieïsme kan leiden tot
verminderde productiviteit, verhoogd ziekteverzuim, burn-out en andere negatieve gevolgen voor de
gezondheid van werknemers. In dit hoofdstuk wordt naar bronnen verwezen waarin wordt
aangetoond dat presentieïsme niet alleen de individuele werknemer beïnvloedt, maar ook de
organisatie als geheel. Het kan bijvoorbeeld de werksfeer en de kwaliteit van het werk beïnvloeden,
en zelfs leiden tot hogere kosten voor de organisatie door verminderde productiviteit en hoger
ziekteverzuim.
Op basis van de vijf internationale wetenschappelijke artikelen kan worden geconcludeerd dat
presentieïsme inderdaad slecht is voor organisaties. De gevonden argumenten ondersteunen de
stelling “presenteïsme is slecht voor organisaties”. Het is daarom belangrijk voor organisaties om dit
probleem serieus te nemen en maatregelen te nemen om presentieïsme te voorkomen.
De eindconclusie is dan ook dat de stelling onderbouwd wordt door de vijf geraadpleegde
internationale wetenschappelijke artikelen.