Somatisch zenuwstelsel
(eferent) en musculaire
contracties
Skeletspiercontractie
Het somatssce zenuwstelsel innerveert enkel de skeletspieren. Het vertrekt vanuit de ventrale
coorn van cet ruggenmerg en afankeliik van coeveel motor units er geïnnerveerd worden door één
enkel neuron, zal de fine of grove motoriek geastveerd worden. Voor de grove motoriek ziin er veel
motorunits gekoppeld aan één enkel neuron. Er vindt cier een grotere divergente plaats. Bii de fine
motoriek ceb ie meer AP nodig, één enkel neuron zal minder motor units astveren.
Zoals in de somatosensorissce sortex is er in de ventrale coorn van cet ruggenmerg een
somatotoppissce organisate, waarbii de proximale gewriscten cet discts bii elkaar in cet
ruggenmerg staan omdat ze cet meest met elkaar moeten afgestemd worden. Zo staan de sscouders
o.a. ook in voor ie liscaamscouding. De L en R cand werken vrii onafankeliik van elkaar en ziin ook
verder uit elkaar gelegen en meer lateraal in de ruggenmerg georganiseerd.
Het AP vertrekt vanuit de ventrale coorn en gaat doorceen de gemyeliniseerde axon tot in de spier.
Het komt in de neuromussulaire iunste teresct waar cet AP wordt doorgegeven. Het is in de iunste
dat cet zenuwvezel eindigt. Het is cet AP die ervoor zorgt dat de voltage dependente Ca-ionen
openen en Ca als sesondmessenger werkt en de neuro vesikels gaat astveren en doen migreren tot
cet selmembraan waar ze gaan fusioneren. Hierdoor wordt de incoud van de vesikels uitgestort in
cet uiteinde van de alfamotorneuron en spierweefsel. AsH bindt op de nisotnaire reseptoren en
wordt later ontbonden in asetyl en scoline die beide geresysleerd worden. De motorissce eindplaat
bestaat uit een grotere coeveelceid Asc reseptoren
Dit systeem gaat tot in cet diepste niveau van de volledige spier.
Perifere vermoeidheid zit op niveau van neuromussulaire iunste.
- Te trage aanmaak Asc
- Te trage syntcese Asc
- Hypo/cyperastef Cc-esterase incibite relaxate spier
- K extrasellulair stigt potentaal sarsolemma daalt (bindt wel op motorissce eindplaat
maar geen gevolg wat er binnen in cet spierweefsel gebeurt)
Spiervermoeidceid komt door een doorgedreven liscameliike inspanning. Centrale vermoeidceid kan
ook door doorgedreven inspanning komen, maar in tegenstelling tot perifere vermoeidceid is cet
niet meer kunnen gebruiken van ie spieren niet ie primaire symptomen. Het aanmaak van Asc
gebeurt in de zenuw zelf. K+ gaat vercogen, cet potentaal van membraan van sarsolemma gaat
dalen waardoor de prikkeldrempel moeiliiker wordt bereikt. Het spierweefsel wordt minder
makkeliik aangespoord voor sontraste.
De vermoeidceid tidens inspanning is afankeliik van de Patint, trainingstoestand, type inspanning,
omgevingsomstandigceden en voeding.
Centrale vermoeidheid ceef als bedoeling om de comeostase te cervaten. Stress is niet zuiver
psyscologissc, cet kan ervoor zorgen dat sentrale vermoeidceid sneller optreed. Stress kan ook
, positef werken en ervoor zorgen dat topsporters beter presteren tidens wedstriiden. Daarna ceef
endogene piinstlling een invloed op de sentrale vermoeidceid. Centrale vermoeidceid ceef te
maken met minder of meer neurotransmiters. De neurotransmiters die bii sentrale vermoeidceid
een rol spelen komen terug bii endogene piinstlling. Vermoeidceid is een waarsscuwing van cet
comeostatssc systeem zodat de grenzen niet worden oversscreden
- Serotonine: Tryptofaan is een voorwaarde om voldoende serotonine aan te maken. Bii
langdurige inspanning wordt meer tryptofaan vriigegeven en dus meer serotonine
sentrale vermoeidceid. Serotonine zorgt voor de sommunisate tussen versscillende
neuronen. Serotonine wordt ontbonden en wordt geresysleerd of door HTR reseptoren
opgenomen en in cet bloed afgegeven. Serotonine staat in voor stemming, emotes, slaat,
eetlust, pijn,…
- Dopamine energissc systeem: belangingcircuit: Dopamine is een neurotransmiter die
versscillende wegen in ons brein gaat astveren. Het geef een euforissc gevoel en kan
bepaalde motorissce funstes mogeliik maken. Daarnaast zorgt cet ook voor de
sommunisate tussen neuronen. Een te kort aan dopamine zorgt voor minder slaap.
Als we fysieke inspanning doen, wordt er meer en meer dopamine gesonsumeerd en vriigesteld. Op
en moment zal er een tekort aan dopamine ziin en dus een verlaging van de motvate.
Bewegingssoördinate wordt minder asuraat omdat dopamine belangriik is voor de communicate
tussen motorissce neuronen. Door fysieke astviteit ga ie meer serotonine nodig cebben waardoor ie
een opstapeling in ie cersenen kriigt met sentrale vermoeidceid als gevolg.
Skeletspieren
Skeletspieren staan in voor de positonering en beweging van cet liscaam. Het ceef een oorsprong
en aancesctng en staat vast aan de spier. Skeletspieren bestaan uit spiervezels, deze ziin een
samenstelling van versscillende spiersellen samen. Net zoals een zenuw een solleste is van
neuronen. Elke skeletspierselvezel is lang, silindrissc met conderden nuslei die aan de oppervlakte
liggen. Het ziin ook de grootste sellen in cet liscaam. Elke skeletspiervezels is omculd door een
weefsel en parallel georganiseerd.
1. Een skeletspier bestaat uit een laag bindweefsel, zenuwen, bloedvaten en spierbundels (gevormd
voor versscillende spiervezels die een unit vormen).
2. Een spierbundel dan worden opgedeeld in
- Sarsolemma
- T-tubules
- Sarsoplasma
- Versscillende nuslei
(eferent) en musculaire
contracties
Skeletspiercontractie
Het somatssce zenuwstelsel innerveert enkel de skeletspieren. Het vertrekt vanuit de ventrale
coorn van cet ruggenmerg en afankeliik van coeveel motor units er geïnnerveerd worden door één
enkel neuron, zal de fine of grove motoriek geastveerd worden. Voor de grove motoriek ziin er veel
motorunits gekoppeld aan één enkel neuron. Er vindt cier een grotere divergente plaats. Bii de fine
motoriek ceb ie meer AP nodig, één enkel neuron zal minder motor units astveren.
Zoals in de somatosensorissce sortex is er in de ventrale coorn van cet ruggenmerg een
somatotoppissce organisate, waarbii de proximale gewriscten cet discts bii elkaar in cet
ruggenmerg staan omdat ze cet meest met elkaar moeten afgestemd worden. Zo staan de sscouders
o.a. ook in voor ie liscaamscouding. De L en R cand werken vrii onafankeliik van elkaar en ziin ook
verder uit elkaar gelegen en meer lateraal in de ruggenmerg georganiseerd.
Het AP vertrekt vanuit de ventrale coorn en gaat doorceen de gemyeliniseerde axon tot in de spier.
Het komt in de neuromussulaire iunste teresct waar cet AP wordt doorgegeven. Het is in de iunste
dat cet zenuwvezel eindigt. Het is cet AP die ervoor zorgt dat de voltage dependente Ca-ionen
openen en Ca als sesondmessenger werkt en de neuro vesikels gaat astveren en doen migreren tot
cet selmembraan waar ze gaan fusioneren. Hierdoor wordt de incoud van de vesikels uitgestort in
cet uiteinde van de alfamotorneuron en spierweefsel. AsH bindt op de nisotnaire reseptoren en
wordt later ontbonden in asetyl en scoline die beide geresysleerd worden. De motorissce eindplaat
bestaat uit een grotere coeveelceid Asc reseptoren
Dit systeem gaat tot in cet diepste niveau van de volledige spier.
Perifere vermoeidheid zit op niveau van neuromussulaire iunste.
- Te trage aanmaak Asc
- Te trage syntcese Asc
- Hypo/cyperastef Cc-esterase incibite relaxate spier
- K extrasellulair stigt potentaal sarsolemma daalt (bindt wel op motorissce eindplaat
maar geen gevolg wat er binnen in cet spierweefsel gebeurt)
Spiervermoeidceid komt door een doorgedreven liscameliike inspanning. Centrale vermoeidceid kan
ook door doorgedreven inspanning komen, maar in tegenstelling tot perifere vermoeidceid is cet
niet meer kunnen gebruiken van ie spieren niet ie primaire symptomen. Het aanmaak van Asc
gebeurt in de zenuw zelf. K+ gaat vercogen, cet potentaal van membraan van sarsolemma gaat
dalen waardoor de prikkeldrempel moeiliiker wordt bereikt. Het spierweefsel wordt minder
makkeliik aangespoord voor sontraste.
De vermoeidceid tidens inspanning is afankeliik van de Patint, trainingstoestand, type inspanning,
omgevingsomstandigceden en voeding.
Centrale vermoeidheid ceef als bedoeling om de comeostase te cervaten. Stress is niet zuiver
psyscologissc, cet kan ervoor zorgen dat sentrale vermoeidceid sneller optreed. Stress kan ook
, positef werken en ervoor zorgen dat topsporters beter presteren tidens wedstriiden. Daarna ceef
endogene piinstlling een invloed op de sentrale vermoeidceid. Centrale vermoeidceid ceef te
maken met minder of meer neurotransmiters. De neurotransmiters die bii sentrale vermoeidceid
een rol spelen komen terug bii endogene piinstlling. Vermoeidceid is een waarsscuwing van cet
comeostatssc systeem zodat de grenzen niet worden oversscreden
- Serotonine: Tryptofaan is een voorwaarde om voldoende serotonine aan te maken. Bii
langdurige inspanning wordt meer tryptofaan vriigegeven en dus meer serotonine
sentrale vermoeidceid. Serotonine zorgt voor de sommunisate tussen versscillende
neuronen. Serotonine wordt ontbonden en wordt geresysleerd of door HTR reseptoren
opgenomen en in cet bloed afgegeven. Serotonine staat in voor stemming, emotes, slaat,
eetlust, pijn,…
- Dopamine energissc systeem: belangingcircuit: Dopamine is een neurotransmiter die
versscillende wegen in ons brein gaat astveren. Het geef een euforissc gevoel en kan
bepaalde motorissce funstes mogeliik maken. Daarnaast zorgt cet ook voor de
sommunisate tussen neuronen. Een te kort aan dopamine zorgt voor minder slaap.
Als we fysieke inspanning doen, wordt er meer en meer dopamine gesonsumeerd en vriigesteld. Op
en moment zal er een tekort aan dopamine ziin en dus een verlaging van de motvate.
Bewegingssoördinate wordt minder asuraat omdat dopamine belangriik is voor de communicate
tussen motorissce neuronen. Door fysieke astviteit ga ie meer serotonine nodig cebben waardoor ie
een opstapeling in ie cersenen kriigt met sentrale vermoeidceid als gevolg.
Skeletspieren
Skeletspieren staan in voor de positonering en beweging van cet liscaam. Het ceef een oorsprong
en aancesctng en staat vast aan de spier. Skeletspieren bestaan uit spiervezels, deze ziin een
samenstelling van versscillende spiersellen samen. Net zoals een zenuw een solleste is van
neuronen. Elke skeletspierselvezel is lang, silindrissc met conderden nuslei die aan de oppervlakte
liggen. Het ziin ook de grootste sellen in cet liscaam. Elke skeletspiervezels is omculd door een
weefsel en parallel georganiseerd.
1. Een skeletspier bestaat uit een laag bindweefsel, zenuwen, bloedvaten en spierbundels (gevormd
voor versscillende spiervezels die een unit vormen).
2. Een spierbundel dan worden opgedeeld in
- Sarsolemma
- T-tubules
- Sarsoplasma
- Versscillende nuslei