Revalidatie van patiënten met CVI en
lymfoedeem
Les 1: Inleiding (26/09)
Anatomie en fysiologie bloedvatenstelsel en lymfestelsel
Bloedvatenstelsel VS lymfestelsel
- Bloedvatenstelsel:
Gesloten systeem
Arterieel systeem: hoge druk bloed kan naar de weefsels spontaan
Veneus systeem: systeem met lage druk slagen er zelf niet in om bloed/lymfen naar
hart te brengen (hulp: AH, spieren, kleppen)
Continue netto filtratie uit bloedcapillairen: verlies water en afval
Veneus stelsel: aanvoer
- Lymfesysteem
Open systeem: neemt lymfe (water en afvalstoffen) op vanuit cappilairsysteem en
transporteert het naar het veneus systeem
Zorgt voor afvoer
Systeem van lage druk
Anatomie bloedvatenstelsel
- Arterie:
Goede dikke spierwand: automatisch pulgeren zodat bloed naar weefsels kan
- Vene:
Dunne spierwand: kan beetje dunner/breder worden maar kan niet zelf bloed
transporteren
Kleppen
Anatomie veneus stelsel
- Diepe venen:
Onder de spierfascia te vinden
Voornamelijk diep transporteren
- Perforanten
Verbinding tussen diep en oppervlakkig systeem
- Oppervlakkige venen
Onder de huid
Onderste lidmaat:
- Oppervlakkig:
1) Vena saphena magna: vanaf binnen enkel naar liesregio
2) Vena saphena parva: Thv dorsale zijde van het onderbeen en in knie samensmelten tot
vena poplitea (diep)
- Diepe:
1) Vena femoralis: diep thv lies
2) Vena poplitea: komt vanuit VSP (thv knieplooi)
3) Diepe kuitvenen
- Perforanten
Bovenste lidmaat:
- Oppervlakkig:
, 1) Vena cephalica: aan radiale zijde arm (vervoegt zich in vena subclavia en tenslotte vena
cava sup)
2) Vena basilica: aan ulnaire zijde (vervoegt zich in vena subclavia)
- Diepe:
1) Vena ulnaris
2) Vena radialis
3) Vena brachialis: vervoegt zich in vena basilica
- Perforanten
Fysiologie veneus stelsel
- Belang kuitspierpomp
Bloed wordt via vene naar proximaal gebracht
Transport van compartiment naar compartiment (afgesloten via kleppen)
Opspannen spier: venen worden leeggedrukt (klep open naar volgend compartiment)
Ontspannen: bloed van oppervlakkig systeem naar diep systeem gezogen
- Belang AH
Drukverandering in thorax en buik
Inspiratie: diafragma gaat naar onder druk in thorax verlaagt waardoor veneus bloed
vanuit armen richting romp wordt aangezogen + mindere uitstroom van veneus bloed uit
benen
Vb: vena femoralis op dieptepunt en vena brachialis stijgt
Expiratie: druk thorax verhoogt waardoor verminderde uitstroom veneus bloed uit armen
en verhoogde uitstroom uit benen
Anatomie lymfestelsel
- Volgorde systeem:
a) Fijne/initiële lymfevaten = lymfecapillairen
Filament thv einde endotheelcel: door trekkracht aan filament worden er openingen
gemaakt waardoor er water/afval in lymfecappilair kan (vanaf nu lymfe genoemd)
Netwerk kleploze vaatjes
Verzamelt lymfe vanuit interstitium
Dichtbij huid
b) Precollectoren
c) Lymfecollectoren = lymfevaten (lymfangionen)
Glad spierweefsel in wand: als deze zal zwellen, gaat er spontaan contractie zijn waardoor
transport mogelijk is
Kleppen
Aanwezig in subcutaan weefsel/vetweefsel
d) Lymfeknoop
Zuiveringsstation
e) Ductus thoracicus
Heeft een opening in veneuze junctie: teruvloei lymfe in bloedcirculatie
1 Ductus thoracicus
2 Truncus jugularis sinister
3 Truncus subclavius sinister
6 cisterna chily
8 trunci lumbales
9 Trunci lymphaticus dexter
, 11 Truncus subclavius dexter
12 Truncus jugularis dexter
13 vena cava superior!!
- angelosus venosus of terminus = klepje tussen ductus thoracicus en vena subclavia:
verhindert terugstroom
- Voornamelijk oppervlakkig lymfetransport
- Lymfeknopen OL
1) Popliteale lymfeknopen: diep systeem
2) Inguinale lymfeknopen (lies)
3) Iliacale lymfeknopen (bekken)
- Lymfeknopen BL:
1) Cubitale: diep systeem
2) Humerale
3) Centrale
4) Subclaviculaire/retroclaviculaire
5) Thoracale
6) Scapulaire
- Diep stelsel ligt naast spieren: parallel aan diep veneus stelsel
Functie lymfestelsel
- Afvoer weefselvocht uit interstitium: water, CO² en afvalstoffen
- Afweer tegen infecties: via lymfeknopen
Bevatten macrofagen en lymfocyten: vernietiging vreemde stoffen
Ductus thoracicus neemt lymfevaten op
van:
o onderste ledematen
o buik- en borstwand, buikingewanden
o linkerhelft hals, hoofd en
borstingewanden
o linker bovenste lidmaat
- stort uit in v. jugularis interna en v.
subclavia
Ductus lymphaticus dexter neemt
lymfevaten op van:
o rechterhelft hals, hoofd en borstingewanden
o rechter bovenste lidmaat
- stort uit in v. jugularis interna en v. subclavia
Ontstaansmechanismen van oedeem
Oedeem
= abnormale ophoping vloeistof in interstitium
- symptoom en GEEN diagnose (oorzaak achterhalen)
- Mogelijk onderhuids of in lichaamsholtes
- In normale omstandigheden: filtratie bloedcapillair = resorptie lymfecapillair
Mooi evenwicht tussen filtratie en resorptie
Capillaire filtratie
- Bepaald door:
lymfoedeem
Les 1: Inleiding (26/09)
Anatomie en fysiologie bloedvatenstelsel en lymfestelsel
Bloedvatenstelsel VS lymfestelsel
- Bloedvatenstelsel:
Gesloten systeem
Arterieel systeem: hoge druk bloed kan naar de weefsels spontaan
Veneus systeem: systeem met lage druk slagen er zelf niet in om bloed/lymfen naar
hart te brengen (hulp: AH, spieren, kleppen)
Continue netto filtratie uit bloedcapillairen: verlies water en afval
Veneus stelsel: aanvoer
- Lymfesysteem
Open systeem: neemt lymfe (water en afvalstoffen) op vanuit cappilairsysteem en
transporteert het naar het veneus systeem
Zorgt voor afvoer
Systeem van lage druk
Anatomie bloedvatenstelsel
- Arterie:
Goede dikke spierwand: automatisch pulgeren zodat bloed naar weefsels kan
- Vene:
Dunne spierwand: kan beetje dunner/breder worden maar kan niet zelf bloed
transporteren
Kleppen
Anatomie veneus stelsel
- Diepe venen:
Onder de spierfascia te vinden
Voornamelijk diep transporteren
- Perforanten
Verbinding tussen diep en oppervlakkig systeem
- Oppervlakkige venen
Onder de huid
Onderste lidmaat:
- Oppervlakkig:
1) Vena saphena magna: vanaf binnen enkel naar liesregio
2) Vena saphena parva: Thv dorsale zijde van het onderbeen en in knie samensmelten tot
vena poplitea (diep)
- Diepe:
1) Vena femoralis: diep thv lies
2) Vena poplitea: komt vanuit VSP (thv knieplooi)
3) Diepe kuitvenen
- Perforanten
Bovenste lidmaat:
- Oppervlakkig:
, 1) Vena cephalica: aan radiale zijde arm (vervoegt zich in vena subclavia en tenslotte vena
cava sup)
2) Vena basilica: aan ulnaire zijde (vervoegt zich in vena subclavia)
- Diepe:
1) Vena ulnaris
2) Vena radialis
3) Vena brachialis: vervoegt zich in vena basilica
- Perforanten
Fysiologie veneus stelsel
- Belang kuitspierpomp
Bloed wordt via vene naar proximaal gebracht
Transport van compartiment naar compartiment (afgesloten via kleppen)
Opspannen spier: venen worden leeggedrukt (klep open naar volgend compartiment)
Ontspannen: bloed van oppervlakkig systeem naar diep systeem gezogen
- Belang AH
Drukverandering in thorax en buik
Inspiratie: diafragma gaat naar onder druk in thorax verlaagt waardoor veneus bloed
vanuit armen richting romp wordt aangezogen + mindere uitstroom van veneus bloed uit
benen
Vb: vena femoralis op dieptepunt en vena brachialis stijgt
Expiratie: druk thorax verhoogt waardoor verminderde uitstroom veneus bloed uit armen
en verhoogde uitstroom uit benen
Anatomie lymfestelsel
- Volgorde systeem:
a) Fijne/initiële lymfevaten = lymfecapillairen
Filament thv einde endotheelcel: door trekkracht aan filament worden er openingen
gemaakt waardoor er water/afval in lymfecappilair kan (vanaf nu lymfe genoemd)
Netwerk kleploze vaatjes
Verzamelt lymfe vanuit interstitium
Dichtbij huid
b) Precollectoren
c) Lymfecollectoren = lymfevaten (lymfangionen)
Glad spierweefsel in wand: als deze zal zwellen, gaat er spontaan contractie zijn waardoor
transport mogelijk is
Kleppen
Aanwezig in subcutaan weefsel/vetweefsel
d) Lymfeknoop
Zuiveringsstation
e) Ductus thoracicus
Heeft een opening in veneuze junctie: teruvloei lymfe in bloedcirculatie
1 Ductus thoracicus
2 Truncus jugularis sinister
3 Truncus subclavius sinister
6 cisterna chily
8 trunci lumbales
9 Trunci lymphaticus dexter
, 11 Truncus subclavius dexter
12 Truncus jugularis dexter
13 vena cava superior!!
- angelosus venosus of terminus = klepje tussen ductus thoracicus en vena subclavia:
verhindert terugstroom
- Voornamelijk oppervlakkig lymfetransport
- Lymfeknopen OL
1) Popliteale lymfeknopen: diep systeem
2) Inguinale lymfeknopen (lies)
3) Iliacale lymfeknopen (bekken)
- Lymfeknopen BL:
1) Cubitale: diep systeem
2) Humerale
3) Centrale
4) Subclaviculaire/retroclaviculaire
5) Thoracale
6) Scapulaire
- Diep stelsel ligt naast spieren: parallel aan diep veneus stelsel
Functie lymfestelsel
- Afvoer weefselvocht uit interstitium: water, CO² en afvalstoffen
- Afweer tegen infecties: via lymfeknopen
Bevatten macrofagen en lymfocyten: vernietiging vreemde stoffen
Ductus thoracicus neemt lymfevaten op
van:
o onderste ledematen
o buik- en borstwand, buikingewanden
o linkerhelft hals, hoofd en
borstingewanden
o linker bovenste lidmaat
- stort uit in v. jugularis interna en v.
subclavia
Ductus lymphaticus dexter neemt
lymfevaten op van:
o rechterhelft hals, hoofd en borstingewanden
o rechter bovenste lidmaat
- stort uit in v. jugularis interna en v. subclavia
Ontstaansmechanismen van oedeem
Oedeem
= abnormale ophoping vloeistof in interstitium
- symptoom en GEEN diagnose (oorzaak achterhalen)
- Mogelijk onderhuids of in lichaamsholtes
- In normale omstandigheden: filtratie bloedcapillair = resorptie lymfecapillair
Mooi evenwicht tussen filtratie en resorptie
Capillaire filtratie
- Bepaald door: