tip: op deze site staat een online versie van het boek. Via ctrl + F kan je woorden gemakkelijk vinden die in deze
samenvatting staan. https://books.google.be/books?
id=kfs6DwAAQBAJ&pg=PA25&lpg=PA25&dq=administratieve+gouvernementele+penologie&source=bl&ots=fUHuu
YvjFj&sig=6x2HS138B6slII56UYNvdCHA2Vs&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwih_9qErMrYAhWHp6QKHdpFBRUQ6AEI
KDAA#v=snippet&q=neutraliseren&f=false
Hoofdstuk: inleiding begrippen en doelen
*Penologie: is de wetenschap van bestraffing. Gevangenisstraf is niet het enige maar wel belangrijk. Begon bij de
hervorming van de gevangenissen. doel van de straf: dat het iets doet met de mens: collectieve effectiviteit. de
mate waarin het straffen kan bijdragen. Tegenwoordig veel kritiek en wetenschappelijk onderzoek naar controlerende
systemen. Gaat breder kijken dan het juridisch straffen. Ook aandacht voor sociologische interpretatie.
*Administratieve, gouvernementele penologie: reformeren van gevangeniswezen, vergroten correctieve effectiviteit
van gevangenissen. Systematisch onderzoek naar penale systemen. De penologen-technichi proberen de
doelmatigheid van de bestraffing te verhogen door beleid en praktijken te evalueren.
*Penalty: werd in 1990 gedefiniëerd door Garland als: network of laws, processes, discourses, representations and
institutions which make up the penal realm. Dit is een meer sociaal wetenschappelijke benadering. Breder dan de
klassieke bestraffing. Netwerk van processen (hoe wordt de straf uitgewerkt?) en instituties (people around meer
culturele benaderingen en straffen over het algemeen.
*Juridisch begrip straf: volgens hof van cassatie: straf is een leed door de wet bepaald (legaliteitsprincipe) en door
de rechterlijke macht opgelegd als een sanctie wegens een gepleegd misdrijf. Bewuste toegeving van leed t.o.v. wie
een inbreuk pleegt op de strafrechtelijke norm. Strikte scheiding straf VS maatregel/sanctie
penologie vraagt: welk soort leed? Wanneer? Voor wie? Door wie? Welke straffen? Waarom straffen? Hoe straffen?
Leed is iets dat pijn doet Dus hier is een goede straf, een straf dat pijn doet. = is een vorm van retributie en
vergelding.
Bestraffingsinstituten: rechtbank, gevangenis, justitiehuizen (personeel, culturen, ruimtelijke aspecten, effecten,…)
Multidisciplinaire benadering van het straffen: juridische, sociologisch, psychologisch, antropologisch,
psychiatrisch, historisch,…
*Penitentiair recht: geheel van juridische normen i.v.m. de behandeling van gevangenen/veroordeelden.
- Basiswet gevangeniswezen, 2005 (interne rechtspositie)
- Wet op de externe rechtpositie (wetten van 17 mei 2006).
*Strafuitvoeringsrecht: geheel van de juridische normen over de uitvoering van alle straffen en maatregelen (meer
dan gevangenisstraf alleen).
*Penologie en penitentiair recht: combinatie juridische invalshoek. En criminologisch- sociologische invalshoek:
strafdoelstellingen, studie van de strafpraktijken en effecten van straf op betrokkenen en omgeving. Analyse van het
strafrechtelijke en penitentiaire beleid ! overbevolking.
Strafdoel:
Neutraliseren: in zijn capaciteiten
Preventie: afschrikking (voorkomen dat er opnieuw misdrijf wordt gepleegd) algemeen: generaal +
individueel: het individu zelf uitschakelen.
Rehabilitatie: van een crimineel een niet crimineel maken. individueel perspectief
Re-integratie perspectief van de samenleving
Retributie, vergelding: leed aandoen. beschermen van de maatschappij = algemeen doel. Iets doen met
de dader zodat hij het niet meer doet. Herstel aan het slachtoffer
Voorbeelden
Geldboete: doel = vergelding (letterlijk), preventie (afschrikking), herstel NEE met geld want gaat naar de
staat. Compensatie: ja.
Doodstraf: neutraliseren, preventie, vergelding (oog om oog, tand om tand).
ET: re-integratie, neutralisatie (veel minder), preventie, vergelding (ze moete hun vrijheid afgeven).
Gevangenisstraf: klassieke straffen (zoals geldboete), vergelding en afschrikking, neutraliseren, herstel
(afbetalen van het slachtoffer).
Werkstraf: autonome straf sinds 2002, re-integratie (nooit direct gerelateerd aan het slachtoffer), retributie.
Probatie: (voorwaarden 1964 / autonome 2014): vrijheid onder voorwaarden. Vb. geen drug/alcohol,
werkzoeken, budgetbegeleiding. Doel: re-integratie / resocialisatie.
Voorwaarden (1964): kon niet los van gevangenis of geldboete.
Opschorting: nog geen straf voor bepaalde proefperiode door justitie assistent. Anders wel een straf.
Voorwaarde: gunstmaatregel, enkel als mensen niets hebben gedaan. Opschorting komt niet op strafblad
(niet belasten met gerechtelijk verleden).
1
, Uitstel: gekoppeld met probatie. Als dat goed is, dan moet je gevangenisstraf niet uitzitten. Zo niet uitstel
opschorten. (komt wel op strafblad).
Verbeurdverklaring: alles wat je hebt gewonnen, dan wordt dat in beslag genomen. Doel: vergelding,
herstel slachtoffer, afschrikking.
(internering = GEEN STRAF maar een maatregel: niet toerekeningsvatbaar, geen einddatum (9999). Tij
om te verbeteren. het is een beveiligingsmaatregel. Ze zijn ziek, dus genezen. Pas vrij als ze
toestemming hebben niet meer onveilig te zijn.
Stadiumverbod: niet meer binnen in stadion voor hooliganisme. Doel: neutraliseren.
Alcoholslot: ademtest om auto te kunnen starten.
Ontzetting uit de rechten
Beroepsverbod: vb. pedofielen, niet meer lesgeven
Lijfstraf: doodstraf vb. castratie voor seksuele delinquenten
Gasboete: opgelegd door de burgemeester
Strafblad = Als rechter het oplegt
Niet op strafblad = als openbaar ministerie het oplegt
*soorten leed: fysiek, psychisch, economisch, sociaal
Juristen kijken naar de wetenschap <-> Penologen kijken naar het sociologische
Wij starten waar juristen stoppen, maar we moeten het recht ook kennen. uitvoeren van de gevangenisstraf.
*Interne rechtspositie van de gedetineerden: rechten van de gedetineerde, basiswet in de gevangenis. Regime en
sancties, klachtenrecht,…
*Externe rechtpositie van de gedetineerden: alle regelgeving van invrijheidstelling:
UV: = uitgangsvergunning
PV: weekend = penitentiair verlof
ET: elektronisch toezicht = elektronisch toezicht
BD: werken, s’avonds na het werk terug keren = beperkte detentie
2
,Hoofdstuk: doelstelling van straf, penologische discussie
*Doelstellingen: rechtvaardig <-> waarom straffen? Bedoeld (manifest) <-> onbedoeld (latent), door wie <-> voor
wie?
Complexiteit:
- visie op straf = individueel (eigen schuld dikke bult, vrije wil en rationele daden vergelding, afschrikking,
klassieke doelstellingen) VS Maatschappelijk, sociaal (het is de schuld van de mpij of de omgeving =
structureel, daden zijn niet rationeel).
- Laatmoderniteit: economische en sociale globalisering, migratie stijgende onzekerheid, angst en
intolerantie tegenover de ander.
- Visie op de dader: vrije wil, rationele keuze (individueel) VS gedetermineerd (biologisch, sociaal, mpij).
Doelstelling van het SRS: denkers (1976)
1. instrumentele doelstellingen: straffen als instrument in kader van criminaliteitsbeheersing, nastreven van
gedragsbeïnvloeding (policing society) komen tot normconform gedrag. Al de doelstellingen dat ervoor
moeten zorgen dat mensen moeten beheersen.
2. intrinsieke doelstellingen: Recht beschermende functie: policing the police. Ethische waarden en normen
(rechten van verdediging, due process). Ook daders hebben rechten (zie interne rechtspositie).
3. organisatorische doelstellingen: context die mee bepaalt wat mogelijk is en hoe ds worden nagestreefd.
1. Instrumentele DS
Heeft betrekking op de straf zelf.
*Retributivisme: verleden: Het terug betalen. Als misdrijf wordt gepleegd dan is hogere orde geschonden,
onherroepelijk, straf moet proportioneel zijn met de sterkte van de daad. Kritiek: heel veel feiten die niet worden
vastgesteld, dus het is onmogelijk.
Metafysische vergelding (Kant): misdrijf is schending van een superieure (goddelijke of juridische) orde
daarom moet elk misdrijf vergolden worden: herstellen van rechtsorde, straf moet altijd leed inhouden, schuld
moet vast staan, proportionaliteit – geen individualisering, onherroepelijk (dus geen genade, VI), consistentie.
(“Wat met de dark number?” metafysische gaat er vanuit dat alle misdrijven bestraft moeten worden, maar het
blijkt dat enorm veel misdrijven niet gekend zijn.)
Empirische vergelding: verwijst naar concrete gevoelens in de gemeenschap. Als er in de samenleving het
gevoel is dat er geen juiste straf is gegeven, dan heft in eigen handen nemen (= eigenrichting). Dus in handen
gelegd van juridisch systeem. Publieke opinie!! Kan beïnvloed worden bij politici! populist punitiveness
Motivatie: georganiseerde uitlaat van emoties t.o.v. eigenrichting, schadeloosstelling, genoegdoening,
erkenning slachtoffer. Behoefte aan schuldbeleving dader, wraakgevoelens publiek.
*‘just deser’ (Von Hirsch): proportionaliteit. De net verdiende straf. Proportionaliteit = veel gedetineerden
voelen zich vaak benadeeld of te sterk gestraft. Wijst op het belang van vergelding.
*Utilitarisme of consequentialisme: toekomst:
Generale preventie: voorkomen van criminaliteit bij potentiële delinquenten. Is gericht op iedereen. Publiek weet dat
misdrijven gesanctioneerd worden. Werkt op vier manieren:
Normering: door sanctie (reactie) wordt norm bevestigd. Het kennen.
Afschrikking: zwaarte straf en pakkans schrikken (toekomstige daders) af (vb. ‘super’ boetes). De straf
verhogen. Als je weet dat afschrikking is, dan is er een afweging tussen winnen en verlies dader is rationeel.
MAAR dat is niet zo. Daders zijn niet rationeel. Pakkans is belangrijk voor die sterkere effecten. kan ook
lijden tot verplaatsingseffect. Informele kosten soms hoger dan formele kosten: vb. verlies van werk, het
vertellen aan de ouders.
Vredemaking (pacificatie): verzekeren rust in de maatschappij.
Onschadelijk maken (incapacitation): neutralisering van potentiele toekomstige delinquenten.
Afschrikking: onderzoek instrumentele DS: Wat met calculerende dader? Dan heeft afschrikking geen nut! +
Weinig bewijs dat reële of gepercipieerde strafzwaarte een effect heeft. + Pakkans! verplaatsingseffect + Informele
kosten worden veel zwaarder gewogen (verlies werk, verlies vertrouwen van partner,…) + belevingsonderzoek (kijken
naar waarom dat iemand opnieuw pleegt).:
Speciale (individuele) preventie: Vermijden recidive bij gekende delinquenten:
- Afschrikking van de delinquenten door ervaring straf
- Onschadelijkmaking – incapacitation van de delinquent. Als directe bescherming van de mpij.
- Verbetering – resocialiseren – re-integratie – rehabilitatie
3
, Evolutie invulling: behandeling, begeleiding, zinvol tijdgebruik, werken, activeren, controle vertrekt vanuit een
consensusperspectief (delinquent moet zich aanpassen aan de mpij. Iets doen met de dader, zodat hij beter wordt.
*Kirkwood en McNeill (2015): holistisch model: (er wordt meer naar het geheel gekeken) Samenleving moet bereid
zijn om de dader terug te nemen.
4 componenten van rehabilitatie:
Legale re-int.: met strafblad moeilijk re-integreren.
Persoonlijke re-int.: mensen moeten aan zichzelf werken
Sociale re-integratie: huisvesting
Morele re-integratie: stigmatisering
*Herstel benadering: Conflictoplossing tussen dader en slachtoffer. Aandacht voor slachtoffer. (Cf. abolitionisme:
vanuit kritiek op de gevangenis. Grote diversiteit in benadering (box 4 boek: restorative justice begint een zeer breed
begrip te worden, waardoor er zeer veel verwarring ontstaat over deze term: punitief – retributief denken).
*Reintegrative shaming: officieel label, het beschamen is heel uitsluitend.
*Family group conference: geleerd van de Maori in Australië, dader kan zich laten omringen door belangrijke
personen. Dan wordt hij t.o.v. het slachtoffer gezet helend effect.
Heel veel sociale benaderingen: aandacht aan het slachtoffer is veel moeilijker herstel voor dader.
*Abolitionisme: Het abolitionisme wil het dadergerichte en repressieve geldend strafrecht afschaffen en vervangen
door een alternatief en wezenlijk ander rechtssysteem dat slachtoffers meer soelaas zou bieden en veroordeelde
delinquenten niet langer meer van het maatschappelijk leven uitsluit.
*Hybride modellen: in de praktijk lopen de modellen door elkaar en worden ze gecombineerd
- *spaarzaamheid (parsimony): minst zware straf kiezen om doelstellingen te bereiken. Gevolg van inzicht in
de schadelijke effecten van de vrijheidsberoving. Christie: limits to pain. Niet meer leed veroorzaken dan
nodig. Braithwaite: dark number: het is billijk om zo laag mogelijk te straffen (rechsgelijkheid). Voorstel
straffen systematisch te verlagen.
- *Neo-rehabilitationisme: vanaf ’90: ‘what works?’ Behandeling en begeleiding binnen grenzen van
proportionaliteitsprinicpe. Reactie op “nothing work”. Bepaalde vormen van behandeling of begeleiding
kunnen positieve effecten hebben op recidive. Evidence based benadering. ! cognitieve behavioural
behandelingsmethode (zie forensische)
2. Intrinsieke DS
= Recht beschermende functie van het straf(uivoerings)recht. Hoe strafrecht moet optreden.
*SRS als people processing system: het SRS wordt steeds meer bevolkt door professionals, die de strafuitvoering
verwetenschappelijken, objectiveren en neutraliseren. De professionals profileren zich als neutrale technici en
punitieve affecten worden zo veel mogelijk geweerd uit het officiële penale discours en vervangen door utilitaire
doelstellingen. Mensen staan centraal. Nadruk gelegd op intrinsieke waarde in de samenleving over hoe men met
mensen mag omgaan. Want mensen werden opgepakt en ze wisten niet wat er ging gebeuren. Mensen hebben
rechten tegen willekeur en disproportioneel optreden. vb. menselijkheid, straf moet proportioneel zijn. Fairness /
rechtvaardige behandeling. Reactie/bescherming tegen willekeur Ancien Régime: beschermen tegen willekeur van
de overheid. Belang rechten van verdediging, due process,…
Maar nu: new penology, manageralisme, niet meer individue, maar gevaarlijke groep wordt bekeken: maatregelen,
TBS, opsporingstechnieken, preventieve technieken.
= Historische evolutie: Thans: toename aandacht instrumentele doelstelling conflict met intrinsieke
doelstelling: vb. telefoontap (criminaliteitsbestrijding VS. Bescherming recht op privacy). Zaak connerotte
(spaghetti-arrest Witte mars), strijd tegen terrorisme.
Nu zien we dat er vandaag de dag meer aandacht is op instrumentele DS. Policing the police monitoren van het
strafrechtelijk systeem (de politie onder andere), maar dus nu conflict met die intrinsieke DS.
Vb. spaghetti-arrest: onderzoeksrechter heeft kinderen bevrijdt en de ouders hebben voor hem een spaghetti feest
gegeven. Maar ouder zijn van onderzoek gehaald, want er was geen onpartijdigheid meer.
Vb. strijd tegen terrorisme: instrumentele neemt de overhand van de intrinsieke waarde en DS.
Vb. bescherming van de verdachte. Er moet van bij het eerste verhoor een advocaat aanwezig zijn.
3. Organisationele DS
De organisatie zelf, waar mensen tewerk gesteld worden Context bepaalt mee hoe de instrumentele en intrinsieke
DS worden nagestreefd:
4
samenvatting staan. https://books.google.be/books?
id=kfs6DwAAQBAJ&pg=PA25&lpg=PA25&dq=administratieve+gouvernementele+penologie&source=bl&ots=fUHuu
YvjFj&sig=6x2HS138B6slII56UYNvdCHA2Vs&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwih_9qErMrYAhWHp6QKHdpFBRUQ6AEI
KDAA#v=snippet&q=neutraliseren&f=false
Hoofdstuk: inleiding begrippen en doelen
*Penologie: is de wetenschap van bestraffing. Gevangenisstraf is niet het enige maar wel belangrijk. Begon bij de
hervorming van de gevangenissen. doel van de straf: dat het iets doet met de mens: collectieve effectiviteit. de
mate waarin het straffen kan bijdragen. Tegenwoordig veel kritiek en wetenschappelijk onderzoek naar controlerende
systemen. Gaat breder kijken dan het juridisch straffen. Ook aandacht voor sociologische interpretatie.
*Administratieve, gouvernementele penologie: reformeren van gevangeniswezen, vergroten correctieve effectiviteit
van gevangenissen. Systematisch onderzoek naar penale systemen. De penologen-technichi proberen de
doelmatigheid van de bestraffing te verhogen door beleid en praktijken te evalueren.
*Penalty: werd in 1990 gedefiniëerd door Garland als: network of laws, processes, discourses, representations and
institutions which make up the penal realm. Dit is een meer sociaal wetenschappelijke benadering. Breder dan de
klassieke bestraffing. Netwerk van processen (hoe wordt de straf uitgewerkt?) en instituties (people around meer
culturele benaderingen en straffen over het algemeen.
*Juridisch begrip straf: volgens hof van cassatie: straf is een leed door de wet bepaald (legaliteitsprincipe) en door
de rechterlijke macht opgelegd als een sanctie wegens een gepleegd misdrijf. Bewuste toegeving van leed t.o.v. wie
een inbreuk pleegt op de strafrechtelijke norm. Strikte scheiding straf VS maatregel/sanctie
penologie vraagt: welk soort leed? Wanneer? Voor wie? Door wie? Welke straffen? Waarom straffen? Hoe straffen?
Leed is iets dat pijn doet Dus hier is een goede straf, een straf dat pijn doet. = is een vorm van retributie en
vergelding.
Bestraffingsinstituten: rechtbank, gevangenis, justitiehuizen (personeel, culturen, ruimtelijke aspecten, effecten,…)
Multidisciplinaire benadering van het straffen: juridische, sociologisch, psychologisch, antropologisch,
psychiatrisch, historisch,…
*Penitentiair recht: geheel van juridische normen i.v.m. de behandeling van gevangenen/veroordeelden.
- Basiswet gevangeniswezen, 2005 (interne rechtspositie)
- Wet op de externe rechtpositie (wetten van 17 mei 2006).
*Strafuitvoeringsrecht: geheel van de juridische normen over de uitvoering van alle straffen en maatregelen (meer
dan gevangenisstraf alleen).
*Penologie en penitentiair recht: combinatie juridische invalshoek. En criminologisch- sociologische invalshoek:
strafdoelstellingen, studie van de strafpraktijken en effecten van straf op betrokkenen en omgeving. Analyse van het
strafrechtelijke en penitentiaire beleid ! overbevolking.
Strafdoel:
Neutraliseren: in zijn capaciteiten
Preventie: afschrikking (voorkomen dat er opnieuw misdrijf wordt gepleegd) algemeen: generaal +
individueel: het individu zelf uitschakelen.
Rehabilitatie: van een crimineel een niet crimineel maken. individueel perspectief
Re-integratie perspectief van de samenleving
Retributie, vergelding: leed aandoen. beschermen van de maatschappij = algemeen doel. Iets doen met
de dader zodat hij het niet meer doet. Herstel aan het slachtoffer
Voorbeelden
Geldboete: doel = vergelding (letterlijk), preventie (afschrikking), herstel NEE met geld want gaat naar de
staat. Compensatie: ja.
Doodstraf: neutraliseren, preventie, vergelding (oog om oog, tand om tand).
ET: re-integratie, neutralisatie (veel minder), preventie, vergelding (ze moete hun vrijheid afgeven).
Gevangenisstraf: klassieke straffen (zoals geldboete), vergelding en afschrikking, neutraliseren, herstel
(afbetalen van het slachtoffer).
Werkstraf: autonome straf sinds 2002, re-integratie (nooit direct gerelateerd aan het slachtoffer), retributie.
Probatie: (voorwaarden 1964 / autonome 2014): vrijheid onder voorwaarden. Vb. geen drug/alcohol,
werkzoeken, budgetbegeleiding. Doel: re-integratie / resocialisatie.
Voorwaarden (1964): kon niet los van gevangenis of geldboete.
Opschorting: nog geen straf voor bepaalde proefperiode door justitie assistent. Anders wel een straf.
Voorwaarde: gunstmaatregel, enkel als mensen niets hebben gedaan. Opschorting komt niet op strafblad
(niet belasten met gerechtelijk verleden).
1
, Uitstel: gekoppeld met probatie. Als dat goed is, dan moet je gevangenisstraf niet uitzitten. Zo niet uitstel
opschorten. (komt wel op strafblad).
Verbeurdverklaring: alles wat je hebt gewonnen, dan wordt dat in beslag genomen. Doel: vergelding,
herstel slachtoffer, afschrikking.
(internering = GEEN STRAF maar een maatregel: niet toerekeningsvatbaar, geen einddatum (9999). Tij
om te verbeteren. het is een beveiligingsmaatregel. Ze zijn ziek, dus genezen. Pas vrij als ze
toestemming hebben niet meer onveilig te zijn.
Stadiumverbod: niet meer binnen in stadion voor hooliganisme. Doel: neutraliseren.
Alcoholslot: ademtest om auto te kunnen starten.
Ontzetting uit de rechten
Beroepsverbod: vb. pedofielen, niet meer lesgeven
Lijfstraf: doodstraf vb. castratie voor seksuele delinquenten
Gasboete: opgelegd door de burgemeester
Strafblad = Als rechter het oplegt
Niet op strafblad = als openbaar ministerie het oplegt
*soorten leed: fysiek, psychisch, economisch, sociaal
Juristen kijken naar de wetenschap <-> Penologen kijken naar het sociologische
Wij starten waar juristen stoppen, maar we moeten het recht ook kennen. uitvoeren van de gevangenisstraf.
*Interne rechtspositie van de gedetineerden: rechten van de gedetineerde, basiswet in de gevangenis. Regime en
sancties, klachtenrecht,…
*Externe rechtpositie van de gedetineerden: alle regelgeving van invrijheidstelling:
UV: = uitgangsvergunning
PV: weekend = penitentiair verlof
ET: elektronisch toezicht = elektronisch toezicht
BD: werken, s’avonds na het werk terug keren = beperkte detentie
2
,Hoofdstuk: doelstelling van straf, penologische discussie
*Doelstellingen: rechtvaardig <-> waarom straffen? Bedoeld (manifest) <-> onbedoeld (latent), door wie <-> voor
wie?
Complexiteit:
- visie op straf = individueel (eigen schuld dikke bult, vrije wil en rationele daden vergelding, afschrikking,
klassieke doelstellingen) VS Maatschappelijk, sociaal (het is de schuld van de mpij of de omgeving =
structureel, daden zijn niet rationeel).
- Laatmoderniteit: economische en sociale globalisering, migratie stijgende onzekerheid, angst en
intolerantie tegenover de ander.
- Visie op de dader: vrije wil, rationele keuze (individueel) VS gedetermineerd (biologisch, sociaal, mpij).
Doelstelling van het SRS: denkers (1976)
1. instrumentele doelstellingen: straffen als instrument in kader van criminaliteitsbeheersing, nastreven van
gedragsbeïnvloeding (policing society) komen tot normconform gedrag. Al de doelstellingen dat ervoor
moeten zorgen dat mensen moeten beheersen.
2. intrinsieke doelstellingen: Recht beschermende functie: policing the police. Ethische waarden en normen
(rechten van verdediging, due process). Ook daders hebben rechten (zie interne rechtspositie).
3. organisatorische doelstellingen: context die mee bepaalt wat mogelijk is en hoe ds worden nagestreefd.
1. Instrumentele DS
Heeft betrekking op de straf zelf.
*Retributivisme: verleden: Het terug betalen. Als misdrijf wordt gepleegd dan is hogere orde geschonden,
onherroepelijk, straf moet proportioneel zijn met de sterkte van de daad. Kritiek: heel veel feiten die niet worden
vastgesteld, dus het is onmogelijk.
Metafysische vergelding (Kant): misdrijf is schending van een superieure (goddelijke of juridische) orde
daarom moet elk misdrijf vergolden worden: herstellen van rechtsorde, straf moet altijd leed inhouden, schuld
moet vast staan, proportionaliteit – geen individualisering, onherroepelijk (dus geen genade, VI), consistentie.
(“Wat met de dark number?” metafysische gaat er vanuit dat alle misdrijven bestraft moeten worden, maar het
blijkt dat enorm veel misdrijven niet gekend zijn.)
Empirische vergelding: verwijst naar concrete gevoelens in de gemeenschap. Als er in de samenleving het
gevoel is dat er geen juiste straf is gegeven, dan heft in eigen handen nemen (= eigenrichting). Dus in handen
gelegd van juridisch systeem. Publieke opinie!! Kan beïnvloed worden bij politici! populist punitiveness
Motivatie: georganiseerde uitlaat van emoties t.o.v. eigenrichting, schadeloosstelling, genoegdoening,
erkenning slachtoffer. Behoefte aan schuldbeleving dader, wraakgevoelens publiek.
*‘just deser’ (Von Hirsch): proportionaliteit. De net verdiende straf. Proportionaliteit = veel gedetineerden
voelen zich vaak benadeeld of te sterk gestraft. Wijst op het belang van vergelding.
*Utilitarisme of consequentialisme: toekomst:
Generale preventie: voorkomen van criminaliteit bij potentiële delinquenten. Is gericht op iedereen. Publiek weet dat
misdrijven gesanctioneerd worden. Werkt op vier manieren:
Normering: door sanctie (reactie) wordt norm bevestigd. Het kennen.
Afschrikking: zwaarte straf en pakkans schrikken (toekomstige daders) af (vb. ‘super’ boetes). De straf
verhogen. Als je weet dat afschrikking is, dan is er een afweging tussen winnen en verlies dader is rationeel.
MAAR dat is niet zo. Daders zijn niet rationeel. Pakkans is belangrijk voor die sterkere effecten. kan ook
lijden tot verplaatsingseffect. Informele kosten soms hoger dan formele kosten: vb. verlies van werk, het
vertellen aan de ouders.
Vredemaking (pacificatie): verzekeren rust in de maatschappij.
Onschadelijk maken (incapacitation): neutralisering van potentiele toekomstige delinquenten.
Afschrikking: onderzoek instrumentele DS: Wat met calculerende dader? Dan heeft afschrikking geen nut! +
Weinig bewijs dat reële of gepercipieerde strafzwaarte een effect heeft. + Pakkans! verplaatsingseffect + Informele
kosten worden veel zwaarder gewogen (verlies werk, verlies vertrouwen van partner,…) + belevingsonderzoek (kijken
naar waarom dat iemand opnieuw pleegt).:
Speciale (individuele) preventie: Vermijden recidive bij gekende delinquenten:
- Afschrikking van de delinquenten door ervaring straf
- Onschadelijkmaking – incapacitation van de delinquent. Als directe bescherming van de mpij.
- Verbetering – resocialiseren – re-integratie – rehabilitatie
3
, Evolutie invulling: behandeling, begeleiding, zinvol tijdgebruik, werken, activeren, controle vertrekt vanuit een
consensusperspectief (delinquent moet zich aanpassen aan de mpij. Iets doen met de dader, zodat hij beter wordt.
*Kirkwood en McNeill (2015): holistisch model: (er wordt meer naar het geheel gekeken) Samenleving moet bereid
zijn om de dader terug te nemen.
4 componenten van rehabilitatie:
Legale re-int.: met strafblad moeilijk re-integreren.
Persoonlijke re-int.: mensen moeten aan zichzelf werken
Sociale re-integratie: huisvesting
Morele re-integratie: stigmatisering
*Herstel benadering: Conflictoplossing tussen dader en slachtoffer. Aandacht voor slachtoffer. (Cf. abolitionisme:
vanuit kritiek op de gevangenis. Grote diversiteit in benadering (box 4 boek: restorative justice begint een zeer breed
begrip te worden, waardoor er zeer veel verwarring ontstaat over deze term: punitief – retributief denken).
*Reintegrative shaming: officieel label, het beschamen is heel uitsluitend.
*Family group conference: geleerd van de Maori in Australië, dader kan zich laten omringen door belangrijke
personen. Dan wordt hij t.o.v. het slachtoffer gezet helend effect.
Heel veel sociale benaderingen: aandacht aan het slachtoffer is veel moeilijker herstel voor dader.
*Abolitionisme: Het abolitionisme wil het dadergerichte en repressieve geldend strafrecht afschaffen en vervangen
door een alternatief en wezenlijk ander rechtssysteem dat slachtoffers meer soelaas zou bieden en veroordeelde
delinquenten niet langer meer van het maatschappelijk leven uitsluit.
*Hybride modellen: in de praktijk lopen de modellen door elkaar en worden ze gecombineerd
- *spaarzaamheid (parsimony): minst zware straf kiezen om doelstellingen te bereiken. Gevolg van inzicht in
de schadelijke effecten van de vrijheidsberoving. Christie: limits to pain. Niet meer leed veroorzaken dan
nodig. Braithwaite: dark number: het is billijk om zo laag mogelijk te straffen (rechsgelijkheid). Voorstel
straffen systematisch te verlagen.
- *Neo-rehabilitationisme: vanaf ’90: ‘what works?’ Behandeling en begeleiding binnen grenzen van
proportionaliteitsprinicpe. Reactie op “nothing work”. Bepaalde vormen van behandeling of begeleiding
kunnen positieve effecten hebben op recidive. Evidence based benadering. ! cognitieve behavioural
behandelingsmethode (zie forensische)
2. Intrinsieke DS
= Recht beschermende functie van het straf(uivoerings)recht. Hoe strafrecht moet optreden.
*SRS als people processing system: het SRS wordt steeds meer bevolkt door professionals, die de strafuitvoering
verwetenschappelijken, objectiveren en neutraliseren. De professionals profileren zich als neutrale technici en
punitieve affecten worden zo veel mogelijk geweerd uit het officiële penale discours en vervangen door utilitaire
doelstellingen. Mensen staan centraal. Nadruk gelegd op intrinsieke waarde in de samenleving over hoe men met
mensen mag omgaan. Want mensen werden opgepakt en ze wisten niet wat er ging gebeuren. Mensen hebben
rechten tegen willekeur en disproportioneel optreden. vb. menselijkheid, straf moet proportioneel zijn. Fairness /
rechtvaardige behandeling. Reactie/bescherming tegen willekeur Ancien Régime: beschermen tegen willekeur van
de overheid. Belang rechten van verdediging, due process,…
Maar nu: new penology, manageralisme, niet meer individue, maar gevaarlijke groep wordt bekeken: maatregelen,
TBS, opsporingstechnieken, preventieve technieken.
= Historische evolutie: Thans: toename aandacht instrumentele doelstelling conflict met intrinsieke
doelstelling: vb. telefoontap (criminaliteitsbestrijding VS. Bescherming recht op privacy). Zaak connerotte
(spaghetti-arrest Witte mars), strijd tegen terrorisme.
Nu zien we dat er vandaag de dag meer aandacht is op instrumentele DS. Policing the police monitoren van het
strafrechtelijk systeem (de politie onder andere), maar dus nu conflict met die intrinsieke DS.
Vb. spaghetti-arrest: onderzoeksrechter heeft kinderen bevrijdt en de ouders hebben voor hem een spaghetti feest
gegeven. Maar ouder zijn van onderzoek gehaald, want er was geen onpartijdigheid meer.
Vb. strijd tegen terrorisme: instrumentele neemt de overhand van de intrinsieke waarde en DS.
Vb. bescherming van de verdachte. Er moet van bij het eerste verhoor een advocaat aanwezig zijn.
3. Organisationele DS
De organisatie zelf, waar mensen tewerk gesteld worden Context bepaalt mee hoe de instrumentele en intrinsieke
DS worden nagestreefd:
4